STORY 796: HET IS AFWACHTEN NU

Gepubliceerd op 15 oktober 2025 om 17:18

🟦 Ingezonden door: Yoo-ri Pauline

                 ⚜️HET IS AFWACHTEN NU⚜️

------------------------

Hallo lieve OST-leden, Ik wil graag een persoonlijke en ingrijpende ervaring met jullie delen. Het gebeurde in het jaar 2023, op een ochtend die ik nooit meer zal vergeten.

 

De Ochtend van 25 Juni 2023

Het was diep in de nacht, rond half twee in de ochtend, toen ik wakker werd. Zoals ik gewend was, stond ik op om pap te maken voor mijn twee jongens: Aeyden, toen één jaar oud, en Ariq, pas drie weken.

(“Ai na baka makandra ding tjieng kong,” zeg ik altijd, want ze zijn mijn grootste zegen.)

 

Voordat ik naar beneden ging, besloot ik – zoals ik elke nacht doe – eerst even te kijken of alles goed met ze ging. Toen ik mijn hand op Aeyden zijn voorhoofd legde, schrok ik. Hij voelde heet, niet zomaar warm, maar écht verontrustend heet. Even twijfelde ik, want ik dacht: “Misschien blaast de ventilator niet goed op hem.” Ik probeerde het bezorgde gevoel van me af te schudden en liep toch naar beneden om de pap te maken.

 

Toch nam ik voor de zekerheid een zetpil mee naar boven. Daar aangekomen gaf ik beide jongens hun flesje. Aeyden dronk echter maar een derde van zijn pap op en liet de rest staan. Ik vond dat vreemd, want hij was normaal een goede eter. Ik maakte mijn man Andrick wakker en vroeg hem om Aeyden de zetpil te geven. Daarna ging ik naast mijn kleine jongen liggen, om hem gerust te stellen.

Ik zei zachtjes tegen hem:

“Kom slapen, pa. Ik weet dat je je niet lekker voelt. Morgen word je weer beter.”

 

Hij legde zijn hoofd neer, sloot zijn oogjes… en nog geen vijf minuten later begon hij plotseling te stuiptrekken.

 

 

Paniek en Gebed

Ik verstijfde. Mijn hart sloeg op hol.

“Wát is dit in hemelsnaam?!” dacht ik.

 

Niemand bereidt je ooit voor op zoiets.

Ik schudde Andrick wakker en riep hysterisch “Schat, hij doet raar! Kijk naar hem, zijn ogen rollen naar achteren! Kijk eens wat er aan het gebeuren is”

 

Binnen enkele seconden had Andrick Aeyden opgetild en naar de andere kamer gebracht, zodat Ariq niet wakker zou worden. Daar, in zijn armen, zag ik hoe ons jongetje slap werd — net alsof hij een levenloos kussentje was. Toen riep Andrick zijn naam, hard, met wanhoop in zijn stem “Aeyden! Aeyden!”

 

Op dat moment dacht ik dat we hem verloren waren. Ik begon te huilen, gillend bijna.

Andrick riep dat ik snel Florida-water moest halen. Met trillende handen gaf ik het aan hem; hij waste Aeyden’s gezicht ermee — en toen, wonder boven wonder, kwam hij weer bij. We aarzelden geen moment en brachten hem naar beneden, naar de badkamer bij mijn ouders. We gaven hem meteen een koel bad om zijn lichaamstemperatuur te verlagen.

 

Ik zei tegen Andrick:

“We moeten naar de spoedeisende hulp. Nu. Ik weet niet wat er aan de hand is, maar dit is niet normaal.”

 

Ik maakte mijn moeder wakker en vroeg haar om op baby Ariq te passen. Het was intussen half drie ’s ochtends toen we in de auto stapten.

 

 

De Race naar de SEH

Onderweg bad ik en huilde ik tegelijk.

“Gado, help! Laat mijn kind leven. Doe mij dit aub niet aan, bescherm mijn zoon, ik smeek het”

 

We woonden toen nog te Domburg, dus de rit naar de stad duurde normaal minstens een half uur. Maar die nacht kende ik geen stoplichten, geen rem, geen angst. Ik dacht alleen maar: “Ik moet mijn zoon redden.” Na zo’n twintig minuten kwamen we aan bij de Spoedeisende Hulp.

Ik rende naar binnen om alle papieren in orde te maken, terwijl Andrick bij Aeyden bleef.

 

Even later hoorde ik een schoonmaakster fluisteren:

“Mi Gado, sampsa drape? Ala datra ey long go…”

(“Mijn God, wat is er gebeurd? Alle dokters zijn daar binnen.”)

 

Ik wist meteen dat het over mijn zoon ging. Mijn benen trilden, tranen liepen over mijn wangen. De gedachte dat ik mijn kind misschien zou verliezen, was ondraaglijk.

 

 

In het Ziekenhuis

Ik wachtte buiten, heen en weer lopend. Soms ging ik naar binnen om Andrick af te lossen zodat hij even frisse lucht kon halen. Toen ik Aeyden zag liggen, brak mijn moederhart. Overal zaten slangen, draadjes en piepende apparaten aan zijn kleine lichaam.

 

Een verpleegkundige vroeg ons ineens:

“Krijgen jullie vaak hevige ruzies thuis?”

 

Ik keek haar verbaasd aan en zei:

“Nee, nooit.”

 

Pas later begreep ik waarom ze dat vroeg — misschien wilde ze ons waarschuwen dat iets anders dan ziekte met Aeyden aan de hand kon zijn. Buiten belde ik Kimberly, een oud-collega van me. Zij en haar vader hielden zich bezig met traditionele/culturele genezing. Ik was al bekend met hun cultureel werk omdat ik daar al eens geweest was in het verleden voor een culturele bescherming van haar vader. Maar goed, toen ik haar vertelde wat er aan de hand was met mijn zoon, zei ze: “Wacht even met handelen. Misschien is het iets anders dan je denkt. Maak geen overhaaste beslissingen schat, kijk het nog even aan en laat mij weten wat de uitkomst is?!”

 

Tegen half zeven kregen we te horen dat Aeyden zou worden opgenomen.

Andrick en ik besloten dat hij in het ziekenhuis zou blijven, terwijl ik naar huis zou gaan om voor Ariq te zorgen — ik gaf hem immers nog borstvoeding.



Onrustige Dagen

De dagen in het ziekenhuis waren zwaar.

Aeyden at bijna niet, sliep slecht, en de enige manier waarop hij even rustig werd, was als hij zijn “baba-kussen” over zijn gezicht legde. Tussendoor wees hij met zijn vingertje naar een hoek in de kamer en zei:

“Monster daar, mama. Kijk djoedjoe daar.”

(“Er is een geest daar.”)

 

Wij dachten dat hij koortsdromen had. Elke dag namen ze bloed van hem af en kreeg hij weer een nieuwe zetpil — eerst 120 mg, later 240 mg. Een buitenlandse arts vermoedde dengue, maar de testresultaten bleven negatief. Toch bleef ze hem volstoppen met medicijnen. Ik was boos en machteloos. “Als dat kind nauwelijks eet,” dacht ik, “waarom blijf je dan bloed aftappen en zetpillen geven?”

 

Ik appte mijn collega weer. Ze vroeg me om even bij haar langs te komen — met een kalebas, een klein flesje palmolie, en blauwsel.

 

 

De Culturele Hulp

Voordat ik terugging naar het ziekenhuis, reed ik naar haar huis. Ze deed haar ritueel en gaf me duidelijke instructies voor Andrick.

Eenmaal in het ziekenhuis legde ik Andrick alles uit.

We namen Aeyden mee naar de badkamer om hem volgens haar aanwijzingen te baden. En toen gebeurde het onverklaarbare: na het badje veranderde hij. Hij at weer, glimlachte zwakjes, en zijn ogen leken plots levendiger. Ik moest weer naar huis voor Ariq, maar ik voelde: er is iets spiritueels aan de hand. De artsen bleven ondertussen zoeken naar een medische verklaring — die ze nooit zouden vinden.

 

 

De Waarheid Komt Bovendrijven

Thuis appte ik Kimberly weer. Ze zei dat haar vader – een gerespecteerde traditionele genezer – een kot luku (spirituele blik) op Aeyden wilde werpen. Ze adviseerde dat Andrick moest vragen om Aeyden op eigen risico mee naar huis te mogen nemen. De arts sputterde tegen, maar stemde uiteindelijk toe. Rond half tien ’s avonds belde Andrick dat ze naar huis mochten.

 

Ik liet Ariq achter bij mijn vader en reed als een bezetene richting ziekenhuis. Maar op de Hernhutterstraat stond er uitgerekend díe avond een lange file.

 

“Mi kosi yere,” toen ik zo lang in de file stond. “Waarom juist nu?!”. Toen de weg eindelijk vrij was, scheurde ik verder.

 

 

Het Bezoek aan Oom Paul

Bij oom Paul aangekomen — de genezer, niet zijn echte naam — namen we alles mee wat Kimberly had genoemd:

didibri ka (ook wel afesida genoemd), blauwsel, en palmolie.

 

Oom Paul keek ons aan en schudde zijn hoofd. In zijn ogen zag ik verdriet.

Hij zei zachtjes:

 

“Ai boi… libi sma takru! Na wang sma du a san' dies. Wang sma sa no lob' joe.”

(“Wat is de mens toch slecht! Jouw kind is getroffen door een demonische aanval, gestuurd door iemand die jou niet mag.”)

 

Hij bad, zalfde en reinigde Aeyden met de middelen.

Even later kwam hij naar ons toe en vroeg:

“Heb je afgelopen tijden ruzie met iemand gehad?”

 

Ik antwoordde:

“Nee, niet dat ik me kan herinneren, eigenlijk weet ik het zeker dat ik met niemand ruzie heb. Ik ben geen moeilijk mens en heb met niemand problemen, laatstaan ruzie”

 

Toen zei hij iets wat ik nooit zal vergeten:

“Na wan suma ben probeer fu kier yu, maar a san no mang kies' ju, omdat mi bing was yu. A boi teki a slag fu yu.”

(“Iemand probeerde jou dood te maken, maar het is niet gelukt omdat ik jou cultureel heb beschermd. Daarom kreeg jouw zoontje de klap van deze wisie, die niet bij jou aan kon komen.”)

 

Ik huilde. Wie zou mij zoiets aandoen? Waarom? Hij zei dat die persoon zichzelf ooit kenbaar zou maken — maar tot op de dag van vandaag weet ik nog steeds niet wie het was. Ik heb ruzie met niemand en ook geen idee wie zoiets met mij zou willen doen. 

 

 

Een Wonderlijk Herstel

Na het bad van oom Paul veranderde Aeyden volledig.

Hij lachte, at weer, en was weer het vrolijke jongetje dat ik kende.

 

Toen wist ik: God had over ons gewaakt.

Als ik die ochtend niet wakker was geworden, had ik mijn zoon misschien verloren. Maar God was daar — en Hij is er nog steeds.

 

Mijn Boodschap

De dagen in het ziekenhuis waren de zwaarste uit mijn leven. Het op en neer rijden, de slapeloze nachten, de onzekerheid als mijn zoontje het zou halen of niet, het verdriet, en het gevoel dat iemand mij kwaad wilde doen.

Alleen maar uit jaloezie. Terwijl ik echt geen flauw idee had wie me zo haatte. Ik ben een vrouw die altijd met mijn gezin bezig is, nauwelijks tijd voor andere dingen. Hoe kan er dan stiekem iemand zoveel haat voor mij hebben?! 

Ik zal het moeten afwachten tot degene zich op een mooie dag aan zal melden...... ik ben zo benieuwd! 

 

Maar wat ik geleerd heb, is dit:

Wie kwaad doet, krijgt het ooit terug. Niet via je kinderen, maar via jezelf. Want God beschermt zijn kinderen. En wie mij probeert te vernietigen, vergeet één ding: ik ben al door vuur gegaan en ik leef nog steeds. Wat god mij gunt kan niemand mij ontnemen! 

 

Warme groetjes,

Inez

 

⭐️⭐️= het verhaal is herschreven door OST beheerder Yvanna Hilton. 

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.