🟥 Ingezonden door: Sabrina
⚜️HET VERHAAL VAN MONIFA⚜️
--------------------------
Goedemorgen OST familie, er gaat geen dag voorbij dat ik niet aan mijn jongere zus denk.
Mijn jongere zus, Monifa — slim, elegant, mooi, eerlijk en bovenal een vrouw met een hart van goud. Ze was niet zomaar iemand. Ze had zich van jongs af aan uit de modder omhoog gewerkt, studie na studie afgerond met discipline en doorzettingsvermogen. Alles wat ze bereikt had, had ze met haar eigen handen en hersenen opgebouwd.
Wij komen namelijk niet uit een rijke familie, wel rijk aan liefde maar niet rijk aan financiën. Dus mijn ouders hebben keihard moeten werken, en veel van zichzelf op moeten offeren, om hun kinderen naar school te kunnen sturen. Zo ook mijn jongste zus Monifa, ze nam de school en studeren heel serieus en kreeg altijd de beste cijfers van haar klas. Als ze een keer een 6 of een 7 kreeg, was haar dag meteen verpest en zat ze er zielig bij en voelde zij alsof ze gefaald had. Ze was dan erg teleurgesteld in zichzelf en sloot zichzelf op in haar kamer en studeerde tot die 6 het volgende kwartaal weer een 9 of 9.5 werd. Dit was wie mijn zus Monifa was, een high achiever.
Later begreep ik, dat ze zo hard studeerde alleen omdat ze mijn ouders niet teleur wilde stellen. Ze zag hoeveel banen mijn ouders hadden, alleen om hun kinderen een goede basis, een goede scholing, te kunnen bieden. Waarom zou je er dan een potje van maken en niet willen studeren? Nou, dit is precies de reden dat mijn zus zo hard haar best deed haar opleidingen met succes af te ronden.
Toen ze begon te werken bij de overheid in Paramaribo, op een hoge positie, was dat geen verrassing voor ons. Ze wilde altijd de beste zijn in haar vak, ze wilde geen genoegen nemen met alleen haar werk doen, maar ze wilde er een succes van maken op elke denkbare manier. Ze was streng, ook voor zichzelf, maar rechtvaardig, en bovenal geliefd bij de mensen die haar écht persoonlijk en van dichtbij kenden. Ze kon niet tegen ongelijkheid en oneerlijkheid. Ze waakte er daarom voor om haar collega's zo respectvol mogelijk te behandelen, maar tegelijkertijd ook nog steeds de leidinggevende te zijn zoals haar positie eiste.
Monifa was getrouwd met Kenneth, een rustige, intelligente man die werkte op een ander ministerie — ook hij had een hoge functie. De twee vormden samen een machtig koppel, gerespecteerd én bekeken. Maar wat respect oproept, wekt vaak ook jaloezie.
Bij hen thuis kwamen regelmatig hooggeplaatste mensen met belangrijke functies over de vloer: ministers, directeuren, politieke figuren. Ze kwamen om te eten, te praten, werk te bespreken, familie feestjes te vieren, te lachen. Monifa kookte altijd zelf. “De liefde van Surinamers gaat via hun maag, niet alleen bij de mannen, maar echt bij alle surinamers is dit zo. En ik kan heerlijk koken dus als wij bezoek krijgen moet ik ze verwennen met mijn lekkernijen,” zei ze vaak. Ze was trots op haar kookkunsten, ze hield van familie en gezelligheid en ze had geen kwaad in zich.
Monifa ontving niet alleen hooggeplaatste figuren bij haar aan huis maar ook collega's van haar werk. Ze hield dan gezellige bbq middagjes, film avonden, of gewoon bijeenkomsten dan kookte ze voor een ieder. Die collega's kwamen vaak met hun kinderen over de vloer, want er was in de tuin een groot zwembad en daar genoten de kinderen en tieners vollop van. Het was altijd een gezellige drukte over het algemeen bij mijn zus aan huis, vooral in de weekenden, zij was een people's person, ze bloeide op als ze mensen blij kon maken en zij had graag drukte, warmte en gezelligheid om zich heen.
Maar datzelfde licht dat haar zo deed stralen, werd haar uiteindelijk fataal.
Want Monifa en haar echtgenoot begonnen naarmate de jaren verstreken steeds meer op te bouwen. Zij bouwden een gigantisch huis op Noord. Dit huis had veel meer kamers, veel meer luxe en een nog veel grotere tuin en een nog imposanter zwembad. Haar collega's maakten vaak de opmerking, dat de woning leek op een woning in het buitenland, echt een pracht van een huis en ik was zo blij voor mijn zusje.
Ouders mogen intrekken:
Geheel uit vrije wil had ze deze stap gemaakt voor een grotere woning, omdat ze ook mijn ouders in huis wilde nemen. Er moest dus voldoende ruimte zijn. "Mama en papa hebben zich de naad uit gewerkt om ons te verzorgen en een goede opleiding te geven. Je denkt toch niet dat ik ze op hun oude dag in een ouderen opvang zal plaatsen?" Zei ze.
En zo gebeurde het. Zij had in haar enorme woning een speciaal gedeelte, een aparte vleugel, voor mijn ouders waar zij hun intrek konden nemen. Ze hadden daar hun eigen privacy en als ze ergens hulp bij nodig hadden konden ze mijn zus of haar man makkelijk bereiken.
De jaloezie die je niet ziet:
Sinds Monifa de nieuwe Villa betrok, begonnen de vieze blikken op haar werk.
Zachte maar negatieve opmerkingen achter haar rug.
Kleine steken onder water.
“Zou ze die positie wel gehad hebben zonder haar man?”
“Ze denkt dat ze beter is omdat ze mensen uit de politiek kent.”
“Ze zit daar alleen vanwege connecties.”
Monifa vertelde me vaak over die spanningen. “Sabrina,” zei ze eens, “sommige mensen willen niet zien dat je iets bereikt hebt door hard te werken. Ze willen geloven dat je geluk hebt gehad.” Ik wist dat ze sterk was, maar de constante negativiteit vrat aan haar. Toch bleef ze professioneel. Ze bleef beleefd, zelfs tegen wie haar haatte.
Al die collega's die voorheen zo vaak aan huis kwamen met hun kinderen om een gezellige dag door te brengen bij Monifa, kwamen op den duur niet meer. De nieuwe woning was hen duidelijk een doorn in het oog.
"Als ze maar gemeen tegen mij blijven doen, zal ik ze toch aardig, eerlijk en zo professioneel mogelijk blijven behandelen. I will kill them with kindness, tot ze hun fout gedrag inzien" zei ze vaak lachend. Ze had geloof haar gemene collega's te kunnen veranderen en dat ze uiteindelijk de fout in zichzelf zouden zien. 'Uiteindelijk zullen veranderen als ik niet reageer op hun negativiteit. Niemand kan toch zo slecht zijn' zei ze optimistisch.
Er was één collega die ze als haar vriendin beschouwde — Hillary. Ze lunchten samen, lachten samen, vertrouwden elkaar, deden bijna alles samen. Hillary kende haar gezin, haar huis, haar gewoontes. Zij kwam ook gewoon vaak over de vloer bij Monifa. Iedereen in de familie wist dat mijn zus enorm gesteld was op Hillary. Ze zag haar zelf als haar beste vriendin en ze vertrouwde deze dame al haar diepste geheimen toe. En dat werd uiteindelijk haar grootste zwakte.
De eerste tekenen:
Het begon langzaam. Monifa kreeg plotseling last van haar maag. Ze verloor eetlust, werd snel moe, en haar huid kreeg een grauwe kleur. In het begin dacht ze dat het stress was. Ze werkte veel, vergaderde tot laat, at soms haastig op kantoor. En als ze thuis kwam, ging ze douchen en at even snel iets, ging dan door op haar computer om werk af te maken. Ze ging ervan uit dat al haar gezondheidsproblemen, voortkwamen uit het verwaarlozen van haar lijf. Het was roofbouw op haar lijf om aldoor te werken, en nauwelijks tijd aan zichzelf te besteden.
Met een beetje rust zou ze zich veel beter gaan voelen, dacht ze. "Het is allemaal niet zo serieus" liet ze ons als familie vaak weten, als wij onze bezorgdheid uitspraken over hoe ongezond ze er de laatste tijden uitzag.
Maar binnen enkele weken werd het erger. Ze kreeg ondraaglijke buikpijnen, misselijkheid, koorts. Ze bezocht arts na arts, maar niemand kon iets vinden.
“Uw bloedwaarden zijn goed,” zeiden ze.
“Uw organen zien er normaal uit,” zeiden ze.
Maar ik zag het in haar ogen: iets was fundamenteel mis.
Haar lichaam veranderde, ze viel steeds meer af en had aldoor diarree, ze moest aldoor overgeven. Ze was vreselijk mager geworden, en het lukte haar niet meer aan te komen. Ze bleef mager en kon geen voedsel binnen houden. Ze begon van binnenuit te ruiken — een geur die niemand kon verklaren. Zelfs met baden, parfum, medicatie… het bleef. Een doordringende, rottende geur. Alsof haar lichaam langzaam aan het vergaan was terwijl ze nog leefde. Ze durfde nauwelijks nog in de buurt van haar eigen man te komen.
Ze schaamde zich, want zij rook normaliter altijd zo lekker naar de duurste parfums die ze van haar man cadeau kreeg. Maar nu op de één of ander manier, rook ze naar verrot vlees. Het was ook aan haar te zien, ze had een vreemde grauwe donkere kleur, haar huidskleur was echt ongezond, ze was letterlijk aan het rotten.
Uit schande en noodzaak, bleef zij thuis.
Zij durfde zich met zo een uiterlijk en zo een geur niet te tonen aan het werk en haar gezondheid was zodanig slecht dat ze ook niet zou kunnen werken.
Ze at nauwelijks nog, ze probeerde wel, alleen bleef niks op haar maag zitten. Lopen kon ze ook bijna niet.
Kenneth bracht haar vrijwel elke week naar de dokter, maar ook daar — niets, altijd hetzelfde antwoord. Geen oorzaak, niks aan de hand. De artsen wisten dat het goed fout ging met haar maar ze konden geen oorzaak vinden. Ze hebben hun uiterste best gedaan in het ziekenhuis, allemaal tevergeefs want er kwam niks uit de bus. Gezondheid was prima, volgens alle onderzoeken. Hoe ga je dan medicatie voorschrijven of een behandeling starten als er geen enkele oorzaak te vinden is?
Het onzichtbare gif:
Toen de dokters geen raad meer wisten, begon Kenneth rond te vragen bij vrienden, collega's en kennissen. Een collega fluisterde: “Misschien is dit geen medische zaak. Ik zal je een nummer geven van iemand die misschien zal kunnen helpen.”
En zo kwam de eerste luku – een cultureel onderzoek.
Een spirituele vrouw, vrouw Simi, kwam naar het huis. Ze liep rond, rookte een sigaar, liep met wierook, prevelde woorden in het Javaans en Sranan. Opeens stopte ze bij de keukentafel. Ze keek Kenneth strak aan.
“Hier is iets gedaan,” zei ze. “ wang sma pot' wang takru sanie ie a meisje ing nyan.” (Iemand heeft iets slecht in die dame haar eten gedaan)
Ik voelde mijn maag omdraaien. Iemand had iets in haar eten gedaan.
De vrouw beschreef een donkere energie, zwaar en koud, afkomstig van een Haitiaanse wisiman. Ze zei dat de kracht van die wisie niet zomaar te breken was — “dies' na wan boeng hebi takru wisie, lek blaka watra ow tjar ing gwe.” (“Een zware vloek, die je als een donkere rivier meesleurt.”)
Toen ze de namen begon te noemen die ze “zag”, bleef ze hangen bij één naam "Hillary!". Vrouw simi kende ons niet, ze kende mijn zusje ook niet. Dus dat ze ineens met die naam kwam, wisten wij zeker dat deze vrouw niet zomaar iets zei.
Ik kon het niet geloven. Hoe kon Hillary zoiets doen? De vriendin die haar zogenaamd steunde, was degene die haar vernietigd had.
Later vernamen we van mevrouw Simi, uit haar cultureel onderzoek, dat Hillary naar een Haitiaan was gegaan op Saramacca, iemand die bekendstond om zijn dodelijke rituelen. Ze had betaald om een “bindende wisie” te laten plaatsen — één die je langzaam van binnenuit verteert, langzaam ga je rotten tot je doodgaat.
De reden? Jaloezie.
Omdat Monifa’s man te machtig en zo lief voor haar was?
Omdat Monifa te geliefd was bij een ieder?
Omdat Monifa een nieuwe woning had?
Omdat Monifa een mooie meid was, zelf zonder make up en allerlei cosmetische operaties?
Omdat Monifa een mooi gezin had, liefdevolle familie had.
Omdat ze niet kon verdragen dat mijn zus in het licht stond. En alleen maar vooruitgang boekte in haar leven?
Welke van de redenen zal het geweest zijn?
Wij als familie zaten met zoveel vragen!
Helaas kon mevrouw Simi niet helpen om de vloek van de haitiaan te verwijderen. Het was gewoon een veel te zware wisie.
De laatste maanden:
Wij als familie samen met haar man probeerden nog alles om buiten hulp te gaan zoeken, aangezien artsen niks konden vinden wat mis was. Kruidenbaden, gebeden, rituelen. Wij hebben letterlijk van alles geprobeerd wat je je maar kunt indenken. We gingen van de ene bonuman naar de andere, de ene christelijke pater naar de andere. Echt elke optie die wij konden bedenken hebben we uitgeput om hulp te vinden voor mijn lieve zus.
We gingen zelfs naar een priester die uit Frans-Guyana kwam. Maar niets hielp. De Haitiaanse wisie was te sterk, daar kwam het steeds weer op neer.
Monifa’s lichaam begon letterlijk steeds meer te rotten. Haar huid kreeg donkere plekken, grote open wonden, haar adem rook naar iets wat niet menselijk was. Ze kon haar eigen geur niet verdragen. Vaak zat ze te huilen in bed, ze walgde van zichzelf.
“Sabrina,” zei ze, met tranen in haar ogen, “als dit mijn straf is, dan weet ik niet wat ik verkeerd heb gedaan. Ik kan letterlijk niks bedenken wat ik met de mens gedaan heb, maar zo kan ik echt niet verder leven. Dit is een ware marteling”
Ik kon niets zeggen. Ik hield alleen haar hand vast, en samen gingen we in gebed en smeekten voor beterschap, maar ik moest aldoor met een speciaal masker daar zitten omdat de geur niet te harden was. Mijn eens zo mooie zus rook naar een lijk, ondanks ze nog in leven was. Dus ons lichamelijk contact was echt minimaal en zeer vermoeiend. Monifa begreep dit ook want ook zij werd kotsmisselijk van haar eigen geur.
Op een ochtend — het was een zondag — riep Kenneth me paniekerig naar hun woning. Ze ademde zwaar. Haar lippen waren paars. De artsen kwamen nog, maar het was te laat. Haar hart hield ermee op.
Mijn zus… mijn lieve, eerlijke, hardwerkende zus… was weg.
De stilte na haar dood:
De familie was kapot. Mijn moeder stopte met eten. Kenneth raakte depressief. De kinderen — drie jonge zieltjes — bleven maar vragen: “Wanneer komt mama terug?”
We besloten niets te zeggen over wat er echt gebeurd was. Niet aan de kinderen en ook niet aan haar collega's die ineens belden toen ze het nieuwsbericht ontvangen hadden, om te condoleren en te vragen waar ze aan overleden was. Niemand van haar werk konden we vertrouwen. Wie weet wie er nog meer betrokken waren?! Dus zeiden we dat ze aan kanker overleden was. Het was makkelijker om van al die vragen af te komen. Mensen zouden het geloven, dachten wij.
Ondanks wij het zo moeilijk hadden met het verlies, bleven collega's aandringen over de oorzaak van haar dood. Of wisten ze meer dan ons? Vandaar die vragen:
“Waarom was ze zo lang ziek?”
“Waarom kwam ze niet meer werken?”
We antwoordden beleefd, maar van binnen kookten we van verdriet en woede. Al die collega's die eens zo gemeen waren tegen mijn zus, kwamen met hun poeslieve stem bellen om medeleven te tonen. Niet wetende welke allemaal goede bedoelingen hadden en welke niet, bleven wij als familie tegen ieder onze afstand bewaren. Wij hadden de energie niet om uit te gaan filteren wie goed was en wie niet.
Wij waren - en zijn dat nog steeds - in ons diepste geraakt, door deze lage daad van Hillary. Uiteraard zijn wij als familie ook behoorlijk teleurgesteld in al die collega's die voorheen aan huis kwamen met hun kinderen, voor wie Monifa uitgebreid kookte en haar moeite gedaan heeft. Maar juiste deze mensen hebben haar keihard laten vallen vanwege jaloezie. En dit allemaal vanwege aardse goederen.
De waarheid die ik draag:
Tot op de dag van vandaag ruik ik soms ineens een vleugje van haar parfum — J’adore — in de kamer. Dan weet ik dat 'ze' er is. Dat Monifa in de buurt is, dat ze komt checken als wij als familie het goed maken.
Ik denk terug aan de tijden, toen ik samen met haar gezeten heb langs het zwembad in haar tuin. Zij kon bijna niet meer praten, ik heb haar lievelingsliederen voor haar gezongen en haar beloofd dat alles goed zou komen. Ik hoopte dat ook in het diepste van mijn hart, dat er een oplossing zou komen. Maar die is er nooit gekomen ....
En elke keer als ik langs het ministerie rijd waar ze werkte, voel ik kippenvel.
Ik heb geleerd dat het kwaad niet altijd van buiten komt. Soms komt het van de mensen die het dichtst bij je staan. Ze eten met je, lachen met je, prijzen je… maar in hun hart brandt een ander vuur.
De dood van mijn zus heeft me geleerd dat je niet iedereen je hart kunt toevertrouwen. Want hoe meer mensen zeggen dat ze blij voor je zijn, hoe groter de kans dat ze in stilte hopen dat je valt.
Haar nalatenschap:
Monifa was geen heilige, maar ze was eerlijk. Ze had haar positie niet gekregen door bedrog, maar door kennis, inzet en discipline. Ze heeft hard ervoor gestudeerd om de positie te krijgen waar ze op zat. Niet omdat ik haar zus ben zeg ik dit, maar omdat ik weet hoe zij zich vanuit een hele arme positie omhoog gewerkt heeft door eigen bloed, zweet en tranen.
Zelfs al zou ze hulp van haar man gehad hebben — niemand verdient om met zwarte magie vermoord te worden op zo een onmenselijke en wrede manier. De persoon die deze wisie gestuurd heeft voor haar heeft ervoor gezorgd dat mijn zus eerst lange tijd moest lijden alvorens ze dood ging. Het was een moord die met passie voorbereid is. Het moest tergend langzaam zijn, dat wil zeggen dat degene echt ervan genoten heeft om mijn zus lange tijd in pijn te zien. Een echte sadist, een echte harteloze demoon. Hoe kan je als mens dit met een ander mens doen?
Monifa was een moeder, een zus, een dochter, een mens. En haar dood laat een gat achter dat nooit meer gevuld wordt. Ik vertel haar verhaal vandaag omdat ik wil dat mensen begrijpen: Niet iedereen die glimlacht, meent het goed met je. Sommigen dragen liefde op hun lippen, maar gif in hun handen.
Mijn zus is nu bij God. Maar haar verhaal leeft voort — als waarschuwing, als herinnering, en als stille schreeuw tegen de jaloezie die mensen tot monsters maakt.
Mijn advies aan de lezers: “Wees voorzichtig met wie je jouw eten deelt, met wie je jouw vreugde deelt, met wie je jouw hart deelt. Want niet elke glimlach is licht – sommigen verbergen duisternis.”
⚠️NOTE= de namen in dit verhaal zijn niet de werkelijke namen van de mensen in kwestie.
⭐️⭐️= het verhaal is herschreven door de OST beheerder Yvanna Hilton.
Reactie plaatsen
Reacties