🟫 Ingezonden door: A.S.
⚜️MENEER KISHAN⚜️ (DEEL 1)
————————
Goedemorgen lieve leden van OST, ik wil een ervaring met jullie delen. Ik heb graag dat u het verhaal niet onder mijn eigen initialen of naam plaatst, omdat dit erg persoonlijk voor mij is en ik het liefst anoniem wil blijven.
Toen dit zich afspeelde woonde ik met mijn ouders, en 4 broers en zussen in een woning aan de vijfde rijweg, Garnizoenpad. Ik had een oudere broer, een jongere broer en twee oudere zussen. Wij waren dus met zijn vijven.
Mijn moeder was werkzaam als huishoudster/bediende voor een oudere meneer genaamd Kishan. Hij woonde op loopafstand van onze woning, dus was het altijd makkelijk voor mijn mams om haar werk te bereiken. Meneer kishan was een zeer aardige en goedhartige vent. Hij behandelde mijn moeder altijd heel erg goed, hij was correct, betaalde nooit te laat en ze had niks te klagen over hem. Hij zat goed in de centjes maar gierig was hij nooit, integendeel was hij erg gul.
Ondanks het een ontzettend rijke heer was, hing hij dit niet aan de grote klok. Het was een simpele vent, en als je hem zag lopen op straat zou je nooit weten dat hij zo rijk was. Hij wilde niet opvallen en was eenvoudig. Je zou hem nooit zien met dikke dure gouden kettingen of merk kleding. Dat was niks voor hem. Hij reed ook geen geweldige dure auto, alleen het huis waar hij in woonde was echt ontzettend groot. Dat was het enige dat weggaf dat meneer Kishan echt rijk was.
Het kon ook aan het feit liggen dat hij al oud was, hij was rond de 70 jaar en al zijn kinderen woonden in het buitenland. Op zo een leeftijd zou het ook raar zijn als hij zou lopen te pronken met rijkdommen. Volgens mijn moeder, was meneer Kishan echt niet zo een type. Hij zei altijd dat hij zo min mogelijk wilde opvallen en dat het gewoon was hoe hij in elkaar zat. Meneer Kishan zijn overige familieleden kwamen nooit op bezoek en hij hoorde ook nooit iets van ze. Wat de reden hiervan was, heb ik nooit geweten. Met zijn kinderen in het buitenland had hij wel regelmatig telefonisch contact.
Toen mijn moeder voor hem begon te werken begon hij mijn haar te beschouwen als zijn dochter, mijn vader als zijn schoonzoon en wij de kids als zijn kleinkinderen. Ik was toen 5 jaar oud. Wij werden toen zijn familie. Hij verwende ons vreselijk veel. En behandelde mijn ouders altijd goed en dat heeft zo 8 jaren geduurd. Hij was echt in zijn nopjes met ons, want wij hielden hem gezelschap en we zagen hem opfleuren als wij hem de nodige aandacht gaven.
Ik was intussen een tiener van 13 jaar. Op een dag kwam een heel goeie vriend van Meneer Kishan bij hem thuis (ik zal de goede vriend Clay noemen), hij vertelde meneer Kishan dat hij problemen had met zijn vrouw en dat ze hem uit huis gezet had. Ze was het beu dat hij aldoor vreemd ging en loog tegen haar. Clay smeekte meneer Kishan als hij voorlopig mocht blijven logeren omdat hij nergens te gaan had.
Meneer Kishan had medelijden met zijn matie, dus deze vriend mocht blijven slapen in de gastenkamer. Terwijl Clay daar een poos bleef wonen, ontmoette hij een Hindoestaanse dame genaamd Sarah. Kort na de ontmoeting nam hij haar mee naar huis om kennis te maken met meneer Kishan. Aangezien mijn moeder, vader en wij als kinderen daar ook aanwezig waren, kwam ze ook met ons kennis maken. Zoals ik al zei, wij waren daar heel vaak omdat meneer Kishan ons graag in de buurt wilde hebben, dan voelde hij zich minder alleen. Sarah zette haar beste beentje voor en deed poeslief tegen ons allemaal, bij haar eerste bezoekje.
Sarah begon te observeren hoe meneer Kishan met ons omging en ons van alles gaf. Wij kregen grote dozen voeding, geld, sieraden etc. Sarah begon op den duur kort tegen ons te doen alsof wij haar iets pijnlijks aangedaan hadden. Mijn ouders maakten zich niet druk met haar, want we kenden haar ook nauwelijks dus veel deed het ons niet.
Maar op den duur moesten wij ineens verhuizen naar Saramacca. Mijn vader is van huis uit altijd lasser geweest en hij kon geen goed betaalde banen vinden op dat vakgebied in de omgeving van het Garnizoenpad. Hij kwam een kennis tegen die voorstelde hem met voldoende goedbetaald werk te regelen, maar hij diende daarvoor wel te verhuizen naar Saramacca. Dit is uiteindelijk ook de reden dat mijn vader met het gezin verhuisd was.
Meneer Kishan was zo verdrietig. Hij maakte ons duidelijk dat hij dit heel erg vond en ons enorm zou missen. Vooral ons, de kinderen, zou hij het meest missen. Hij zag ons als zijn eigen kleinkinderen.
Mijn moeder bleef normaal werken voor hem, alleen zou de afstand nu groter zijn om haar werk te bereiken. Elke dag ging ze met de Saramacca bus naar Garnizoenpad. Een dag nodigde meneer Kishan ons allen uit om hem te bezoeken. Wij zaten gezellig op het balkon toen hij aan kwam wandelen met een grote map. “Houden jullie van dit huis?” Vroeg hij. Wij keken elkaar aan. Niet begrijpend waarom hij dit vroeg. Uiteindelijk knikten we allemaal en sommigen van ons zeiden volmondig ‘ja! Dit is een prachtig huis en ook zo groot, natuurlijk vinden wij het fijn om hier te zijn. Ons huis is niet eens een tiende deel van uw woning’.
“Zouden jullie hier willen wonen?”, vroeg hij met een brede glimlach op zijn gezicht. Wederom zeiden wij als kinderen allemaal in een koor “ja! Natuurlijk”. Hij begon te lachen en zei “zeggen jullie dan tegen jouw mama en papa dat ze deze documenten moeten ondertekenen, dan mogen jullie voor altijd hier in dit huis komen wonen. Het is dan eigendom van jullie allemaal”
Wat bleek, hij wilde ons zijn vier kamer woning met perceel , inclusief inboedel, weiland vol koeien en ook de auto's geven. Hij gunde het ons omdat ons gezin hem altijd vol liefde behandeld had zonder iets ervoor te verwachten. Hij had een huisje op dat zelfde perceel gebouwd. Hij wilde intrekken daarin en ons in het groot huis laten wonen. Volgens hem was hij een oud mannetje en hij had geen behoefte eraan om alleen in zo een groot huis te wonen. “Jullie kunnen er beter gebruik van maken” zei hij.
Het enige wat wij moesten doen was hem te helpen met zijn verzorging, aangezien hij al zo oud was en niet alles meer zelf kon doen. Mijn moeder weigerde dit voorstel te accepteren, omdat ze van mening was dat ze zoiets groots niet verdiende. Naar haar mening had ze er niet voor gewerkt dus het behoorde haar niet toe. Meneer Kishan vond dit behoorlijk erg omdat hij dit echt hartstikke gunde aan ons gezin. Mijn mams bleef weigeren en ze voelde zich er niet okay over.
De kinderen van meneer Kishan die in het buitenland woonachtig waren, belden zelf ook naar Suriname om met mijn moeder te praten. Ze gaven aan het prima te vinden als zij het voorstel zou accepteren, omdat wij jarenlang zo goed waren voor hun vader. Het waren ontzettend dankbare mensen en verder waren ze niet van plan naar Suriname terug te keren. Ze hadden daar een leven opgebouwd, hadden een uitstekend leven, goede banen en zagen zich niet meer in Suriname wonen. Ze vroegen mijn moeder dus rustig na te denken over de gift, en later pas haar besluit te nemen.
Mams wilde het ‘geschenk’ maar niet accepteren, en meneer Kishan had er uiteindelijk vrede mee. Hij wilde niks opdringen aan ons. Hij zei wel “denk erover na, de documenten staan reeds klaar op jullie naam. Wanneer jullie ready zijn mogen jullie komen ondertekenen.
Clay op zijn beurt, kwam te weten wat meneer Kishan wilde doen. Dat hij alles wilde overdragen aan mijn moeder. Meteen toen hij dit nieuws hoorde, vertelde hij het aan Sarah. Nu begon Sarah ook kort en geïrriteerd te doen tegen mijn moeder zodra ze daarheen ging om te werken. Sarah had haar intrek genomen bij Clay, dus was zij altijd aanwezig als mijn moeder bij meneer Kishan was. Ondanks Sarah daar eigenlijk niks te zeggen zou moeten hebben in andermans huis, leek het tegendeel juist het geval. Sarah gedroeg zich alsof zij de eigenaresse was van het huis en zij deelde er de lakens uit.
Ze begon zelf heel erg brutaal tegen mijn moeder te praten en behandelde haar onheus. De manier hoe ze tekeer ging, zou je zweren dat zij de vrouw was van meneer Kishan.
Meneer Kishan was op de hoogte van deze onheuse behandeling die mijn moeder kreeg van Sarah. Maar vreemd genoeg zei hij niks, hij keek met lede ogen toe. Mijn moeder begreep er niks van, maar besloot haar mond erover te houden.
Op een dag kwam meneer Kishan mijn moeder bezoeken te saramacca. Dit was hij niet gewend te doen, om zover te komen ….. maar zomaar ineens was hij er. Hij bracht heel veel vlees, alles was al netjes gekapt en ook grote bossen groenten voor ons. Mijn moeder vond het uiterst vreemd omdat hij gestopt was om ons te ‘steunen’ sinds Sarah daar ingetrokken was. Wij kregen toen letterlijk niks meer van hem. Mijn ouders zeiden er niks over, omdat ze niet hebberig van aard zijn. Maar goed, wij hebben gezeten met meneer Kishan en hebben een leuke dag gehad. Daarna ging hij weg en groette ons hartelijk. Hij zag er wel verdrietig uit.
De volgende ochtend heeft mijn mama een grote pot snert soep gekookt met varkenspoot, worstjes, kip enz. Wij zaten allemaal netjes aan tafel. Mijn vader zou net een hap nemen van zijn voeding toen hij iets zag glinsteren in zijn lepel. Hij voelde met zijn vinger en ontdekte dat het twee naalden waren die verscholen waren in een stuk vlees. Na onderzoek bleef dat er nog veel meer naalden in de stukken vlees verscholen zaten.
“Waarmee ben je bezig? Wil je me soms dood maken? Wat is er in godsnaam met jou aan de hand?!!!” Schreeuwde mijn vader tegen mijn moeder. Mijn moeder schrok en barstte in tranen uit. Natuurlijk wilde ze hem niet dood maken, het vlees was dat wat ze ontvangen hadden van meneer Kishan en ze zou dit nooit met mijn paps doen. Dat legde ze hem ook uit en gelukkig bedaarde mijn vader zijn woede. Uiteindelijk moest de hele pot met soep weggegooid worden, omdat er zoveel vlees in de soep zat. Wie weet hoeveel naalden er nog meer in het vlees verscholen zaten. Nee, zo een kans zouden we niet nemen om de soep te eten.
Mijn ouders zochten er niks achter, omdat ze wisten dat meneer Kishan zelf ook naar de slager ging om vlees te kopen. Wie hem dit soort ‘bewerkt’ vlees gegeven had, wisten wij niet, maar we wisten wel zeker dat meneer Kishan dit nooit aan ons gegeven zou hebben als hij dit geweten had.
Enkele dagen na dit gebeuren van de naalden, werd mijn moeder ziek, ze ging naar de huisarts en kreeg medicijnen voorgeschreven. Maar helaas hielpen de medicijnen niet, mijn mama bleef aldoor ziek. Ze had verschrikkelijke lichaamspijnen, ze werd mager ging behoorlijk achteruit. Vanwege deze reden kon zij niet meer werken, dus bleef ze thuis om weer de oude te worden.
Meneer Kishan maakte geen contact met mijn moeder, ondanks ze wegbleef voor langere tijd. Ondanks mijn moeder haar ziekte, maakte zij zich wel zorgen om hem. Toen ze een enkele weken niks van hem vernomen had, vroeg ze mijn vader hem te bezoeken op een zondag als ze van de kerkdienst kwamen. Mijn mams sukkelde nog steeds met haar gezondheid, maar ze wilde koste wat kost even naar de oude man toe om te zien als hij het goed maakte. Het was ongebruikelijk voor hem om zo lang niks van zich te laten horen. Ze maakte zich een beetje zorgen om hem.
Zo gezegd, zo gedaan. Na de kerkdienst reden mijn ouders erheen. Mijn vader bleef in de auto zitten en mijn moeder liep naar de voordeur. Ze klopte enkele keren, maar er werd niet opengedaan.
Mijn mams wist dat hij thuis was, ze zag hem piepen vanuit zijn slaapkamer vanachter de gordijnen. Maar na een poos gewacht te hebben kwam er toch niemand om open te doen. Ze begon toen te roepen “halloooooo meneer Kishan, wij zijn hier voor de deur. Komt u voor ons open maken?”. Weer volgde er een stilte en geen reactie. Weer riep mijn moeder naar meneer Kishan. Opeens werd de voordeur met een ruk opengetrokken en daar stond Sarah ineens met een woest gezicht naar mijn moeder te kijken.
“Wat wil je?!! Heb je niet door dat je nu wel aan het storen bent?!” Zei ze op ruwe toon. “Meneer Kishan wil ik spreken, wij zijn hier voor hem!” Zei mijn mams. “Hij is er niet, dus mag je nu weer weggaan!” Was haar antwoord. Mams zei “je liegt, ik zag hem daarnet kijken vanuit zijn slaapkamerraam”. Op dat zelfde moment kwam meneer Kishan vanachter Sarah aangelopen. Hij zag er mager, bleek, ondervoed, zwak en lusteloos uit. Hij keek mijn moeder aan met een lege blik, alsof hij zichzelf helemaal niet was. Hij stond daar maar en zei niks, een beetje als een zombie zag hij eruit.
Sarah rende naar de keuken om een keukenmes te halen en ze kwam dreigend en scheldend ermee naar de voordeur. “Sodemieter op van hier, anders ga jij merken wat er dan zal gebeuren, ga weg strontzak!!!” Zei ze terwijl ze zwaaide met het mes.
Meneer Kishan bleef maar kijken naar mijn moeder. Hij zei compleet niks. Maar deze keer kwamen er tranen uit zijn ogen. Alhoewel zijn gezicht er niet droevig uit zag, stroomden er rijkelijk tranen over zijn wangen. Mijn moeder ging rennend naar de auto en vertelde mijn vader over het gebeuren. Mijn paps werd kwaad en zei "sampsa?!! mo broko a kaolo wentje ing ede tide“
( *wat is er?!! Ik ga dit wijf haar hoofd vandaag kapot slaan)
Mijn vader maakte aanstalten om uit de auto stappen, maar mijn moeder hield hem tegen “nee lieb ing, laat het maar voor wat het is. Breng je zelf aub niet in de problemen, laten we gewoon weggaan van deze plek”. Mijn vader luisterde naar haar en ze zijn vertrokken van de plek. Sinds die dag hebben wij meneer Kishan niet meer gezien. Uiteraard begrepen geen van ons wat er gaande was met hem.
Precies drie maanden na dit gebeuren hebben wij het droevige nieuws ontvangen van zijn kinderen in Nederland dat meneer Kishan het leven gelaten heeft, hij was overleden.
Hij was geliefd bij ons, dus zijn we naar zijn begrafenis geweest. Alles ging smooth tot het moment dat Clay de andere heren wilde helpen om de kist te dragen. Op dat betreffende moment was de rouwstoet even gestopt om met de kist afscheid te nemen bij meneer Kishan's woning. Op het moment dat Clay de kist aanraakte kon hij ineens niet behoorlijk op zijn benen staan, hij zakte door zijn knieën en het leek alsof hij dronken was. Iedereen keek hem aan zonder te begrijpen wat hem bezielde. Hij schreeuwde "wang sma yep’ mie!!"
( *Help me, kan iemand me helpen?!! )
Mijn vader schoot hem te hulp. Maar Clay kon zijn vingers niet los krijgen van meneer Kishan zijn kist. Het was alsof zijn handen met super-glue geplakt waren aan de kist. Hij deed zijn uiterste best zijn vingers los te trekken van de kist. Dit lukte helemaal niet en Clay bleef maar schreeuwen "mie gadoo!! Yep’ mi, mie foetoe e broko!”
( *mijn god, help mij, mijn benen gaan hier kapot!)
🌺VOOR VERVOLG:
( LEES DEEL 2 )
⭐️⭐️= Het verhaal is 90% herschreven door de OST beheerder Yvanna hilton.
Reactie plaatsen
Reacties