STORY 836: MARLENE’S ZIEKELIJKE JALOEZIE

Gepubliceerd op 6 maart 2026 om 04:47

🟦 Ingezonden door: Rachel van Eer


                ⚜️MARLENE'S ZIEKELIJKE JALOEZIE⚜️

------------------------------

Goedemorgen lieve OST-leden,

mijn naam is Rachel van Eer. Ik ben zestien jaar en over precies een week word ik zeventien. In mijn vorige oproep had ik gevraagd of iemand mij kon helpen met het vinden van een medium voor mijn moeder. Sommigen van jullie vroegen waarom ik die hulp zo hard nodig heb. Vandaag ga ik eindelijk vertellen waarom. Dit is mijn verhaal, en alles wat ik hier beschrijf is écht gebeurd.

 

Ik kom uit een extreem grote familie. In totaal zijn wij met negenentwintig kinderen. Ik ben het enige meisje. Ja, echt, de enige. Ik heb alleen maar broers. Aan de kant van mijn moeder heb ik veertien broers en aan de kant van mijn vader ook nog eens veertien broers. Ik ben dus letterlijk omringd door mannen. Mijn geboorte was volgens iedereen in de familie iets heel bijzonders. Men zegt altijd dat ik met geluk geboren ben. Dat betekent dat ik soms zomaar geld op straat kan vinden, of dat mensen mij spontaan geld geven zonder reden. Alsof het geluk mij gewoon volgt. Dat is iets wat ik al mijn hele leven heb.

 

Mijn moeder komt zelf ook uit een grote familie. Zij is de oudste van twaalf kinderen. Mijn oma heeft dus twaalf kinderen gekregen, en mijn moeder was altijd degene die alles moest dragen en oplossen. Wat ook bijzonder is: mijn moeder kreeg alleen maar tweelingen of drielingen. Ik ben zelf ook een tweeling, maar mijn tweelingzus is helaas overleden. Dat maakt mijn band met het spirituele misschien nog sterker, dat weet ik niet.

 

De jongste zus van mijn moeder is mijn tante Marlene. Zij is het laatste kind van mijn oma. En deze tante… deze tante heeft echt een zwart hart. Zo noem ik het. Ze was altijd jaloers op andere mensen. Op iedereen die iets had, of iets kreeg, of iets leek te bereiken. Ze kon niemand iets gunnen.

 

Ik heb ook altijd gehoord dat ik de reïncarnatie zou zijn van mijn overgrootvader, van mijn vaders kant. Wat dat precies betekent weet ik niet volledig, maar ik weet wel dat ik niet tegen reizen kan. Ik kan niet naar het buitenland gaan, want dan word ik extreem ziek. Alle kinderen van mijn moeder zijn in Frans-Guyana geboren, behalve ik en mijn overleden tweeling. Wij zijn de enigen die in Suriname zijn geboren.

 

Vroeger woonde ik samen met mijn moeder, twee van mijn broers, en ook met mijn tante Marlene en haar drie kinderen in hetzelfde huis. Het was geen fijne sfeer. Ik voelde me daar nooit echt veilig.

 

Ik kreeg mijn menstruatie al toen ik negen jaar was. Mijn borsten begonnen ook al vroeg te groeien. Ik zag er dus veel ouder uit dan ik eigenlijk was. Rond die tijd raakte ik bevriend met een Chinese jongen. Hij was ouder dan ik, maar hij behandelde mij altijd netjes. Door hem leerde ik ook alle mensen kennen van die Chinese winkel. Ze waren heel lief voor mij. Ik kreeg vaak snoepjes, kleine cadeautjes en soms geld.

 

Op een dag ging ik samen met mijn tante Marlene naar die winkel. Het was december en dan verkopen ze altijd vuurwerk. Mijn moeder had niet veel geld, dus we moesten maar een paar kleine dingen kopen. Mijn tante had haar vuurwerk al betaald en we stonden op het punt om weg te gaan, toen de Chinees ineens zei:

“Wacht even.”

 

Hij liep naar achter en kwam terug met een hele zak vuurwerk voor ons. Gewoon gratis. Mijn tante zei meteen dat ik het niet moest aannemen, maar ik deed het toch. Ik was blij. Later vertelde mijn tante dit aan mijn moeder en zei dat ik nooit dingen moest aannemen van die Chinees. Maar mijn moeder zei:

“Die man doet geen kwaad, hij is gewoon aardig.”

 

Op mijn verjaardag zou mijn moeder een snelle cake voor mij bakken. We gingen samen naar de winkel, en mijn tante ging ook mee. Ik kreeg van de Chinees cadeautjes en zelfs een Fernandes-taart. Mijn tante dacht slim te zijn en zei dat haar dochter ook jarig was, in de hoop dat zij ook een gratis taart zou krijgen. Maar de Chinees keek haar gewoon aan en zei alleen:

“Gefeliciteerd.”

 

En daar begon het. De jaloezie. Om kleine, domme dingen. Vanaf dat moment begon mijn tante slechte verhalen te verzinnen over die Chinese winkel. Ze zei dat ze kinderen ontvoerden. En het enge was: iedereen geloofde haar. Ze begon mij ook uit te schelden. Ze noemde mij een kleine hoer, omdat ik er volgens haar te volwassen uitzag voor mijn leeftijd.

 

Maar daarna werd het veel erger. Veel gevaarlijker. Want toen begon ze met wisie.

 

Mijn moeder zocht werk en wilde gaan werken bij een bedrijf waar mijn tante vroeger had gewerkt, omdat het daar goed betaalde. Ze vroeg mijn tante om haar te helpen. Mijn tante zei:

“Ik heb twee pasfoto’s van je nodig.”

 

Mijn moeder gaf haar die foto’s. Later raakte mijn moeder toevallig bevriend met de baas van dat bedrijf. Ze vroeg hem:

“Waarom hebben jullie eigenlijk twee pasfoto’s nodig van mensen?”

 

Die man keek verbaasd en zei:

“Dat doen wij helemaal niet. Wij vragen nooit naar pasfoto's”

 

Mijn moeder schrok en ging meteen naar mijn tante. Ze kregen een enorme ruzie. Mijn tante beweerde dat ze de foto’s had teruggegeven, maar dat was een leugen. Ze had ze nooit teruggegeven.

 

Enkele maanden later ontdekte mijn moeder dat ze zwanger was. Maar ze werd ineens extreem ziek en werd opgenomen in het ziekenhuis. Tante Marlene moest toen op ons letten. Ze was verschrikkelijk tegen ons. Ze gaf ons soms dagenlang geen eten. We verhongerden letterlijk. Als ik haar vroeg om eten, zei ze:

“Ga je lichaam maar verkopen aan de Watermolenstraat. Je bent toch een kleine hoer. Ga jouw poes maar ronddelen aan die mannen, want je bent toch nergens goed voor. Ga maar werken voor jouw eigen geld en voor jouw eigen eten”

 

Ik huilde elke dag. Ik was kapot van verdriet.

 

In die periode begon ik steeds dezelfde droom te krijgen. Ik zag drie inheemse vrouwen. Ze namen mij mee naar een prachtige plek. Alles was groen, rustig en licht. Op een dag vroeg ik:

“Waarom laten jullie mij dit steeds zien?”

 

Eén van hen wees in de verte. Ik zag mijn moeder staan. Ze zag er ziek en verdrietig uit. Achter haar stond een vrouw die vocht met een grote slang.

De vrouw zei:

“Je moeder komt over een paar weken uit het ziekenhuis. Zeg haar dat ze moet oppassen. Die slang wil haar bijten.”

 

Ik schrok wakker, de droom had mij enorm bang gemaakt, ik trilde over mijn geheel lijf, was bezweet en ging meteen douchen. Toen ik terugkwam in mijn kamer lag er een echte bruine slang met zwarte strepen op mijn vloer. Ik wilde schreeuwen, maar ineens werd mijn mond dichtgedrukt. Eén van die inheemse vrouwen stond gewoon in mijn kamer. Zij was daar echt aanwezig. Niet in een droom. Naast haar stonden een jongetje en vijf boslandcreoolse mannen in pangi.

 

Ik raakte buiten bewustzijn. Toen ik wakker werd, was alles weg. Maar het huis rook vreemd. Zwaar. Anders.

 

Weken later kwam mijn moeder thuis. We vertelden haar alles. Mijn tante vertrok, zonder uitleg en verdween jarenlang uit ons leven.

 

Toen ik twaalf was, vroeg mijn moeders nieuwe vriend Ruben haar ten huwelijk. Ik was blij voor haar. Even leek alles weer de goede richting op te gaan nu daar mijn tante uit ons leven vertrokken was. 

 

Op een dag verscheen het jongetje weer in mijn kamer. Hij zei:

“Vroeger was jij een inheemse man. Daarna een vrouw. Daarna een negerin. Daarna een neger man. Nu ben je weer een meisje. Vind je dat leuk?”

 

Ik begreep er niks van en keek hem angstig en tegelijkertijd verbaasd aan. Daarna zei hij:

“Wil je met mijn moeder praten?”

 

De inheemse vrouw verscheen. Ze zei:

“Er komt iets slechts op je pad. Sluit altijd je deur. Zet zout bij je deur en onder je kussen.”

 

Ik deed wat ze zei.

 

Om drie uur ’s nachts werd ik wakker. Mijn deur stond open. In mijn kamer stonden boslandcreoolse en inheemse mannen met wapens. Ze vochten met iets wat ik niet kon zien. Daarna verdwenen ze alsof ze er nooit geweest waren. Ik ben nog nooit zo bang geweest. 

 

Weken later logeerde ik bij mijn broer John. Hij kreeg hartkloppingen en begon te gillen. Mijn moeder kwam binnen en ging in trance. De geest van die vrouw met de slang nam bezit van haar.

 

Toen kwam mijn gemene tante Marlene de woning binnen. Helemaal in het zwart gekleed. Wij waren allemaal uiterst verbaasd dat ze ineens kwam opdagen. Ze wilde mij omhelzen, maar ik werd weggetrokken. De geest in mijn moeder, die bezit van haar lijf genomen had, joeg tante Marlene het huis uit.


Dit alles was een zeer vreemde ervaring en ik kan het niet zo goed onder woorden brengen. Maar mijn slechte tante is nooit opgehouden met haar wisie praktijken en ze stuurde steeds haar negatieve demonische rommel op ons gezin af. Haar eigen zus, haar eigen nichtjes en neefjes gunde ze niks. Die vrouw blijft maar doorgaan, ondanks we haar niks aangedaan hebben. 

 

Door haar wisie is mijn broer John is uiteindelijk gek geworden. Wij hebben overal hulp gezocht voor hem maar het is ons nog niet gelukt. Dit allemaal is nog gaande en ik weet niet hoe dit zal eindigen. 

Mijn moeder is nog steeds in gevaar, en ik maak me er zo een zorgen over. Want deze tante zal niet rusten tot ze mijn moeder van deze aarde gewist heeft. Ik kan alleen hopen dat dit haar nooit zal lukken en dat god ons zal bedekken met zijn heilig bloed. 

 

Ik leef elke dag in angst, ik ben bang dat het straks te laat is. En soms droom ik die slang weer. Hierdoor weet ik dat mijn tante nog actief bezig is ons gezin kapot te maken. 

⭐️⭐️= het verhaal is herschreven door de OST beheerder Yvanna Hilton

Reactie plaatsen

Reacties

Anastasia
een maand geleden

Dag Rachel van Eer, wat erg dat jij dit allemaal moet meemaken. Ik wou dat ik je kon helpen. Blijf bidden en vraag ook dat ze de weg wijzen naar iemand die jullie kan helpen. Ik wens je heel veel sterkte toe en geef niet op.