🟨 Ingezonden door: kasanpawiro estrella
⚜️DE KINDEREN VAN PEPERPOT⚜️
———————————
Frisse ochtend OST familie, hier een Spuku-verhaal gebaseerd op oude plantageverhalen en jungle-legendes.
In de oude plantage Peperpot, tussen de donkere moeraspaden, de verlaten koffiegebouwen en het fluisterende riet, leeft volgens velen iets dat geen mens meer is...
Tyano was een jongen van 15 die hield van dieren en natuur. Zijn vader werkte als boswachter in het natuurpark bij Peperpot, en Tyano ging vaak met hem mee. Maar op een dag ging Tyano alleen het pad op dat diep het bos ingaat, waar niemand meer komt – waar oude plantagespookverhalen tot leven komen.
Zijn vader zei altijd:
“Loop niet verder dan de grote koffieboom – dat is geen bos, dat is een dodenpoort”
Maar Tyano wilde stoer zijn. Hij volgde een vreemd dierenspoor met drie tenen, alsof een kind en een dier samen gelopen hadden. Tot hij bij een oude muur kwam, overgroeid met mos en klimop.
Daar hoorde hij het.
Gegiechel. Kinderstemmen. In het bos.
Tussen de bomen zag hij ineens een houten huis. Maar niemand wist dat daar nog een huis stond.
Het zag eruit alsof het er al honderd jaar stond.
De deuren kraakten open zonder dat iemand eraan zat.
“Kon prey nanga unu…”
(Kom spelen met ons…)
Binnen lagen speelgoedstukken van lang geleden: houten tollen, kralen, een kapotte pop… En aan de muur hingen portretten van kinderen met lege ogen.
Tyano wilde rennen, maar zijn voeten bewogen niet.
Toen zag hij hen: vier kinderen, mager, wit als klei, met holle ogen en monden die open stonden maar niet bewogen.
Vervolgens hoorde hij:
“Nu ben je van ons. Nu hoor je bij ons!”
En de deur sloot zich met een klap.
Twee dagen later vonden de jagers zijn fiets, netjes tegen een boom. Zijn naam stond nog gegraveerd op het stuur.
En daar, onder een stapel bladeren, vonden ze een klein houten tolletje…
druipend van bloed.
Maar geen spoor van Tyano. Sindsdien was hij verdwenen en niemand kon hem meer vinden. Zelf na vele zoek acties is er geen enkel spoor van hem terug gevonden.
Toch zweren sommigen die door Peperpot lopen bij mistige dageraad, dat ze Tyano nog horen lachen in het bos. En soms… zien ze vier kinderen tussen de takken, die zwaaien.
“Kon pley nanga unu…”
(Kom met ons spelen)
De oude bewoners zeggen dat die kinderen nooit begraven zijn. Tijdens de slaventijd stierven ze door ziekte en werden stilletjes in het bos gelaten. Hun zielen bleven daar – boos, eenzaam… spelend.
En nu wachten ze op anderen.
Om mee te trekken in hun ellende.
Alle kinderen die besluiten met de vier kindjes te gaan spelen, keren niet meer terug.
Als je ooit op een bospaadje komt, en je ziet kinderspeelgoed liggen, raak het niet aan. Hoor je een kind lachen in het struikgewas? Loop niet die kant op.
En als een stem vraagt:
“Wil je met ons spelen…?”
Zeg dan:
“Mi mama e kari mi.”
(Mijn moeder roept me.)
En ren zo hard als je benen het maar kunnen.
⭐️= het verhaal is geplaatst zoals die ontvangen is.
Reactie plaatsen
Reacties