STORY 759: A ODO FU LIBI NA BOSKOPU

Gepubliceerd op 12 juli 2025 om 12:45

🟫 Ingezonden door: kasanpawiro estrella

                 ⚜️A ODO FU LIBI NA BOSKOPU⚜️
                         (De vloek van Boskopu)
———————————

Geachte OST leden, lang lang geleden, in een klein dorpje bij de rand van het Brokopondomeer, woonde er een oma, een oude vrouw die iedereen "Mama Liba" noemde. Ze stond bekend als een kruidenvrouw, iemand die met bladeren en gebeden kon genezen. Maar er werd ook gefluisterd dat ze met duivels werkte.


Een jonge man met de naam Alfons verdwaalde een dag in het bos. Hij was op zoek naar zijn hond die weg was gerend. Terwijl hij liep, begon de lucht ineens donker te worden, en een rare kou trok over zijn rug. Hij hoorde iemand fluisteren:

"No luku baka... no luku baka..."
(Kijk niet achterom... kijk niet achterom...)

 

Hij draaide zich toch om.

 

Wat hij zag, deed zijn hart stilstaan. Daar stond Mama Liba, maar haar ogen waren zwart als de nacht, en haar voeten raakten de grond niet. Ze zweefde, en uit haar mond kwam rook. Het was duidelijk dat zij niet meer leefde. Hoogstwaarschijnlijk was zij door de jaren heen gestorven. Aangezien ze afgelegen woonde, was ze in alle eenzaamheid gestorven. Maar haar ziel leefde nog voort en zat gebonden aan de plek.

 

"Yu no musu kom na mi gron," zei ze met een stem als donder.
(Je moest niet op mijn grond komen.)

 

Het klonk zeer dreigend en Alfons rende voor zijn leven. Hij had zichzelf gelukkig kunnen redden voor dat moment. Maar sinds die dag veranderde hij. Hij werd stil, sprak niet meer, en keek altijd over zijn schouder. 's Nachts hoorde zijn moeder hem praten in een vreemde taal, en zijn ogen leken soms niet meer van hem te zijn...

 

Tot op een dag, …. verdween hij zomaar. Alleen zijn schoenen bleven achter, precies op de plek waar hij voor het laatst in het bos gezien was.


Sindsdien zegt men dat wie in de buurt van Boskopu komt, vooral als de maan vol is, moet zwijgen, niet lachen, niet schreeuwen... en zeker niet omkijken. Want Mama Liba waakt nog steeds. En als je haar per ongeluk aankijkt? Dan neemt ze jouw ziel… en blijft alleen jouw schaduw achter in het zand.

 

Een jaar was voorbij sinds Alfon verdween. De mensen in het dorp noemden zijn naam niet meer. Zijn moeder, tante claudia, bad elke avond en stak een kaars aan bij zijn foto.

 

Maar op een dag – vlak voor de grote regentijd– gebeurde iets vreemds.

 

Een klein meisje, ifa, kwam huilend uit het bos gerend. Haar jurk was gescheurd, en haar voeten zaten vol modder. Ze riep:

"Mi si Alfons! Mi si Alfons!"
(Ik heb Alfons gezien!)

 

Iedereen dacht dat ze loog. Maar toen ze vertelde waar ze hem had gezien – vlak bij de oude kapotte brug in Boskopu – trok het dorp stil. De dorpsoudste, Papa Dens, zei:
"A no fesi disi e psa. A dyugudyugu na wan teken."
(Dit is geen toeval. Deze onrust is een teken.)

 

Diezelfde nacht droomde tante claudia iets vreemds. In haar droom kwam Alfons naar haar toe, zijn ogen dof, zijn stem gebroken:
"Ma... mi no sabi tapu waka. Mama Liba abi mi ziel..."
(Ma… ik kan niet meer stoppen met dwalen. Mama Liba heeft mijn ziel.)

 

Toen ze wakker werd, lag er iets op haar kussen: een blad van de boskopu-boom, nat en glimmend alsof het net uit het bos kwam.


Op een nacht, bij volle maan, besloot tante claudia met Papa Dens en nog twee sterke mannen het bos in te gaan. Gewapend met bijbel, flambeau (fakkels), en een ketting van dyarati (heilig hout), gingen ze richting de plek waar Ifa Alfons had gezien.

 

De wind was stil. Geen krekels, geen uil, alleen het geluid van voetstappen op natte bladeren.

Plotseling hoorden ze gehuil.
"Oooooooeeeeehhhhhh..."

 

Daar stond hij. Alfons. Maar niet helemaal. Zijn lichaam was mager, zijn huid bleek, en zijn ogen... leeg.

"Mi no man go baka... tenzij un broko a odo," fluisterde hij.
(Ik kan niet terug… tenzij jullie de vloek breken.)

 

Papa Dens sprak gebeden in het Sranantongo. Tante Claudia hield de ketting omhoog. En net op dat moment begon de grond te beven. Tenminste zo voelde dit aan voor het gezelschap. Uit de schaduw kwam Mama Liba.

 

Maar dit keer… huilde ze.

"Mi no ben wani kba so… mi ben wani wan pikin… mi ben wani wan famiri," jammerde ze.
(Ik wilde alleen niet eenzaam zijn… ik wilde een kind, een familie.)

 

Ze had Alfons genomen om hem bij zich te houden – niet uit kwaad, maar uit verdriet. Haar eigen zoon was jaren geleden gestorven in datzelfde bos. Zij legde uit dat ze geen kwade bedoelingen had en vroeg vergiffenis. Ze besloot Alfons terug te geven aan zijn familie. Toen tante Claudia haar vergaf, verscheen een helder licht. Mama Liba glimlachte… en loste op in rook.

 

Alfons viel neer, maar zijn ademhaling was terug. Zijn ogen hadden weer kleur. De vloek was verbroken.


Sindsdien zeggen de mensen in het dorp:

 “Wan ziel disi e kiri met haat, no e frede. Ma wan ziel disi e kisi fesi, e libi baka.”
(Een ziel die sterft met haat, vindt geen rust. Maar een ziel die vergeving krijgt, leeft weer.)


⭐️= Het verhaal is geplaatst zoals die ontvangen is.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.