🟥 Ingezonden door: Giosephi Sodi
⚜️DE STERKE JAVAANSE VROUW⚜️
-------------------------
Geachte OST familie, Kennen jullie het Tamenga Project?
Daar te Tammenga stonden allemaal door de regering gebouwde volkswoningen waar twee Hindoestanen en een Chinees woonden. Wacht, er woonde ook een Javaanse vrouw, die eten verkocht. Maar goed, laat me op mijn verhaal terugkomen.
Ik logeerde dus zoals gezegd bij familie. Samen met twee neven, die in leeftijd een paar jaartjes jonger waren, ging ik bijna elke avond naar de bioscoop. Niet ver van Tamenga was theater Metro. Ook Flamboyant Drive In theater was vlakbij. We gingen naar die twee theaters. Weet je: man zijnde van jonge leeftijd, samen met andere mannen naar de bioscoop gaan, was heel gezellig. Zeker in die tijd, toen het begrip video geen huis-aan-huis begrip was! Naar de bioscoop gaan was een bijzonder uitje. Een hele happening! Je waste je grondig, je trok je mooiste kleren aan, je poetste je schoenen totdat je je eigen gezicht erin weerspiegeld zag en je kamde je haren tot op de centimeter nauwkeurig!
We gingen vroeg in de avond, maar we gingen het theater niet binnen. Nee, we hingen daar rond met eten en drinken. Weet je waarom? Vroeg in de avond had je een voorstelling van een Hindoestaanse film. Hindoestanen waren en zijn filmgek. Er kwamen veel meisjes en vrouwen op af. Daar gingen we voor. Als ze naar buiten kwamen, dan verveelden we hen.
We probeerden ze te versieren, we vielen ze lastig met branieachtig, macho gedrag. En een lol dat we hadden!
Weet je, Hindoestaanse meisjes zijn verschrikkelijk knap. Of we ooit succes hadden? Nee, eerlijk gezegd niet. Het lag niet aan de meisjes! Soms zag je dat ze eigenlijk wel zouden willen, maar de ellende was dat ze altijd vergezeld werden door moeders, vaders of broers. Met die kregen we dan vaak ruzie. Toch was het best lollig. Voor de rest brachten we de tijd door met elkaar sterke verhalen te vertellen over meisjes. De één schepte nog harder op dan de ander.
Ach, je bent zelf ook jong geweest. Ik hoef je niet te vertellen hoe jongens zijn. Destijds waren vrouwen en voetbal de belangrijkste gespreksonderwerpen. Pas om twaalf uur ’s nachts gingen wij de bioscoop binnen. We gingen altijd naar de Midnight Special. Ze draaiden Amerikaanse films om twaalf uur in de nacht. Soms ook Hindoestaanse.
Op een nacht keerden mijn neven en ik terug van een bezoek aan theater Metro. Bussen reden er niet op dat tijdstip. Wij hadden geen auto en een taxi bestellen? Daar deden we niet aan! Zonde van het geld! We waren het gewend om te voet huiswaarts te keren.
Tijdens de wandeling terug naar huis evalueerden we de film.
Het eerste gedeelte van onze wandeling werden we voorbij gereden door mensen, die met een auto, bromfiets, of fiets naar het theater waren gekomen en op weg waren naar huis. Na een minuut of tien was alle drukte voorbij en kwamen we slechts sporadisch ander verkeer tegen. Ik zal die bewuste nacht nooit vergeten. We liepen pratend over de film naar huis, nietsvermoedend van de verschrikking, die ons te wachten stond.
‘Kijk daar! Daar staat iemand,’ zei mijn neef Mantje.
Op ongeveer twintig meter afstand stond een persoon. Dat de persoon te zien was, kwam door het feit, dat hij witte kleding droeg. We liepen nietsvermoedend verder. Toen we dichterbij kwamen, konden we zien dat de persoon een vrouw was.
‘Wat doet een vrouw op dit tijdstip hier?’ vroeg mijn kleinste neef, Edje. Ik haalde mijn schouders op.
‘Een Javaanse vrouw,’ fluisterde Mantje. Hij fluisterde, omdat we de vrouw tot op een paar meter genaderd waren.
Ik weet nog niet waarom, maar ik kreeg de kriebels! Mijn nekharen gingen recht overeind staan. Vraag me niet waarom, ik weet het niet! Ik bedoel: wat deed een oude, Javaanse vrouw na twee uur in de ochtend in het donker op straat? En ze leek ons op te wachten ook! Ze had de hele tijd dat we haar naderden niet bewogen. Ze had slechts strak naar ons gekeken met een afwachtende houding alsof ze iets van ons wilde.
Naast de vrouw stonden twee koffers op de grond. Dat zagen we pas toen we er bijna over struikelden in de duisternis.
‘Kijk uit met de koffers! Breek je benen niet!’ sprak het vrouwtje met een hese stem. Ze sprak de woorden heel apart uit. Elk woordje kreeg een zucht aan het eind.
‘Sorry,’ zei ik. Ik keek in het gelaat van die vrouw en ging onwillekeurig een stap achteruit. Ik merkte aan de reactie van Robert en Peter dat ze ook schrokken.
De vrouw was ondanks al haar rimpels niet lelijk, of verminkt, of wat dan ook. Nee: we deinsden terug voor haar ogen! Die ogen! Ze waren op ons gericht met een intensiteit van 10.000 volt.
Heb je ooit de ogen van een hond gezien, die een week geen eten heeft gehad en dan opeens een mals biefstuk krijgt voorgeschoteld? Precies zo keek de vrouw naar ons! Uitgehongerd! Ze leek ons te willen verslinden met die ogen. De helderheid en vitaliteit van haar ogen waren in scherp contrast met haar hoge leeftijd.
Ik schatte haar op een jaar of zeventig.
‘Je hoeft je niet te verontschuldigen,’ sprak de vrouw weer met die zuchtende stem van haar.
‘Wat doet u zo laat op straat, mevrouw?’ vroeg Edje.
‘Ach, jongen, ik ben op weg. Ik heb echter moeite met die zware koffers,’ zei ze. Dat kon ik best begrijpen. De vrouw was klein, zeer tenger, oud en gebogen, terwijl de koffers groot waren en er zwaar beladen uitzagen.
‘Waar moet u dan naar toe?’ vroeg Edje.
De vrouw keek ons vreemd aan en lachte. Haar tanden waren verrot. Haar ogen lichtten helder op als schijnwerpers. Het was een eng gezicht.
‘Net een heks,’ fluisterde Mantje tegen mij.
‘Ik moet die kant op,’ zei de vrouw, terwijl ze een vage armbeweging maakte naar overal en nergens.
‘Gaat u naar familie? Waarom bent u niet overdag gegaan? Dit is geen tijd om te reizen, zeker niet voor een oude vrouw,’ sprak Edje hoofdschuddend.
De vrouw reageerde niet. Ze leek Edje wel gehoord te hebben, maar ging volgens mij bewust niet op zijn vragen in. Edje keek vragend naar mij. Ik haalde mijn schouders op. 'Waar komt u vandaan?’ vroeg Edje. Had ik al verteld dat Edje de nieuwsgierigste van ons drieën was? Nu reageerde de vrouw wel. Ze lachte weer, haar ogen lichtten weer op en opnieuw maakte ze een vaag gebaar met haar arm.
‘Daar kom ik vandaan.’
Als ik haar armgebaar goed interpreteerde, dan kon ze uit alle vier de windstreken komen. Edje kwam naast mij staan. ‘Misschien is ze op straat gezet door haar kinderen,’ zei hij zachtjes.
‘Of ze is ontsnapt uit een gekkenhuis,’ fluisterde ik.
‘Ze is in elk geval niet goed bij haar hoofd. Welke oude vrouw gaat om bijna 3 uur in de nacht hier met twee koffers sjouwen?’ zei Edje.
‘Ik ben moe,’ sprak de vrouw opeens, ‘want ik sjouw al heel lang rond met die koffers. Heel erg lang! Jullie hebben geen idee! Als jullie me een klein eindje kunnen helpen…. Ik loop met jullie mee. Jullie zijn lieve jongens. Jullie laten een oude vrouw vast niet alleen de twee koffers sjouwen!’
We keken elkaar aan na de smeekbede van de vrouw.
‘Laten we het maar doen,’ fluisterde Mantje, ‘dan leveren we haar af op de politiepost bij Tamenga. We kunnen haar toch niet laten staan?’
‘Het is goed, mevrouw. We zullen u helpen,’ zei ik.
‘Kom,’ zei Edje.
De vrouw giechelde, haar ogen glommen en ze keek zo zelf ingenomen en bevredigd, alsof ze een buit had binnengehaald. Om bij het voorbeeld van de hond te blijven: probeer je voor de geest te halen hoe de uitgehongerde hond zou kijken na het verorberen van een malse biefstuk. Zo keek de vrouw ook. Ik vertel je eerlijk: het zat me dwars. Ik voelde me niet prettig: nee! Eerlijk gezegd voelde ik angst, maar ik wist niet waarvoor. Afijn, Mantje pakte een koffer en ik pakte een koffer. We tilden de koffers op. Tenminste, dat waren we van plan. Onze armen schoten bijna uit hun kom.
De koffers waren zwaar!Loodzwaar! Ze kwamen gewoon niet los van de grond. Het leek of ze vastgelijmd waren! Ik keek even verbaasd naar Mantje, als hij naar mij.
‘Kom op dan,’ zei Edje ongeduldig, die er niets van begreep. Ik haalde diep adem en waagde nog een poging, die op niets uitliep.
‘Ik kan het niet…. Hij is te zwaar,’ stamelde ik, terwijl Mantje alweer met de andere koffer worstelde.
Edje liep nijdig naar me toe.
‘Man, het is nu toch geen tijd om grapjes te maken,’ zei hij geërgerd, terwijl hij de koffer beetpakte. Hij trok aan het handvat en keek toen ongelovig naar mij. Vervolgens keken we als op bevel, tegelijk naar de oude vrouw.
‘Hebt u deze koffers zelf gedragen?’ vroeg Edje.
‘Jullie zijn lieve jongens,’ fluisterde de vrouw, ‘maar ik zal ze zelf dragen!’. Ze lachte hees en strekte haar magere armen uit naar de koffers.
Mantje, Edje en ik lieten de koffers los en stapten naar achteren. Ik geloof achteraf, dat dat het moment was dat we alle drie doorkregen, dat er iets niet in de haak was. De oude vrouw greep de handvaten van de koffers en tilde de koffers omhoog, alsof ze niets wogen! Jezus!
Ik vertel je nu: we scheten onze broeken bijna vol! We waren drie jonge, gezonde, sterke Javaanse jongens. Als wij niet eens één koffer omhoog konden tillen….. Hoe kon dat oude, magere, gebogen vrouwtje dan beide koffers optillen, alsof ze niets wogen? Ze was
geen normaal wezen. Ik besefte opeens dat het nog steeds nacht was en donker en dat wij drieën alleen stonden tegenover de vrouw, of wat ze dan ook was!
‘Rennen!’ schreeuwde ik. Ik dacht dat ik schreeuwde, maar over mijn lippen kwam slechts een hees gefluister.
‘Lopen, vooruit! Rennen!’ schreeuwde ik nogmaals. Deze keer kwam mijn stemvolume overeen met mijn inzet. Mantje, Edje en ik begonnen te rennen. En hoe! We keken niet op of om, maar renden blindelings richting Tamenga. 'Jullie zijn lieve jongens. Ik ga met jullie mee,’ hoorden we achter onze rug.
We hadden ongeveer twee minuten gerend en begonnen vaart te minderen, toen we haar weer hoorden.
‘Jullie zijn lieve jongens. Ik ga met jullie mee!’
‘Grote God,’ dacht ik.
‘Ze volgt ons!’ riep Edje in paniek.
Ik keek om, terwijl ik door rende. Mandje en ik renden op gelijke hoogte naast elkaar. Edje bevond zich vlak achter ons. Op ongeveer tien meter afstand bevond de vrouw zich. Ze had nog steeds de twee koffers vast en leek eerder te zweven dan te lopen! Het leek of haar voeten de grond niet raakten. Ze zweefde met die koffers over de straat naar ons toe.
‘Sprinten! Ze haalt ons in!’ zei ik.
We renden en renden en renden. Mijn hart bonsde luidruchtig en snel, als een op hol geslagen paard. Het zweet gutste van mijn nek omlaag, liep over mijn ruggengraat en werd geabsorbeerd door mijn broek.
Weet je wat angst is? Echte angst? Ik bedoel geen doodsangst! Ik bedoel ook geen angst om door een auto overreden te worden! Die angsten zijn reëel, verstandelijk te bevatten. Ze maken deel uit van onze leefwereld. Ik heb het over echte angst, zoals je hopelijk nooit zult beleven.
Angst voor iets, wat boven je verstand gaat. Angst voor iets, wat niet in je leefwereld voorkomt. Ik was bang! Inwendig begon ik te bidden en van alles aan God te beloven! Ik zou nooit meer zondigen, goed voor mijn ouders zorgen, dagelijks in de Bijbel en Koran lezen, naar de kerk gaan… Als God ons maar kon verlossen van het kwaad…
‘Jullie zijn lieve jongens. Ik ga met jullie mee!’ hoorden we steeds achter ons. We konden niet meer, waren moe en kapot. We hijgden als blaasbalgen, maar we gingen door. Ik maakte me zorgen over Edje. Mantje en ik liepen op hem uit. Edje begon achter te raken. We wilden hem niet in de steek laten, maar we wilden ook niet in handen van de vrouw vallen. 'Jullie zijn lieve jongens. Ik ga met jullie mee!’, Ik keek om. Zonder enige vorm van moeite of vermoeidheid zweefde de vrouw nog steeds achter ons aan. Haar ogen lichtten onnatuurlijk op in het duister. Eng gewoon!
‘Lopen, Edje! Lopen!’ moedigde ik Edje aan.
We passeerden in donker gehulde woonhuizen. O ja, ik zou het bijna vergeten. In Suriname hadden veel mensen een hond. Zodoende lieten we een keten van blaffende honden achter ons, terwijl we de huizen voorbij snelden. 'Wacht op mij. Ik kan niet meer,’ hijgde Edje. We hielden in en keken om. De vrouw was er nog steeds. Ze was Edje tot op enkele meters genaderd. Ze zweefde naar hem toe, lachend en ons een rij rotte, donkere tanden tonend.
‘Jullie zijn lieve jongens. Ik ga met jullie mee!’ zuchtte ze.
‘Lopen Edje, lopen!’ schreeuwden we.
Zelf verhoogden we ons tempo. Ik hoorde de vrouw giechelen en toen volgde een schreeuw van Edje. Mantje en ik stopten, ondanks onze angst en keken om. De vrouw was nergens te bekennen. We keken boven ons, naast ons en achter ons. Ze was verdwenen!
Edje was kapot. Hij viel hijgend en zwetend op zijn knieën. Mantje en ik hadden dezelfde neiging, maar gaven niet toe. Stel je voor dat de vrouw terug kwam!
We pakten Edje elk onder een arm en sleurden hem overeind. Zo wankelden we verder. We waren echt kapot. We hadden alles gegeven om uit handen van de vrouw te blijven. Man, wat waren we blij toen we de politiepost van Tamenga bereikten. We konden wel janken van vreugde. In het licht van de lantarenpalen voelden we ons veilig. Edje was iets opgeknapt en liep op eigen kracht mee naar huis.
Eenmaal bij mijn neven thuis moest ik overgeven op het erf. De dag erna hebben we onze belevenis aan familieleden en kennissen verteld. Ze beweerden dat we te maken hadden met een leba.
Wat een leba is?
Ik heb het volgende begrepen: een leba is een soort geest, die zich aan mensen vertoont in de vorm van een oude vrouw of als een dikke vrouw. Ze sjouwt meestal iets mee. Ze zal je om hulp vragen bij het sjouwen. Help je haar, dan ben je de sigaar! Ze kan je achtervolgen, ze kan bezit van je nemen, ze kan je plagen en pesten en ze kan je leven in een hel veranderen! Ze kan je leed en schade berokkenen. Waarom een leba al die vreemde dingen doet, is onbekend. Geen Surinamer kan je vertellen waarom! Net zo min wat het doel is van het sjouwen van zware dingen. Het is gewoon een vaststaand feit dat leba’s bestaan en wat ze kunnen doen; het hoe en vooral, waarom, heeft niemand me nog kunnen uitleggen. Je moet gewoon accepteren en aannemen dat ze er zijn en dat ze kwaadaardig zijn.
Edje werd na de ervaring heel erg ziek. Twee weken lang had hij koorts, hij ijlde en gaf veel over. Zelfs op de dag, als hij wakker was, zag hij de vrouw voor zich. Hij wees dan met zijn vinger naar iets, wat wij niet zagen. Heel eng. Hij vermagerde met de dag, want hij hield niets binnen. Alles wat hij at, kwam er uit. Soms sprong hij gillend uit bed en wilde dan wegrennen naar buiten toe.
Voor mijn oom en tante was het zwaar en moeilijk. Ik verlengde mijn verblijf met een week om ze bij te staan. We gingen vaak met hem naar de dokter. De dokter gaf hem injecties en medicijnen, maar het hielp allemaal niets.
Familie, kennissen en vrienden zeiden allemaal dat we een bonoeman, een toverdokter, er bij moesten halen. Of iemand, die het wintigeloof beheerste. Iemand, die met bovennatuurlijke krachten wist om te gaan en thuis was in die wereld. Edje werd waarschijnlijk lastig gevallen door de leba. Ik zelf geloofde ook in het laatste. Uiteindelijk bracht een oude Hindoestaanse pandiet de oplossing. De Hindoestaanse priester sprak allerlei gebeden uit. Hij gebruikte zijn oude boeken daarbij. Het waste Edje met speciaal water. Hij voerde ook een ritueel uit met een bezem, die we later moesten verbranden. Toen pas werd Edje beter.
De Hindoestaanse priester beaamde dat Edje inderdaad werd ziek gemaakt door de leba. Ik hoef je zeker niet te vertellen dat we daarna zelden naar de Midnight Special gingen in theater Metro! Zo wel, dan reden we met iemand heen en terug, of we pakten de taxi.
Weet je wat ik er ook aan overhield? Ik heb jarenlang een panische angst gehad voor oude Javaanse vrouwen, die met spulletjes rondsjouwden! Lach niet!
Ik weet dat veel mensen mijn verhaal als ongeloofwaardig zullen betitelen. Zeker de jeugd van tegenwoordig. De jeugd van tegenwoordig gelooft alleen in seks en drugs en computers. Ik raad je echter aan om mijn verhaal in gedachten te houden. Vergeet het nooit.
Mocht je ooit op vakantie zijn in Suriname, of mocht je ooit in de Nederland zijn, (want ook in Nederland gebeuren vreemde dingen!) dan moet je uitkijken! Vraagt een oude vrouw je om hulp met het sjouwen van spullen, weiger dan! De kans bestaat dat je met een leba te maken hebt.
Gaat het om een echte vrouw dan heeft ze pech. Jij moet geen risico nemen, brada/sisa!
Bron: eigen ervaring
⭐️= Het verhaal is geplaatst zoals die ontvangen is.
Reactie plaatsen
Reacties