STORY 429: DAGOEWEH: DE KRACHT VAN EEN SLANG

Gepubliceerd op 29 september 2023 om 02:10

🟧 Ingezonden door: Radjindre Ramdhani

         ⚜️DAGOEWEH, DE KRACHT VAN EEN SLANG⚜️
—————————

Dag iedereen van OST, Nu ga ik je iets anders vertellen, wat ik heb meegemaakt. Ik werkte nog steeds als schilder voor hetzelfde schildersbedrijf.

De baas sleepte een opdracht in de wacht om overheidswoningen voor Celos van een nieuw laagje verf te voorzien. We vertrokken 16 man sterk in een bedrijfsbus naar de nederzetting van Celos. Van die 16 mensen was ik de enige Hindoestaan. Niet dat ik het erg vond, hoor. Ik heb altijd ontzettend goed kunnen opschieten met Creoolse mensen. Ze zijn open en hartelijk en niet van die mierenneukers, zoals wij Hindoestanen vaak zijn.
Ter plekke aangekomen, werden we midden in het oerwoud in houten barakken gehuisvest.

Het mooiste was, dat door de werkgever de barakken al waren ingericht voor een langdurig verblijf van drie weken. Er lagen dikke matrassen ( wel gewoon op de houten vloer) en er waren kussens aanwezig. We kwamen bij wijze van spreken in een gespreid bedje terecht. Drie weken hebben we daar gewerkt. Maar weet je, Radjin: mannen zijn zonder de aanwezigheid van vrouwen niets anders dan verwilderde beesten. Dus met de hygiëne namen we het niet zo nauw. We maakten echt niet iedere dag het bed op.

We schudden echt niet iedere dag onze kussens op. We wasten ons wel, maar dan in het stromende water van een beek op enkele tientallen meters afstand. Na drie weken was het werk gedaan. Op de laatste dag besloten we de matrassen en kussens een beetje in de zon te leggen en te laten luchten. Jongen, wat er toen gebeurde…
Eén van mijn Creoolse collega’s pakte zijn kussen op en sprong toen schreeuwend achteruit.

We gingen allemaal kijken waarom hij geschreeuwd had. Onder zijn kussen lag een grote, dikke, vette dagoeweh. Weet je niet wat een dagoeweh is? Een dikke, vette slang. Een boa! Europeanen geven die slangen altijd een naam: een boa-constrictor, een anaconda en noem maar op. Voor Surinamers is een dagoeweh iets heel anders, maar daar kom ik nog op terug. Mijn collega sprong in elk geval schreeuwend weg. Hij besefte dat hij drie weken lang met zijn hoofd op die dikke slang had geslapen, zonder iets te hebben vermoed.

Dat besef deed hem huiveren. Rillingen trokken over zijn hele lichaam.
‘Getverderrie!’ sprak hij walgend. De slang lag heel rustig en sereen op zijn plek. Hij had zich keurig opgerold en leek een beetje op een autoband. De ogen in zijn driehoekige kop waren gesloten. Het beest leek zich totaal niet bewust van de commotie, die zij veroorzaakt had.
‘Drie weken heb ik op dat klotebeest geslapen en ik wist niets. Ik maak dat ding af! Ik vermoord die klote slang!’ foeterde mijn collega.

Hij rende naar buiten, het bos in en zocht zich een grote, stevige, dikke tak uit. ‘ Dat beest gaat eraan,’ sprak hij woest, terwijl hij met de bijna twee meter lange tak de barak binnenliep. Wij weken uiteen om hem de ruimte te geven. ‘ Dat zou ik niet doen als ik jou was,’ sprak een andere collega. We keken om. Degene, die gesproken had, was een andere Creoolse man. Hij heette Ernst. ‘Kijk,’ sprak Ernst, ‘de slang heeft je geen kwaad gedaan. Hij heeft drie weken onder je hoofd onder je kussen gelegen en je niets misdaan. Hij is dus niet een normale wurgslang, of een boa, maar een bepaalde kracht: een dagoeweh!

Hij heeft een sterke geest en bezit bovennatuurlijke krachten en je kunt hem niet doden! Dit is trouwens zijn huis. We weet hoe lang hij hier reeds zit. Vergeet niet: wij zijn de indringers en niet andersom. Laat dat beest met rust, anders ga je nog spijt krijgen!’. ‘ Allemaal geklets,’ sprak mijn collega met de tak in zijn handen. Hij liep naar voren en begon met de tak tegen het glimmende lichaam van de slang te porren. De slang werd wakker. Zijn ogen staarden ons suffig aan. Toen ontrolde hij zich. Wij vluchtten allemaal naar de deuropening, bleven staan en keken om.

Mijn Creoolse collega (het is jammer dat ik me zijn naam niet meer kan herinneren) hief de zware tak hoog boven zijn hoofd en liet hem met alle kracht neerkomen op de slang. Even dachten we dat de tak zou breken, zoveel kracht zat er achter de slag. De slag had wel tot gevolg dat de rug van de slang brak, want hij kronkelde slechts met zijn bovenlijf. Zijn glimmende huid nam alle kleuren van de regenboog aan. Een dagoeweh herken je aan het volgende: bij opwinding ondergaat zijn lichaam in razendsnel tempo allerlei kleurwisselingen.

Net als de slang in onze barak. Geel, bruin, rood, paars, oranje, groen, blauw, roze….Een aaneenschakeling van de meest vreemde, fel schitterende kleurencombinaties trok in razendsnel tempo aan ons oog voorbij. Nogmaals hief mijn collega de tak boven zijn hoofd. Ernst stond het tafereel hoofdschuddend gade te slaan.
‘Je hebt het onheil zelf over je afgeroepen,’ sprak hij ernstig. Mijn collega luisterde niet. Hij liet de tak met geweld op het hoofd van de slang neerkomen. Keer op keer. Hij leek wel in trance. Hij bleef doorgaan, totdat er niets meer dan een bloederige pulp over was, waar de kop van de slang had gezeten.

Vervolgens schoof hij de tak onder het logge lichaam, tilde met moeite de slang op (zo’n beest weegt heel wat hoor!) en met de tak uitgestrekt voor zich houdend, liep hij de barak uit.
‘Ernst, meende je wat je zei?’ vroeg ik aan Ernst. Ernst knikte. ‘ Hij gaat de slang weggooien, maar voordat hij is teruggekeerd in de barak, zal de slang weer op zijn plek zitten. Let op mijn woorden,’ sprak Ernst. Vijf minuten later kwam mijn Creoolse collega triomfantelijk terug lopen. ‘ Zo,’ sprak hij, ‘ik heb dat beest in de beek gedeponeerd. Het kadaver van die slang werd direct meegesleurd door het stromende water. Die zien we echt niet meer terug.’

Hij liep langs ons heen en verdween in de barak om zijn tas op te halen. Nog geen vijf seconden later verscheen hij wankelend in de deuropening. Hij was zwart, maar ik kan je verzekeren dat negers ook bleek kunnen worden. Als ik ooit een bleke neger heb gezien, dan is het toen wel geweest! Alle kleur leek uit hem weggetrokken te zijn. Zijn mond hing open en de verbijstering in zijn ogen sprak boekdelen. ‘ Wat is er met jou? Wat is er gebeurd? Wat heb je?’ begonnen we allemaal door elkaar te vragen. De aangesprokene kon geen woord uitbrengen. Hij hapte naar lucht en wees met zijn rechterhand alleen maar achter zich. We liepen naar hem toe en tuurden langs hem heen.

In het schemer van de barak lag de slang weer keurig opgerold op zijn plek. Alleen was hij wakker. De kop was iets opgericht en de ogen staarden ons emotieloos aan. ‘ Iedereen naar buiten en doe de barak dicht!’ sprak Ernst. Dat deden we dus ook. Dezelfde dag vertrokken we naar Paramaribo. De dag erna meldde mijn Creoolse collega zich ziek. Hij leed onder enorme pijnen in zijn rug en zijn gezicht. ‘ Hé baas, dat is ook een lekkere,’ sprak Ernst tot onze chef, ‘die stommel ezel breekt in de binnenlanden de rug van een slang en jij bent degene, die moet boeten, want jij betaalt zijn ziekengeld. Wat een wereld!’

Twee weken lang moest mijn collega het bed houden. Hij kon niet eens lopen of staan. De pijn was te erg. Zijn hoofdpijn was zo erg, dat hij zelfs zelfmoord wilde plegen. Na twee weken heeft hij de hulp ingeroepen van een loekoe-man: een ziener, een genezer met bovennatuurlijke gaven. Pas na interventie van de loekoe-man is hij beter geworden.

Als een dagoeweh je geen kwaad doet, moet je hem ook geen kwaad doen. Een dagoeweh is niet zomaar een wurgslang of een boa. Hij is een bovennatuurlijk wezen met een sterke geest. In Afrika wordt hij in veel landen door medicijnmannen en medicijnvrouwen (want die zijn er ook) vereerd. In Suriname zijn ook tientallen mensen, die een dagoeweh herkennen en hem vereren. Het vreemde in Suriname is, dat zowel Hindoestanen als Javanen en Creolen de dagoeweh vereren.

Ze offeren hem voedsel, zoals melk, rijst en andere producten. De dagoeweh op zijn beurt zorgt ervoor dat het zijn vereerders goed gaat, dat ze niet ziek worden en zeer snel, enorm rijk worden! Toch raad ik je niet aan om op zo’n manier rijk te worden. Waarom? Nou, als je een dagoeweh eenmaal iets geofferd hebt, dan ben je verplicht om hem offers te blijven brengen. Je zult in grote voorspoed leven en een enorme welvaart bereiken.

Vergeet je echter één keer te offeren (bijvoorbeeld, omdat je op vakantie bent, of gewoon vergeten) dan heb je de ketting van offer en beloning verbroken. Rampspoed en onheil zullen jou en je familie achtervolgen. Je wordt gedwongen tot de bedelstaf. Sterfgevallen zullen elkaar snel opvolgen. Zelfs je kinderen en kleinkinderen zullen achter elkaar sterven.

In Suriname zijn tientallen van zulke gevallen bekend. Blanken geloven er niet in. Vraag echter een willekeurige Surinamer ernaar en ze zullen je allemaal een voorbeeld kunnen geven.

Trouwens, als jij je hele leven aan een dagoeweh hebt geofferd en je komt te overlijden, dan moet iemand anders van het gezin doorgaan met offeren. Zo niet, dan sterven ze allemaal. Daarom: verlaag je nooit tot het aanbidden van een dagoeweh. Hij geeft wel veel terug, zoals geld, aanzien, welvaart en macht, maar hij blijft een satanische kracht van de duivel!

Vergeet hem één keer te offeren en hij vernietigt jou en je nageslacht. Dat is echt duivels. Als je de behoefte voelt om iets te vereren, vereer dan God! God hoef je niets te offeren en ook als je iets offert en je vergeet Hem… Het maakt niets uit. Zijn poort staat altijd open, je kunt altijd bij Hem terecht en Hij zal er altijd voor je zijn. Hem hoef je niet om te kopen met offers, in tegenstelling tot Satan!

⭐️= Het verhaal is geplaatst zoals die ontvangen is.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.

Maak jouw eigen website met JouwWeb