STORY 750: NIEUWSGIERIGHEID VAN HEM

Gepubliceerd op 17 juni 2025 om 10:51

⬛️ Ingezonden door: Fahranaz H

               ⚜️NIEUWSGIERIGHEID VAN HEM⚜️

---------------------

Dag lieve leden van OST,

 

Ik wil een ervaring met jullie delen. Het speelt zich af in het district Commewijne, enkele jaren geleden, in de omgeving van Richelieu. Wat er precies is gebeurd, heeft me diep geraakt — en het blijft maar door mijn hoofd spoken. Ik moet erbij zeggen: dit voorval is nog maar heel recent gebeurd, namelijk twee weken geleden, op een doodgewone woensdagavond… of tenminste, zo leek het.

 

Laat me bij het begin beginnen.

 

Ongeveer drie weken geleden overleed er een vrouw aan het einde van onze straat. Ze woonde wat verderop, in een rustig hoekje waar bijna niemand komt. Een week na haar overlijden werd besloten haar te begraven. Ze is op een donderdag gestorven, en precies een week later, op woensdagavond, hielden haar nabestaanden de traditionele dede oso — een herdenkingsbijeenkomst die volgens de Surinaamse traditie vaak gepaard gaat met rituelen, gebeden en samenzijn.

 

In onze cultuur zeggen de ouderen altijd: “wan sma dede, yu musu go ini oso fu sribi, no sidon te lat na straati” — als er iemand in de buurt overlijdt, is het verstandig om vroeg thuis te zijn, niet op straat te blijven hangen, en zeker geen onnodige drukte te maken. Men zegt dat de geesten van de overledenen dan nog rondwaren, en het is beter om niet met hun aanwezigheid te spotten.

 

Die woensdagavond gold er bovendien een aangepaste lockdown. Door de omstandigheden mocht men tot 23:00 uur buiten zijn, maar mijn partner en ik besloten het zekere voor het onzekere te nemen en wat eerder naar bed te gaan. Hij was er namelijk heilig van overtuigd dat wanneer honden ’s avonds huilen — vooral als het aanhoudend is — het betekent dat geesten op pad zijn. “A dede e waka,” zei hij vaak half ernstig, half bezorgd. Dus, ergens rond negen of tien uur trokken we ons terug in onze slaapkamer en probeerden we wat rust te vinden.

 

Zoals altijd werd ik rond middernacht wakker omdat ik naar het toilet moest. Dat is een routine bij mij. Ik kijk dan even op mijn telefoon om de tijd te checken, ga naar het toilet, en kruip daarna weer onder de dekens. Maar die nacht liep alles anders. Heel anders.

 

Ik werd niet wakker door mijn volle blaas, maar door het onrustige gehuil van onze honden. Het was geen gewoon geblaf of gehuil. Het was een rauwe, diepe, bijna jammerende toon die kippenvel over mijn hele lichaam bracht. Alsof ze iets voelden wat wij niet konden zien. Ik stond op, enigszins verward, en niet lang daarna kwam mijn partner achter me aan. Samen liepen we richting de badkamer.

 

Nadat ik klaar was, ging hij naar binnen. Ik liep intussen even door naar de keuken om wat water te drinken. Het huis voelde koud en stil, maar ergens ook… geladen. Alsof de lucht zwaarder was dan normaal. Terwijl ik aan mijn glas water nipte, hoorde ik ineens iets vreemds — iets wat me meteen deed verstijven.

 

Vanuit de richting van de straat, net voorbij ons huis, klonk plotseling vrolijk en luid geklets. Het was geen volwassen gesprek, geen geroep van dronken mensen of nachtdieren. Nee, het waren stemmen van kinderen. Kinderen! Alsof er een hele groep van ze voorbij liep. Ze spraken hardop, giechelden en schaterlachten zoals je dat hoort op een speelplaats, midden op de dag. Maar dit was geen middag — dit was diep in de nacht. En het klonk onnatuurlijk. Onmiskenbaar luid. Ik kon het onmogelijk negeren.

 

Mijn hart begon sneller te kloppen. “Mie bigeng frede,” fluisterde ik in mezelf. Ik voelde het in mijn buik — dit klopte niet. Mijn partner kwam net uit de badkamer en vroeg bezorgd: “Wat hoor je? Wat is dat?”

Ik antwoordde, half in paniek: “Mi no sabi… maar mi e go sribi… ik ga maar gewoon slapen, dit is te vreemd.”

 

Maar zoals altijd was hij eigenwijs. Nieuwsgierig. “Mi wan piep,” zei hij koppig. Hij wilde even snel naar buiten gluren. Piep loekoe, gewoon even kijken.

 

Hij liep zachtjes naar het raam, voorzichtig om geen geluid te maken, en ik volgde hem met mijn blik. Terwijl ik hem stond aan te kijken — en nog geen volle minuut voorbij was — draaide hij zich plotseling met een ruk om. Zijn ogen waren groot van schrik en zonder een woord te zeggen greep hij mijn hand. Hard. Hij trok me mee, terug naar de slaapkamer. We renden naar binnen alsof we achtervolgd werden.

 

Zodra we het bed bereikten en onder de dekens doken, begon het gehuil van de honden opnieuw. Maar deze keer was het nog luider, nog doordringender. Alsof ze wilden waarschuwen: “Ze zijn nog hier.” Ik pakte mijn telefoon om te kijken hoe laat het precies was: 02:37. Net voorbij het diepste deel van de nacht — het uur waarin, zo zeggen velen, de sluier tussen onze wereld en die van de geesten het dunst is.

 

Toen we eenmaal weer stil in bed lagen, leek het alsof het gegiechel en geklets op straat ook plotseling wegstierf. Alsof er een schakelaar werd omgezet. Alles werd weer stil. Té stil. Die ijzige stilte die alleen bestaat ná iets bovennatuurlijks.

 

Maar mijn partner kon het niet loslaten. Hij stond opnieuw op en liep voor de tweede keer naar het voorste raam om te kijken wat er aan de hand was. En wat hij toen zag, vergeet hij tot de dag van vandaag niet meer.

 

Zonder enige begeleiding van volwassenen, liepen er opnieuw kinderen door de straat. Hun silhouetten waren zichtbaar in het zwakke licht van de straatlantaarn. Geen ouders, geen broers of zussen, geen buren. Alleen kinderen. Ze liepen richting het erf waar de overleden vrouw had gewoond — alsof ze wisten waar ze moesten zijn. Alsof ze geroepen werden.

 

Wij bleven aan de grond genageld staan. We spraken geen woord meer. We probeerden er achteraf nog logische verklaringen voor te zoeken: kinderen die ontsnapt waren, een droom, een nachtmerrie misschien? Maar niets klopte. Niet met de lockdown, niet met het tijdstip, niet met de kinderen die zogenaamd in onze verlaten straat moesten wonen — want er wonen hier nauwelijks gezinnen met jonge kinderen. En midden in de nacht? Zonder volwassenen?

 

Tot op de dag van vandaag weten we niet wie — of wat — we die nacht hebben gezien. Maar één ding weten we wel: het was geen gewone nieuwsgierigheid van hem. Het was een blik in iets dat we misschien beter met rust hadden kunnen laten.

 

En sinds die avond… huilen de honden bij ons soms nog steeds. Op exact hetzelfde tijdstip.

Elke woensdag. Rond half drie.

 

⭐️⭐️ Herschreven door: OST-beheerder Yvanna Hilton

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.

Maak jouw eigen website met JouwWeb