🟨 Ingezonden door: Gwenny
⚜️ZE BLIJFT MIJN ZUS⚜️
-------------------------
Frisse ochtend OST leden, er zijn verhalen die je liever nooit wilt geloven. Verhalen waarvan je denkt: dat gebeurt alleen in oude dorpen, ver weg van hier. Maar soms kruipt het ondenkbare dichterbij dan je lief is.
Dit is het verhaal van mijn tante — althans, de vrouw die ik ooit als tante kende. Voor dit verhaal zal ik haar Susiantie noemen, want haar werkelijke naam durf ik niet te gebruiken. Uit respect, maar meer uit angst.
De teruggetrokken tante:
Tante Susiantie woonde alleen, in een oud houten huis aan de rand van Lelydorp. Ze was de oudste zus van mijn moeder, een Javaanse vrouw die altijd een beetje “anders” was. Ze had iets mysterieus over zich.
Sinds ik klein was, wist ik dat ze zich bezighield met occulte dingen — rituelen, kruiden, geesten, wisi en bonu. Mensen kwamen vroeger van heinde en verre naar haar toe om hulp te vragen. Ze behandelde mensen die ziek waren door onverklaarbare oorzaken, verdreef kwade geesten, en sprak over dingen die niemand durfde te benoemen.
Maar de laatste jaren was er iets veranderd.
Ze was ermee gestopt om anderen te helpen. Alsof ze iets had meegemaakt waardoor ze de wereld niet meer wilde zien. Ze leefde teruggetrokken, sloot zich op in haar huis en kwam bijna nooit meer buiten. Als ze al naar buiten ging, was het altijd laat in de avond, volledig bedekt — lange mouwen, handschoenen, hoofddoek, en een donkere zonnebril, zelfs bij schemerlicht. Alsof ze bang was voor de zon… of misschien bang dat de zon háár iets zou onthullen.
Geruchten in Lelydorp:
Rond diezelfde tijd begonnen de mensen in de buurt vreemde dingen te vertellen.
’s Nachts zagen ze een vuurbal vliegen boven de bomen, soms vlak over hun daken. Honden sloegen ineens aan, kippen kakelden midden in de nacht, en kinderen huilden zonder reden.
Sommigen zeiden dat de Asema weer actief was — een duister wezen dat zich voedt met menselijk bloed. De beet van een Asema herkende men meteen: kleine ronde wondjes, alsof iemand met scherpe tandjes had genipt. En als het bloed haar niet beviel, spuugde ze het gewoon naast het bed.
Iedereen in Lelydorp kende die verhalen. En iedereen vreesde de nachten waarin de lucht rood kleurde van het vuurlicht.
Ook ik hoorde de verhalen. Maar ik dacht nooit, écht nooit, dat die Asema iemand uit mijn eigen familie kon zijn.
Logeren bij tante:
Ik kwam er per toeval achter.
Mijn moeder moest voor drie maanden naar Nederland en vroeg of ik zolang bij tante Susiantie wilde logeren. Ik stemde toe — deels omdat ik haar al jaren niet had gezien, deels omdat ik dacht dat het wel gezellig zou zijn om wat tijd met haar door te brengen.
De eerste week ging het prima. Tante was vriendelijk, zorgzaam zelfs. Ze kookte voor me, vroeg of ik al gegeten had, en zorgde dat ik me op mijn gemak voelde. Ik mocht televisie kijken zolang ik wilde, eten pakken uit de koelkast, mijn telefoon gebruiken — alles was toegestaan.
Maar ’s nachts begon ik iets op te merken.
Ik ben een moeilijke slaper, dus ik blijf vaak tot laat wakker. En elke nacht, ergens tussen twaalf en twee, hoorde ik zachte geluiden in huis. Eerst dacht ik dat tante in de keuken bezig was, of de was aan het doen, want ze was nogal van de netheid.
Maar dan… werd het stil. Te stil.
Als ik opstond om water te halen, was ze nergens te vinden. Niet in de keuken, niet in de woonkamer, niet in haar slaapkamer. Haar kamer was dan altijd op slot.
Pas tegen de ochtend hoorde ik weer haar voetstappen — zachte, slepende stappen, alsof ze moe was of zich wilde verbergen.
De nachten van de vuurbal:
Steeds vaker verdween ze ’s nachts. En vreemd genoeg waren het precies díe nachten dat de buren de volgende ochtend kwamen vertellen over de vuurbal die boven het dorp had gevlogen.
Kinderen vertoonden vreemde wondjes. Een oude man klaagde dat iets hem in zijn slaap had “gezogen”. En iemand had zelfs bloed gevonden naast haar bed, alsof iets het had uitgespuugd.
Ik probeerde het toeval te negeren.
Maar diep vanbinnen voelde ik dat er iets niet klopte.
Misschien, dacht ik, deed ze iets waardoor ik in slaap viel zonder het te merken. Want hoe vaak ik ook probeerde wakker te blijven, telkens als ik even mijn ogen sloot, leek ik uren later pas weer wakker te worden — net op het moment dat zij terug was.
De ontdekking:
De waarheid kwam op een nacht, toen ze blijkbaar in haast vertrokken was.
Ik werd wakker van een doordringende, rauwe stank. Het rook naar bloed, naar iets dierlijks en verrottends tegelijk.
Toen ik de gang in liep, zag ik dat haar kamerdeur half openstond — iets wat ze nooit deed. Mijn hart bonsde in mijn keel. Ik keek naar binnen, en wat ik daar zag, zal ik nooit meer vergeten.
Naast haar bed lag iets wat leek op… menselijke huid.
Een verschrompeld, leeg omhulsel, alsof iemand zijn lichaam had uitgetrokken als een oude jas. Overal lag bloed. En naast dat gruwelijke tafereel lagen haar sieraden — de ringen die ze altijd droeg tijdens haar rituelen.
De geur was ondraaglijk. Mijn maag draaide om, maar ik kon niet wegkijken.
Ik stond daar minutenlang versteend, mijn ogen vol tranen, mijn hoofd duizelend van angst. Toen drong het tot me door: tante Susiantie was de Asema van Lelydorp.
Alles viel ineens op zijn plaats.
Haar angst voor zonlicht, haar teruggetrokken leven, de geur, de nachten waarin ze verdween…
Ik wilde gillen, maar geen geluid kwam eruit. Mijn hele lichaam trilde. En ik wist: als ze nu terugkomt en mij hier ziet, dan overleef ik dit niet.
Ik vluchtte terug naar mijn kamer, deed alsof ik sliep en bad dat de ochtend snel zou komen.
Leven in angst:
Vanaf die nacht heb ik niets meer tegen haar gezegd.
Ik deed alsof ik van niets wist, alsof alles normaal was. En zij deed precies hetzelfde.
Ze kookte voor me, vroeg of ik al gegeten had, en leek haar gewone zelf. Maar in haar ogen zag ik iets wat ik nooit eerder had gezien — een koude leegte, alsof er geen ziel meer in dat lichaam zat.
Ik telde de dagen tot mijn moeder terug zou zijn. Elke nacht lag ik wakker, bang dat tante ineens voor mijn bed zou staan… of erger.
Gelukkig is dat nooit gebeurd.
Toen mijn moeder eindelijk terugkwam, ben ik dezelfde dag nog vertrokken.
De waarheid vertellen:
Ik vertelde haar alles — elk detail.
Mijn moeder schrok zo erg dat ze bijna flauwviel. Ze zei dat ze al langer vermoedde dat haar zus zich met duistere dingen had ingelaten, maar dat ze nooit had gedacht dat het zó ver was gegaan. Ze huilde veel daarna. Soms hoor ik haar nog zachtjes snikken als ze denkt dat niemand haar ziet.
Ze zegt dat Susiantie een pad heeft gekozen waar geen terugkeer mogelijk is. Dat ze haar ziel verkocht heeft aan de duivel en dat zij nu iets geworden is wat geen mens meer is. Mijn moeder heeft het contact met haar zus verbroken, omdat wij best gelovig zijn en dit druist tegen al onze principes in.
Toch houdt mijn moeder nog van haar. “Ze is en blijft mijn zus,” zegt ze dan, “maar ze heeft een vloek op zich genomen die haar naar de hel zal brengen, ik zal nooit begrijpen waarom ze zich in moest laten met dit soort demonische rotzooi.” Ook ik maak mij vaak zorgen over mijn tante, ik zal haar beslissingen en overwegingen ook niet snappen, zij alleen zal weten waarom zij de verkeerde weg opgeslagen is. Wij weten ook niet als het vrijwillig is of als iemand haar ook de vloek meegegeven heeft zonder dat zij dit wist. Want vaak als men vruchten accepteert van een Asema, is dit bewerkt met allerlei slechte entiteiten. Dit is hoe de asema vloek wordt overgedragen en zo ontstaan er nieuwe Asema's.
Maar goed, dit was mijn ervaring...
Het is misschien niet spannend, maar wel de waarheid.
En telkens wanneer de nacht over Lelydorp valt, denk ik aan die vuurbal die nog steeds af en toe gezien wordt — zwervend door de lucht als een brandende ziel, zoekend naar bloed.
En dan weet ik: tante Susiantie leeft nog.
Ik heb wel begrepen van de buurtbewoners dat er meerdere Asema's hier in de omgeving opereren. Mijn tante is dus niet de enige, er zijn nog meer.
⚠️⚠️ = de onderstaande video laat zien hoe een Asema eruit ziet als die gaat vliegen, op zoek naar bloed. De onderstaande video is van een andere Asema, en is slechts ter illustratie geplaatst.
⭐️⭐️= het verhaal is herschreven door de OST beheerder Yvanna Hilton.
Reactie plaatsen
Reacties