OST 032 : HET IS KWAME

Gepubliceerd op 8 juni 2021 om 10:33

♈️ Ingezonden door : Naina

———————————

Beste OST lezers, Hier een kort verhaal van mij. Het is niet zoals de echte spuku tori’s die ik altijd schrijf maar ik heb iets anders geprobeerd. Uiteraard berust ook dit verhaal op waarheid en ik hoop dat u deze ook leuk gaat vinden.

David was een buschauffeur bij Rosebel Goldmines. De meeste mensen die daar werken komen uit bijna alle districten van Suriname, en zo ook David. Hij was vroeger militair geweest en kende het binnenland van Suriname wel, maar dat was nu alweer zo een 25 jaren geleden. Hij was niet meer zo een jonge vent, en de omgeving (routes) die hij moest rijden waren allemaal nieuw voor hem, en zo ook de mensen.

David was een aardige man die met een ieder kon opschieten, dus wanneer de arbeiders na het werk niet zo moe waren, maakten zij altijd een babbeltje onderweg. Zo leerde hij een beetje over de plaatselijke bevolking en de plaatsen waarheen hij reed, kennen. De routes en werktijden van David verschilden elke keer weer. De ene week moest hij 5u in de ochtend rijden, dan weer een ander keer 11u s’avonds en ga zo maar door.

Wanneer het avond word in het binnenland is het letterlijk pik donker overal. Op de weg kan je niets onderscheiden alleen wanneer je er pal voor staat. De lampen van de bus zorgen dan voor de enige verlichting. Voor de rest heb je de weg, het bos en ook enkele bruggen waarover je heen moet rijden. Zo was het deze week ook weer eens David zijn beurt om in de ochtend uren de arbeiders naar huis te brengen.

U begrijpt dat de meeste arbeiders dan erg moe zijn, en hoe het in de ochtend uren was vielen ze allemaal in slaap. David was niet bang. Dus het maakte echt niet uit voor hem om alleen te rijden terwijl de rest sliep. Hij was goed uitgerust voordat hij moest werken, daarmee maakte hij geen grappen dus hij reed rustig fluitend terwijl de rest aan het snurken was. Wanneer hun halte zou komen zou David hun wel wakker maken. Hij tuurde in het donker hoe ver zijn ogen het aan konden, en het leek alsof hij iemand op de brug van Brownsweg nabij Berg en Dal zag staan.

Hij knipperde een paar keer met zijn ogen en de gedaante was nog steeds daar midden op de brug, het stond wel aan de kant dus eigenlijk zou David gewoon kunnen door rijden.

David verminderde vaart. Alhoewel hij niet bang was wilde hij niet iets/ iemand ontmoeten die hij misschien zonder te weten zou storen. David is heel goed op de hoogte van “dingen” die overal in Suriname zijn. En alhoewel hij er niet erg in geloofde, wilde hij toch niets onwetend doen. Omdat de bus nu vaart verminderde werd Alex die naast hem sliep wakker.

Hij zei: “Samsa chef” (wat is er aan de hand chauffeur?). David antwoorde niets en keek nog heel geconcentreerd naar de figuur die op de brug stond. Ondanks dat de bus met een behoorlijke vaart kwam nam de figuur geen aanstalten om op te schuiven. David dacht dat indien dit een mens was hij zeker van de brug zou gaan om te voorkomen dat de bus hem zou aanrijden, maar deze “persoon” bleef stokstijf staan, en keek in de richting van de bus. Omdat de figuur zich helemaal niet bewoog wist David dat hij te maken had met iets boven natuurlijks. Hij had dit liever niet meegemaakt, en zijn hart klopte in zijn keel.

Hij begon te zweten en het leek alsof zijn voet niet meer kon bewegen, hij kon nog gas geven, nog afremmen. De bus rolde gewoon verder naar de brug toe. Alex had door dat er iets mis was en keek in de richting waar David keek. Hij vroeg weer aan David wat er aan de hand was en stotterend zei David: “ll-lluku tap a broki, www-wang sang knap d-drape” ( kijk op de brug, er staat iets daar). Omdat Alex net wakker was en ook slecht ter oog was, zag hij niets.

Hij zei dat tegen David, en nu begon David banger te worden. Hij zei: “mi mang, luku boeng no, ie no sjie wang mang tap a broki?”. (vriend, kijk goed dan, zie je geen man op de brug staan?). Alex tuurde weer in het donker en zag nog steeds niets. David wist natuurlijk niet dat Alex slecht zag, dus hij geloofde helemaal dat Alex niets zag en hij wel een man op de brug zag. De man had een ontbloot bovenlijf maar hij leek wel iets aan te hebben aan zijn onderlijf, maar David kon niet goed uitmaken wat hij precies aan had. Hij nam aan dat dit de geest was van een slaaf of marron, aangezien dit hun woongebied geweest was.

Uit respect voor de verschijning wilde David niet verder rijden, en wachten tot de verschijning zou verdwijnen, maar die leek weinig haast te hebben.

Alex aan de andere kant begon ongeduldig te worden, vooral omdat hij niets zag. Hij zei: “mi mang, mi no sab sang je sjie, maar a presi djaso lai nanga sani. Ie no kan stop gi alamala, o’lat wo doro na osso? Sribi kir mi jere”. ( vriend, ik weet niet wat je ziet, maar deze plek heeft heel veel vreemde wezens en rond dwalende dingen. Je kan niet voor elk van ze stoppen, hoe laat komen wij dan thuis aan? Ik heb slaap hoor).

David was nu in tweestrijd. Hij wist dat Alex gelijk had, maar aan de ander kant brak hij zijn hoofd waarom hij het wel zag en Alex het niet zag. Had dit soms iets te betekenen? David besloot om 1 van de andere arbeiders wakker te maken met wie hij heel goed bevriend was. Dit was baas Patje, baas Patje was veel ouder dan Alex en ook aantal jaren ouder dan David, dus David wilde hem vragen wat ze moesten doen. David durfde niet op te staan, dus vanuit zijn plek zei hij zachtjes: “baas Patje, baas Patje”. Baas Patje hoorde hem natuurlijk niet want hij was behoorlijk moe vanwege zijn leeftijd en zat lekkertjes te snurken.

Inmiddels werden nog een paar heren wakker door David’s geroep. De bus stond inmiddels wel stil. Enkele meters voor de gedaante, de motor draaide en de lampen waren aan. De heren begonnen door elkaar te praten en vroegen zich af wat er aan de hand was. Ze dachten dat ze pech onderweg waren en zeiden dat ze precies niks zouden doen omdat ze moe waren, David moest maar bekijken hoe hij het zou oplossen.

David zei niks tegen de rest van de heren, omdat hij niet veel of luidop durfde te praten, en hij wilde ook niet onnodig paniek zaaien. Hij was bang dat wanneer de mannen luider zouden praten, de schim dichterbij zou kunnen komen. Dit wilde hij echt niet meemaken. Heel rustig zei hij weer: “oe wiki baas Patje gi mi”.( maken jullie baas Patje voor mij wakker). David vroeg zich af waarom Patje vandaag juist helemaal achter in de bus moest gaan zitten.

Intussen werd baas Patje wakker gemaakt en vroeg wat er aan de hand was. Alex zei: “kong na fesi”( kom naar voren). Met een harde tjoeri kwam baas Patje naar voren en vroeg: “samsa??” (wat is er aan de hand??). “ Samsa, sai’de unu stop?” (wat is er aan de hand, waarom zijn we gestopt?). Alex zei lachend: “Chef ey sji takru sani tap a pasi, mi ne sji neks. Dus luku if ju ey sji wang sani”. (chauffeur ziet “slechte” dingen op de weg, maar ik zie niks. Dus kijk jij of jij wat ziet). David wees aan waar hij de schim zag staan. Baas Patje vroeg: “pe un de?”(waar zijn we?). David zei we zijn voor de brug op de Brownsweg nabij Berg en Dal.

Toen Baas Patje dat hoorde maakte hij nog een hardere tjoeri: “a no no wang takru sani je sjie, dat na Kwame, a mang eng ede ne wroko boeng, ey tang ondro a broki. Alob fu knap tab a broki if a no mang sribi, rij a bus jere David!!” ( het is geen enkel slecht ding dat je ziet. Het is Kwame, hij is niet zo goed bij zijn hoofd en hij woont onder de brug. Hij houdt ervan om op de brug te staan wanneer hij niet kan slapen, rij die bus hoor David!!)

David voelde zich een beetje beschaamd dat hij zich zo had laten gaan. Alhoewel hij niet gauw bang te krijgen was, had dit hem echt te pakken gehad. Voorzichtig drukte hij het gaspedaal in en de bus rolde verder. Baas Patje liep terug naar zijn plek en vertelde hier en daar aan degene die het wilden horen. De mannen begonnen te lachen want iedereen kende “gekke” Kwame wel, ze vroegen Alex hoe hij hem niet herkend had.

Nu pas vertelde Alex ietwat verlegen dat hij niet zo goed zag, vooral niet in het donker. Hij kende Kwame wel, maar hij kon gewoon niet tot zo ver zien. Opgelucht reed David de bus verder, hij durfde niet naar links te kijken toen hij Kwame voorbij reed. Pas toen hij Kwame voorbij was durfde hij even snel in de zij spiegel te kijken…maar hij zag niets. Zijn hart begon weer sneller te kloppen, maar hij durfde er niks meer over te zeggen voordat baas Patje hem een huid vol zou uitschelden. Hij deed een schietgebedje dat indien het echt Kwame was, dat oke was, maar indien het echt iets slecht was het hem niet moest achtervolgen. Hij moest nadat hij de heren thuis had afgezet weer terug over dezelfde brug, en het idee dat het niet Kwame was geweest trok hem niet echt aan.

David deed heel langzaam erover om de heren tot aan huis af te zetten. Toen de laatste heer afgezet was, was het inmiddels al licht aan het worden. Dit gaf David meer zelfvertrouwen om terug te gaan. Tijdens zijn reis terug naar binnen zag hij niemand bij de brug. Weer dacht David, of het echt Kwame was, en of Kwame wel bestond, en of het gewoon iets anders was dat bij de brug stond. Na dit gebeuren deed David elke keer wanneerhij de brug naderde een schietgebed voordat hij over de brug reed. Hij vond het raar dat hij Kwame nooit en dan ook nooit gezien heeft overdag.

Hij keek wel elke keer uit naar hem. Inmiddels werkt David al jaren niet meer bij Rosebel, dus was hij de hele route en de hele Kwame-tori vergeten. Onlangs zijn wij samen op een trip geweest en wij moesten over deze brug. Op de heen reis was het nog donker en David had de plek niet herkend, maar op de terug reis herkende David de plek en de brug meteen en vertelde ons gauw het verhaal voordat wij de brug genaderd waren.

Het is onnodig om te vertellen dat wij allemaal onze ogen uitgekeken hebben om Kwame te kunnen ontdekken, maar helaas….

🌺 Dit was mijn ervaring voor deze keer, bedankt voor het lezen.

⭐️= Het verhaal is geplaatst zoals die ontvangen is.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.