🟫 Ingezonden door: Radj N R
⚜️KWATTA: IK BEN MIJN ZUS KWIJT⚜️
————————
Goedemorgen OST leden, mijn ouders en tante gingen wat drinken in een cafe'tje aan de kwatta weg.
Op een bepaald moment wilde mijn tante weg, maar mijn ouders wilden een beetje langer blijven in het cafeetje want de sfeer was heel gezellig. Er waren voldoende mensen daar met wie ze aan de praat geraakt waren.
Carla, mijn tante besloot alvast naar de auto te lopen en daar op ze te wachten, daar aangekomen bleef ze een poos staan. De tijd verstreek maar mijn ouders kwamen nog steeds niet. Ze dacht “laat me de tijd een beetje doden, ik loop alvast een stukje verder. Om even de omgeving te verkennen en dan loop ik straks wel terug naar de auto”. Terwijl ze liep begonnen de honden van de omgeving allemaal te blaffen, te huilen en gingen behoorlijk tekeer.
Ze kreeg ineens het gevoel alsof iets niet goed was, maar ze kon zelf niet ontdekken wat er niet klopte. Ze voelde zich angstig, dus kreeg ze de ingeving een print te nemen alsof ze iets moest ontsnappen. En zo begon ze te rennen, terwijl ze niet eens wist waarvoor ze aan het vluchten was. Het voelde alsof ze aan het zweven was boven de vloer, zo lichtjes voelde dat aan toen ze begon te rennen. Het voelde zo vreemd, licht, apart en soort van lekker aan, hoe ze bijna vloog over de weg.
Ze kon het niet beschrijven wat er allemaal gebeurde op dit moment, maar het voelde gewoon echt goed aan. Wat ze zich wel herinnerde is dat ze maar door wilde rennen en niet wilde stoppen, dus dit deed ze ook …. Daarna was er ineens een lege plek in haar memory, want ze kon de rest helemaal niet meer herinneren. Wat er in die tussenliggende periode gebeurd is weet ze zelf niet, maar ineens toen ze weer bij zinnen kwam, stond ze op de hoek van de straat waar zij destijds woonde bij mijn grootmoeder.
Tante Carla was verbaasd dat ze op die plek terecht gekomen was, ze was verward en begreep er niks van. Maar ze voelde zich heel erg moe dus liep ze de straat gauw in en ging de woning van mijn oma binnen, want natuurlijk had ze haar huissleutels in haar tas. Daarna viel ze precies daar in de woonkamer op het bankstel in slaap. Ze had niet eens de kracht naar de slaapkamer te lopen.
Mijn ouders die inmiddels waren uitgekletst in het Cafe, en geen rekening gehouden hadden met de tijd, liepen naar de auto en zagen mijn tante niet. Er werd besloten langzaam te rijden naar huis, hopende haar onderweg tegen te komen want zo ver zou ze vast niet gekomen zijn op de voet, dachten ze. En ja hoor ….. daar zagen ze mijn tante staan langs de weg, op de hoek van de Ramlakhanstraat.
Mijn vader stopte voor haar en deed de deur voor haar open. Ze stapte in en ze vervolgden hun weg.
Op de hoek van mijn oma’s straat aangekomen, keek mijn vader achterom en zag mijn tante daar niet meer zitten. De achterbank was leeg. Mijn vader stopt de auto meteen, want de begrijpen er niks van. Mijn moeder raakt overstuur en begint te huilen en jammeren dat haar zus dood is, want hoe kan ze ineens verdwenen zijn.
“Carlaaaa, mijn lieve zus, mijn hemel... ze is dood, ik ben me zus kwijt. Is ze uit die auto gevallen tijdens het rijden?! Maar dat kan toch helemaal niet, want we zouden toch het portier open horen gaan. Of de wind zouden we voelen als ze het portier open gedaan had? Waar is mijn zus? Ik ben mijn zus kwijt, er is zeker iets met haar gebeurd, het is mijn schuld... mijn zussss, er is iets gebeurd met haar, ik had met haar moeten blijven” huilde en gilde me moeder hysterisch.
Ze was ook aangeschoten door alle drank die ze genuttigd had in het cafe, dus was ze extra dramatisch. Ze huilde onbedaarlijk en gooide haar handen voor haar gezicht terwijl de tranen rolden over haar gezicht. Mijn vader reed verder naar mijn oma’s huis want hij wist zich geen raad met de situatie. Hij maakte de poort open en reed het erf binnen, terwijl mijn moeder nog keihard huilde en jammerde.
Mijn oma’s slaapkamer is gelegen aan de voorkant van de woning, dus hoorde zij het gegil en gehuil van mijn moeder.
Oma schrok zich te pletter en ging kijken wat er aan de hand was met haar dochter. Het was in de vroege ochtend en het was muisstil dus het gehuil was overduidelijk te horen. Oma wilde niet dat de hele buurt last zou ondervinden van dit gehuil, dus maakte ze de deur open en snelde naar het terras om uit te vinden wat er gaande was. “Jullie laten me schrikken, mijn hart staat bijna stil. Wat is er aan de hand, straks maak je de buren nog wakker met die herrie, vertel eens wat is er?!” Vroeg ze met bevende stem.
Mijn moeder vertelde al huilend wat er gebeurd was en dat het haar schuld was, dat Carla nu spoorloos was en blijkbaar ergens dood lag. Mijn oma keek haar zorgelijk aan en vertelde haar “houd toch op Sharmilla, rustig aan, hoe kan je daarom huilen? Er is niks aan de hand met je zus. Carla ligt helemaal niet dood langs de weg. Hoe in hemelsnaam kom je daarbij?”. Mijn moeder stopte met huilen en ze keek mijn grootmoeder verbaasd aan, want ze begreep er niks van.
Oma knikte bevestigend “meisje, zomaar huil je, je zus ligt gewoon binnen te slapen, ze is helemaal niet dood. Alles is in orde met haar, ga maar zelf kijken”.
Mijn mams geloofde het niet en ze huilde onbedaarlijk verder. Ze wist trouwens dat haar zus in de auto gezeten had met haar en mijn paps. Ze kon onmogelijk in de woning zijn, dus oma was hoogstwaarschijnlijk niet in de slaapkamer gaan kijken dat tante Carla daar niet was, en daarom huilde mijn moeder verder. Hoe zou ze mijn oma dit nieuws vertellen, ze had nu al zenuwen dit aan mijn oma uit te leggen en het verdriet maakte mijn moeder kapot van binnen. De schuldgevoelens kwamen daar ook nog bovenop en mijn moeder gilde het uit van ellende.
Ze leek niet te snappen dat er niks met haar zus aan de hand was. Het duurde wel even voordat ze doorhad dat haar zus niet overleden was. Ze geloofde het pas toen haar zus door al die herrie van me moeder kwam kijken wat er gaande was.
Mijn moeder schrok zich te pletter en keek haar zus vol ongeloof aan. Daarna rende ze naar haar zus en omhelsde haar minuten lang en huilde het uit van blijdschap. Met tranen in de ogen vertelde ze haar zus wat er gebeurd was in de auto en dat ze ineens verdwenen was. Tante Carla keek met grote ogen naar mijn moeder, want ze begreep er niks van.
“Ik was hier thuis, ik ben naar huis gelopen en was daarna zo verdomd moe dus ben op het bankstel in de woonkamer in slaap gevallen” zei ze tegen mijn ouders. “Alles prima in orde met mij hoor, ik ben springlevend en niet dood. Wel doodmoe maar verder alles goed met me, huil maar niet om mij. Hebben jullie misschien een beetje teveel gedronken, waardoor jullie dachten mij gezien te hebben?!” zei ze vrolijk.
Aan de drank lag het dus niet, want mijn moeder had wel gedronken maar mijn vader is geen drinker. Hij nuttigt gebruikelijk geen alcohol, af en toe een wijntje, maar die betreffende dag had hij niks sterks gedronken en ook hij had duidelijk gezien dat mijn tante langs de weg stond nabij de Ramlakhanstraat. Mijn ouders wisten heel zeker dat ze mijn tante gezien hebben en dat ze met hun in de auto gezeten had. Ze twijfelden er helemaal niet aan.
Dit was echt een raadsel voor ze …
De volgende ochtend stond mijn moeder op met hoge koorts, ze was ziek als een hond, zij had een wasie (kruidenbad) moeten nemen. Daarna werd ze langzaam weer de oude. De luku vrouw die haar had gebaad zei dat het een dolende geest was die met hun mee gereden was die ochtend. En dat mijn tante beschermd was door haar kromatie, vandaar dat zij voelde alsof ze vloog en een gedeelte van de weg naar huis niet kon herinneren.
Mijn tante vertelde naderhand ook hoe ze zich voelde, dat het was alsof ze zweefde boven de grond toen ze naar huis ging. En de plek waar mijn tante begonnen was met rennen, was precies de plek waar mijn ouders die ochtend mijn ‘tante’ opgepikt hebben langs de weg. De geest die zich voordeed als mijn tante stond precies op dezelfde plek te wachten.
Dit was mijn ervaring …
⭐️⭐️= Het verhaal 80% herschreven door de OST Beheerder Yvanna Hilton
Reactie plaatsen
Reacties