STORY 428: COLA KREEK: HET KWAAD IN HET WATER

Gepubliceerd op 27 september 2023 om 15:03

🟩 Ingezonden door: Radjindre Ramdhani

        ⚜️COLA-KREEK: HET KWAAD IN HET WATER⚜️
————————

Lieve OST Leden, ik heb in mijn leven zo gigantisch veel meegemaakt, dat ik je materiaal kan aandragen voor wel tien boeken. Weet je waarom ik zoveel heb meegemaakt? Ik ben de helft van mijn leven werkzaam geweest voor een schildersbedrijf.

Je komt door de vele opdrachten van aannemers, onderaannemers en particulieren, door het hele land! Ik heb heel Suriname gezien, jongen! Dan word je voor een paar maanden in Nickerie gedetacheerd, dan voor een paar weken in Saramacca, gevolgd door enkele maanden in Coronie…. Ach, neem maar van mij aan, dat ik heel weinig bij vrouw en kinderen thuis was. Tijdens mijn afwezigheid van huis en haard maakte ik heel veel mee.

Laat me verhalen over Cola-Kreek. Ken je Cola-Kreek? Een aantal Waterpartijen, die met elkaar verbonden zijn. Laat me zeggen, een aaneenschakeling van meren, beken en kreken op kleine schaal. Cola-Kreek ligt midden in het Surinaamse groen, onder de blote hemel. Rondom de watermassa is alles redelijk onderhouden en bedekt met fijn zand van een zilverwitte kleur. Verspreid staande bomen en houten, overdekte hutten en recreatiehuisjes completeren het geheel.

De naam is gerelateerd aan de donkere kleur van Coca Cola. Het altijd koele, stromende water heeft namelijk de kleur van Cola. Voor Surinamers heeft Cola Kreek dezelfde betekenis als Scheveningen voor de Nederlanders: een geliefde plaats voor een dagje uit en ontspanning, waarbij waterplezier op de eerste plaats komt. Cola Kreek is een begrip in Suriname. Er zijn twee belangrijke verschillen met Scheveningen.

In de eerste plaats is Scheveningen een wereldbadplaats met een boulevard, disco’s, restaurants en alle andere moderne mondiale gemakken en ongemakken, terwijl Cola-Kreek als een donkere vlek midden in het prachtige Surinaamse oerwoud ligt, ver van de bewoonde wereld met al zijn vervloekingen en zegeningen.
Een tweede grote verschil is het volgende: Scheveningen geniet in Nederland alleen nationale bekendheid als badplaats. Cola-Kreek geniet in Suriname nationale bekendheid als badplaats, maar is daarnaast ook zeer berucht om de bovennatuurlijke krachten die zich daar manifesteren!

Jazeker! Krachten, die elk jaar opnieuw mensenlevens eisen en door niemand een halt kan worden toegeroepen. Het verkwikkende water van Cola-Kreek schenkt mensen veel plezier, maar vraagt in ruil wel mensenoffers! Cola-Kreek is hemel en hel tegelijk! Doe je oren open, luister en huiver!

Ik werkte destijds voor het schildersbedrijf W.L.R. Hennep: een bekend schildersbedrijf in Paramaribo. Ik werd met een aantal andere collega’s voor drie weken gedetacheerd naar Cola-Kreek. We moesten een aantal overheidswoningen verven, waaronder een gebouw met meerdere etages (in Suriname noemen we zo’n woning een ‘hoge-neuten-huis’) en een laagbouw woning (in Suriname noemen we zo’n woning een ‘flat’). In de hoge-neuten-woning huisde het personeel van het Energie Bedrijf Suriname, dat zorg droeg voor de energiehuishouding in de regio.

In de flatwoning woonde een sympathieke Creoolse man, die beheerder was van Cola-Kreek. Eerlijk is eerlijk: de huizen waren toe aan een nieuwe laag verf! De eerste dag verliep goed. We hadden onze draai al gevonden en het werk verliep voorspoedig. De tweede dag begon in eerste instantie goed, maar eindigde gruwelijk. ’s Ochtends om half acht togen we aan de arbeid. We werkten heel gedisciplineerd: snel, ijverig, maar netjes en secuur!

Naarmate de dag vorderde, steeg de zon verder aan de hemel. De zon brandde fel en onbarmhartig boven onze hoofden. Zelfs de geluiden in het tropisch oerwoud rondom Cola-Kreek leken te zijn gesmoord door de hitte. Tegen twaalf uur was de hitte niet meer om uit te houden. We kapten met het werk en namen een rustpauze. Een van mijn collega’s, afkomstig uit Brits-Guyana zei opeens:
‘Kom, we gaan ons wassen. We gaan lekker zwemmen.’

We stemden met hem in. Waarom ook niet? Al dat donkere, koele water lag uitnodigend te glimmen in de zon. We maakten aanstalten om hem te volgen. Opeens dook de beheerder op in de deuropening van de flatwoning. ‘Dat zou ik niet doen, als ik jullie was,’ sprak hij kort. We bleven abrupt staan en keken de beheerder verbaasd aan.
‘Waarom niet?’ vroeg de Guyanees aan hem.
‘Vandaag is dit tijdstip is niet gunstig om te zwemmen. Tussen Twaalf en één uur ’s middags moet je de watergeesten niet storen. Je moet ook geen zeep gebruiken in het water van Cola-Kreek,’ kreeg hij als antwoord.

Zwijgend keken we naar de beheerder. De beheerder was een lange Creoolse man. Zijn gezicht stond ernstig. Hij leek me niet iemand, die grapjes aan het maken was. ‘Waarom niet?’ vroeg de Guyanees weer opstandig. Het gezicht van de beheerder leek te versomberen. Een donkere schaduw vloog over zijn gelaat, de ogen vernauwden zich en zijn stem klonk gespannen toen hij antwoordde: ‘Jullie zijn stadsmensen en denken alles te weten. Maar jullie weten niets over Cola-Kreek! Mensen sterven hier al eeuwen! Al eeuwen! Elk jaar verdrinkt er wel iemand hier. Wat voor veiligheidsmaatregelen we ook nemen, hoe we ook oppassen wat mensen zelf ook aan hun eigen veiligheid doen: niets helpt!’

Na een korte stilte vervolgde hij: ‘Jaarlijks verdrinken hier mannen, vrouwen en kinderen of raken mensen zoek! Weet je hoeveel van mijn voorgangers gek zijn geworden, of overspannen zijn teruggekeerd naar de stad? Ik heb hier dingen gezien, verschijningen waargenomen, gebeurtenissen aan den lijve ondervonden, waar je haren van te bergen rijzen! Ga nu niet zwemmen! Je verstoort de middagrust van de zielen, die in dit water zijn omgekomen. Gebruik geen zeep en wasmiddelen, want de geesten zijn niet gediend van vervuiling!’

De beheerder zweeg en keek ons dreigend aan. Wij zwegen. We kenden, zoals iedere Surinamer, de beruchte reputatie van Cola-Kreek. Na de woorden van de beheerder waren wij dus best wel onder de indruk. We gingen allemaal in de schaduw onder een hut zitten, behalve de Guyanees. Hij grijnsde naar de beheerder. De beheerder draaide zich om, liep zijn huis binnen en sloot de deur achter zich.
‘Wat een klinkklare onzin,’ sprak de Guyanees, ‘allemaal nonsens. Nou, kijk maar wat jullie doen. Ik ga zwemmen!’

We raadden het hem af, maar hij was niet voor rede vatbaar. Over het fel schitterende witte zand liep hij naar het water. Achteraf gezien hadden we misschien meer ons best moeten doen om hem tegen te houden. Per slot van rekening was hij geen Surinamer en kende waarschijnlijk de reputatie van Cola-Kreek niet. In elk geval dook hij in het water en zwom heerlijk rond, zonder dat hem iets overkwam. Om half één kroop hij het water uit en lachte ons triomfantelijk toe. ‘Ik ga onder die boom slapen,’ sprak hij, terwijl hij naar een boom wees.
‘Het is goed. Doe maar. Wij gaan hier slapen,’ sprak ik.

Je weet toch wel dat mensen in Suriname tussen de middag altijd een dutje doen? Op het heetst van de dag moet je gewoon je siësta houden. Korte tijd later dommelden we in.

Geschreeuw en gegil bereikten mij als uit de verte. Ik opende mijn ogen en staarde verwilderd om mij heen. Al mijn collega’s waren klaarwakker. Uit de verte klonk het geschreeuw en gegil van een man in doodsnood. ‘Die Guyanees houdt ons voor de gek,’ sprak een collega. Toen pas herkende ik in de schreeuwende stem mijn Guyanese collega.
‘Volgens mij is er echt iets mis,’ antwoordde ik.
Het gegil en gekrijs was zo heftig, dat we elkaar bezorgd aankeken. Als één man stonden we op, stormden de hut uit en renden over het witte, suikerachtige zand naar de boom, waarachter we onze Guyanese collega aantroffen.

We schrokken enorm. Hij lag languit op de rug, terwijl vele wonden zijn gelaat ontsierden. Een wenkbrauw was losgescheurd, hij had een bloedneus, een gescheurde lip en een blauw oog. Schaafwonden ontsierden zijn voorhoofd, wangen en zijn oor. Ja, hij was vreselijk toegetakeld.
‘Wat is er gebeurd?’ vroeg ik. ‘Ik heb gevochten,’ huilde hij, terwijl zijn gezicht vertrok van de pijn.
‘Met wie?’ vroeg een ander.
‘Een schaduw,’ sprak de Guyanees.
‘Wat?’ vroegen we allen tegelijk.
‘Ik heb gevochten met de schaduw van een immense neger. Hij kwam uit het water en liep recht op mij af. Ik kon niets tegen hem beginnen.

Te sterk, veel te sterk! En ongrijpbaar. Een schaduw. Mijn slagen gingen dwars door hem heen, terwijl zijn vuisten wel doel troffen,’ hijgde de Guyanees. Zijn ogen stonden verwilderd. Stilzwijgend keken we elkaar aan. Onze veelbetekenende blikken ontgingen de Guyanees niet. ‘Ik snap het, ik begrijp het,’ fluisterde hij.
We hielpen hem overeind en verzorgden zo goed en zo kwaad mogelijk zijn wonden. De beheerder hielp mee. ‘Jullie stadsmensen denken alles te weten,’ sprak hij, ‘maar jullie weten niets! De schaduw die hem heeft toegetakeld, was een verstoorde geest. Eén advies: blijf vannacht binnen! Wat er ook gebeurt!’

Die avond bleven we in ons kampement. We deelden met ons allen één grote ruimte. Weinigen van ons sliepen echt. Onze tweede nacht in Cola-Kreek en de eerste angstige nacht. De geluiden om ons heen klonken ons niet bekend in de oren. Het oerwoud in dit gedeelte van Suriname leek te worden bevolkt door onbekende dieren. De wind waaide hard. Opeens hoorden we duidelijk een zware stem zeggen: ‘Kom vechten! Kom naar buiten en laten we vechten!’ De angst hield ons allen gevangen. We zaten allemaal met wijd opengesperde ogen in het donker te staren.

Ik wendde me naar de Guyanees. Deze leek zelf op een geest, door de vele pleisters en bandages op zijn gelaat, die wit oplichtten in het donker. Hij trilde en beefde van angst. Dwars door het gehuil van de wind en het geruis van bomen kwam de zware stem weer tot ons. ‘Kom naar buiten en laten we vechten! Ik maak je dood! Ik maak je dood! Ik wacht!’. Daarna hoorden we niets meer, behalve het ruisen van de wind en de onbekende geluiden uit een vreemd donker woud. We hebben geen van allen de hele nacht een oog dicht gedaan.

De volgende ochtend vertrok de Guyanees met de eerste de beste gelegenheid naar de stad. Voor geen goud wilde hij in Cola-Kreek blijven! De rest van de groep bleef drie weken en maakte het werk af. In die drie weken maakten we ook nog andere dingen mee. We hoorden bijvoorbeeld ’s avonds vaak mensen spelen, lachen en stoeien in het water van Cola-Kreek. Als we onze zaklantaarns en flashlights aandeden en het wateroppervlak afzochten, werd het doodstil. Je zag niemand en hoorde niemand. Doodse stilte.

Zodra de zaklantaarns uitgingen, begonnen de geluiden weer. Mensen die lachten, mensen die zongen en met luide plonsgeluiden in het water doken. Soms maakten we er een wedstrijd van om zo plotseling en zo snel mogelijk onze flashlights aan te floepen, in de hoop iemand te betrappen. Helaas! Alle pogingen bleven vruchteloos. Vaak zagen we wel het water opspatten en uit elkaar golven, alsof iemand erin zwom. Maar er was nooit iemand zichtbaar! Nooit!

En dan de cobra…. Officieel bestaan er geen cobra’s in Suriname! Toch duikt er soms, na twaalf uur ’s nachts een gigantische cobra op uit het water van Cola-Kreek. Ik zelf heb de verschijning twee keer mogen aanschouwen! De eerste ontmoeting staat me nog het meest bij. Tegen één uur in de nacht moest ik plassen. Ik nam een zaklantaarn ter hand, verliet het kampement en liep naar een boom toe, waar ik begon te urineren. Ondertussen bad ik tot God, dat niets me mocht gebeuren en scheen met de zaklantaarn alle kanten uit. Toen ik klaar was, hoorde ik rechts van me het water golven.

Ik richtte in een flits de zaklantaarn in de richting van het geluid. De gele straal sneed door de duisternis en bleef rusten op het wateroppervlak, dat hevig in beroering was. Er leek een soort bult te groeien op het donkere oppervlak. Het water begon te schuimen. Ik zag een boomstam boven komen drijven. Juist toen ik opgelucht adem wilde halen, kronkelde de boomstam lenig en richtte zich op. Ik staarde naar een zwarte, dikke cobra met een brede kop, als een geopende paraplu!

Ik rende weg. Binnen een paar seconden bevond ik me weer in het kampement, te midden van mijn slapende collega’s. Ik besefte dat de cobra niet echt was, maar een wezen van de wind, hawa, winti. Misschien wel een oeroude bovennatuurlijke kracht, die zich kon manifesteren in elke gewenste vorm. Als je in de buurt van Cola-Kreek bent, let dan ook op de verwilderde fruitbomen. Bijvoorbeeld mangobomen: sommige van die bomen zijn heel mooi, groeien recht en hebben een gladde stam. Andere zijn onregelmatig, groeien schots en scheef en de stam zit vol met knoestige, verrotte plekken.

De tweede soort bomen moet je ontwijken. Daar schuilen kwade machten in. Ik zal je iets belangrijks vertellen: als je ooit met vakantie in Suriname bent en je wilt naar Cola-Kreek…. Ga dan! Cola-Kreek is heel mooi. Laat je niet weerhouden door mijn verhaal. Maar als je daar bent, kijk uit! Blijf in de buurt van andere mensen! Ga niet alleen zwemmen! Keer voor het donker terug naar huis. Er is nog veel meer aan de hand in Cola Kreek. Daar gebeuren de raarste dingen.

En elk jaar komen er mensen om door verdrinking. De plaats loopt over van spiritualiteit! Nederlanders zijn tegenwoordig sterk geïnteresseerd in paranormale zaken. Ze zouden Tineke de Nooij met een cameraploeg naar Cola Kreek moeten sturen, in aanwezigheid van een aantal mediums. Misschien zouden ze iets kunnen oplossen, of met een camera kunnen registreren.

⭐️= Het verhaal is geplaatst zoals die ontvangen is.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.

Maak jouw eigen website met JouwWeb