STORY 755: IK ZOU MIJN LEVEN GEVEN - DEEL 3

Gepubliceerd op 3 juli 2025 om 14:42

🟩 Ingezonden door: Anoniempje 

             ⚜️IK ZOU MIJN LEVEN GEVEN⚜️ DEEL 3

--------------------------

Het was inmiddels drie maanden geleden sinds de dood van Sherney.

 

De lucht boven Paramaribo leek sinds die dag zwaarder geworden. Niet alleen voor Dinotra, maar voor iedereen die met haar in contact kwam. De bomen en planten in haar tuin begonnen te verwelken, enorm vreemd, aangezien het regenseizoen nog in volle gang was. Vreemde vieze geuren hingen in de kamers en rondom het huis. De katten bliezen als ze haar passeerden. Kinderen op straat stopten met spelen als ze haar zagen, zo erg zag ze er nu uit … omdat ze nu alweer maanden geen goede nachtrust gehad heeft.

 

Haar huid was bleek geworden als die van haar moeder, grote donkere kringen rondom haar ogen. Geen wonder dat de kinderen van de buurt altijd schrokken als ze haar voorbij zagen lopen.

 


Naarmate de dagen…. de weken verstreken, sliep ze amper nog. Haar ogen waren diep verzonken, haar huid grauw en vlekkerig. Haar stem, ooit helder en warm, klonk nu hees en gebroken. Ze werd elke nacht geroepen bij haar naam en lastig gevallen door steeds andere entiteiten, die zich soms aan haar lieten zien en soms ook niet. Ze wist nooit wat ze mee zou maken als ze s’nachts naar bed ging. Sommige nachten gebeurde er ook gewoon niks.

 

Dit zorgde voor veel angst en stress bij Dinotra, omdat het dan dagen stil was en ineens weer dagen achtereen van allerlei enge gedrochten die opdoken in haar slaapkamer. Voor haar bed, naast haar bed en soms zelf stemmetjes die haar riepen vanonder haar bed of vanuit haar klerenkast.


Haar moeder, mevrouw Dongo, was ziek geworden. Niet zomaar ziek — een mysterieuze ziekte die geen enkele arts kon verklaren. Haar ogen en mond trokken scheef, alsof ze een beroerte kreeg, sommige momenten was ze ineens tijdelijk blind, haar stem veranderde ook, zwak trillend, alsof ze met moeite zinnen kon vormen. En elke nacht schreeuwde ze huize ver alsof iets onzichtbaar haar aanviel. Ze zei dan steeds dat zij 'dingen' voelde in haar lichaam, die haar aan het bijten waren. 


De buren schrokken zich natuurlijk kapot van het gegil door de stille nacht, maar niemand durfde daarheen te gaan om te vragen wat er aan de hand was. Zo bang waren ze voor deze vrouw, niemand wilde haar op de tenen trappen. Uiteraard wisten de buren niet wat er daar allemaal gaande was.



Het was vreemd …… in huize Dongo, het leek alsof iets duister teruggekomen was.
Iets dat ze niet hadden verwacht.
Was er iets fout gegaan tijdens de rituelen en offers?

Op de ochtend van zondag 1 oktober 2023 besloot Dinotra te doen wat haar moeder haar al maanden had verboden: de spiegel in de voorzaal van het huis opnieuw openen.

 

In Surinaamse spirituele tradities wordt gezegd dat spiegels de doorgang zijn tussen deze wereld en de geestwereld. Na een dood of ‘wroko’ worden spiegels meestal bedekt met witte lakens — om te voorkomen dat de doden, entiteiten, demonen of winti’s zich vastklampen aan mensen hun reflectie.

 

Maar Dinotra had haar grens bereikt. Ze wilde antwoorden. Ze wilde weten wie of wat haar elke nacht bezocht.

 

Ze trok het laken van de spiegel. En daar zag ze het.

Niet haar eigen reflectie.

 

Maar Sherney, met rottend vlees, gebarsten lippen, en ogen zonder pupillen. De kamer stonk naar verrot vlees, de stank was niet te harden. De lucht in de kamer werd koud, haar adem condenseerde op het spiegelglas. En uit de spiegel klonk een stem, kil en vervormd:

 

“Mi no ben tyari ogri. Yu e tyari ogri gi yu srefi.”
(Ik bracht geen kwaad. Jij bent degene die het kwaad opgezocht hebt.)

 

Dinotra schrok van de stem en viel achteruit. Haar achterhoofd sloeg tegen de houten vloer, maar ze voelde geen pijn. Alles leek verdoofd. Haar lichaam lag op de grond, maar haar geest… werd meegetrokken. Tenminste zo voelde dit aan, zo vertelde zij later. 

 

.......Meegetrokken naar de spiegel. Het was alsof haar geest op dat moment niet meer in haar lichaam zat. 

Ze wist niet of ze droomde of stierf. Maar plots stond ze in een landschap dat geen lucht kende. Er was een ernstig tekort aan zuurstof, ze moest letterlijk naar lucht happen. 'Was dit de hel? Was dit het einde?' Vroeg ze zich af. Er was op deze plek geen boven of onder, enkel donker, een zwart gat, met hier en daar flitsen van een rode gloed. Schimmen bewogen zonder benen, armen strekten zich uit uit bomen zonder bladeren. En in het midden van dat alles stond Latifah — haar gezicht verwrongen, haar ogen leeg.


Latifah begon te praten, haar stem klonk vol haat en wrok:

“Waarom heb je mij meegenomen? Waarom?! Waarom moest je mij dit aandoen? Waarom heb je zo een zwart innerlijk, wij waren zo een leuke vriendengroep, en dit verdien ik?”

 

Dinotra kon haar mond niet openen. Ze wilde roepen, verklaren, smeken — maar haar tong wilde niet meewerken. Het voelde alsof haar tong vastgespijkerd zat in haar mond. Een schim kwam uit de grond gekropen. Vlezig, zwart, met ogen als gloeikooltjes. Het wezen had lange, kromme vingers en ademde zwaar. Het was de ‘takru sani’ die haar moeder destijds had aangeroepen om de rituelen te voltooien. Hoe wist ze dit? Ze wist er zelf geen verklaring voor, maar ze was ervan overtuigd dat dit het wezen was. Het voelde alsof het communiceerde met haar, want ze kreeg boodschappen in haar hoofd alsof het ding haar dit allemaal vertelde. 

 

Maar het gruwelijk gedrocht, dit 'ding' was niet tevreden.
Zoals Dinotra het kon begrijpen (zij had zelf geen verstand van zwarte magie en culturele gedoe) was deze ‘takru sani’(demoon) niet tevreden met de deal die haar moeder met hem gesloten had. Hij wilde meer, hij eiste meer ….

 

Hij wilde in ruil voor de ‘wroko’ meer levens. En aangezien Dinotra’s moeder dit weigerde, omdat ze volgens haar al voldoende pai, genoeg rituele offers gebracht had. En de moeder was gewend haar 'wisi' op haar eigen wijze en met haar eigen handelingen te voltooien. Omdat mevrouw Dongo deze 'wroko' extra goed voor haar dochter wilde doen, had ze zelf extra handelingen gepleegd om de wisi nog heftiger en succesvoller te maken. En nu bleek dat de ‘takru sani’ naderhand toch nog ontevreden was. 


Dat is het nadeel van werken met demonen, is dat ze altijd listig en onbetrouwbaar zijn.
Er is altijd een addertje onder het gras.
Zij geven je wat je wil, .... soms dan, maar uiteindelijk zal je toch altijd problemen ondervinden en dit was nu het geval. De demoon kwam voor meer ….. hij wilde meer levens opeisen! Hij wilde geen simpele offers van dieren, hij eiste meer mensenlevens in ruil voor datgene wat mevrouw Dongo gevraagd had. 


Met een ruk sloeg het wezen zijn klauwen om haar nek. Ze voelde haar luchtpijp dichtklappen, haar benen trilden. Het wezen begon haar te trekken richting een poel van zwarte olie die borrelde als kokende teer. Ze werd ondergedompeld — en ze schreeuwde. Ze probeerde te gillen, hetgeen niet lukte. "Dit is het einde, ik ben dood, mijn leven is voorbij" waren de woorden die er door haar gedachten gingen. 

 

Plotseling kwam ze bij bewustzijn, trillend als een blad en lijkbleek. Zweet. Bloed. Haar nagels waren afgebroken. Alsof ze hevig gevochten had met iemand. 

 

Haar moeder stond boven haar, met een geschrokken blik in haar ogen, met een kalebas (gevuld met een onbekende vloeistof) in haar hand. Ze sprenkelde deze vloeistof over haar dochter terwijl ze woorden aan het mompelen was.

 

Dinotra keek verward om zich heen.
Ze ging in de foetushouding liggen van angst, na wat ze net allemaal te zien gekregen had. Hoe de demoon haar van het leven wilde beroven.

 

“Jij gaat sterven… als je mijn adviezen niet opvolgt. Ik heb je uitdrukkelijk gezegd om de lakens NIET van de spiegels af te halen tot ik daar toestemming voor geef! En toch heb je het gedaan en heb je nu gezien wat dit teweegbrengt?!! Als ik niet thuis geweest was, was jij je leven kwijt. Waarom ben je zo koppig, snap je de ernst van de situatie niet meisje?” Zei de moeder kwaad.

Mevrouw Dongo wist dat de situatie compleet uit de hand was gelopen. Wat een simpele routine ‘wisie wroko’ had moeten zijn, was uitgemond in een vloek die haar eigen dochter nu verteerde. Zij had zo vaak dit soort rituelen gedaan, voor haar klanten die kwamen om anderen dood te maken of ziek te maken, nooit was iets mis gegaan, waarom nu wel? Mevrouw Dongo probeerde na te denken wat er fout gegaan kon zijn. Ze kwam er eerst niet uit, dit was allemaal dagelijkse routine om offers te brengen aan de entiteiten waarmee ze werkte.

 

Uiteindelijk kwam zij tot de conclusie, dat er wat misgegaan moet zijn bij deze ‘wroko’ omdat ze speciaal voor deze wens van haar dochter naar de begraafplaats geweest was, om meer yorka’s te gaan halen, omdat ze extra kracht bij wilde zetten aan deze ‘wisie’ die ze zou sturen naar de twee vriendinnen. Hoogstwaarschijnlijk waren er behalve de yorka’s ook nog vele andere onuitgenodigde ‘gasten’ meegekomen van de begraafplaats waar ze niet op gerekend had.

 

Dit moest gauw opgelost worden, aangezien er nu een groot probleem ontstaan was. Mevrouw Dongo, zou vanwege haar slechte gezondheid niet zelf het ‘werk’ kunnen doen om een oplossing te vinden voor de ontstane situatie. Ze stuurde een neef naar Marowijne, om een marron priesteres te halen uit het dorp Pikin Slee voor hulp. Deze vrouw, Oma Koebie, was blind, maar zag meer dan wie dan ook.

 

Toen Oma Koebie het huis binnenkwam, sloeg de wind de deur met een klap dicht.

 

Ze rookte een sigaar en ademde diep.
“A tapu e wakti. Takru san’ fasi na oen skien!”.
(Het einde wacht. Het kwaad is op jullie geplakt.)

 

Ze begon met het ritueel. Vier levende kippen werden op het erf gezet. Drie stierven spontaan binnen een uur. De vierde keek naar Dinotra en begon te krijsen alsof iemand haar wurgde.

 

Oma Koebie knielde voor het altaar van mevrouw Dongo. Ze haalde een zwart steentje uit haar doek en legde die op de tong van Dinotra.

 

“De overledene is niet tevreden met haar dood, en zij is degene die ook terugvecht. Daarom blijven jullie haar steeds terug zien, ze had nog zoveel doelen voor ogen, en dit hebben jullie haar afgenomen. Ze is bitter, ze is woest, ik denk dat jullie dit ook weten en dit voelen. Maar er is meer aan de hand ... ik kan niet alles duidelijk zien....maar ik zie dat jullie problemen niet alleen afkomstig zijn van het overleden meisje. Ik zie een zwarte macht, zoveel verschillende duivelse machten die hier aan het werk zijn. Geen wonder dat dit huis zo somber, koud en donker aanvoelt. Het is ook zo eng koud hier! Het voelt erg onprettig en het maakt me ongemakkelijk. Met welke vervloekte duivelse wezens heb je gewerkt vrouw?!! Kijk eens wat jij je zelf om de hals gehaald hebt! Weet je wel in wat voor vaarwater jij je nu begeeft?” Zei oma Koebie streng.


“Ja, ik … ehm, ik begrijp het niet, nooit is iets fout gegaan tijdens mijn werk. Dit overkomt mij voor het eerst, ik ken mijn vak op mijn tien vingers. Het is routine, .. ik, ik … ik weet echt niet waar het fout gegaan is” zei mevrouw Dongo stotterend.


“Vrouw, libi mie, no hoor mi na spotu!! Als je wist wat je aan het doen was, zat je niet in deze ka! Jij werkt met takru sani, het zijn listige wezens, je kan ze niet vertrouwen. Wat had je anders verwacht? Je had dit moeten weten dat zo een moment zou komen. Demonen kunnen zich elk moment tegen je keren, precies hoe ze je alles geven, kunnen ze zich een seconde later tegen jou keren! Als een ervaren culturu sma had je dit echt moeten weten!” Zei vrouw Koebie verwijtend en geïrriteerd tegen mevrouw Dongo.

 

Voordat mevrouw Dongo hierop kon antwoorden, zei de oude vrouw nog “dit is de laatste keer dat ik jullie help, als je NOG EENS problemen gaat zoeken, moet je voor de gevolgen kunnen instaan! Ik help deze keer, omdat ik het niet over mijn hart kan krijgen jullie te zien overlijden. Als mens zijnde kan ik dit niet. Maar als dit nog eens gebeurd, kom mij niet roepen voor hulp! Ik zeg het alvast! Oe NO bel mi, oeno kaar' mi moro!”.


Hierna ging oma Koebie haar rituelen uitgebreid voorbereiden.

Die avond, terwijl het ritueel nog voortduurde, begon de lucht boven het huis zwart te worden. Er leken hele vreemde dingen te gebeuren in de omgeving. De straatlantaarns in de straat flikkerden. Op een gegeven moment viel het licht uit in de gehele buurt. Of dit een toeval was, is niet bekend, maar wel erg toevallig dat dit gebeurde tijdens het cultureel werk van oma Koebie. Stroom was iets langer dan een uur weg, maar de oude vrouw was niet gestopt met haar rituelen. Met kaarsen rondom haar geregeld in een grote cirkel, was ze doorgegaan met haar werk.

 

Ondertussen was het enorm hard aan het waaien, de regen dook de kop op en ging behoorlijk tekeer buiten. Het bliksemde en donderde aan één stuk door. Niemand durfde naar buiten. De hel was losgebarsten, zo leek het. De sfeer voelde niet fijn en het was abnormaal koud in de woning.

 

Om precies 03:00 uur, kraakte het plafond boven de slaapkamer van Dinotra. Er klonken voetstappen op het dak, zwaar, traag. De deuren in de woning ging uit zichzelf open en dicht. Wind rukte door het huis, alle kaarsen doofden.


En toen verscheen ze. Sherney. Niet als geest. Maar als iets anders. Huidloos. Bloot. Met één oog dat traag draaide.

 

Ze kwam op Dinotra af, langzaam, als in een trance.

 

“Yu tek mi. Mi ow tek yu.”
(Jij nam mij. Nu neem ik jou.)

 

Dinotra begon te schreeuwen. Maar haar stem werd gesmoord. Een onzichtbare kracht sloeg haar lichaam met immense kracht tegen de muur. De slag waarmee ze tegen de muur sloeg was duidelijk hoorbaar. Bloed liep uit haar neus, ogen en oren. Ze spartelde als een vis uit het water.

 

En op dat moment… stopte haar hart.

Of… dat dacht men.

 


Oma Koebie gilde uit volle borst:
“Tapu! Tapu!”
(Stop! Stop!)
Verder mompelde de oude vrouw nog enkele onverstaanbare spreuken en zij was druk in de weer met rituelen. Veel woorden en gebrabbel die niemand verstond, en daarna smeet ze een pot met brandende wierook en andere culturele ingrediënten tegen de muur. Er was een soort van explosie van een vel licht — en toen…
niets.
Alsof er niks gebeurd was.
De atmosfeer veranderde! 


Dinotra lag bewusteloos op de grond.
Levend! 
Maar niet meer zoals ze voorheen was.

 

Sinds die nacht is Dinotra nooit meer 'normaal' geweest. Ze trok zich terug en sprak met niemand. Ze sliep overdag, en wandelde ‘s nachts in de tuin, mompelend in een taal die niemand begreep. Haar moeder werd tegen die tijd ook nauwelijks meer gezien buiten de woning. De buren vrouwen zich af als ze nog leefde, want dit waren ze niet gewend.

 

Mevrouw Dongo was altijd een trotse vrouw geweest die zich normaliter graag liet zien. Altijd als men haar buiten of over straat zag, was zij opgetut met veel gouden sieraden. Niemand durfde haar te roven of lastig te vallen, dit wist ze ook omdat een ieder bang voor haar was. Maar sinds dit gebeuren kwam ze nauwelijks tot nooit het huis uit. Men roddelde zelf in de omgeving dat ze het land ontvlucht was. 


En Sherney?

Die verscheen nog steeds regelmatig. In spiegels. In dromen van mensen die haar kenden. Op foto’s van familie en vrienden, waar Sherney op stond, vervaagden deze zonder reden.

 

 

VOOR VERVOLG: 

                LEES DEEL 4 (het laatste deel)

 

⭐️⭐️ = het verhaal is herschreven door de OST beheerder Yvanna Hilton. 

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.