STORY 514: LELYDORP: BLIJVEN JULLIE VAKER THUIS

Gepubliceerd op 20 december 2023 om 18:29

🟧 Ingezonden door: Abby K

         ⚜️LELYDORP: BLIJVEN JULLIE VAKER THUIS⚜️
———————

Hallo lieve OST familie, hoe gaat het met jullie? Ik geniet heel erg van jullie ingestuurde verhalen. Ik lees ze elke ochtend stiekem als ik aan mijn werk zit. Vandaag wil ik ook mijn bijdrage leveren en mijn eigen ervaring delen. Veel leesplezier.

Als jong meisje vond ik het heel leuk om naar spuku tori's te luisteren. En meestal waren het de ouderen die ons dat allemaal konden vertellen. Want in hun tijd maakten ze enorm veel vreemde dingen mee.

Ik was 12 jaar oud en woonde tegen die tijd op Lelydorp. Mijn oudere tante deed de was in de vooravond. Ik liep altijd met haar mee en hielp haar met het houden van de wasmand, zodat zij dan de kleren op kon hangen. Zo ook deze keer, ze had de kleren gewassen. Het was intussen 10 uur s'avonds. Ja.... het was donker en erg stil. Gebruikelijk verbrak zij de stilte altijd met een verhaal, omdat ze wist dat ik het enorm eng vond om in het donker te lopen.

Zo vertelde ze mij:
“Ik had twee neefjes die mij ingewoond hebben, ze waren mijn kweekjes. Gilbert en Amanzo, ik was zo trots op ze, want ze waren hardwerkende jongens die niet lui waren. Toen ze 20 en 21 werden, gingen ze heel veel uit en op alle feestjes waren ze te vinden. Elke zaterdag waren ze weg. Soms vroeg ik ze thuis te blijven een nachtje, omdat ze haast elke avond weg waren om te gaan feesten. Maar dat wilden ze niet, omdat ze vonden dat ze ook wat vertier nodig hadden als ze van het werk kwamen. Ze hadden wel gelijk, ik wist dat ze harde werkers waren. Maar anderzijds vond ik wel dat ze ook wat rust moesten nemen en elke avond uitgaan was ook een beetje teveel van het goede”.

Mijn tante probeerde elke keer om ze te overtuigen wat meer thuis te blijven “Kunnen jullie vanavond niet thuis blijven?. Steevast was hun antwoord “Suma mi, nee hoor. Na hard werken is het genieten geblazen. Wat gaan we thuis doen, ma. We hebben geen vrouw en kinderen. Na wan fatu unu è go broko. Abun tè wè waka u waka nanga koni waren haar woorden. Boi kow teki strati jere, ma ben abi ing teng ooktoe”.

Zo reden de neefjes een keer naar de stad met een groep vrienden. Ze hadden elk hun eigen jampie (yamaha) bromfiets en de vrienden hadden natuurlijk ook hun eigen bromfiets. Ze reden gebruikelijk altijd in grote groepjes als ze naar de stad gingen. Goed, ze kwamen aan op de plaats van bestemming. ‘A tenti disi spang. A poku bung’ zeiden de jongens opgetogen. Ze betaalden om naar binnen te gaan.
Uma bin’ lai ......soso mooi uma.
“If mi no gwe nanga wan ano mi” zeiden ze opschepperig tegen elkaar. Ze dansten en genoten van de avond.

Het was intussen 3:00 uur in de ochtend en ze kwamen vrolijk naar buiten.
Gilbert: “ie no fen’ nowan beti?!” Vroeg de Gilbert.
Amanzo “Nee boi, Ik kijk al een hele poos naar die dame daar. Ze trekt me aan”
Gilbert: “I tak nanga en k'ba?”
Amanzo: “No boi”
Gilbert: “Go no, ik zal op je wachten”
Amanzo: “Abung!”

Niet ver van ze stond een beeldschone dame zo alleen in een hoekje.

Amanzo: “Goede morgen schoonheid. Waarom sta je zo alleen. Heb je misschien gezelschap nodig?”.
Dame: *Ze gaf geen antwoord* maar zat wel te glimlachen.
Amanzo: “Wacht je soms op mij?”.

Ze keek hem aan en ze toverde weer een glimlach op haar mooi gezichtje.
Amanzo: “Mi Gado...bromki..je ogen zijn zo mooi. Waar woon je? Mag ik je thuis zetten?”
Dame: “Ik woon niet ver van hier”.
Amanzo: “Dan ga ik met je meelopen. Ik ben wel met de brom. Ik kom ik ga mijn broer eve melden dat ik weg ben. Ga niet weg hoor. Ik kom!”.
Dame: “Oke, ga maar … ik wacht wel”.

Amanzo ging naar Gilbert en zei “ Brada, ik mag met haar meelopen. Wat ga je doen?”
Gilbert: “Nou, als ze niet ver woont loop ik achter jullie aan maar op een afstand”.

Zo gezegd, zo gedaan.

A tori è taki.
Amanzo: “Is het nog ver, want we lopen al een tijdje. En die brom begint al zwaar te worden om te stoten”.
Dame: “Nee om die hoek in die weg”.

Oke. Ze gingen gezellig verder met babbelen. Maar.. a pasi disi....a djeers einde neh doro!
Als ik het goed heb oso no dè dja. Opeens merkte Amanzo op dat haar stem die voorheen zo lief was, ineens zwaarder werd. ‘Ai boi masra Gado tèk over. Sami go suku’ dacht Amanzo. “Schatje ik ga even plassen hoor, wacht even op mij” zei hij tegen die dame. “Oke ik wacht, geen probleem” zei ze.

Hij liep met snelle passen naar zijn broer.
“Brada stel me geen vragen. Jij bent niet zo snel als ik op de brom, dus bigin’ rij gwa oso. Gi gas. Wiens sa ju jere gi gas!”.

Amanzo liep terug naar zijn mooie dame.
Dame: “Zo lang moest je plassen?!”. (Ze klonk kwaad)
Amanzo: “Nee gudu, mijn moeder belde mijn broer. Ze is heel erg ziek en dat vertelde hij me. Ik moet dringend weg. Een andere keer kunnen we weer afspreken als je dat goed vindt”.

Hij sprong op zijn brommer en reed heel snel weg.
Opeens hoorde hij een hele enge stem gillen “je bent van mijjjjjj!!!”. Hij keek om en zag een lelijke oude vrouw, die eruit zag alsof ze aan het verrotten was, in een witte vieze oude jurk achter hem aan vliegen. Hij begon God om hulp te vragen.

Hij bad het onze vader gebed. Ook “Wees gegroet maria”, alles door elkaar, hij wist niet eens meer wat hij toen gebeden heeft. Hij was letterlijk broeja en hij is nog nooit zo bang geweest. Hij reed als een bezetene, haalde zelfs zijn broertje in. Die begon op zijn beurt nog harder te rijden en haalde voor het eerst zijn broer in. Hij zag die vrouw ook. Het was èèn drama en paniek van zo heb je me niet, de jongens gilden en schreeuwden op de weg.

Toen ze hun woning al naderden, gilden ze al vanuit de verte. Ma, doe die deur open. Opo na doro. Takru sani. Maaaaaa.... ze sprongen van die brom en vielen op het erf.

Die enge vrouw bleef zweven boven het erf. Ze keek heel erg boos vanuit de lucht naar ze. “Mi mies unu. Maar mo kies’ unu!!” Gilde ze krijsend. Ze verdween daarna uit beeld, want ze kon niet naar binnen, omdat er een tapu op het erf was.

De twee broers lagen in het zand op het erf, niet ver van hun bromfietsen, ze beefden en trilden, alsof ze een epileptische aanval kregen, hun ogen draaiden naar achteren, en er kwam schuim uit hun mond. Mijn tante, hun kweekmoeder gaf ze wat culturele medicijn om te drinken en wreef ook een andere medicijn over hun lichaam. Ze begonnen toen een beetje bij te komen. Maar ze hadden koorts van zo heb je me niet. Hun lijf leek in vuur te staan, zo heet werden ze van de koorts.

Mijn tante die een oudere dame was, wist voldoende over het culturele en ze heeft alle nodige rituelen voor de broers gedaan, zodat ze weer de oude konden worden.

“Mi bèn bar unu. Maar nee.... jullie wilden koppig doen en niet luisteren” zei ze tegen ze. Verlegen begonnen ze te lachen, want ze wisten dat ze gelijk had. Sindsdien gingen ze nauwelijks uit en als ze besloten wel eens te gaan, zorgden ze ervoor met geen enkele vreemde meid mee naar huis te gaan.

Intussen zijn de broers ouder, zelfstandig en hebben ze hun eigen gezin. 

 

⭐️⭐️= Het verhaal is 80% herschreven door de OST beheerder Yvanna hilton.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.

Maak jouw eigen website met JouwWeb