🟨 Ingezonden door: NAINA
⚜️ZIJ LIEPEN DRIE DAGEN LANG⚜️ DEEL 3
—————————
Tjing boi zei nog: ‘’ we moeten morgen eerst onze vis en hert zoeken voordat we de rivier zoeken. Mi now lib deng sang gi tra sma ( ik laat die dingen niet achter voor andere mensen). De jongens begonnen weer te lachen. Alhoewel ze moe en gestresst en hongerig waren was hun ‘’spirit’’ nog niet gebroken. Ze zagen dit als een ‘’extra’’ avontuurtje en dachten ervan te genieten. Het ‘’ding’’ dat achter hun aan zat leek of verdwaald te zijn of iets anders gevonden te hebben.
Ze konden die avond geen vuurtje maken omdat ze hun lucifers hadden laten vallen met de rest van de spullen toen ze uit schrik waren weggerend. Ze besloten dicht bij elkaar te zitten en enkelen mochten slapen en enkelen zouden de wacht houden. Wat de jongens niet wisten was dat het inmiddels al 5u in de ochtend was. Na een poos vielen ze 1 voor 1 uitgeput in slaap. De volgende morgen sliepen ze nog even door.
De zon kwam niet door, door de bomen dus niemand had door dat het al ochtend was. De jongens waren ook behoorlijk uitgeput dus ze sliepen gewoon door totdat het heet begon te worden. Toen pas werd Diggy als eerst wakker. Hij begon meteen uit te schelden en zo werden de rest van de jongens wakker. Ze vroegen hem wat er aan de hand was en hij zei meteen: ‘’ kijk naar de zon!!’’ Zo hadden ze door dat het al behoorlijk laat in de ochtend was, of misschien al middag zelfs.
Gehaast stonden ze op. Ze konden zich niet voorstellen dat ze zo lang en zo diep geslapen hadden. Ze overlegden even met elkaar wat ze zouden doen. Iedereen stelde voor om toch even hun spullen te gaan zoeken. Ze konden hun weg makkelijk terug vinden omdat het eruit zag alsof er een kudde wilde stieren daar gerend had. Ze begonnen te lachen en grappen te maken en spraken over wat het geweest kon zijn. De één bedacht nog een gekker idee dan het ander en ze lachten en hadden enorm lol. Ze vergaten de ‘’horror’’ die ze de vorige avond meegemaakt hadden toen ze hun spullen terug vonden.
Alles was precies zo, zoals ze het hadden laten vallen. Ze checkten of er al iets uit bedorven was, maar dat bleek niet het geval te zijn. Ze spraken en besloten alles op te pakken en meteen terug te lopen naar de boot, maar ze hadden maar nog net enkele stappen gezet toen ze ontdekten dat dit stukje van het bos niet bekend was bij hun. Hier hadden ze niet de vorige dag gelopen onderweg naar de boom waar ze hun spullen bewaard hadden. Ook konden ze de boom nergens zien. Het was een hoge boom, dus eigenlijk moesten ze het toch kunnen zien als ze in de buurt ervan waren.
Enkele jongens liepen wat rond om de omgeving te inspecteren. Ze vonden het allemaal vreemd en onbekend en kwamen dus tot de conclusie dat ze echt verdwaald waren nu. Iedereen keek nu naar Sergio. Ze vroegen hem waar hij hun gebracht had. Sergio zei hoe bedoel je? Ik heb jullie niet naar hier gebracht. Toen de jongens dit hoorden waren ze erg boos. Ze begonnen hem uit te schelden en het werd weer een drukte van jewelste. Sergio gilde maar steeds waarover ze het hadden, en of ze gek waren geworden. Hij was voor het eerst ‘’abra liba’’ gekomen.
De jongens staarden hem verbluft aan. Ze konden hun oren niet geloven, en werden gewoon steeds kwader. Sergio was van Indiaans afkomst en was licht van kleur, maar nu leek hij op een tomaat. Hij was ook boos en wist niet waarover zijn vrienden het hadden. Diggy zei op den duur dat het geen nut had om nu ruzie onderling te maken. Ze moesten maar gauw maken dat ze wegkwamen want anders zou het weer donker zijn straks en ze moesten nog de rivier zien te vinden.
Ze pakten alle spullen op en begonnen te lopen. Nu volgden ze Sergio niet meer en hij liep helemaal achterin, boos als hij was. Na een poos lopen werd hij zich bewust van een stem die hij steeds hoorde in zijn hoofd. Eerst dacht hij dat hij dacht dat hij allemaal liever dood wilde maken, zo boos was hij wel, maar nu hij met niemand sprak en zich bewuster werd van de stem in z’n hoofd kon hij goed uitmaken wat ’t steeds zei. De stem zei steeds:’’un kir mi vrouw nanga mi ptjien, mo kir un ala mala’’. (jullie hebben mijn vrouw en kind doodgemaakt, ik ga jullie allemaal doodmaken). Dit bleef zich een hele poos in z’n hoofd herhalen. Op den duur had hij z’n eigen gedachten niet meer en dacht hij alleen, ik moet ze allemaal doodmaken. Hierdoor werd hij steeds bozer en agressiever.
Oemar voelde aan dat er iets mis was met Sergio, hij begon steeds langzamer te lopen en op den duur liep hij naast Sergio. Sergio ademde zwaar en z’n ogen waren rood aangelopen. Hij leek erg boos en niet erg bij te zijn. Oemar probeerde hem te kalmeren, maar hij leek hem helemaal niet te horen. Wanneer Oemar hem iets vroeg, gromde hij alleen als antwoord.
De jongens liepen aan 1 stuk door, maar leken maar niet aan te komen op hun plaats van bestemming. Ze liepen op den duur alle richtingen uit maar het leek alsof zij rondjes aan het draaien waren. De bomen leken allemaal hetzelfde.
Oemar observeerde Sergio nog steeds de hele tijd. Instinctief wist hij dat er iets goed mis was met de jongen. Dit was niet de normale Sergio die altijd grappen maakte en lachte. Aangezien Oemar van huis uit gelovig was, en het één en ander al eens meegemaakt had begon hij eerst in zichzelf te bidden. Hij vroeg de Allemachtige kracht om hem te helpen om Sergio terug te krijgen. Hij begon rustig tot Sergio te praten en riep hem steeds bij z’n naam. Hij bleef Sergio roepen totdat Sergio echt antwoord gaf.
Hij stelde een paar vragen om er zeker van te zijn dat het echt Sergio was die antwoord gaf, en vertelde hem wat er allemaal aan het gebeuren was. Sergio leek zich niet veel te herinneren. Hij wist wel dat ze overgestoken waren, en een hert gedood hadden. Daarna probeerden ze te vissen, maar ze hadden niets gevangen. Verder wist hij niets meer. Oemar sprak rustig tot hem en zei tegen hem om niet in paniek te raken. “Iets is goed mis hier, we lopen al de hele tijd en er lijkt geen eind aan te komen. We raken niet tot de rivier en ook niet tot de kreken en zwampen waar we eerder al dat vis gevangen hadden.
De andere jongens hadden inmiddels wel al door dat er iets helemaal niet klopte, maar ze besloten om gewoon door te blijven lopen. Af en toe rustten ze even uit en begonnen weer te lopen. Ze hadden geen idee waar ze naar toe liepen, maar ze bleven lopen. Het begon alweer donker te worden. De jongens spraken af dat ze zouden lopen totdat er nog licht was, en daarna gingen ze gewoon bij elkaar zitten wachten totdat ’t weer licht werd. Zo gezegd en zo gedaan. Toen ze eenmaal bij elkaar zaten voelden ze hoe uitgeput en hongerig ze waren.
Inmiddels kwam er al een vervelend geurtje uit al de zakken. Ze besloten de zakken op een afstand te zetten en te bedekken met een paar takken. Ze waren net hiermee bezig toen ze alweer dat geluid van de vorige avond in hun richting hoorden komen. Weer leek het alsof er iemand gilde en achter hun aanzat. De jongens gilden het uit, uit angst, en begonnen weer weg te rennen. Alhoewel ze de vorige avond opgegeven hadden en niet meer renden, begonnen ze nu toch weer in paniek te rennen. Ze renden en renden en verwachtten elk moment iets ergs.
Alleen gebeurde er niets. Het geluid kwam gewoon op hun af. Op den duur gilde Oemar dat ze allemaal moesten stoppen. Enkelen wilden nog door rennen, maar de moedigsten besloten toch te stoppen en te vechten indien het nodig zou zijn. Toen ze eenmaal gestopt waren begon het geluid hun te omcirkelen. Het leek gewoon uit alle richtingen te komen. De jongens waren erg bang en enkelen deden het ook in hun broek(dit vertelden ze elkaar later). Oemar was wel bang, maar hij besloot te bidden.
🌺VOOR VERVOLG:
( LEES DEEL 4 )
⭐️= Het verhaal is geplaatst zoals die ontvangen is.
Reactie plaatsen
Reacties