🟪 Ingezonden door: Ngatini Ali
⚜️TUSSEN NIEUWE WIJK EN STAFDORP⚜️
———————
Hoi iedereen van OST, ik heb weer eens een ervaring voor jullie allen, die ik van mijn familie vernomen heb.
Hier gaat het verhaal:
We moesten de weg van Moengo herasfalteren. De hoofdingang dan wel. Ik was met een groepje om dat werk te doen. Het aanwezige asfalt moesten we eerst verwijderen, waardoor er maar één in- en uitgang was. Dat was aan de andere kant van Moengo. Op de eerste dag zagen we een ouwe man van marron afkomst op de weg.
We hadden tot laat gewerkt. Het was 7 uur in de vooravond denk ik. Die man had een pangi aan en had een kalebas in zijn hand. Hij keek ons gewoon aan. Stil, geluidloos en zonder enige uitdrukking op zijn gezicht. Plots wees hij in de richting van het westen. We keken ook eerst naar die richting. Wilde hij ons weghebben? En toen we weer naar hem keken, was die man weg. “Pe a mang go?(Waar is die man gegaan?)” We schonken geen aandacht meer eraan.
De volgende dag zouden we het laatste weggedeelte ontdoen van asfalt. We waren dan bezig in het bewoond gebied. Links Stafdorp en rechts Nieuwe Wijk. Bij het laatste huis, het huis op de hoek, van Nieuwe Wijk, hoorden we gekraak. Heel luid. De dozer heeft iets geraakt. We kwamen natuurlijk allemaal kijken. Oud, zwart, vermolmd hout stak uit het bauxiet. Ik kwam wat dichterbij, maar moest over de koppen en de schouders van mijn collega’s heen kijken. Ik zag even wat het was en ik schrok even.
De baas riep ons aan de andere kant en niet lang daarna werden er linten om het hout geplaatst. En alles werd afgedekt met plastic, want het begon heel hard te regenen. Heel erg hard. Dit heb ik nooit meegemaakt in Suriname. Het was nog geen 3 uur in de middag, maar het was donker.
Donkerder dan normaal. We kregen toestemming om naar onze logeerhuis terug te gaan. Gelukkig was dat niet ver, dus renden we daar naartoe. “Wachti eve. Me kong. Mi firgit wang sani.” Ik had mijn portemonnee in één van die trucks vergeten. Dus rende ik terug. Het bliksemde en donderde. Maar mijn laatste geld was in m’n portemonne, dus moest ik ‘t gaan halen. Ik klom in de truck en pakte mijn rijkdom en zakte van de truck af. Ik keerde me om en mijn hart sloeg over.
Diezelfde man stond voor me. Niet eens 2 meters van me verwijderd. In dezelfde kleren, maar nu met een mandje in zijn hand.”U wiki sani(jullie hebben dingen wakker gemaakt).” En hij keek me verdrietig aan. Het bliksemde weer en ik deed m’n ogen dicht en open en weg was hij weer. Ik rende naar het logeerhuis en dacht aan wat ik zag. Ze leken op botten, menselijke botten. Ik heb niet eens gekeken naar het plastic. Ik voelde me niet op m’n gemak. Gelukkig bereikte ik veilig het huis.
Ik schrok wakker. Ik hoorde gegil. Luid . Alsof iemand in pijn was. Het was die dozerbestuurder. We sliepen met 4 man in de kamer en hij was precies naast me. Het was half 2 in de ochtend en het regende hard. De donder liet alles trillen. Hij gilde weer. We gingen naar hem toe. Hij ijlde. Hij sprak aucaans. Ik verstond niks. “A waata au kiii u ala mala.(het water zal ons allemaal doden)” Hij was heet. Koorts. Zijn ogen waren open, maar hij keek naar niets.”Beli mi bung…..(begraaf mij goed)” Het bliksemde en gelijk daarna de donder. Het heel huis beefde. Maar we hoorden geen gegil meer. Het regende nog hard, maar hij sliep.
De volgende dag kon hij zich niets meer herinneren. Hij hield zelfs vol dat we hem voor de gek hielden. Het regende nog. Maar niet zo hard meer. Het was al 8 uur in de cohtend toen we op onze werkplaats aankwamen. Het plastic was er nog. We namen allemaal plaats in onze machines, maar niks sloeg aan. De dozers wilden niet starten en de trucks gaven geen kik.
Om 11 uur konden we nog niet werken. Er bleek niets aan de hand te zijn met onze machines. Intussen zijn enkele auto’s vastgelopen. Precies waar we bezig waren. Mensen kregen ruzie met elkaar. Er werd zelfs gevochten. We schenen allemaal agressief te zijn.
Alles werd aan de stad doorgegeven. En om 1 uur kregen we toestemming om terug te gaan naar Paramaribo. Ik was blij, want ik wist dat er iets niet pluis was.
Ik ben de volgende dag naar een pandit gegaan en hij vertelde me dat we iets hebben verstoord. En daarom regende het in Moengo. Het vernietigde de oogst en mensen verloren hun inboedel enzovoorts. Dat allemaal omdat we de rust hebben verstoord van iets. De pandit vertelde verder dat de botten elders begraven moesten worden en wel op de juiste manier. Anders gaat het slechter in Moengo en zullen er slachtoffers vallen.
Ik heb mijn baas erover verteld, maar hij geloofde er niets van. Twee van mijn collega’s zijn nu in het ziekenhuis opgenomen. Eentje heeft een aanrijding gemaakt en de andere is in coma. En ze kunnen nog niets vinden. Het was die dozeroperator.
🌺En in Moengo regent het nog steeds. Abnormaal veel. Ik ga nooit meer terug. De werkzaamheden zijn gestopt. We zijn bang. Ik ga in elk geval niet meer terug.
⭐️= Het verhaal is geplaatst zoals die ontvangen is.
Reactie plaatsen
Reacties