🟪 Ingezonden door: Kleine Neger Paco
⚜️TIJDENS MIJN NIGHTSHIFT⚜️
----------------------------
Hallo beste lezers en trouwe volgers van OST. Na lange tijd ben ik er weer met een verhaal. Ik wil een persoonlijke ervaring delen die ik meegemaakt heb tijdens mijn werk. Een ervaring die me tot op de dag van vandaag niet loslaat.
Bigi sma zeggen altijd:
“If ie shiei tjien negre ey pley yoka ondro amandra bong, a no wan bun sani.”
(Als je kleine jongetjes ziet knikkeren onder een amandelboom, is dat geen goed teken.)
Destijds begreep ik die woorden niet volledig. Nu wel.
Voor dit verhaal zal ik mezelf DINO noemen. Ik werk als beveiliger op een locatie die ik bewust niet bij naam zal noemen, omdat ik mijn baan niet op het spel wil zetten. Wat ik wél kan vertellen, is dat ik daar sinds 22 maart 2020 werkzaam ben en er tot op de dag van vandaag nog steeds werk. Nooit eerder had ik daar iets meegemaakt wat ook maar in de buurt kwam van wat er die ene nacht gebeurde.
Een ogenschijnlijk normale nachtdienst
Het was een mooie donderdagavond. Ik had, zoals altijd, nachtdienst. Ik draai namelijk uitsluitend nachtdiensten en ben dat ritme inmiddels gewend. Alles verliep aanvankelijk normaal. De nacht was rustig, de omgeving stil. Geen bijzonderheden.
Totdat ik plotseling een heel vreemd, beklemmend gevoel kreeg.
Ik ben iemand die het direct voelt wanneer iets niet klopt. Dat onderbuikgevoel is nooit zonder reden, en deze keer was het sterker dan ooit. Het kroop langzaam over me heen, alsof de lucht zwaarder werd. Ik vroeg mezelf af:
“Wat is dit? Waarom voel ik me ineens zo ongemakkelijk?”
Rond 00:30 uur begonnen de honden uit de buurt zich vreemd te gedragen. Ze huilden, jankten en maakten geluiden die ik daar nog nooit had gehoord. Het ging niet om één hond, maar om meerdere tegelijk, alsof ze allemaal op hetzelfde moment reageerden op iets wat ik niet kon zien.
Ik dacht nog: “Booi… dit is echt vreemd. Dit maak ik hier voor het eerst mee.”
De witte stier
Ik besloot mijn eerste ronde over het terrein te lopen, gewoon om mezelf gerust te stellen. Maar wat ik achterin het terrein zag, deed mijn hart letterlijk overslaan.
Daar stond een enorme spierwitte stier.
Niet zomaar een dier. Hij was abnormaal groot, zijn vacht was onnatuurlijk wit en hij maakte een diep, dreigend geluid dat door merg en been ging. Het klonk kwaad. Boos. Alsof hij niet thuishoorde in deze wereld.
Ik kon mijn ogen niet geloven. In al die tijd dat ik daar werkte, had ik nog nooit zoiets gezien. Mijn eerste gedachte was: “Dit kan niet kloppen.”
Ik pakte mijn telefoon en belde direct de eigenaar van het terrein. Hij klonk zichtbaar geschrokken en zei stellig dat hij geen enkele stier had. Toch beloofde hij meteen om naar de locatie te komen.
Na wat aanvoelde als een eeuwigheid kwam hij aanrijden. Ik nam hem mee naar de plek waar de stier stond en wees ernaar.
“Daar! Zie je hem dan niet?!” zei ik, bijna wanhopig.
Maar de eigenaar keek me aan alsof ik gek was.
“Ik zie helemaal niets,” zei hij rustig. “Ben je zeker van wat je hebt gezien?”
“Ja natuurlijk! Hij staat daar nog steeds!” antwoordde ik.
Hij schudde zijn hoofd.
“Er is daar echt niks. Misschien ben je vermoeid. Misschien hallucineer je.”
Ik wist niet wat ik moest zeggen. Ik zag iets wat hij niet zag. Hoe harder ik aandrong, hoe ongeloofwaardiger ik klonk. Uiteindelijk liet ik het erbij.
“Misschien heb je gelijk,” zei ik verslagen. “Misschien ben ik gewoon moe.”
We praatten nog even en daarna vertrok hij weer. Ik deed nog een laatste ronde en ging terug naar mijn post, maar de rust was ver te zoeken.
De vrouw in de spiegel
Rond 02:30 uur begon de vermoeidheid toe te slaan. Mijn ogen werden zwaar en ik voelde dat ik moest oppassen. Ik besloot naar de wc-ruimte te gaan om mijn gezicht te wassen met koud water, in de hoop weer wakker te worden.
Ik boog voorover, liet het koude water over mijn gezicht stromen en haalde diep adem. Toen ik me weer oprichtte en in de spiegel keek, stokte mijn adem.
Achter mij stond een vrouw.
Ze was gekleed in wit, haar huid was bleek, bijna grauw. Haar verschijning was vaag, maar duidelijk genoeg om te weten dat ik dit niet verzon. Ik schrok zó erg dat mijn hart bijna uit mijn borst sprong.
Nog voordat ik kon reageren, was ze verdwenen.
Ik rende de wc uit en bleef even staan, happend naar adem.
“Wat gebeurt hier vandaag?” dacht ik. “Dit heb ik hier nog nooit meegemaakt.”
Twijfel begon me te overspoelen.
Had ik het echt gezien?
Was ik oververmoeid?
Of probeerde mijn verstand me gerust te stellen terwijl mijn ziel iets heel anders wist?
De stemmen van kinderen
Terug op mijn post probeerde ik mezelf kalm te houden. Ik bleef mezelf voorhouden dat ik moe was, overwerkt misschien. Dat nachtdiensten dit met je doen.
De uren kropen voorbij. Alles leek weer normaal. Geen geluiden, geen vreemde verschijningen. Ik begon mezelf zelfs gerust te stellen:
“Zie je wel, het was allemaal je verbeelding.”
Tot 03:05 uur.
Mijn post bevindt zich op ongeveer vijf meter afstand van de Indira Gandhiweg, een drukke hoofdweg overdag, maar ’s nachts verlaten. Terwijl ik rustig zat, hoorde ik ineens lachende kinderen.
Het klonk als kleine jongens die met elkaar praatten en riepen:
“Yu moes pley… Na yu beurt, jongu… Pley snel noh!”
(Jij moet spelen… het is jouw beurt… speel snel!)
Het klonk alsof ze een spelletje speelden. Maar hoe ik ook keek, ik zag niemand. Ik liep een stukje rond mijn post, keek de omgeving af, maar er was geen enkel kind te bekennen.
En toch… de stemmen bleven.
De knikkerende jongens
Plotseling zag ik ze. Niet ver van mij vandaan zaten vier kleine jongetjes te knikkeren. Ze leken mij totaal niet op te merken. Ze waren volledig in hun spel verdiept, alsof ik niet bestond. Mijn lichaam verstijfde. Ik kon me niet bewegen. De angst sloeg keihard toe. Met trillende handen pakte ik mijn zaklamp en scheen in hun richting.
In een fractie van een seconde waren ze verdwenen.
Mijn hart bonsde. Ik deed de zaklamp uit…
En daar zaten ze weer. Knikkeren. Lachen. Rennen.
Ik deed het licht weer aan. Weg.
Licht uit. Terug.
Het besef sloeg in als een mokerslag: dit waren geen normale kinderen. Dit waren bakroes of andere entiteiten die zich voordeden als kinderen. En met zulke dingen maak je geen grappen.
Ik bleef op afstand, durfde geen stap dichterbij te zetten. De angst zat diep. Ze maakten lawaai, renden, lachten, alsof het een drukke speeltuin was — midden in de nacht.
Dit ging urenlang door.
De stilte na de regen
Pas toen het ineens keihard begon te regenen, veranderde alles. Het geluid van spelende kinderen werd zachter… en verdween uiteindelijk volledig.
De nacht viel stil.
Ik heb mijn dienst kunnen afmaken, maar de opluchting ging hand in hand met angst. Waarom gebeurde dit ineens, na al die tijd? En wie zegt mij dat het nooit meer zal gebeuren?
Tot op de dag van vandaag draag ik die nacht met me mee.
Want soms, tijdens een stille nachtdienst…
luister ik extra goed en dan hoor ik nog die 'kinderen' rennen en spelen.
⭐️⭐️ = Het verhaal is herschreven door de OST-beheerder Yvanna Hilton
Reactie plaatsen
Reacties