STORY 798: HET MEISJE OP HET BALKON

Gepubliceerd op 19 oktober 2025 om 15:22

⬛️ Ingezonden door: Promise Wisdom

           ⚜️HET MEISJE OP HET BALKON⚜️

-----------------------

Lieve OST familie,

Toen ik nog een kind was — jonger dan tien jaar — begreep ik de wereld om me heen niet altijd. Veel dingen die ik toen zag of voelde, leken gewoon… normaal. Maar nu, als volwassene, begrijp ik pas dat wat ik toen meemaakte allesbehalve normaal was. Soms, wanneer ik stilzit en mijn gedachten laat afdwalen, komen die herinneringen weer boven. Dan voel ik opnieuw dat vreemde, beklemmende gevoel van toen — alsof iets of iemand me toen al probeerde te waarschuwen voor dingen die ik pas veel later zou begrijpen.

 

Ik bracht als kind veel tijd door bij mijn grootouders. Hun huis stond in een rustige straat, maar achter het erf grensde hun tuin aan een smalle achterstraat met enkele oude houten huizen. Eén van die woningen stond me altijd bijzonder helder bij. Niet omdat er iets speciaals aan was, maar omdat ik haar daar altijd zag: het kleine meisje op het balkon.

 

Telkens wanneer ik op het achtererf speelde — of het nu ’s morgens, in de felle zon, of laat in de middag was — stond ze daar. Ze was altijd netjes gekleed, alsof ze uit een andere tijd kwam. Ze droeg een wit jurkje dat tot net over haar knieën viel, witte lange sokken die tot aan haar kuiten reikten, en glimmende zwarte schoentjes die in het zonlicht fonkelden. Haar haren waren zwart en glad, keurig gekamd, en ze had iets lieflijks, iets onschuldigs. Toch zat er iets aan haar dat me ongemakkelijk maakte.

 

Ze bewoog nooit.

Ze sprak nooit.

Ze keek me zelfs nooit aan.

 

Ze stond er gewoon… stil, alsof de tijd voor haar niet bestond.

 

Als kind begreep ik dat niet. Ik dacht dat ze misschien verlegen was of straf had van haar ouders. Soms zwaaide ik zachtjes naar haar, soms probeerde ik haar te roepen om te komen spelen. Maar ze reageerde nooit. Toch voelde ik me tot haar aangetrokken, alsof er een onzichtbare band tussen ons bestond. Ik wist alleen dat ik haar alleen kon zien wanneer ik op het achtererf stond. Zodra ik naar voren liep, was ze verdwenen.

 

Ik heb er in die tijd nooit met iemand over gesproken. Voor mij was het gewoon een meisje uit de buurt. Pas jaren later, toen ik volwassen was, besefte ik dat het allemaal niet klopte.

 

Toen ik een jaar of tweeëntwintig was, kwam het gesprek met mijn moeder en tante onverwacht ter sprake. We hadden het over oude herinneringen, over de buurt, over mensen die vroeger daar woonden. Ik vertelde hen toen voor het eerst over het meisje dat ik altijd op het balkon zag. Ik beschreef haar uiterlijk en de woning waar ze altijd stond.

 

Mijn moeder keek me aan met grote ogen en riep verbaasd:

“Welk meisje bedoel je? Die woning was toch al jaren onbewoond!”

 

Ik keek haar verward aan.

Onbewoond? Hoe kon dat? Ik had haar toch zó vaak gezien?

 

Mijn tante knikte toen langzaam. Ze vertelde dat het huis toebehoorde aan een echtpaar dat er vroeger woonde, nog vóór mijn geboorte. De man was al overleden vóór ik ter wereld kwam, en zijn vrouw en kinderen waren naar Nederland vertrokken. Niemand had daar sindsdien gewoond.

 

Ik voelde het bloed uit mijn gezicht wegtrekken.

Wat ik jarenlang had gezien, kon dus helemaal geen levend meisje zijn geweest.

 

Mijn moeder en tante keken elkaar toen veelzeggend aan, en mijn tante begon zacht te vertellen over wat ze vroeger over dat gezin had gehoord. Volgens de verhalen was de vrouw van de eigenaar geen gemakkelijk mens. Integendeel — ze stond bekend als wreed, manipulatief, en betrokken bij duistere praktijken. Men fluisterde dat ze zich had aangesloten bij “loge-dingen” — geheime, occulte rituelen en genootschappen waarover mensen in de buurt liever niet hardop spraken.

 

Ze had haar man volledig in haar macht. Hij was, zo zeiden ze, als een kind in haar handen. Alles wat ze zei, deed hij. En wat ze samen deden, was huiveringwekkend.

 

Op een dag, zo ging het verhaal, had ze haar man gedwongen dagenlang te baden met een levende kalkoen. De bedoeling was dat het dier zijn “energie” of “ziel” zou overdragen — een afschuwelijk ritueel waarvan niemand precies wist waarom of waarvoor. De kalkoen stierf langzaam, en naarmate het dier verzwakte, werd ook de man zieker en zieker… tot hij tenslotte stierf.

 

Niemand wist precies wat er daarna met de vrouw gebeurde. Sommigen zeiden dat ze in de war raakte en naar Nederland vertrok met haar kinderen. Anderen beweerden dat ze iets achterliet — iets kwaads, iets dat bleef hangen in dat huis.

 

Toen ik dat allemaal hoorde, werd me iets duidelijk.

Het meisje dat ik jarenlang op dat balkon zag staan…

was geen levend kind.

 

Ze hoorde bij dat huis.

Misschien was ze het slachtoffer van wat daar ooit was gebeurd,

of misschien was ze iets anders — iets dat daar gebonden bleef.

 

Vanaf dat moment ben ik nooit meer op het achtererf van mijn grootouders geweest zonder dat koude gevoel in mijn rug. Zelfs nu, jaren later, als ik mijn ogen sluit, kan ik haar nog zien: dat kleine meisje in haar witte jurkje, starend in het niets, gevangen in stilte.

 

En soms, heel soms, vraag ik me af…

of ze daar nog steeds staat.

 

⭐️⭐️= Het verhaal is herschreven door Yvanna Hilton

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.