🟩 Ingezonden door: Bryan De Meza
⚜️HET KWAM STEEDS OP ONS LIGGEN ⚜️
---------------------------
Hallo iedereen van OST, na lang twijfelen heb ik toch besloten mijn verhaal te delen. Wat ik hier vertel, is geen verzinsel, geen droom die achteraf is aangedikt, maar iets wat ik daadwerkelijk heb meegemaakt. Tot op de dag van vandaag staat het in mijn geheugen gegrift, alsof het gisteren gebeurde.
Samenwonen
Van 2010 tot 2012 had ik een relatie met een dame genaamd Carmelita. Ze had twee jonge kinderen: een zoontje van vier jaar (Mitchell) en een dochtertje van twee, genaamd Danielle. Om redenen die er nu eigenlijk niet meer toe doen, ben ik destijds bij haar ingetrokken. Ik woonde dus bij haar in. Als je van iemand houdt, maak je soms keuzes die je achteraf misschien niet rationeel kunt verklaren. De liefde kan heel veel met een mens doen, zoals jullie weten.
We sliepen met z’n vieren in één kamer. In het midden stond een groot kingsize bed. Daar sliepen mijn vriendin en ik samen met haar dochtertje. Aan de andere kant van de kamer stond een eenpersoonsbed voor haar zoontje. Het was een kleine kamer, maar het voelde toen logisch, warm en vertrouwd.
Ik had altijd al de gewoonte om met mijn vriendin in mijn armen te slapen. Zo ook die bewuste nacht. Ik lag op mijn rechterzij, mijn vriendin tegen mij aan, haar hoofd rustend op mijn rechterarm. Haar dochtertje lag achter mij, tegen mijn rug aan. Haar zoontje lag recht tegenover ons, in zijn eigen bed.
Alles was rustig. Stil. Donker.
De eerste aanraking
Op een gegeven moment werd ik half wakker. Niet volledig, maar net genoeg om te voelen dat er iets niet klopte. Alarm bellen gingen af door mijn lijf maar ik begreep niet waarom. Het eerste wat ik merkte, was een zwaar gevoel, echt een behoorlijk gewicht, op mijn lichaam. Alsof er iemand op ons lag. Op mij én op mijn vriendin.
Toen ik mijn ogen opende, zag ik het.
Een donkere gedaante, als een levende schaduw. Ongeveer even groot als ikzelf. Het had geen duidelijk gezicht, geen herkenbare trekken… behalve één ding: witte tanden. Een brede, onnatuurlijke grijns die fel afstak tegen het pikzwarte lichaam.
Het keek me recht aan. Het lachte. Niet vriendelijk, maar spottend, heel sinister. En terwijl het dat deed, voelde ik hoe het probeerde mij en mijn vriendin uit elkaar te trekken, alsof het ons wilde scheiden. Gewoon vrijpostig keek het mij aan alsof mijn mening en aanwezigheid hem niks kon schelen. Met zijn vreemde onmenselijke lange vreemd uitziende handen probeerde hij ons ruw uit elkaar te duwen.
Mijn rechterarm zat vast onder mijn vriendin, dus ik kon geen kant op. Toch voelde ik geen paniek. Geen angst. Integendeel, ik werd boos. Alsof ik in defense mode ging. Instinctief begon ik met mijn vrije linkerarm elleboogstoten uit te delen, recht in de richting van die gedaante.
Maar het reageerde nauwelijks, het leek hem niet te deren. Het bleef lachen. Grijnzen. Alsof het zich vermaakte met mijn pogingen om hem aan te vallen. Na wat een minuut leek—al voelde het veel langer—trok het 'ding' zich langzaam terug. Het gleed als een schaduw naar de hoek van de kamer, bij het voeteneind van het bed, en bleef daar hangen.
Ik maakte mijn vriendin wakker en fluisterde gejaagd dat er iets in de kamer was. Half slapend zei ze alleen:
“Ja… ik weet het.”
En nog voordat ik verder iets kon zeggen, viel ik opnieuw in slaap.
Het kwam terug
Maar een poos later werd ik opnieuw wakker.
Het 'ding' lag opnieuw op ons.
Weer voelde ik datzelfde gewicht, diezelfde druk. Weer probeerde het ons van elkaar los te trekken. Zonder aarzelen begon ik opnieuw met elleboog slagen en ook met vuistslagen dat ding van ons af te slaan. Mijn hart bonsde nu harder, maar nog steeds voelde ik geen echte angst—eerder vastberadenheid.
Toen gebeurde er iets wat alles verergerde.
Vanuit de hoek van de kamer, waar de gedaante zich eerder had teruggetrokken, zag ik ineens nog iets bewegen. Een kleinere gedaante. Klein, snel, donker. Het rende recht op het bed van haar zoontje af.
Het klom over zijn bed heen en begon aan hem te trekken.
Vreemd genoeg werd de jongen niet wakker.
In paniek schreeuwde ik zijn naam. Keer op keer. Hard. Mijn stem brak door de stilte van de nacht.
Op dat moment liet de kleine gedaante los. Het rende naar mijn bed toe, kwam dichtbij en keek me recht aan. Alsof hij niet verwacht had dat ik wakker zou zijn. Hij keek mij onderzoekend en tegelijkertijd bewonderend aan, alsof hij voor het eerst een mens gezien had.
En toen zag ik het gezicht, alsof het aan het vervormen was. Het leek precies op het gezicht van haar zoontje.
Mijn maag draaide om. Ik wist meteen dat het bedrog was, deze entiteit kon uiterlijk aannemen van een ander. Erg gevaarlijk dus, want ik kon het echte jongetje nog steeds in zijn bed zien liggen. Slapend, heel vredig. Ongeschonden.
We lagen inmiddels bijna op de rand van het bed. Het wezen was binnen handbereik. Ik haalde uit met mijn linkerhand en gaf het een keiharde klap met alle kracht die in mij zat.
Maar ook dit wezen bleef grijnzen.
De grote gedaante lag nog steeds op ons, alsof niks aan de hand was, met een brede grijns, pesterig leek het bijna. Ik bleef ze strak aankijken, mijn hart ging tekeer als een bezetene, niet wetende wat deze entiteiten precies van ons wilden. Samen trokken ze zich weer terug naar de hoek van de kamer, alsof ze zich even wilden hergroeperen. Ik weet niet als het aan mij lag, maar ik kreeg de indruk alsof deze 'dingen' niet verwacht hadden dat ik wakker zou zijn tijdens hun nachtelijke bezoek. Wat ze waren komen zoeken wist ik nog steeds niet, maar mijn vriendin en hun kinderen leken er geen last van te ondervinden want ze sliepen door zonder onderbreking.
Ik maakte mijn vriendin opnieuw wakker en zei, met trillende stem, dat het er nu twee waren. Ze antwoordde, nog steeds half slapend:
“Ja… een grote en een kleine toch?”
En opnieuw viel ik weg in slaap, alsof mijn lichaam het simpelweg niet langer aankon. Of het kwam door die entiteiten die iets deden om mij in slaap te brengen.
Het licht
Toen ik weer wakker werd, was alles anders.
Bij de deur, die zich in de hoek bevond aan het voeteneind van het eenpersoonsbed, verscheen ineens een fel licht. Zo fel dat het de hele kamer verlichtte. In dat licht zag ik duidelijk een kruis.
Het licht kwam los van de deur en zweefde de kamer in.
Tussen de deur en het kruis begon zich langzaam een witte mist te vormen. Die mist werd dikker, dichter… en nam uiteindelijk de gedaante aan van een man. Groter dan een normaal mens. Hij droeg een lang, wit gewaad dat leek te bewegen alsof het onder water hing.
Het kruis zweefde terug naar hem en bleef op zijn borst rusten. In de ene hand hield hij een hamer. In de andere grote, zware spijkers.
Ik was klaarwakker. Ik zag dit alles haarscherp.
Hij zweefde langzaam richting de hoek van de kamer, waar de twee donkere gedaantes zich bevonden. Hij keek naar hen. Zwijgend. Oordelend.
En toen—plotseling—schoten twee zwarte schimmen met enorme snelheid door het raam naar buiten, alsof ze werden weggejaagd.
De witte gedaante draaide zich daarna langzaam naar mij toe. Hij keek me een paar lange seconden aan. Zijn blik was intens, maar niet vijandig. Eerder geruststellend. Beschermend.
Vervolgens begon hij langzaam te vervagen, als rook of mist, tot hij volledig verdween.
Daarna
Ik viel meteen weer in slaap.
Sinds die nacht heb ik nooit meer last gehad van iets dergelijks. Geen schaduwen, geen druk, geen aanwezigheid. Niets.
Dit gebeurde meer dan tien jaar geleden, maar ik herinner me elk detail alsof het gisteren was. Carmelita kon mij ook geen antwoorden te geven, het enige wat ze zei was dat ze het zelf ook niet begreep en dat de wezens haar ook bezocht hadden maar dat ze hen niet kende. Ze leek ook niet bang voor ze, volgens haar waren het gewoon dingen van de buurt. Ze had ze slechts enkele keren gezien. Maar daarna niet meer, hoogstwaarschijnlijk omdat deze 'dingen' je in een soort diepe slaap zetten als ze langskomen. Als ik doorgeslapen zou hebben, had ik ze vast ook niet gezien. Ik begrijp niet waarom ik die nacht wakker werd om dit mee te maken.
Ik rook en drink niet, dus dit was geen hallucinatie en ik was ook niet dronken.
Een verklaring is welkom—al heb ik er zelf eentje voor mezelf. Toch ben ik ontzettend benieuwd wat jullie, de leden van OST, denken dat dit geweest kan zijn.
Ik zit met zoveel vragen.
Wat kwam er die nacht op ons liggen…
en wat heeft ons uiteindelijk beschermd?
⭐️⭐️= het verhaal is herschreven door de OST beheerder Yvanna Hilton.
Reactie plaatsen
Reacties