🟩 Ingezonden door: NAINA
⚜️ZIJ LIEPEN DRIE DAGEN LANG⚜️ ( DEEL 2 )
——————————————
Rewie begon te vertellen: “Wij waren allemaal vroeg klaar met alle voorbereidingen dus wij konden ook vroeg oversteken. We bonden de boot stevig was en spraken af niet te ver van de boot te gaan want de boot onbeheerd achterlaten was riskant. Iemand kon ermee vandoor gaan, of met de motor. Dus ze moesten ook alert blijven wanneer ze motor geluiden hoorden. Ze liepen het bos in en kozen een plek uit om hun spullen te bewaren. Ze zouden niet de hele tijd met alles sjouwen.
Ze namen alleen de netten, enkele houwers en het geweer mee en zakken om hun vangst of jacht in te doen. Ze liepen weg om een plek uit te zoeken waar ze zouden vissen. Ondertussen keken ze ook uit naar wild. Ineens zagen ze een grote hert niet ver van hun grazen. Ze werden allemaal muisstil. Diggy, die zou schieten, maakte zijn geweer in orde en loste een schot. Mooi raak! Hij loste nog 2 schoten om er zeker van te zijn dat het beest echt dood was, daarna renden ze er naar toe om het te bekijken. Wat waren ze blij. De hert was groot en de buik leek ook groter dan bij normale herten. Steve zei:’’ misschien was het vol’’.
De anderen zeiden:’’ pech dan, maar we hebben lekker vlees nu’’. Ze deden de hert in een zak en sjouwden het tot ze een plek uitkozen om te gaan vissen. Ze waren eigenlijk al blij en spraken hoe ze de hert zouden klaarmaken en wie er allemaal uit te eten zouden krijgen. Indien ze meer zouden vinden zouden ze die onderling verdelen, maar deze zouden ze bij de winkel klaarmaken morgen en een ieder kon dan lekker meesmullen. Zo spraken ze en maakten ze grappen met elkaar. Het was gezellig en de ‘’heren’’ hadden het naar hun zin.
Tegen 11u hadden ze nog niet echt wat gevangen en ze besloten om terug te gaan naar hun eten, wat te eten en dan ergens anders te proberen vissen. Zo gezegd, zo gedaan. Ze aten een deel van hun eten en lieten een deel voor later op de middag. Na een tijdje gezellig met elkaar gezeten, gegeten en gedronken te hebben gingen ze weer erop uit. Oemar maakte nog een opmerking van:’’ vinden jullie het niet extreem stil vandaag?’’ De anderen lachten hem uit en zeiden:’’ wat verwacht je dan in het bos te horen? Langsrijdende auto’s of muziek uit de radio?’’ Oemar zei nog: “ok, we gaan dat natuurlijk niet horen, maar we horen ook geen enkel ander dieren geluid, zelfs de vogels niet.
Ik vind dit wel een beetje eng. En ik heb ook het gevoel dat er iemand steeds achter ons liep en net toen we zaten te eten leek het erop alsof er iemand naar ons stond te kijken. Ik krijg steeds rillingen over m’n lichaam”. De andere jongens plaagden hem en maakten hem uit voor “frede babu”(bangerik) en besloten nu een ander richting uit te zoeken om te gaan vissen. Ze vroegen Oemar nog of hij mee zou gaan of achter wilde blijven uit ‘’bangheid’’. Natuurlijk wilde hij niet alleen achter blijven. Dus gingen ze nu weg. Hun buit, de hert, hadden ze goed onder de boom verborgen onder zakken en daarop takken en heel veel bladeren. Zo moest het verborgen blijven voor mensen of andere dieren.
Ze liepen een poos en kozen uiteindelijk een plek om te vissen. Deze keer vingen ze wel veel vis. Elk jongen had een zak en een net meegenomen. En alle zakken waren tegen 4u al vol. Toen besloten ze terug te gaan naar hun boom. Daar aangekomen zagen ze zat alles nog precies zo was. Ze haalden hun eten tevoorschijn en checkten ook nog even of de hert nog op hun bergplaats was. Het was precies zo daar hoe ze het achter gelaten hadden. De “frede babu”uit de groep was uiteindelijk vergeten wat hij allemaal aangevoeld had, want hij werd blij toen de zakken begonnen te vullen. Nu besloten ze al het eten op te maken en dan te vertrekken.
Ze waren super blij met hun vangst en vonden het niet nodig om langer te blijven. Ook moesten ze straks thuis nog de hert schoonmaken en kappen, dus er was nog veel werk. Tjing boi zei nog: ‘’ik ga niet alles alleen doen ok, iedereen die wilt mee eten moet ook meehelpen, so!” Iedereen begon te lachen. Hij was de jongste en was voor het eerst mee, dus niemand nam het hem kwalijk.
Nadat hun eten op was en ze ook een beetje bijgekomen waren, ruimden ze alles netjes op. Ze besloten 1 van de zakken met vis te verdelen in de overige 5 zakken omdat 1 persoon de hert moest dragen. Gelukkig hoefden ze niet echt ver te lopen om hun boot te bereiken. Nadat alles netjes verdeeld was en er was afgesproken wie wat zou dragen begonnen ze terug te lopen. Het was inmiddels al schemerig en ze wilden voor dat het donker werd nog oversteken. Dus liepen ze op hoog tempo. Nadat ze zo een kwartier gelopen hadden merkten ze dat het steeds donkerder werd.
Na nog een poos werd het ineens pikdonker. Steve zei: “moesten we nu al niet aan de oever zijn? We lopen zeker al een half uur”. De anderen zeiden dat het door het donker zo lang leek, ze moesten gewoon doorlopen. Ze liepen weer ongeveer een kwartier lang toen Steve weer zei: ‘’no mang, iets klopt niet. Zo lang was het niet om te lopen naar de boot. We moeten ergens verkeerd afgeslagen zijn wat ons in een andere richting heeft gebracht’’. Iedereen was muisstil. Ze hadden nu wel door dat ze inderdaad verdwaald waren. De jongste uit de groep zei nu met een piepstemmetje: ‘’ sa wo du now’’ (wat gaan we nu doen).
Sergio zei: “no spang, ik ben hier vaak geweest, ik ga jullie eruit halen. Volgen jullie mij’’. De jongens begonnen weer te lopen. Voor hun gevoel leek het een eeuwigheid, maar ze liepen ongeveer een uur achter elkaar toen Steve weer zei: ‘’ no jere, we zijn echt verdwaald. Het heeft geen zin om verder te lopen, want straks gaan we dieper het bos in, in plaats van uit ’t bos’’. Weer zei Sergio:’’ no spang, ik haal jullie eruit. Volgen jullie mij’’. En weer begonnen ze te lopen. Ze liepen en liepen maar ze kwamen maar niet aan bij de oever. Af en toe rustten ze even uit en begonnen weer te lopen.
Inmiddels waren ze allemaal erg bang en moe ook. Hun buit konden ze nu met moeite dragen. Op den duur zei Rewie boos: “luisteren jullie noh, als jullie willen kunnen jullie verder lopen, maar ik zet geen stap verder. We zien nu echt niks en weten niet waar we lopen. Voor mijn gevoel lopen wij maar in rondjes hoor’’. Enkelen waren eens met hem en enkelen wilden verder gaan met Sergio. Omdat Sergio zei dat hij vaker in het bos geweest was wilden ze hem wel volgen. Het was wel een verassing voor hun om dat te horen, omdat ze nooit eerder van Sergio gehoord hadden dat hij was gaan jagen of vissen.
Hij was meer ’t type die bij z’n vrienden hing, of bij een meisje als hij die had. Zijn relaties duurden niet erg lang, maar als hij dus iemand had ging alle aandacht naar z’n schatje. Ineens zei Diggy: ‘’ma da pe deng flashlight de?(waar zijn de zaklantaarns) We waka so langa in a dungru ma no wan mang denk fu aan a flashlight. ( we lopen zo lang in het donker maar niemand denkt eraan om de flashlights aan te doen). Oemar zei: ‘’ Diggy, al ben je niet geschoold, maar je bent wel slim, maar kon je niet eerder met dit idee komen!!!’’. Iedereen begon te lachen al waren sommige nu zo bang. Ze legden alles neer en begonnen naar de flashlights te zoeken.
Toen ze die vonden en aan probeerden te maken lukte niet. Ze tikten erop zoals iedereen automatisch doet wanneer een flashlight niet aangaat, maar toch gingen ze niet aan. Ze begonnen nu boos te worden op elkaar en elkaar uit te schelden dat ze met kapotte dingen gekomen waren, en waarom ze het thuis niet gecontroleerd hadden voordat ze gekomen waren. Ze spraken allemaal luid door elkaar. Alle angst was even vergeten. 2 van de jongens wilden zelfs met elkaar op de vuist gaan toen ze ineens een schrille gegil hoorden. Het leek alsof iemand luid gillend in hun richting kwam.
De jongens waren voor 1 moment stil, maar opeens begonnen ze luid gillend achter elkaar te rennen. Ze konden gewoon voelen dat er iets hun richting opkwam en dat hun leven in gevaar was. En ze bleven maar rennen. Gelukkig renden ze niet alle kanten op, maar volgden ze elkaar gewoon. Dus zo renden ze een hele poos achter elkaar, steeds achterom kijkend of “het ding” of wat het ook was niet dichterbij kwam. Natuurlijk konden ze niets zien omdat het pikdonker was. Ze bleven letterlijk door rennen totdat ze 1 voor 1 uitgeput begonnen te vallen.
Enkelen wilden nog door rennen, maar ze konden hun vrienden niet alleen achterlaten en besloten toch te stoppen. Ze zeiden tegen elkaar: ‘’laat hij ons dan maar komen aanvallen, we gaan dan vechten tot we doodgaan. Tjing boi ( zo werd de jongste uit de groep genoemd) begon nu hartverscheurend te huilen. Alle stoerdoenerij was nu uit hem en hij huilde om naar huis te gaan en hij huilde om zijn moeder. Hij zei tegen zijn broer, als ik hier doodga zeg tegen mama dat ik erg veel van haar hield. Enkelen van de jongens begonnen ook stiekem te huilen.
Het was immers donker en niemand zag het toch. Zo bleven ze een poos bij elkaar zitten tot Rewie zei: ‘’ maar whatever achter ons aankwam is zeker ook gaan rusten, want met die snelheid dat ’t kwam moest ’t al lang hier zijn. Laten we hier een vuurtje aanmaken en zitten wachten totdat het weer licht is en dan gaan we beter kunnen zien. Dan kunnen we de rivier sneller vinden. En als we bij de rivier zijn dan weten we in welke richting we moeten lopen om de boot te kunnen vinden.
🌺VOOR VERVOLG:
( LEES DEEL 3 )
⭐️= Het verhaal is geplaatst zoals die ontvangen is.
Reactie plaatsen
Reacties