🟨 Ingezonden door: W.P.
⚜️DANKZIJ DIE BUITENMEID⚜️ DEEL 1
----------------------
Goedemorgen OST-familie.
Deze tori gaat over wisi – zwarte magie. Onze Yvanna zal deze persoonlijke ervaring netjes herschrijven, en ik hoop dat jullie de ernst en de pijn van dit verhaal begrijpen.
Het gaat over mijn tante Joanna, die uiteindelijk door wisi om het leven is gekomen. Aub mijn naam niet in het verhaal doen, omdat er veel familieleden van mij in de groep zitten en ik weet niet als ze dit okay zullen vinden als ik zo een gevoelige kwestie hier zal delen. Maar dit is een verhaal waar veel mensen uit kunnen leren en daarom deel ik hem toch.
De namen zijn niet de werkelijke namen van de personen in kwestie.
Een hechte band:
Tante Joanna was niet zomaar een tante voor mij. Ze was mijn favoriete tante, mijn vriendin, mijn vertrouweling, mijn bestie. Ik kon werkelijk álles met haar bespreken. We roddelden samen over familie, lachten om geheimen die alleen wij deelden. Het bleef altijd tussen ons – zo sterk was de band die we hadden.
Ze had maar één dochter, haar oogappel. Alles draaide om dat meisje. Ook al was haar dochter oud genoeg om veel dingen zelf te doen, Joanna bleef haar verwennen en nam haar nog steeds van alles uit handen. Ze was een echte zorgzame moeder.
Joanna had ook een man – Steven. Hij was haar eerste grote liefde en de vader van haar dochter. Samen hadden ze veel mooie momenten gekend, maar ook zware tijden doorstaan. Toch bleef Joanna altijd naast hem staan, in goede en slechte dagen, door dik en dun.
Rijkdom en verraad:
Na jaren van ploeteren begon Steven eindelijk geld te maken. Hij werd goudopkoper, had zijn eigen goudsmid en zelfs een nachtclub in twee van de bekendste straten van Suriname. Hij reed in de nieuwste modellen auto’s, kocht er ook een voor mijn tante en voor hun dochter. Geld was opeens geen probleem meer – ze konden leven in luxe.
Steven nam mensen in dienst voor zijn zaken. Onder hen was ook een stevig gebouwde Javaanse vrouw, aangenomen als schoonmaakster. In het begin leek alles normaal, maar na een jaar begonnen de geruchten. Er werd gefluisterd dat Steven een affaire had met die schoonmaakster.
Mijn nicht (Joanna’s dochter) en ik waren in shock. Wij geloofden het niet – Steven viel toch helemaal niet op stevige vrouwen? Maar na enige tijd goed opletten, bleek de waarheid onweerlegbaar: Steven had wél iets met die vrouw.
Mijn tante Joanna durfde hem niet te confronteren. Ze was anders dan de meeste Creoolse vrouwen, die direct op de man af hun vermoedens bekend zouden maken en in de aanval zouden gaan. Nee, Joanna bleef stil. Ze droeg nauwelijks sieraden, ondanks haar man goudsmid was. Zij was een simpel en ingetogen mens, die niet van opvallend gedoe hield. Vaak pakte ze gewoon de bus, terwijl er een auto voor haar klaarstond. Als mensen haar vroegen “Faka, je hebt toch een auto? Je man is goudsmid, waarom draag je geen gouden sieraden?”
Antwoordde ze altijd eenvoudig:
“Na gron tapoe sani gudu… Ik heb dat niet nodig. Zolang ik gezond ben, kan lopen, lachen en genieten op mijn manier, is dat genoeg. Na Gado me begi, Fu sjie mie gran tjing.”
Afstand en verdriet:
De tijd ging voorbij, maar Joanna veranderde. Ze werd droeviger, stiller, steeds eenzamer. Steven sliep vaak niet meer thuis. Soms bleef hij dagenlang weg, zonder te bellen.
Ik werkte toen in het casino als assistent-head cashier. Mijn werk was zwaar en in shifts – vrije dagen waren schaars. Toch deed Joanna vaak moeite om mij te helpen, alleen maar om tijd met me door te brengen. Ze wilde iemand om mee te praten, om samen even te ontsnappen aan de zwaarte van haar leven.
Haar dochter had haar eigen bezigheden: vriendinnen, haar relatie, en weinig aandacht voor haar moeder. Dus was ik degene die altijd met Joanna uitging. We gingen samen naar restaurants, rustig en gezellig, waar het eten goed smaakte. Het maakte haar altijd blij.
De schoonmaakster:
Op mijn werk had ik een collega, Jellissa. Zij bleef maar opscheppen over haar tante: hoe die grote auto’s reed, gouden sieraden droeg van haar vingers tot aan haar ellebogen, alles kreeg van haar rijke man. Het irriteerde niet alleen mij, maar ook mijn collega’s. Hoe meer Jellissa vertelde, hoe sterker mijn gevoel werd: ze had het over diezelfde schoonmaakster. Alles klopte.
Op een dag vroeg ik haar waar haar tante woonde. Ze gaf een korte uitleg. In mijn vrije tijd reed ik met mijn nichtje naar die buurt. En daar, onder een garage, zagen we twee van Steven zijn auto’s geparkeerd. Een koude rilling ging door ons heen. Het was duidelijk: Steven had daar een huis voor die vrouw gehuurd. We besloten niets tegen tante Joanna te zeggen – uit angst dat ze nog verdrietiger zou worden.
De uitbarsting:
Dagen gingen voorbij, en ik werkte overuren. Op een avond, tijdens een lange shift, begon Jellissa weer te praten over haar “rijke tante”. Opeens werd ik emotioneel. Er knapte iets in mij. Ik begon haar uit te schelden, keihard, midden in de zaal. Ik schreeuwde:
“Je tante is een hoer! Een materialistische bitch! Weet je dat ze met de man van mijn tante gaat? Zeg tegen haar dat ík dat gezegd heb! Ik ben niet zacht zoals mijn tante, hoor! Ik laat meteen weten waar het op staat!”
Iedereen keek geschokt. Het was alsof ik bezeten was, zo kwaad was ik. Mijn collega Wishal fluisterde: “Ga even op break, ga jouw hoofd even afkoelen.” Ik liep naar de gang, woest, niet in staat helder na te denken.
De eerste tekenen van verval:
Thuis bleef het beeld van mijn tante door mijn hoofd malen. Ik besloot haar te bellen. Haar stem klonk vreemd, zwaar, alsof haar tong opgezwollen was. Ze sprak wartaal, onverstaanbaar.
Ik raakte bezorgd en belde mijn moeder – Joanna’s zus. Al snel kreeg ik bericht: mijn tante was volledig veranderd. Ze at niet, vermagerde snel, had opgezwollen voeten, rook sterk omdat ze dagen niet had gedoucht. Ze leek dingen te zien die wij niet zagen en zij sprak tegen zichzelf. Ze sloeg keihard met een paraplu op haar broer. Het was duidelijk: dit was geen normaal gedrag.
Familie bracht haar naar Para, naar het graf van hun ouders, waar rituelen werden uitgevoerd. Daar kreeg tante Joanna een culturele wasi. Even leek het beter te gaan. Maar men zei dat de schoonmaakster wisi bij Joanna’s poort had begraven. Iedere keer liep Joanna eroverheen zonder het te weten, en dat maakte haar geestelijk en lichamelijk steeds zieker. Elke keer dat er over die wisi gelopen werd, ging die sterker werken.
Vanaf dat moment begon het bergafwaarts te gaan met mijn tante Joanna.
Ze werd onherkenbaar: vermagerd, stil, somber. Ze at nauwelijks, verloor haar kracht en begon steeds vaker wartaal te praten. Soms leek het alsof ze in een andere wereld leefde. Haar voeten zwollen ook steeds meer op, en de stank die er uit haar kwam was niet meer te harden. Daarnaast weigerde ze ook om te douchen. Dit maakte het enorm moeilijk voor mensen om in haar omgeving te blijven.
Op een dag stak ze een broodje in haar zak en zei:
“Dit is voor morgen…”
Alsof ze bang was dat er geen morgen meer zou zijn.
Haar familie besloot in te grijpen. Ze brachten haar opnieuw naar Para, wederom naar het graf van hun ouders. Daar werden rituelen uitgevoerd met behulp van mensen van de plantage die daar bevoegd waren. Een van Joanna’s broers raakte in trance bij het graf. Hij pakte een kalebas met bladeren en begon te spreken, met een stem die niet van hem leek te komen:
“Mi warskow Joe Joe, neh arki dies na lasti trong sang mi hip joe!
Ik heb jou zo vaak gewaarschuwd, maar je luisterde niet. Dit is de laatste keer dat ik jou help.”
Daarna gaf hij haar een wasi. Even leek het alsof Joanna weer tot zichzelf kwam.
Een kwetsbare ziel:
Ik bezocht haar thuis. Ze schaamde zich zichtbaar. Ze wist dat ze achteruitging, maar probeerde het te verbergen. Ik sprak met haar, probeerde moed in te spreken:
“Sommige dingen hebben we niet in de hand, tante. Maar we kunnen ook niet blijven wachten tot het ons kapotmaakt. Steven denkt niet eens meer aan jou. Laat hem los. Ga vooral niet terug naar dat huis waar die vrouw wisi heeft gezet.”
Ze luisterde, knikte stil, en liet slechts wat kleren en belangrijke papieren ophalen.
Haar dochter kwam zelden langs – en als ze kwam, bleef ze nooit lang. Dat deed mijn tante ontzettend veel pijn. Vaak volgde ze mij zodra ik terugkwam van werk, alleen maar om even te praten. Ze had iemand nodig om alles aan kwijt te kunnen. Maar ook binnen de familie werd ze gepest door een gemene zus en haar kinderen. Ik werd woedend toen ik dat hoorde, en ik schold hen eens flink uit. Daarna lieten ze haar gelukkig met rust.
🌺 VOOR VERVOLG:
(LEES DEEL 2)
⭐️⭐️= het verhaal is herschreven door de OST beheerder Yvanna Hilton.
Reactie plaatsen
Reacties