STORY 809: HET ZWARTE BAKJE

Gepubliceerd op 13 november 2025 om 12:39

🟧 Ingezonden door: Anoniempje

                  ⚜️HET ZWARTE BAKJE⚜️

-----------------------------

Hey OST-vrienden, ik ga een korte maar waargebeurde ervaring met jullie delen. 

 

Dit alles gebeurde op een overheidswijkkantoor in Paramaribo waar men echt wisie-bedreven was; nog steeds laten sommige ambtenaren het werk liggen, stappen over naar een andere baan of gaan eerder met pensioen omdat ze vrezen voor hun leven. Mijn nicht Anne werkte daar. Op een dag gaf een collega haar een bakje Javaanse bamie met de woorden: “Hey Anne, ik heb bami gemaakt — ik dacht, ik neem een beetje voor je mee.”

 

Anne is een heel lief, zachtaardig en verlegen mens. Ze vindt het moeilijk om iemand teleur te stellen, dus met een glimlach nam ze het bakje aan en bedankte netjes. Maar in haar hoofd vroeg zij zich af: waarom ik? Waarom brengt zij speciaal eten voor mij mee? Zo close zijn wij ook alweer niet. Misschien wilde ze gewoon iets aardig terugdoen — Anne stond erom bekend dat ze tweedehandskleding die ze uit Nederland kreeg van familie, die er vrijwel nieuw uitzag, meebracht naar het werk en dan mocht iedereen kiezen wat ze leuk vonden. Dus Anne dacht 'misschien krijg ik vanwege mijn goede daden nu iets terug?!'.

 

Ze ging verder met haar werk. Een uur of twee later moest ze naar het toilet. Anne woont vlak naast haar werkplek — zoals ik in een van mijn eerdere verhalen vertelde, het gebouw is eigendom van mijn familie en wordt verhuurd aan de overheid; de percelen grenzen aan elkaar en aan de achterkant is een poort naar Anne’s huis. Omdat Anne het toilet op het werk bijna nooit gebruikt voor ‘grote’ behoeften, rende ze snel naar huis en nam meteen het bakje bami mee, zodat ze het alvast thuis kon zetten en na het werk niet met veel spullen hoefde te sjouwen.

 

Onderweg naar huis kwam ze een familievriend tegen bij de achterpoort.

 

“Hey Mani,” zei ze, “ohhhh.... na joe, je hebt me laten schrikken — wat is er gebeurd?” Mani heeft een lichte verstandelijke beperking; het is een goedhartige man. Hij schudde zijn hoofd zoals hij altijd doet — van links naar rechts, van boven naar beneden. Anne vroeg of hij het bakje met heerlijk ruikende bamie wilde hebben; Mani stemde zachtjes toe: “Ja, is goed.” Anne vervolgde haar weg naar het toilet. Toen ze klaar was, snelde ze weer terug naar het werk, maar om de hoek bij haar huis kwam ze Mani opnieuw tegen.

 

Nu schreeuwde Mani met een boze blik en een luide stem: “Eyyy Anne — sang na a njang sang joe giem?” Anne keek verbaasd en zei: “Hé, hoezo? Laat eens zien.” Toen hij het bakje open maakte, zag ze iets wat haar de adem benam: alles in dat bakje was zwart — letterlijk zwarte strengen bami vol dikke slijm. Ze zei tegen Mani: “jeeetje, hoe kan dit? Het eten zag er net nog zo vers en aantrekkelijk uit. Ik snap er echt niks van. Gooi het weg in die goot, ik zal je later een kleinigheidje geven zodat je wat lekkers kunt gaan kopen” en liep toen rustig maar bedachtzaam terug naar haar werk.

 

Toen ze weer op haar plek zat, zag ze iets dat nog veel enger was: een vrouw in een witte jurk die door het gebouw zweefde zonder benen. Haar gezicht was gebogen en verrot — of in ieder geval ernstig beschadigd. Anne voelde haar hoofd zwaarder worden, alsof het groter werd; ze kon het niet meer verdragen. Ze schreeuwde en rende naar huis om haar vader te vertellen wat ze had gezien.

 

Haar vader was een aflegger — een man met veel sabi en koni. Hij pakte een fles met draai-baka-obia-inhoud, liep meteen naar Anne’s werkplek en begon te strooien en uitgebreid enkele rituelen te doen: binnen het gebouw, buiten het gebouw, rondom het gebouw. Collega’s keken verbaasd en fluisterden tegen elkaar dat zoiets eigenlijk niet kan op een overheidskantoor — “blablabla” — maar het hield Anne’s vader niet tegen. Een ieder keek haar vader afkeurend aan. Hij deed wat nodig was en ging daarna terug naar huis. De spullen van Anne werden meegenomen en die dag heeft zij niet meer gewerkt.

 

De volgende dag kwam het nieuws: de collega die Anne dat eten had gegeven, was niet meer — ze was plotseling overleden. Ze kreeg een hartaanval en overleed in het ziekenhuis. We waren niet blij met het nieuws; uiteindelijk werd gezegd dat ze het zichzelf had aangedaan.

 

En er waren meer van die gevallen. Zo kwam er eens een cliënt op kantoor die een vrouwelijke entiteit zag — ze zou in verwachting zijn geweest — en die cliënt raakte in trance. Niet op een woelige manier; ze bleef rustig staan en praten tegen iets onzichtbaar. Een schoonmaakster die “fanowdu” werk doet, stond haar bij: ze pakte een glas water, deed er een zegje bij, en toen vertelde de vrouw wat ze had gezien en ze liet ons weten dat “dat ding” in het gebouw woont.

 

Het verbaast me niet dat er daar heel wat hebie's (ongelukken/voorvallen) zijn — je hoort die wisie-dingen te vaak. Soms ziet men grote kikkers of munten op hun tafel verschijnen. Ik lach er niet om, maar sommige collega’s zijn echt bang; ze springen een gat in de lucht als ze een kikker zien. Ik heb zelf ook een poosje daar gewerkt, maar ik was nooit bang voor slechte daden van collega’s. Ik zei altijd: “na mi granpa presie — niemand kan mij kwaad doen hier.” Ik was op mijn hoede en ik bedreigde ze ook soms en liet ze weten dat ik niet gisteren geboren was! Mijn familie wist namelijk heel veel van het culturele af, dus als ze iets met mij wilden proberen zouden ze gauw uitvinden wat ze zou overkomen. 

 

Ik heb nog veel meer verhalen, maar mijn vingers zijn moe. Tot de volgende keer. Groetjes.

 

If joe no mang doe boeng no doe ogri.

 

Wordt niet onnodig jaloers op een ander — je weet niet wat die ander allemaal moet doorstaan om te krijgen wat hij heeft.

 

Klap voor anderen, want jouw tijd zal ook komen — maakt niet uit hoe lang het duurt.

 

Angri fu sji skapu tigri njang mi tjing.

Ga geen succes zoeken met macht — je zal met je leven/bloed betalen.

 

⭐️⭐️ = het verhaal is herschreven door OST-beheerder Yvanna Hilton.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.