STORY 753: IK ZOU MIJN LEVEN GEVEN - DEEL 1

Gepubliceerd op 26 juni 2025 om 13:56

🟧 Ingezonden door: Anoniempje

                ⚜️IK ZOU MIJN LEVEN GEVEN⚜️ DEEL 1
———————————

Geachte OST familie, ik wil een ervaring delen vandaag. Aangezien de hoofdpersoon een familielid van mij is, en ik de toestemming heb dit te delen, klim ik hierbij in de pen.


Even voor de duidelijkheid: de namen en sommige details zijn bewust veranderd om herkenning te voorkomen.


Het was zaterdag 8 juli 2020, een dag die sommigen zich zouden herinneren als een mijlpaal vol trots en vreugde — maar voor sommigen zou die dag achteraf ook de duistere start zijn van iets dat het leven van meerdere families voorgoed zou veranderen.

 

Het Academisch Centrum in Paramaribo was tot de nok gevuld met studenten in hun mooiste kleding, zenuwachtige ouders, tantes die opgewonden babbelden en broertjes die verveeld op hun telefoons tikten. Buiten de hal stond een rij auto’s in de brandende zon. De Surinaamse vlag wapperde loom in de wind terwijl op het podium binnen de eerste namen van afgestudeerden door de microfoon klonken.

 

Tussen alle afgestudeerden zaten drie jonge vrouwen op de eerste rij, keurig opgemaakt, met trots glinsterend in hun ogen: Sherney Waterberg, Latifah Martodihardjo en Dinotra Dongo. Ze waren onafscheidelijk geweest sinds hun VWO-tijd, en als een drievoudige eenheid waren ze samen verder gegaan naar de Anton de Kom Universiteit, waar ze gezamenlijk hun bachelor Bedrijfskunde behaalden. Tenminste… zo leek het.


Sherney was de sociale vlinder, de dochter van een gepensioneerde rechter en een directeur van een belangrijke instelling. Altijd met een glimlach, iedereen kende haar, en iedereen hield van haar. Ze was oprecht, eerlijk en ambitieus. Ze had al een traineeship op zak bij het ministerie van Handel en Industrie.

 

Latifah daarentegen was de denker. Rustig, berekend, introvert, maar zeer intelligent. Ze kwam uit een Javaans-Hindoestaans gemengd gezin en had zich via scholarships naar de top van haar studie gewerkt. Haar ouders hadden hard gewerkt op de markt om haar studie te bekostigen, en nu stond hun trots met een diploma op het punt om haar stage te starten bij een internationaal bedrijf.

 

En dan was er Dinotra.

 

Ze zat tussen hen in, letterlijk en figuurlijk. Niet uitgenodigd bij alle verjaardagen, vaak vergeten bij groepsgesprekken. Ze was er wel, maar nooit het middelpunt van de belangstelling. En toch was zij degene die het meest met hen meeliep — in de schaduw.


Die dag, toen de diploma’s uitgereikt werden, voelde Dinotra het branden in haar borst. Ze had ook haar diploma gehaald, met moeite. Haar cijferlijst was bedekt met vijven die net naar zessen waren afgerond na hertentamens en smekende mails. Ze wist dat zij geen baan had. Geen stageplek. Geen netwerk. Geen enkele kans. En dat terwijl haar twee beste vriendinnen al vooruitstormden in het leven.

 

Toen Sherney op het podium werd geroepen, begon het publiek te applaudisseren. Haar ouders stonden zelfs op. Haar moeder pinkte een traan weg. Er werd gefloten, geroepen. “Dat na mi pikin! Na mi meisje drapé!” riep een tante ergens achterin.

 

Dinotra klapte ook. Langzaam. Haar handen trilden lichtjes. Haar mond lachte, maar haar ogen waren ijskoud.

 

“No frede, mi pikin,” fluisterde een stem in haar hoofd.
(Wees niet bang, mijn kind.)
Het was de stem van haar moeder — niet letterlijk daar in de zaal, maar op spiritueel vlak. Het klinkt misschien vreemd, maar dat was het niet voor deze jongedame, want Dinotra’s moeder, Mevrouw Dongo, was geen gewone vrouw.

 

In Frimangron stond ze bekend als “wang uma sa e waka tu na neti” — de vrouw waar je geen grappen mee moest maken. Niemand durfde haar echt aan te kijken. Ze was een wisi-vrouw, een kenner van duistere zaken. Ze werkte niet, maar haar koelkast was altijd vol. Mensen fluisterden dat ze met bakroes, yorka’s en leba’s werkte, met demonische dingen die in het donker leven. En het meest beangstigende? Ze had nooit gelogen, als ze iets voorspelde, gebeurde dat ook altijd!


Na de uitreiking gingen de drie vriendinnen samen op de foto. Sherney hield het diploma in de lucht, Latifah sloeg een arm om Dinotra heen, die stijf glimlachte als een boer met kiespijn. Er werden selfies genomen, TikToks opgenomen, hashtags gebruikt: #graduationday #girlpower #weflyingnow


Maar Dinotra voelde zich niet alsof ze vloog. Ze voelde zich als een blok cement, aan de grond vastgeketend terwijl de anderen opstegen als vuurpijlen. Gevoelens van jaloezie borrelden in haar en ze wist zich geen houding te geven.


Diezelfde avond zaten de drie bij een eethuisje in Maretraite. Ze bestelden baka bana, nasi met kip en zuurgoed. Latifah vertelde trots dat ze haar visumaanvraag voor een stage in Nederland al had ingediend. Sherney liet haar nieuwe MacBook zien, een cadeau van haar vader. Dinotra zat stil, prikte in haar rijst.

 

“En jij? Wat ga jij doen nu, Dinotra?” vroeg Latifah oprecht geïnteresseerd.

 

Even bleef het stil. Toen zei Dinotra:
“Mi e kiri mi eygi toekomst!"
(Ik maak mijn eigen toekomst dood.)

 

De andere twee lachten schaapachtig, niet helemaal zeker of het een grap was. Ze negeerden het, omdat zij de sfeer niet wilden verpesten. Dinotra maakt trouwens vaak grappen en ze gingen ervan uit dat ze dit nu ook aan het doen was.

 

Maar Dinotra meende het. Diezelfde nacht reed ze naar huis, naar het oude houten huis aan de rand van Geyersvlijt, waar haar moeder al klaarzat. Een zwarte doek om haar hoofd. Een kom met zwarte klei op tafel. Er brandde geen kaars, maar een klein vuur in een blikken pot.


Bij binnenkomst vroeg de moeder "Je bent dus toch geslaagd mijn dochter, mijn werk heeft zijn doel bereikt. Ik ben trots op je! Maar ik voel dat je ongelukkig bent. Ik weet ook waarom. Wil je weer gelukkig worden?"  

 

“Yu wan’ tak mo mek ding libi boeng tranga? Of ie wan’ tak’ mo’ kier’ wan’ fu ding?”
(Wil je dat ze worstelen met het leven, of wil je dat eentje sterft?) vervolgde mevrouw Dongo. 

 

Dinotra slikte. Haar ogen prikten. Haar stem was hees.
“Mi wani tak ie moes kier’ wang sma. A wang sa hat’ mi moro”
(Ik wil dat er één sterft. Die ene die mij het meeste pijn doet.)

 

Haar moeder knikte.
“tjar’ wan foto fu a sma, wan krosi, wan’ wiri fu a meisje. Mi o wroko wan’ wroko gi yu.”
(Breng een foto van die persoon, een kledingstuk, een haarlok. Ik zal mijn best voor je doen.)

 

Dinotra kon maar niet beslissen welke van haar twee beste vriendinnen ze het meest uit de weg wilde ruimen. "Meisje, maak je geen zorgen, ik zal beide voor je opruimen. Minder zorgen, minder problemen voor jou. Ze nemen gewoon jouw shine weg, jij verdient het om die shine te krijgen! Ik ga toch eenmaal bezig zijn deze 'wroko' te doen, dan haal ik beide meteen van jouw pad af. Ik neem hun geluk en zet dat op jouw pad, je zal de banen en voorspoed krijgen van beiden. Mama zorgt dat je dit krijgt mijn kind!" Zei haar moeder. 

 

En zo begon het.


De oorlog die niemand zag aankomen, die geen wapens had, maar gevechten die gevoerd werden in de spirituele wereld, met spreuken, rituelen, in dromen, spiegels, ziekenhuizen en graven. Een oorlog gevoed door nijd, afgunst en jaloezie.

 

En de eerste aanval zou sneller komen dan wie dan ook verwachtte…

 

VOOR VERVOLG: 

                   LEES DEEL 2

 

⭐️⭐️= het verhaal is herschreven door de OST beheerder Yvanna Hilton. 

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.