STORY 760: HET WINTI HUIS VAN BIGI POIKA

Gepubliceerd op 12 juli 2025 om 12:49

🟥 Ingezonden door: kasanpawiro estrella

            ⚜️HET WINTI HUIS VAN BIGI POIKA⚜️
————————————

 

Beste OST leden, iedereen kent Bigi Poika als een rustig plaatsje. Maar er staat daar een oud huis – half weggerot, met houten luiken die altijd dicht zijn. De mensen noemen het:
“A Winti Oso” (het geesthuis).


Volgens de oude mensen woonde daar ooit een man, Papa Koori, een man met veel kennis over winti-prey’s, iemand die met geesten sprak. Hij leefde er met zijn dochter Sisa, een stil meisje met lange zwarte haren en ogen die nooit knipperden. Sisa werd op een dag ziek. Heel ziek. Niemand wist wat er met haar aan de hand was. Papa Koori riep alle winti’s op om haar te redden. Hij offerde, hij bad, hij zong.

 

Maar de dood kwam toch.

 

Sisa stierf op een bloedhete middag, en diezelfde avond verdween ook Papa Koori. Hij was spoorloos. Sommigen zeggen hij is met haar meegegaan. Anderen zeggen:
“Winti teki en.” (De geest heeft hem meegenomen.)

 

Sindsdien is het huis verlaten.

Of... dat dacht men.


Een jongen uit het dorp, Gino, was op een avond op weg naar huis. Zijn fietsband was plat, dus hij moest lopen. De kortste route ging… langs het Winti Oso.

 

Hij aarzelde.
Maar hij was stoer. Hij floot een liedje en liep langs het huis.

 

Toen hoorde hij gehuil. Een meisjesstem.

"Mi e frede… Jep' mi…”
(Ik ben bang… help me.)

Gino keek op. Achter de gesloten luiken zag hij een klein gezicht. Sisa? Maar dat kon toch niet…?

De luiken openden zich met een krakend geluid. Een windvlaag blies stof in zijn ogen. Toen hij weer keek, stond het meisje in de deuropening. Ze lachte zachtjes.

"Wil je met me spelen?"
Voordat hij kon antwoorden, viel hij flauw.


Toen men hem vond, lag Gino precies voor het huis. Zijn lippen fluisterden nog:
"Sisa e waka ini a oso…"
(Sisa wandelt nog in het huis…)

 

Papa Leo, een geestelijke uit het dorp, riep iedereen bijeen. Hij vertelde dat het huis rusteloos is omdat Sisa nooit is begraven. Haar lichaam was nooit gevonden. Alleen haar pop was ooit teruggevonden in een boom.

 

Sindsdien zegt men:

“Als je langs het Winti Oso komt, en je hoort een meisje vragen of je wil spelen… kijk niet om.”


Na wat er met Gino gebeurde, durfde niemand nog in de buurt van het Winti Oso te komen. Maar Ama, een meisje uit het dorp dat altijd nieuwsgierig was naar oude verhalen, voelde zich al een poos rusteloos. Ze droomde drie nachten achter elkaar over Sisa. In de droom stond Sisa steeds in regen, met haar pop in de hand, en zei:

"Jep’ mi… mi no man gwe. Mi no ben go dede…”
(Help me… ik kan niet weg. Ik ben niet echt gestorven…)


Ama vertelde het aan haar grootmoeder, Nene Roza, die vroeger met Papa Koori had gewerkt als kruidenvrouw. Nene Roza keek haar diep aan en zei:
"Als jij deze droom driemaal hebt gehad, dan ben jij degene die haar moet bevrijden."


Samen met haar grootmoeder verzamelde Ama alles wat nodig was:

- Dyamankriki (bitterblad) om het kwaad weg te wassen
- Zwampesi (heilig water uit de kreek)

En een klein flesje met Papa Koori zijn oude parfum, dat nog steeds naar sandelhout rook


Op een maanloze nacht, toen de wind stil was en de krekels zwegen, liep Ama het erf van het Winti Oso op. Nene Roza bleef achter, biddend onder een boom met een faja lobi-tak in haar hand. Ama stapte de krakende houten trap op. De deur stond open. Ze ging de woning binnen. Binnen rook het muf. Stof danste in de lucht. Maar midden in de kamer stond iets… een pop. Precies zoals in de droom. En naast de pop: Sisa.

 

Maar dit keer huilde ze niet. Ze glimlachte.

"Mi ben wakti yu... yu no moes’ frede mi…"
(Ik heb op je gewacht… wees niet bang voor mij.)

 

Ama voelde geen angst. Alleen verdriet.
Ze stapte naar voren, knielde bij Sisa en legde het flesje parfum naast de pop.

 

Toen fluisterde ze:

"Mi lib’ ju fu go now. Yu musu go nanga Gado."
(Ik laat je gaan. Je moet naar God.)

 

Sisa stribbelde niet tegen, zij leek hier heel lang op gewacht te hebben. Zij wilde niet meer rond dwalen, zij wilde weg van deze plek waar ze vast zat. Ze begon te stralen. Haar ogen werden helder. Ze keek naar de pop, gaf een knikje… en verdween.

 

Vanaf die nacht werd het huis rustiger. Geen gehuil meer, geen open luiken. De honden blaffen er niet meer, en het gras begon weer te groeien rond het huis. En Ama? Ze wordt sindsdien soms ‘Mama Sisa’ genoemd. Ze is de enige die ooit het Winti Oso is binnengegaan en levend én vrij is teruggekeerd.


Ze zegt nog steeds:
“Geesten willen geen wraak… ze willen rust.”


Sinds Ama (nu bekend als Mama Sisa) de ziel van het meisje Sisa bevrijdde, leefde het dorp Bigi Poika in vrede. Maar rust duurt nooit lang in een land waar het bos nog leeft… en dingen bewaart die beter vergeten konden worden.

 

Want ergens die nacht, toen Sisa’s ziel bevrijd werd, opende zich ook iets anders in de geestwereld.

 

Iets dat gebonden was…
Iets dat wachtte op zwakte.
Iets dat Sisa’s gebroken ritueel nodig had om vrij te komen…


Op een ochtend vonden mannen uit het dorp een grafsteen die was verschoven op het oude begraafplaatsje achter het Winti Oso. Niet zomaar een graf. Dit was het graf van Amina, een vrouw die honderd jaar geleden samen met Papa Koori tegen de zwarte magie vocht. Zij had ooit een Ampuku gevangen – een kwaadaardige geest die zich verstopt in mensen, fluistert in je oor en dingen laat gebeuren die je nooit wilde doen.

 

Papa Koori en Amina hadden die geest opgesloten onder haar graf. Maar nu… was hij ontsnapt.


Kinderen begonnen raar te doen. Ze vochten, ze logen, ze begonnen 's nachts te praten in hun slaap in een taal die niemand begreep. Zelfs Ama begon nachtmerries te krijgen. In haar droom stond ze bij zwart water, en een stem zei:

"Yu e jepi ding… ma suma e jepi yu?"
(Je helpt hen… maar wie helpt jou?)

En toen:
"Mi e gi ju kraktie. Ma yu musu gi mi wan tra ziel…"
(Ik geef jou echte kracht. Maar je moet me in ruil een andere ziel geven.)

Ama werd zwetend wakker, met zwarte modder op haar hand.


Ze begreep het toen: de Zwarte Ampuku was vrij… en hij zocht een lichaam.

Hij probeerde háár te breken. Want zij was de poort geweest naar de geestenwereld. Maar Ama was niet zwak. Ze ging naar het graf van Amina, gooide zout, bad psalm 91, en stak een faya-blaka in de grond.

 

Toen sprak ze hardop:

"Mi no ben abi fesi nanga yow. Ma na mi e stop yow. Disi na mi gron, disi na Gado gron."
(Ik zocht jou niet op. Maar ik zal je stoppen. Dit is mijn grond, dit is Gods grond.)


Die nacht brak er een storm los boven Bigi Poika. Bliksem sloeg in bij het Winti Oso. Het dak vloog eraf, maar in de lucht zagen mensen iets gedaante-achtigs opvliegen — als een schaduw, met rode ogen en rook als vleugels.

 

Ama stond rechtop in de regen, haar ogen gesloten, haar handen omhoog. Ze zong zachtjes een lied in Sranantongo… een lied dat ze alleen kende uit haar dromen:

"No bron mi srefi, Gado e libi na ini mi..."
(Ik verbrand niet, want God leeft in mij...)

 

De wind stopte. De regen viel stil. En een straal maanlicht viel precies op haar gezicht.

 

De volgende ochtend was het stil. De kinderen waren rustig. Het gras was groener. En het graf van Amina was weer dicht, stevig verzegeld met een houten kruis dat niemand daar had geplaatst…

 

Ama glimlachte. Ze wist:
De strijd was niet voorbij. Maar ze was niet meer alleen.

Want sinds die dag, als ze in de spiegel kijkt, ziet ze soms… Sisa met glimlach achter haar staan.


⭐️= het verhaal is geplaatst zoals die ontvangen is.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.