STORY 773: LELYDORP: DE HAITIAAN ZIJN VLOEK

Gepubliceerd op 17 augustus 2025 om 14:51

🟪 Ingezonden door: Christiano Alidikromo

       ⚜️LELYDORP: DE HAITIAAN ZIJN VLOEK⚜️

--------------------------

Dag OST-leden, het verhaal dat ik vandaag met jullie deel, speelt zich in Suriname af te Lelydorp, ergens rond 2009. Het gaat om een gebeurtenis die destijds de gemeenschap opschudde en waar nog steeds fluisterend over wordt gesproken. Wie het zich herinnert, weet dat dit geen verzinsel is, maar een waargebeurd en huiveringwekkend voorval.

 

 

Het gaat over het verdwijnen van lichaamsdelen van overledenen – in het bijzonder schedels – die in het holst van de nacht uit graven werden gestolen op begraafplaatsen in Lelydorp. Het nieuws bereikte zelfs de media. Er gingen geruchten rond, maar voor sommigen was het harde realiteit.

 

En zo gebeurde het......

 

Meneer Brandflu kampte al geruime tijd met gezondheidsproblemen en besloot hulp te zoeken bij een beruchte Haitiaan, meneer Soemba. Deze stond bekend om zijn onheilspellende kennis van wisi (voodoo) en zijn bovennatuurlijke praktijken.

 

Toen Brandflu bij hem aankwam, zag Soemba meteen iets bijzonders in hem. Hij herkende een zeldzame gave: de mogelijkheid om zonder geestelijke of fysieke schade schedels te verzamelen op begraafplaatsen. Een taak die voor de meeste mensen onmogelijk is, maar voor iemand met Brandflu’s aura een koud kunstje.

 

In plaats van hem te helpen, zag Soemba zijn kans schoon. Hij haalde Brandflu over – of beter gezegd, dwong hem – om samen met een andere man, meneer Amatredjo, ’s nachts graven open te breken en schedels voor hem te verzamelen. Deze schedels waren voor Soemba van onschatbare waarde voor zijn duistere rituelen.

 

U zult zich afvragen: Wie in hemelsnaam stemt hier vrijwillig mee in?

 

Het antwoord is simpel – niemand. Meneer Soemba maakte gebruik van een met wisie bewerkte boei. Deze droeg Brandflu om zijn pols, en hetzelfde gold voor Amatredjo. De boei ontnam hen hun eigen wil, maakte hen gehoorzaam en onderworpen. Ze konden niet anders dan doen wat hij opdroeg, hoe luguber het ook was.

 

Als ‘betaling’ gaf Soemba hen geen geld, maar iets wat in hun ogen nog waardevoller was: onbeperkt winkelen zonder te betalen. De boei zorgde ervoor dat winkeleigenaren of medewerkers hen niet opmerkten als ze spullen meenamen. Zelfs beveiligingscamera’s registreerden niets verdachts.

 

Soemba stond bekend als een meester in het kwade. Als mensen hem probeerden te vinden om wraak te nemen, kon hij zich 'onzichtbaar' maken. Hij kon letterlijk voor iemands neus staan, zonder dat die persoon hem zag. Hij werkte met demonische krachten die hem onaantastbaar maakten, en velen waren doodsbang voor hem. Dingen die normale mensen voor onmogelijk hielden, kon hij wel alsof het niks was. Hij was zo diep in de occulte wereld dat zelf andere culturele dokters bang voor hem waren. 

 

Maar zelfs in zo’n ijzeren greep kan een mens breken.

 

Na lange tijd in dienst van Soemba besloot Amatredjo ermee te stoppen. Het werk eiste teveel van hem. Hij bleef simpelweg weg, hopend te ontsnappen aan de duistere klauwen van de Haitiaan. Maar Soemba liet dit niet ongestraft. Kort daarna werd Amatredjo op brute wijze aangereden door een DAF-truck. Hij stierf ter plekke. Op Lelydorp fluisteren de ouderen nog steeds over dit incident – het was geen toeval.

 

Brandflu bleef wel werken voor Soemba, maar thuis begon zijn vrouw zich zorgen te maken. Hij kwam altijd thuis met een indringende, onaangename geur. Bovendien zagen zij en hun kind vreemde schaduwen door het huis glijden. Wanneer ze hem vroeg wat er aan de hand was, gaf hij geen antwoorden.

 

Tot ze op een nacht, terwijl hij sliep, stiekem de boei van zijn pols haalde en deze ver weggooide. Toen Brandflu de volgende ochtend ontdekte dat de boei weg was, verloor hij zijn zelfbeheersing. Hij schreeuwde, vloekte, sprak in vreemde, onverstaanbare talen. Maar de boei was voorgoed verdwenen. Zonder boei kon hij Soemba’s opdrachten niet meer uitvoeren – en terugkeren naar de Haitiaan deed hij niet.

 

Toen Soemba ontdekte dat Brandflu niet meer kwam opdagen, stuurde hij een zware wisi om hem te doden. Binnen korte tijd takelde Brandflu af. Hij vermagerde, verloor zijn kracht en belandde in het ziekenhuis. Hij probeerde zelfs van het gebouw te springen om zijn lijden te beëindigen.

 

Zijn familie, radeloos, schakelde ons in.

 

Toen wij aankwamen, verkeerde Brandflu in een diepe trance. Hij schreeuwde, vloekte en probeerde ons te slaan met een houten balk. Maar tot onze verbazing kaatste de plank telkens terug, alsof een onzichtbare muur ons beschermde.

 

We begonnen onze rituelen. Terwijl wij baden en het heilige water bereidden, deed Brandflu alsof hij meebad, maar de haat in zijn ogen verraadde iets anders. Toen we het culturele water over hem goten, begon hij te gillen en over de grond te rollen, alsof hij in brand stond.

 

Op dat moment greep mijn vader hem stevig bij de nek, net zoals je een slang vastpakt. Plots verscheen de gedaante van Soemba in hem – zijn postuur, zijn gezicht, alles. Het was alsof we oog in oog stonden met de Haitiaan zelf.

 

In die huiveringwekkende ontmoeting sprak Soemba tot ons. Hij verklaarde dat Brandflu voor hem had gewerkt en dat diens ziel van hem was. Binnen acht uur zou hij die ziel komen halen. Niemand kon hem scheiden van Brandflu, zei hij, en niemand kon zijn vloeken verbreken. Hij waarschuwde ons hem niet tegen te werken, anders zouden we de gevolgen dragen.

 

Maar wij lieten ons niet intimideren.....

 

Zeven dagen lang gaven wij Brandflu rituele baden en voerden we zuiveringen uit. Het verwijderen van een Haitiaanse wisi is geen gemakkelijke taak. Toch lukte het ons om de vloek te breken. De beloofde acht uur verstreken, maar Brandflu leefde nog. Hij herstelde volledig en is ons tot op de dag van vandaag dankbaar.

 

Tijdens ons werk hebben we Soemba bevolen te verdwijnen. Sindsdien heeft Brandflu geen last meer gehad.

 

Soemba leeft nog steeds. Hij woont ergens langs de Highway, diep verscholen achter hoog gras. Zijn huis is vanaf de weg niet te zien. Voor het pad naar zijn woning staat een schaap – maar niet zomaar een schaap.

 

Dit dier heeft een gouden tand en is bezeten door een entiteit. Het dient als een spirituele wachter. Zodra iemand het erf nadert, geeft het schaap Soemba een signaal, zodat hij zich kan voorbereiden of verbergen.

 

Wij hebben hem tijdens de bevrijding gezien, omdat hij dacht ons angst aan te jagen met zijn duistere krachten. Maar wij werken met positieve energie, en het goede zal altijd het kwade overwinnen.

 

Zo mensen, dit was weer een ervaring om over na te denken. Of je het gelooft of niet, feit blijft dat er in die tijd veel schedels verdwenen uit de begraafplaatsen van Lelydorp… en dat de schaduw van de Haitiaan daar nog altijd overheen hangt. Er zullen vast wel mensen zijn die wonen op Lelydorp en hierover weten. 


⭐️⭐️= het verhaal is herschreven door de OST beheerder Yvanna Hilton

 

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.

Maak jouw eigen website met JouwWeb