STORY 768: DE MUZIEK SCHOOL: HET GEDROCHT

Gepubliceerd op 31 juli 2025 om 14:49

🟥 Ingezonden door: J.W.

           ⚜️DE MUZIEK SCHOOL: HET GEDROCHT⚜️

--------------------------

Dag lieve OST-fans,

De ervaring die ik met jullie ga delen is niet van mijzelf, maar van mijn wederhelft, Ernst. Hij heeft dit meegemaakt, en ik heb mijn best gedaan om het precies zo te beschrijven zoals hij het mij ooit vertelde — met alle emotie, verwarring, angst en onbegrip die hij tijdens deze bizarre ervaring heeft gevoeld.


Even ter verduidelijking, mijn man heeft een gave, hij kan communiceren met de spirituele wereld en dingen horen en zien die anderen niet waar kunnen nemen. 

 

Wat Ernst meemaakte vond plaats op een plek die bij velen in Suriname bekend staat als een plaats waar onverklaarbare dingen gebeuren: het terrein waar nu de Elizabethschool en de St. Louiseschool gevestigd zijn. Ooit stond daar de Volksmuziekschool, en velen die daar zijn geweest, spreken over een unheimische sfeer, alsof de muren daar eeuwenoude geheimen fluisteren zodra het donker wordt.

 

Ernst werd op een dag benaderd door een kleine, maar veelbelovende muziekschool die traditionele muziek wilde integreren in hun curriculum. Het was een cultureel project met internationale ambities — de bedoeling was dat ervaren musici de jongere generatie zouden onderwijzen in de rijke muziekstijlen van hun voorouders. Hij was dolenthousiast. Dit was zijn passie: kennis overdragen, jonge mensen inspireren, en de ziel van traditionele muziek levend houden.

 

Hij had zijn eerste les zonder problemen gegeven. De leerlingen waren enthousiast, hij voelde zich op zijn plek. Maar het was tijdens de voorbereiding op zijn tweede les dat alles veranderde.

 

Hij was alleen in het leslokaal, bezig met het opstellen van zijn instrumenten — de djembe, de apinti, de kawina-drum, allemaal netjes op hun plek. Terwijl hij zijn handen over het geitenvel van één van de drums liet glijden, voelde hij het plotseling: een ijzige koude langs zijn nek, alsof een ademhaling hem van achteren streelde. Hij stond abrupt stil.

 

Ernst bezit een zesde zintuig, al sinds zijn kindertijd. Hij heeft altijd al een sterke gevoeligheid gehad voor dingen die buiten het tastbare vallen — een intuïtie die vaak als een waarschuwing fungeert. En dit keer was het gevoel overduidelijk. Hij was niet alleen.

 

Hij draaide zich langzaam om, zijn blik zoekend langs de muren, het plafond, de vloer. Alles leek leeg. Maar toch… in de linkerhoek van de ruimte, waar het licht van de TL-buizen nauwelijks reikte, zag hij iets. Iets wat hem meteen kippenvel bezorgde.

 

Een donkere gedaante zat gehurkt in de schaduw. Ernst kneep zijn ogen samen. Wat hij zag tartte elke logica. Het was zwart, alsof het licht dat erop viel werd opgeslokt. Langzaam hief het wezen zijn hoofd, en in een trage, haast spottende beweging, spreidde het zijn oren uit als vleugels — lange, leerachtige oren zoals die van een vleermuis, maar dan veel groter en sinister. Het sloeg ze als een mantel over zijn lijf. Toen glimlachte het… of althans, wat op een grijns leek — een bek vol lange, vlijmscherpe tanden.

 

Ernst bleef stokstijf staan. Zijn hart bonkte tegen zijn borstkas, zijn ademhaling versnelde, maar hij dwong zichzelf tot kalmte. De leerlingen mochten hier niets van merken. Hij was de volwassene, de docent, hun veilige baken. Maar inwendig schreeuwde hij.

 

Het wezen bleef hem aankijken, minutenlang. Zijn ogen als twee lege gaten, zonder pupillen, zonder licht. En toen… verdween het. Niet met een geluid of beweging, maar alsof het in de lucht oploste. Poef. Weg. De hoek was weer leeg.

 

Die dag vertelde hij mij niets. Hij weet hoe bang ik ben voor dit soort dingen. Mi frede tee. Maar het liet hem niet los. De beschrijving van wat hij had gezien bleef door zijn hoofd malen: een zwart beest met vleermuisachtige oren, een hondenlichaam, een lange snuit en die tanden… die afgrijselijke tanden. Hij besloot de gebeurtenis met een goede vriend te delen, iemand die ook spiritueel bewust is en hem zou kunnen helpen begrijpen wat hij had gezien.

 

 

Enkele dagen later werd Ernst gebeld door de manager van de muziekschool. De toon van het gesprek was gespannen. Hij werd verzocht zo snel mogelijk langs te komen.

 

Toen hij arriveerde, werd hem, tot zijn verbijstering, verweten dat hij de bron zou zijn van de vreemde, verontrustende dingen die de afgelopen dagen op school gebeurden. Sinds hij daar lesgaf, waren leerlingen onverklaarbare dingen gaan melden: nachtmerries, schaduwen die voorbijflitsten, geluiden die niemand kon verklaren. Sommige ouders wilden hun kinderen uitschrijven. De directeur keek hem streng aan: “Meneer, sinds ú hier bent, gebeuren er dingen. Wij denken dat het door uw aanwezigheid komt — of door uw instrumenten.”

 

Ernst ontplofte bijna van woede. Hij legde uit dat ook hij iets angstaanjagends had meegemaakt. Sterker nog, hij had het met een vriend gedeeld die zijn verhaal bevestigde. Hij weigerde de zondebok te zijn.

 

 

Hij vroeg of er recente renovaties aan het gebouw waren geweest. De directeur knikte. Ze hadden het leslokaal uitgebreid — een tussenmuur was verwijderd, een plafond verhoogd, enkele vloertegels waren vervangen.

 

Ernst zuchtte diep. “Daar ligt het probleem,” zei hij. “Jullie hebben hun plek verstoord. Zonder het te weten, hebben jullie een oude rustplaats opengebroken.”

 

De directeur snoof. “Klinkklare onzin,” zei hij. “Ik geloof daar niet in. Bovendien,” voegde hij er met een duistere ondertoon aan toe, “ik ben zelf ook beschermd. Er zijn dingen die mij beschermen.”

 

Dat was de druppel voor Ernst. Zijn gidsen, zijn spirituele begeleiders, werden geactiveerd. Met een ijskoude blik zei hij: “Weet je wat er écht met je meeloopt? Die geest van dat meisje. Diezelfde die jouw zus jaren geleden in Nederland heeft gewurgd… tot de dood erop volgde.”

 

De directeur verstijfde. “W-wat zeg je daar?! Dat heb ik jou nooit verteld… hoe weet jij dat?!”

 

Ernst antwoordde rustig: “Ik weet het niet. Maar mijn gidsen weten het wel.”

 

Het rumoer in de school groeide. Medewerkers begonnen fluisterend te praten. Er was onrust. Angst. Iets was uit balans.

 

Een priester werd gebeld. Ernst werd gevraagd of hij bezwaar had. Integendeel, zei hij. “Liever vandaag dan morgen.” En op het moment dat de oproep werd gepleegd, zwaaide de deur vanzelf open.

 

Daar stond hij. De priester. Niet buiten adem, niet verwonderd, maar alsof hij al wist dat hij moest komen. Niemand wist wie hem had gestuurd. Een ouder? Een ingeving? We zullen het nooit weten.

 

Hij begroette iedereen, stelde zich voor, en vroeg direct waar de activiteiten plaatsvonden. Ernst vroeg of hij hem mocht vergezellen. De priester knikte. Samen liepen ze naar de ruimte.

 

Zonder een woord te zeggen liep de priester linea recta naar diezelfde hoek waar het wezen eerder had gezeten. Alsof hij werd geleid.

 

Hij haalde zijn wierook, zijn wijwater, zijn grote houten kruis en begon te bidden. Eerst zacht. Toen harder. Het Latijn rolde als razende golven uit zijn mond. Binnen dertig seconden liep het zweet al over zijn voorhoofd. Hij beefde. Zijn gewaad plakte aan zijn lichaam.

 

Ernst voelde de spanning in de lucht. Hij kreeg plots de ingeving om de priester aan te raken. Zijn hand op de schouder van de geestelijke leggend, voelde hij een enorme druk — alsof er een onzichtbare kracht probeerde tussenbeide te komen.

 

Het gebed duurde lang. Minuten leken uren. Het leek een gevecht. Geen gewoon exorcisme, maar een clash tussen werelden. Het wezen dat zich daar huisde was oud, duister, niet menselijk. Iets wat al eeuwen daar verscholen had gelegen.

 

Toen de priester eindelijk “Amen” sprak, viel hij bijna op de grond. Ernst ving hem op. Zijn gewaad was doorweekt. Hij had gevochten tegen iets dat de meeste mensen niet eens zouden durven benoemen.

 

Achteraf bedankte de priester Ernst voor zijn aanwezigheid. “Zonder jou,” zei hij, “was dit niet gelukt.”

 

Ernst heeft in zijn leven veel meegemaakt. Hij is niet snel onder de indruk van geesten of energieën. Maar dit… dit was anders. Dit was geen gewone verschijning. Wat hij had gezien was een demonisch uitziend wezen dat uit de duisternis van een vergeten tijd was gekropen.

 

Of het gevaar definitief geweken is, weet niemand. Maar sindsdien is het rustig op de school. Geen aanvallen meer. Geen gekrab. Geen schaduwen. Maar de herinnering blijft. En Ernst zal dit moment nooit meer vergeten.

 

Soms is muziek meer dan klank. Soms opent het poorten die beter gesloten konden blijven.

 

⭐️⭐️= Herschreven door OST-beheerder Yvanna Hilton

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.

Maak jouw eigen website met JouwWeb