STORY 833: ADEK: TEGEN WIE SPRAK JE?

Gepubliceerd op 20 februari 2026 om 10:01

🟧 Ingezonden door: F.S

         ⚜️ADEK: TEGEN WIE SPRAK JE?⚜️

--------------------

Beste OST-leden,

ik ben inmiddels al anderhalf jaar student op het ADEK-terrein en eerlijk gezegd moet ik toegeven dat ik vroeger totaal niet in het paranormale geloofde. Ik was altijd nuchter, rationeel en dacht dat alles wel een logische verklaring had. Geesten, entiteiten en dat soort verhalen vond ik vooral iets voor films of sterke verhalen van anderen.

 

Mijn kijk hierop is echter compleet veranderd sinds ik zelf op ADEK studeer. Ik wil graag mijn ervaring met jullie delen, maar ik vraag wel vriendelijk om alleen mijn initialen te gebruiken.

 

Na het lezen van verschillende paranormale ervaringen op het ADEK, heb ik besloten dat het tijd is om ook mijn eigen ervaring naar buiten te brengen. Want wat ik daar heb meegemaakt, kan ik tot op de dag van vandaag niet verklaren.

 

De eerste maanden – niets bijzonders

 

In het begin merkte ik eigenlijk helemaal niets vreemds. Ik was vooral druk bezig met studeren, toetsen halen, deadlines, presentaties… gewoon het normale studentenleven. Mijn hoofd zat zo vol met leerstof dat ik totaal geen ruimte had om me bezig te houden met verhalen over spoken of paranormale verschijnselen.

 

En eerlijk gezegd: ik geloofde er toch niet in. Dus zelfs als iemand me had verteld dat ADEK zou “spoken”, had ik dat waarschijnlijk lachend weggewuifd. Het laatste waar ik aan dacht, was dat ik zelf ooit iets zou meemaken dat mijn hele overtuiging op z’n kop zou zetten.

 

 

De aanraking

Tot die ene dag tijdens de les.

Ik zat rustig in de klas, geconcentreerd te luisteren naar de docent, toen ik ineens iets voelde wat ik nooit meer zal vergeten. Het voelde alsof er een vinger langzaam over het midden van mijn rug gleed. Niet vluchtig, maar echt bewust, strelend, met lichte druk.

 

De aanraking begon bij mijn onderrug en ging langzaam omhoog. De nagel voelde scherp, bijna puntig. Het was overduidelijk een vinger, daar kon geen twijfel over bestaan. En het meest angstaanjagende: die vinger was ijskoud. Niet gewoon koud, maar alsof hij van iemand kwam die net uit een vriezer was gehaald. Doodskoud.

 

Mijn hele lichaam verstijfde. Ik durfde me niet om te draaien. Ik wist meteen: dit was geen grap van een medestudent. Niemand stond zo dicht achter me, en als dat wel zo was geweest, had de docent dat zeker gezien. Bovendien voelde ik die vinger onder mijn kleding, direct op mijn huid. Dit was niet normaal. Dit was geen mens.

 

Ik kreeg kippenvel over mijn hele lichaam.

 

 

 

Het gegrom

De vinger gleed langzaam verder, tot in mijn nek. Daar drukte de nagel ineens extra hard, bijna pijnlijk. En toen… verdween de aanraking abrupt.

 

Maar precies op dat moment hoorde ik iets bij mijn oor. Een laag, diep gegrom. Niet menselijk. Het klonk als een agressief dier, alsof iets groots en zwaars vlak naast me stond te ademen. Ik hoorde duidelijk een zware ademhaling, alsof het ding zich letterlijk over me heen boog.

 

En toen kwam die geur.

Een misselijkmakende, rauwe lucht, alsof ik aan rottend vlees rook. Zo’n geur die je maag meteen doet omdraaien. Ik kan het niet beter beschrijven dan dat. Het was afschuwelijk.

 

Dat gehijg duurde misschien maar twee minuten, maar voor mijn gevoel leek het uren. Mijn hart bonsde in mijn keel. Ik durfde niet te bewegen, niet te praten, niet eens te ademen.

En toen… ineens was alles weg.

De geur verdween. Het geluid stopte. Ik hoorde de docent weer normaal praten, alsof er nooit iets gebeurd was. De klas ging gewoon door.

 

Was het verbeelding?

 

Ik zat nog een hele tijd stokstijf op mijn stoel. Ik keek om me heen, zoekend naar een verklaring. Maar iedereen was gewoon bezig met de les. Niemand lachte. Niemand keek naar mij. Niemand leek iets gezien of gehoord te hebben.

 

Ik was doodsbang, maar ik durfde niets te zeggen. Ik was bang dat mensen me voor gek zouden verklaren. Uiteindelijk praatte ik mezelf wijs dat ik gewoon moe was. Dat het stress was. Dat ik het me had ingebeeld.

 

Al wist ik diep van binnen: dit was geen verbeelding.

Maar omdat ik nooit in dit soort dingen had geloofd, vocht ik tegen mijn eigen gevoel in. Ik zocht een rationele verklaring, al had ik die eigenlijk niet.

 

 

Het meisje op de wc

Wat mij definitief overtuigde dat ADEK vol entiteiten zit, gebeurde later.

Ik was op de wc en raakte daar aan de praat met een meisje. Ik weet niet eens meer precies waar het over ging, maar volgens mij hadden we het over onze studie. We stonden zeker tien tot vijftien minuten te praten. Het gesprek voelde heel normaal en gezellig.

 

Ik had haar nog nooit eerder gezien op het terrein. Zij zei dat zij mij wel vaker had gezien. Ze kwam over als een vrolijk, slim meisje. Ze zei dat ze goed was in bepaalde vakken waar ik juist moeite mee had en dat ze me graag wilde helpen.

 

We wisselden nummers uit.

Zij schreef haar nummer op de kaft van één van mijn mappen. Ik schreef mijn nummer in haar schrift. Heel normaal. Niets vreemds.

 

 

“Je praatte tegen jezelf”

Even later kwamen enkele medestudenten naar me toe. Ze vroegen:

“Wat was je daar eigenlijk aan het oefenen?”

 

Ik begreep ze niet. Oefenen? Waar hadden ze het over?

Toen zeiden ze:

“We zagen je al een hele poos tegen jezelf praten. Was je je lessen aan het repeteren of zo?”

 

Op dat moment zakte de grond onder mijn voeten weg.

Ik vertelde hun dat ik met een meisje had staan praten op de wc. Dat we over de studie hadden gesproken. Dat we nummers hadden uitgewisseld.

 

Maar zij keken me geschokt aan en zeiden:

“Er stond helemaal niemand bij jou.”

 

Ze vertelden dat ze me al een hele tijd observeerden en dat ik letterlijk tegen de lucht stond te praten. Alsof ik alleen was.

 

Mijn hart sloeg een slag over.

 

 

Het nummer

Ik liet hun haar nummer zien. Het stond nog steeds op mijn map. Ze vonden het allemaal extreem eng. Ze zeiden dat ik moest bellen om te kijken wie zou opnemen.

 

Maar ik durfde niet. Echt niet.

Iets in mij zei dat ik beter niet kon bellen.

 

Na die dag kreeg ik meerdere keren telefoontjes van een onbekend nummer. Geen nummer zichtbaar. Alleen geruis. Gekraak. En ergens diep op de achtergrond een stem die ik niet kon verstaan.

 

Die telefoontjes begonnen pas nadat ik dat meisje had ontmoet.

 

Soms wil ik bellen. Gewoon om mezelf te bewijzen dat ze echt bestond. Dat ik niet gek ben. Dat het een normaal meisje was. Maar telkens als ik mijn telefoon pak, krijg ik een rilling over mijn rug.

Want als ze echt bestond…

waarom heeft ze mij dan nooit normaal teruggebeld?

 

En als ze níét bestond…

tegen wie stond ik dan eigenlijk te praten?

 

Sindsdien loop ik anders over het ADEK-terrein.

Ik voel me vaker bekeken. En soms, heel soms, hoor ik weer dat lage ademhalen vlak achter me…

Alsof iets mij in de gaten zit te houden. 

⭐️⭐️= het verhaal is herschreven door OST beheerder Yvanna Hilton

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.