🚹 Ingezonden door: Ebeline Wilson
———————————
Hoi Paris & OST Fans, Via via kom ik vaak aan best wel mooie verhalen. Bij deze dit mooie verhaal. Ik hoop dat jullie er wat mee kunnen.
Ze zeggen vaak dat het leven in het binnenland vaak enerverend en zwaar is. Vooral als je als leerkracht afgesloten van de buitenwereld bent.
De stad, Paramaribo, mijn buitenwereld. De wereld waarin ik kan appen, douchen en ook van vertier kan genieten. Werken in het binnenland is toch iets anders dan werken in de stad. Zij hadden het onderwijs harder nodig en daardoor voelde ik mij geroepen om in het binnenland onderwijs te verzorgen.
Mijn naam is Niña en ok ik ben onderwijzer, heel ver het binnenland in. De enige manier om met de stad in contact te treden is via het radiosysteem van Telesur. Enfin, mijn verhaal is er een die je alleen in films ziet. Maar om dat nou in het echt te moeten meemaken... Dat is een hele andere ervaring.
Ik woon al langer dan 2 jaren in het binnenland en heb mezelf bepaalde tradities van de lokale cultuur eigen gemaakt. Ik had mijn eigen korjaaltje en ben heel behendig in het omgaan met een pagaai, vooral als ik stroomopwaarts moet. Ik had een goede band met de mensen van het dorp en met één van de moeders van een leerling , had ik een vriendschappelijke band opgebouwd. Ik hielp haar vaak genoeg met werkzaamheden op haar kostgrond, wat maakte dat ik altijd iets vers van haar tuin mee mocht nemen.
Er was weer zo een dag dat ik mijn hulp mocht bieden op Menni's kostgrondje. Het was al een uur of 3 in de middag. Ik liep naar huis toe en vroeg aan de kinderen of ze nog thuis was. Tot mijn spijt was ze al vertrokken richting stroomafwaarts. Het kostgrondje ligt niet ver van het dorp en binnen 15 minuten flink peddelen ben je binnen een mum van tijd bij de ingang van haar kostgrond. Ik meerde aan en bond mijn korjaal aan één van de hangende lianen aan de oever. De toegang tot het looppad is vrij stijl. Het zou een flinke klim zijn naar de bovenkant van het pad.
Ik was al halverwege de klim toen ik plotseling iemand hoorde peddelen. Je moet je dit erbij voorstellen hè..
Het was rustig op de rivier en notabene zou ik hebben gezien of iemand kwam aanvaren toen ik nog op het water was. Ik zeg dit vanwege het feit dat, toen ik keek van wie het zou kunnen zijn, een gladde boomstam langzaam voorbij vaarde. Het was glad alsof het pas van de schaafbank kwam.
Het leek op de onderkant van een korjaal. Ik maakte die link omdat ik met eigen ogen had gezien hoe mijn korjaal gemaakt werd.
Opeens schoot er iets uit het water, precies naast de boomstam, verplaatste zich in een horizontale lijn langs de stam heen en verdween weer onder water. Ik wist niet wat ik zag, maar ik kan je wel zeggen dat ik op dat moment de rillingen kreeg.
Ik kreeg kippenvel bij het idee dat het ding dat ik zojuist had gezien, het puntig gedeelte is van een pagaai. Ik bleef kijken, maar toen ik zag dat de stam begon te wiebelen over het water, keerde ik mij direct om en begon verder te klimmen. Het geluid van het water achter mij was zo luid, dat ik mij begon te verbeelden dat watra mama's boven water kwamen en zaten te kijken naar mij. Ik weet niet vanwaar het idee maar ik voelde duidelijk dat ik bekeken werd.
Je kent het gevoel toch? Dat gevoel dat je onder de douche bent met je haar in de shampoo en je opeens bang bent om je ogen te sluiten. Bang dat er iets voor je zal staan. Als je je ogen weer open doet. Ik zal je vertellen als dat gevoel je bekruipt dan is er werkelijk iets met jou in de badkamer. Enfin ik wist zeker dat iemand naar me stond te kijken. Toen ik eindelijk aan de bovenkant van de oever was, begon ik met een grote vaart weg te maken naar het kostgrond.
Menni was al bezig met het pellen van de rijst op de traditionele wijze ( Fong alesi) Ze heeft me echt uitgelachen hoor. Maar toen ze eindelijk klaar was met lachen maakte ze een vreemde opmerking " Als het niet van jou is, zal het je ook niks doen " zei Menni op een rustige toon.
"Kom pak een stamper en kom me helpen "
Die nacht heb ik heel slecht geslapen. Ondanks dat ik niks had gezien ( en bij god niks wilde zien ) hield het vreemde gebeuren mij wel behoorlijk bezig. Elke keer probeerde ik me in te beelden wat het zou kunnen zijn, .... dat ding van het water. Ik had een heleboel schoolwerk te verbeteren die middag. Ik had wel afgesproken met Menni om samen met haar naar de kostgrond te varen maar gedurende schooltijd kreeg ik bericht dat ze eerder zou vertrekken en dat ze het niet erg zou vinden als ik er niet bij was.
Ik vond dat wel een opluchting maar aan de andere kant vond ik het ook jammer omdat ik wist dat ze mijn hulp goed kon gebruiken. Maar ik ben niet geweest hoor. Ik was bang om alleen op de rivier te varen. Ook al waren het maar 15 minuten. Wel tegen de namiddag ben ik naar de rivier gegaan om een bad te nemen en om een paar van mijn kleren te wassen.
Veel van de kinderen waren nog aan het zwemmen. Ik keek naar de aanmeersteiger en zag Mennies korjaal staan. Ze was dus terug. Opeens verscheen er iets in mijn gezichtsveld, heel ver op de rivier. Ik tuurde en tuurde. Opeens zag ik het. Wat ik ervan kon uitmaken was een indiaanse man in een korjaal.
Het vreemdste van alles was de manier hoe hij voer over het water. Ik kon zijn rug zien en de manier van peddelen. Dit deed hij achteruit. Opeens hoor ik één van de vrouwen roepen dat alle kinderen het water uit moesten. Ik pakte mijn wasmand en rende direct naar mijn huisje. Ik had niet eens de tijd om aan iemand te vragen wat er aan de hand was. Ik had er echt geen tijd voor. Toen ik in mijn huisje zat begon ik me af te vragen of het dat zelfde “ding”was van de vorige dag. Ik moest iets anders gaan doen om van die gedachte af te komen. Ik pakte de ketel en zette water op het vuur. Met een heet kop thee vermaakte ik mij met een boek in de hangmat.
Zonder het door te hebben viel ik in slaap.
Dagen passeerden en niemand die een woord repte over de man op het water. Ik ging er vanuit dat het een man was vanwege de bouw van zijn lichaam. Hij had lang sluik haar en moest dus een indiaan geweest zijn.
Ik vroeg aan Menni of er indiaanse dorpen in de omgeving waren. Zij gaf aan dat er vroeger wel indiaanse dorpen stroomopwaarts gevestigd waren. Dat zal wel langer dan 100 jaar geleden geweest zijn. Voorzichtig vroeg ik haar of ze iemand had horen praten over een indiaanse man op het water.
Ze lachte dit keer duidelijk geheimzinnig en herinnerde me aan hetgeen ze eerder had gezegd " Als het niet van jou is mevrouw Nina, laat het dan liggen. Laat het dan los!"
Ik heb het toen écht losgelaten. Het werd weekend en Menni had mijn hulp toen écht nodig. We zouden cassave oogsten. Een extra korjaal zou de lading voor één persoon lichter maken. Tegen 7 uur in de ochtend waren we al onderweg naar de kostgrond.
Het was een mistige ochtend op de rivier en erg rustig. Ik genoot echt van zulke dagen. Opeens voeren we door een dikke mist. Menni verdween als 1e in de mist en ik volgde daarna. Ik hoorde Menni ineens een deuntje neuriën wat ervoor zorgde dat je haar kon volgen.
Varen doe je eigenlijk nooit in het midden van zo'n rivier met zo'n kleine korjaal. Dat doe je gewoon aan de zijkant, net langs de oever. Het is altijd een stuk veiliger op deze manier. Maar door al dat geneurie hoorde ik aan de andere kant van de oever, het geluid alsof er gepeddeld werd. Ik tuurde door de dikke mist heen om een glimp van de persoon te kunnen opvangen. Tot mijn schrik zag ik dat het hetzelfde geval was als wat ik de 1e keer had gezien. De punt van het pagaai sneed dwars door het wateroppervlak langs de drijvende boomstam.
De pagaai sloeg toen om driemaal toe tegen de boomstam. Ik stond te kijken met een mond vol tanden, omdat ik niet kon begrijpen wat ik zag. Toen de boomstam begon te wiebelen verdween de pagaai helemaal onder water. De boomstam verdween toen ook onder. Ik bleef naar de plek staren en kon geen vin verroeren.
Op een gegeven moment stak iemand zijn hoofd boven water. Door de mist heen kon ik niet echt zien wie of wat het was, maar de angst werd erger toen het lichaam ineens boven water kwam. Ik zag de groot gebouwde gestalte van een indiaan zitten in die korjaal. Ik was me er van bewust dat ik niet keek naar een mens van vlees en bloed , het was een geest. Al die tijd keek het niet naar mij. Zijn gezicht was gericht naar de lengte van de rivier stroomopwaarts.
Toen ik zag dat het zijn hoofd begon te keren naar mijn kant toe, begon ik in paniek te raken. Mijn korjaal werd toen ineens vastgegrepen en ik begon dus hard te gillen. “Ssshht” siste Menni luid terwijl ze me greep bij mijn schouder. Ik had niet eens gezien dat ze terug was gevaren door de dichte mist. Ik keek haar met angstige ogen aan en merkte op dat ze constant langs mij heen keek. “Menni... mi frede ... wat is het?”Fluisterde ik met piephoge stem.
"Ssshhhhh .....je moet gewoon stil blijven en niets zeggen" zei ze. Menni begon een paar zinnen te brabbelen die ik niet kon verstaan, maar er kwam beweging vanuit de andere oever.
"Het gaat al weg, we blijven nog even hier" zei ze.
Toen het geluid verdween in de verte zetten we onze reis voort, richting de kostgrond. We repten geen woord over de man in de korjaal. Na een aantal uren hard te hebben gewerkt, was het tijd om met de oogst terug te varen naar ons dorp.
Het was een drukte bij de rivier. Mensen gilden, mensen huilden. Ik weet niet precies wat er aan de hand was. Voor diegenen die wel weet hiervan hebben zou ik alvast willen vragen een commentaar en uitleg te geven over wat ik hier zal zeggen. Ik had van Menni begrepen dat 1 van die jonge dames die bezig waren zich te baden in de rivier, opeens onder water werd getrokken.
Ze kwam al gillende en buiten adem boven water , maar ze werd naar onderen getrokken. Toen ze de laatste keer boven water kwam, waren er al een paar mannen haar te hulp geschoten, maar ze verdween de diepte in en is niet meer boven water gekomen. Ze is tot de dag van vandaag niet meer teruggevonden. Andere dorpen in die omgeving werden gealarmeerd om uit te kijken naar het lichaam van die dame. Ik vroeg Menni of dit alles te maken had met die man in de korjaal.
Ze legde mij uit dat het van moeders kant van het meisje is, die dit heeft laten gebeuren. Een kunu ( een vloek ) of zoiets. Het was reeds op zoek naar iemand van die familie, maar het kon het niet vinden. Het was een Kunu, een binding of vloek van die moederskant van haar familie, van het meisje.
"Het is van hun, het is van haar. Daarom zei ik je dit al een keer Nina, als het niet van jou is, laat het los! " Zei Menni.
Ik vraag hierbij verduidelijking aan hen die meer weet hebben over deze gebeurtenis. Wat is het verschil tussen de familie zijde van vaders kant of moeders kant? Wat zegt de traditie precies?
Ik zou dit graag willen weten. Ik zoek niets maar wil wel opheldering om dit alles beter te begrijpen.
⭐️⭐️= Het verhaal is 30% herschreven door de OST Beheerder Paris Simson
Reactie plaatsen
Reacties