STORY 807: WISIE OP HET KABINET

Gepubliceerd op 7 november 2025 om 13:15

🟫 Ingezonden door: Presquella 

              ⚜️WISIE OP HET KABINET⚜️

--------------------------------

Frisse ochtend OST leden, na het lezen van STORY 800 heb ik besloten mijn persoonlijke ervaring ook eens te delen. Het was altijd moeilijk voor mij om hierover te praten omdat ik dacht dat ik één van de weinigen was die zoiets meegemaakt had aan mijn werk. Ik had altijd een vrees om hierover te praten, bang dat men mij weer aan zou vallen met andere demonische gedoe. 


Ik had nooit gedacht dat mijn leven zo’n donkere wending zou nemen. Ik, Presquella, een trotse vrouw uit Suriname, opgegroeid met discipline, respect en geloof in hard werken. En toch… juist mijn werk – mijn trots – werd bijna mijn ondergang.


 

De trots van mijn leven:

Een paar jaar geleden werkte ik op het Kabinet van de toenmalige President. Ik zal niet zeggen hoeveel jaren geleden, omdat dit verhaal anders een hele andere wending zal nemen en dit is mijn bedoeling niet. Maar goed .... hieronder mijn persoonlijke ervaring! 

 

Het was een eer om op deze plek te mogen werken, iets waar ik jarenlang voor had gestudeerd. Elke ochtend stond ik vroeg op, ging douchen, maakte mij klaar, lekker luchtje op, strak in mijn nette kleding, mijn haar en nagels altijd netjes gedaan. Ik ging altijd met ontzettend veel plezier naar mijn werk omdat ik bewust gekozen had voor deze baan. 


Ik reed een hele dure auto, kon ook een hele grote woning veroorloven dankzij deze regering, vanwege de vele priveleges die kwamen met de baan. Niks kwam natuurlijk makkelijk aanwaaien want het werk was ook behoorlijk zwaar en echt heel veel druk rustte op mijn schouders. Ik wist dat ik een functie had waar niet lichtzinnig over gedaan kon worden. Ik had veel verantwoordelijkheid, maar niet hoogmoedig – ik deed mijn werk met liefde en toewijding. Ik had veel te bewijzen als jonge vrouw met zo een vooraanstaande positie en ik gaf echt mijn alles om voor mijn land te werken. Ik heb niks in het leven makkelijk gekregen, heb letterlijk dag en nacht gewerkt om mijn werk af te krijgen en zo accuraat mogelijk te doen. Zo kreeg ik ook promotie op promotie omdat mijn harde inzet gelukkig nooit onopgemerkt gebleven is. 

 

Ik behandelde iedereen met respect, van de bewaker bij de poort tot de ministers die langs liepen. Toch voelde ik het al vroeg… een bepaalde spanning in de lucht. Collega’s die me eerst vriendelijk groetten, toen ik nog geen hoge functie had. Maar naarmate ik hogerop klom, begonnen ze fluisterend te praten wanneer ik langs liep. Vieze blikken, vol haat, koud als staal, volgden me overal.

 

In het begin dacht ik dat het mijn verbeelding was. “Misschien ben ik te gevoelig,” hield ik mezelf voor. Maar diep van binnen voelde ik dat er iets niet klopte.

 

 

De ziekte die geen dokter begreep:

Het begon met iets kleins. Een constante moeheid, slapeloze nachten, hoofdpijn die niet overging. Daarna kwam er iets vreemders: mijn huid werd dof, mijn haar begon uit te vallen, ik vermagerde terwijl ik gewoon at.

 

Ik ging naar het ziekenhuis. De dokter onderzocht me en zei dat er “niets aan de hand” was. Bloedonderzoek, echo, alles normaal. Toch voelde ik dat mijn lichaam langzaam aan het opgeven was.

 

’s Nachts begon ik vreemde dromen te krijgen. Ik zag schaduwen aan mijn bed, hoorde iemand mijn naam fluisteren — “Presquella…” — zacht maar ijskoud. Mijn bed bewoog soms alsof iemand eraan trok. En vaak, om klokslag drie uur, voelde ik een druk op mijn borst, alsof iets heel zwaar op me zat. Ik zag vaak allerlei donkere schaduwen voorbij schieten in mijn slaapkamer. Maar ik was in een ontkennende fase en maakte me zelf wijs dat ik gewoon moe was en dingen verkeerd zag. 

 

Op een ochtend, toen ik opstond om naar het werk te gaan, zakte ik gewoon in elkaar. Mijn hart bonsde wild, mijn lichaam voelde verlamd. Mijn moeder vond me en riep hulp. Ik wist in mijn achterhoofd dat dit geen gewone ziekte meer was. Vooral als ik dacht aan de vreemde figuren die ik steeds vaker waargenomen had in mijn woning. Dit kon niet normaal zijn, het feit dat ineens zo ziek werd was voor mij ook zorgwekkend.


Mijn familie liet er gelukkig geen gras over groeien en zij namen dit allemaal sinds het begin zeer serieus. 

 

 

Op zoek naar hulp:

Vanaf dat moment begon een donkere reis. Ik ging naar allerlei mensen: culturele genezers, winti-prekers, pandits, boedisten, christelijke gebedsgenezers — noem maar op. Iedereen beloofde hulp, maar steeds eindigde het hetzelfde: lege beloften, geld kwijt, geen verbetering. Allemaal knopendraaiers, oplichters en geldwolven.

 

Eén vrouw zei dat er een “zwarte schaduw” op mij zat. Een ander zei dat ik “in een fles was gezet”. Iemand anders beweerde dat mijn naam begraven was bij een begraafplaats in een pot. Ik wist niet meer wie ik kon geloven. Elke culturele persoon had weer een ander verhaal en geen enkele kwam overeen met de vorige. Mijn familie werd er machteloos van en ik natuurlijk ook want mijn gezondheid ging sterk achteruit. Ik was zo mager en kon geen enkel voedsel meer binnen houden. Ademen ging ook ontzettend moeilijk en ik moest dit middels een soort machine doen, die mij zuurstof toediende. 

 

Mijn familie begon te vrezen dat ik het niet zou halen. Ik kon bijna niet meer lopen, mijn ogen waren hol, mijn stem zwak. Ik voelde letterlijk dat mijn ziel aan het loslaten was.

 

 

De man die niet opgaf:

Totdat iemand mijn familie vertelde over een Javaanse oude heer in Commewijne. Zijn naam was meneer Redjo. Hij stond bekend als een man die “niet praat, maar werkt.” De familie besloot, als laatste poging, hem op te zoeken.

 

Toen ik zijn erf opliep, met hulp van mijn familie, voelde ik direct iets anders. Het was stil, sereen. Ik zag rook uit een aarden pot opstijgen, en de geur van wierook vulde de lucht. De oude man zat onder een boom, zijn ogen halfgesloten, alsof hij me al verwachtte.

 

“Sma pot' wisi na ju tapu, na ding sma fu ju wroko,” zei hij rustig. (“Jij bent met zwarte magie bewerkt door de mensen op jouw werk.”)

 

Mijn keel trok dicht. Ik had hem nog niets verteld. Toch wist hij alles. Hij vroeg me om drie dagen later terug te komen voor een ritueel. Hij had die tussenliggende dagen nodig om alles voor te bereiden voor de rituelen en de wasie's die hij voor mij uit zou voeren. Over geld had hij niks gezegd zoals de andere mensen waar ik voorheen gegaan was voor hulp. Die waren echt op geld uit, vanaf de deur vroegen ze al naar geld.

 

Maar deze oude Javaanse heer zei helemaal niks over geld. Ik wist even niet wat ik ervan moest denken en zei ook voor de zekerheid maar niks. Ik wilde hem niet beledigen en liet het aan hem over wanneer hij over geld wilde beginnen. Ik was trouwens te ziek om er teveel over na te denken, ik wilde gewoon geholpen worden. Ik was ten einde raad, op zulke momenten wil je niks anders dan gered worden en in leven blijven. 

 

 

De strijd tussen leven en dood:

Die drie dagen waren zwaar. Ik kreeg koorts, ijlde in mijn slaap, en voelde me alsof mijn lichaam verbrandde van binnenuit. Toen ik terugging naar meneer Redjo, stond alles al klaar: potten met water, culturele attributen, bladeren, bloemen, olie en iets wat leek op as.

 

Hij maakte alles gereed voor mijn wasie – een cultureel reinigingsbad. Hij prevelde gebeden, sprak in een taal die ik niet begrijpen kon, riep tussendoor namen uit die ik niet kende, en gooide iets in het water waardoor het begon te bruisen. Vreemd maar waar, het leek alsof het water ineens begon te koken. Dit heb ik met mijn eigen ogen mogen aanschouwen. 

 

Toen ik erin ging zitten, voelde ik tintelingen door mijn hele lichaam alsof ik stroom kreeg door mijn ziel. Mijn hart begon te bonzen, en ik begon te huilen zonder te weten waarom. Ik zag beelden van mensen uit mijn werk — mijn collega’s. Hun gezichten, hun ogen. En ineens zag ik het duidelijk: drie van hen, Sandra, Hendrik en Vanessa, lachend terwijl ze iets op een bord zetten. Mijn naam. Mijn foto. Kaarsen.

 

Ik begon te schreeuwen als een bezetene. Meneer Redjo hield me stevig vast. “Laat het los, laat alles nu meteen los” zei hij, “ik zei het al, ze hebben je met wisie bewerkt, meisje. Het was geen zomaar wisie, het was er eentje om je dood te maken, alleen maar voor jouw positie.”

 

Ik kon niet geloven wat ik hoorde, maar diep van binnen wist ik dat het waar was.

 

 

De wederopstanding:

De rituelen duurden weken. Elke dag kreeg ik een ander bad, soms met bladeren, soms met kruiden die naar aarde en rook roken. Sommige dagen was het een wasie met bloemengeur, ik weet zelf niet eens meer hoeveel verschillende wasie's ik ontvangen heb. Meneer Redjo sliep amper. “Yu no mus' dede, mi no wani datie fu psa,” zei hij. (“Jij mag niet sterven, ik wil dat niet.”)

 

Langzaam begon ik te herstellen. De koorts zakte, mijn huid kreeg weer kleur, mijn kracht keerde terug. Het was alsof mijn ziel stukje bij beetje terugkwam.

 

Toen ik eindelijk beter werd, gaf hij me een boei – een met rituelen bewerkte boei die ik altijd moest dragen als ik aan het werk ging. “Zolang je dit draagt,” zei hij, “kunnen ze je niet meer raken met hun Yorka's en bakroe's die ze voor je sturen, ook al hoe hard ze hun best doen, het zal hun niet lukken.”

 

Ik huilde toen ik hem bedankte. Ik wist dat hij mijn leven had gered. Hij heeft geen moment gesproken over geld en toen ik hem vroeg zei hij dat ik een vrijwillige bijdrage mocht geven. Het hoefde niet veel te zijn, liet hij weten. Maar als ik het niet kon veroorloven hoefde ik ook niks te betalen.


Nou, ik was deze meneer enorm dankbaar en heb hem een 5000 euro betaald. Heb dat netjes in een enveloppe gedaan, dit bedrag had ik bijeen gezet omdat ik met mijn gezin op vakantie wilde en dit was alvast een deel dat ik gespaard had. Het bedrag zette ik netjes in een enveloppe en legde dit op het schaaltje waar ik mijn vrijwillige bijdrage op mocht leggen.

 

Daarna verliet ik de plek snel, ik wist dat hij dit niet zou accepteren. Hij was een zeer eenvoudige en nederige man, dat heb ik kunnen merken in de periode dat hij voor mij bezig was te 'vechten' om mij beter te krijgen. Als er iemand dit geld verdiende dan was hij dit wel.

 

Er hangt ook geen prijskaartje aan mijn leven, dus een vijfduizend euro is niks daarbij in vergelijking. Als ik mijn leven kwijt was zou ik dit bedrag ook niet kunnen gebruiken. Met dit geld kan meneer Redjo zichzelf, zijn gezin of misschien een ander helpen, die het geld niet heeft om voor deze diensten te betalen. Ik voelde gewoon alsof ik mijn dankbaarheid moest uiten en dit heb ik op deze wijze gedaan. Als het niet voor deze meneer was, zou ik mijn verhaal niet met jullie kunnen delen vandaag. 

 

 

Terug naar het werk:

Toen ik weer op het kabinet verscheen, was iedereen verbaasd. Sommigen fluisterden dat ze dachten dat ik dood was. Anderen glimlachten nep, met dezelfde ogen die me ooit hadden verbrand. Maar ik glimlachte terug – rustig, beheerst. Ik at en dronk niets meer wat van hen kwam. Ik hield afstand. Ik wist beter.

 

Ik droeg mijn boei elke dag, onder mijn kleding, aan mijn arm - zonder dat iemand hem kon zien. En vreemd genoeg, de rust kwam terug.

 

Maar diep in mij bleef het wantrouwen. Want ik had gezien hoe ver mensen kunnen gaan.

 

Ik heb nog heel veel jaren gewerkt op het kabinet van de Surinaamse president. Maar toen kwamen er andere aanbiedingen op mijn pad, waardoor ik ervoor koos ergens anders te gaan werken. Hier verdiende ik ook beter en de sfeer was ook anders. 

 

 

De les van het leven:

Nu ik niet meer op het kabinet werk, durf ik mijn verhaal eindelijk te delen. Niet uit wrok, maar als waarschuwing.

 

Soms zijn het niet je vijanden die je vernietigen.

Het zijn diegenen die naast je staan — die met je lachen, eten, praten — maar in stilte hopen dat jij valt. Ze kunnen je een brede glimlach geven, zeggen dat ze om je geven, hoe trots ze op jou zijn en hoeveel van je houden, maar ondertussen graven ze jouw graf.

 

Ik heb geleerd dat niet iedereen je succes gunt, en dat jaloezie dodelijk kan zijn. Sommige mensen gaan zó ver om hun zin te krijgen, dat ze zelfs met jouw leven willen spelen.

 

Maar ik leef nog. En dat is mijn overwinning.

Want ondanks alle duisternis, heeft het licht in mij nooit opgehouden met branden.

 


⚠️NOTE= de namen in dit verhaal zijn niet de werkelijke namen van de mensen in kwestie

 

⭐️⭐️= het verhaal is herschreven door de OST beheerder Yvanna Hilton

Reactie plaatsen

Reacties

ANDREIA JAIPERSAUD
5 maanden geleden

Beste kan ik aub in contact komen met deze dame

Anshikha
5 maanden geleden

Wow, wat ben ik dankbaar dat ze hulp heeft gevonden- ik heb ook een nicht op deze manier verloren aan wisie- jaloezie van collega’s. Indien u contactgegevens heeft en kan delen van de heer Redjo kunnen meerdere mensen hulp zoeken die wel vinden

Lorette
5 maanden geleden

Me broertje Edward Anches werkte ook op het kabinet van Chan me broertje was eerste man een dag na het werk is hij gezond en wel thuis aangekomen gewoon is hij na een paar minuten heel mestirues overleden

Ana
5 maanden geleden

De mensen, collega's gaan over lijken. Niemand is meer te vertrouwen. Zou ook heel graag met deze dame in contact willen komen.

Angelie
4 maanden geleden

Zou graag met deze dame willen praten. Haar ervaring. Wou graag weten van welke afdeling. Ze komt me wel bekend voor omdat ik ook van het Kabinet ben.

Gidion Macandrew
12 dagen geleden

Beste,kan ik aub in contact komen met deze dame?heb Mr redjo nodig aub.dank u.