🟩 Ingezonden door: Conchita D
⚜️HET IS MIJN EIGEN SCHULD⚜️ – DEEL 1
--------------------------
Beste leden van OST,
Ik ga vandaag volledig open en eerlijk met jullie zijn. Wat ik met jullie ga delen, is mijn waarheid. Ik heb namelijk nooit het verlangen gehad om – zoals zovele andere vrouwen – moeder te worden. Het was gewoon niet mijn droom.
Vanaf mijn puberteit wist ik het al zeker: ik wilde geen kinderen. Het moederschap voelde vreemd en onnatuurlijk voor mij. Ik gunde het anderen van harte – vrouwen die droomden van een gezin, van kleine voetjes in huis, van het getrappel en het gegiechel – maar ik wist dat het niets voor mij was. Het idee dat ik constant gillende, jengelende kinderen om me heen zou hebben, bezorgde me eerder stress dan vreugde. Dat moederinstinct waar andere vrouwen zo trots over spraken, zat simpelweg niet in mij.
Dus toen ik op achttienjarige leeftijd voor het eerst zwanger raakte, wist ik meteen wat me te doen stond. Brian, de man van wie ik zwanger was, was getrouwd. Het idee dat ik een kind op de wereld zou zetten met een man die al een gezin had, stond me tegen. Ik wilde geen deel zijn van zo’n chaos. Toen ik het hem vertelde, werd hij woedend. Ondanks zijn huwelijk wilde hij niet dat ik het kindje zou weghalen.
Maar ik had mijn besluit al genomen. Ik maakte een flinke scène – een echte tjoerie – en nam daarna rustig mijn abortuspil in. Binnen enkele uren begon mijn lichaam het vruchtje vanzelf af te stoten.
Een paar maanden later was het wéér raak. Weer was het Brian. Deze keer vertelde ik hem niets. Ik had geen zin in discussies of gezeur. Ik nam opnieuw de pillen die ik nog had liggen – een voorraadje dat ik kreeg van mijn goede vriendin Denice.
Denice was een vrouw zoals ik: overtuigd kinderloos. Ze wilde absoluut geen kinderen, en ze deelde haar “tips & tricks” maar al te graag met mij. Ze had al zo’n zeventien zwangerschappen beëindigd en wist precies hoe je het proces moest begeleiden zonder argwaan te wekken. Haar eigen man wist van niets. Hij droomde juist van een baby, maar Denice had hem al die tijd voor de gek gehouden. Haar gezicht bleef kalm, haar mond sprak leugens, en ondertussen verwijderde ze zwangerschap na zwangerschap – in stilte.
Ikzelf bleef doorgaan. In totaal pleegde ik tien abortussen. Maar die tiende keer ging het vreselijk mis. Ik begon hevig te bloeden en het hield maar niet op. Wekenlang zat ik met bloeddoordrenkte doeken, met angst en krampen in mijn buik. Mijn baarmoeder raakte ernstig beschadigd en raakte geïnfecteerd. De arts vertelde me dat ik nog maar net op tijd was – het had mijn leven kunnen kosten. Mijn baarmoederwand was flinterdun geworden, en ik kon tijdelijk niet meer werken vanwege de constante pijn.
En toen kwam het telefoontje dat alles veranderde.
Denice’s man belde me, zijn stem trilde van de paniek. Hij zei dat Denice ernstig ziek was. Ik sprong in mijn auto en reed als een bezetene naar hun huis. Wat ik daar aantrof, was angstaanjagend. Denice lag op de grond in een enorme plas bloed. Het leek wel een scène uit een horrorfilm. Zoveel bloed, zoveel chaos…
Samen met haar man bracht ik haar met spoed naar het ziekenhuis. De artsen deden verschillende onderzoeken en kwamen er al snel achter wat er mis was: ze had opnieuw een abortus uitgevoerd, maar deze keer was het grondig fout gegaan. Toen de arts de waarheid vertelde, werd haar man razend. Zijn ogen leken vuur te spuwen. Woede, verdriet, verraad… alles straalde van zijn gezicht af.
Denice werd opgenomen en lag twee weken in het ziekenhuis. Toen ik haar bezocht, keek ze me met betraande ogen aan en zei:
“Ik heb spijt, Conchita… Ik heb zóveel spijt van alles wat ik heb gedaan. Die abortussen… Ik had het nooit moeten doen. Ik was bijna dood, en alleen God heeft mij gered. Hij heeft mij een tweede kans gegeven. Ik ga mijn leven veranderen. En jij… jij moet echt stoppen, schat. Je weet niet wat je jezelf aandoet.”
En het was alsof ze écht veranderd was. Na haar ziekenhuisopname werd ze een toegewijde kerkganger. Ze prees God bij elke ademhaling en vertelde me steeds opnieuw hoe dankbaar ze was dat Hij haar had gespaard. Maar het dieptepunt moest nog komen: haar baarmoeder was zodanig beschadigd dat deze operatief verwijderd moest worden. Ze zou nooit meer een kind kunnen krijgen. En haar man? Die verliet haar uiteindelijk. Hij kon het verraad niet vergeten. De leugens, de schijn… het had hun huwelijk kapotgemaakt. Denice huilde dagenlang. En hoewel ik met haar meeleefde, wist ik: dit had ze zelf veroorzaakt.
En toen kwam Nico.
Een lieve, oprechte man. Hij vond me prachtig en wilde met me trouwen. Na een paar maanden daten bracht hij zelfs een bezoek aan mijn ouders om hen te laten weten dat hij serieus met mij was. Een jaar later vroeg hij me bij hem in te trekken. Ik had mijn eigen huis, maar koos ervoor om bij hem te gaan wonen. We hielden van elkaar – écht. Voor het eerst in lange tijd voelde ik me geliefd en veilig.
Maar toen, op een dag, bleef mijn menstruatie uit.
Ik voelde paniek opkomen. Een zwangerschapstest bevestigde mijn angst: ik was zwanger. Ik kon aan niets anders meer denken. Mijn eerste impuls was om het weer weg te laten halen. Maar ik dacht aan Denice. Aan haar woorden. Aan haar pijn. Ik was al een maand zwanger, maar had Nico nog niets verteld. Wéér overwoog ik een abortus, dacht aan hoe ik het dit keer zou aanpakken… Maar toen ik ziek werd en Nico zich zorgen begon te maken, kon ik het niet langer voor me houden.
Ik vertelde hem over de zwangerschap.
Tot mijn verbazing was hij dolblij. Hij nam me in zijn armen en overlaadde me met kusjes. En daar zat ik dan… Verward. Verdwaald in mijn emoties. Moest ik blij zijn? Moest ik huilen? Ik had me hier nooit op voorbereid. Nooit eerder had ik een zwangerschap zo lang laten duren. Meestal haalde ik het vruchtje weg in de eerste weken. Maar nu… nu groeide er leven in mij. En ik liet het begaan. Voor het eerst.
Toen ik negen maanden zwanger was, beviel ik via een keizersnede. De operatie verliep goed. Geen complicaties. En daar was hij dan: mijn zoon. Mijn prachtige, gezonde zoon. Ik noemde hem Sherton. Nico was een trotse papa. Hij zat vol bewondering naar zijn zoon te kijken alsof hij naar een wonder keek. En ergens, diep vanbinnen, voelde ik hetzelfde. Hoe was het mogelijk dat ik – na al die abortussen – tóch nog een gezond kindje op de wereld had gebracht?
Na twee dagen mochten we naar huis. Maar wat daarna volgde, had ik nooit kunnen voorspellen.
Vanaf het moment dat we thuis waren, huilde Sherton onophoudelijk. Het hield niet op. Geen pauzes. Geen rust. Alles probeerde ik – hem voeden, troosten, knuffelen, zingen – maar niets werkte. Hij bleef huilen tot hij uitgeput in slaap viel. Ik raakte in paniek en liep de deur plat bij de huisarts. Maar volgens hem was er niets aan de hand. Sherton was, medisch gezien, kerngezond.
Ik eiste een uitgebreider onderzoek. Uiteindelijk werd hij enkele dagen opgenomen. Allerlei testen volgden, maar ook toen werd er niets gevonden. Sherton was helemaal in orde. En vreemd genoeg… vanaf het moment dat we weer thuis waren, huilde hij niet meer. Het was alsof er een knop was omgezet.
Nico en ik vonden het maar vreemd, maar we waren opgelucht. Eindelijk rust.
Sherton groeide snel. Langzaam maar zeker begon ik te genieten van het moederschap. Mijn hart smolt telkens als hij naar me lachte. Hij begon te kruipen, was nieuwsgierig naar de wereld en ik spoorde hem met trots aan: “Toe maar, mama kijkt!”
Op een middag was Nico bij zijn vrienden. Ik was alleen thuis met Sherton. Terwijl ik in de keuken stond te koken, liet ik hem op een speelmatje in de woonkamer met zijn speelgoed voor de tv spelen. Om de paar minuten keek ik even hoe het ging. Telkens lag hij rustig te spelen.
Maar toen…
Toen ik wéér keek, was hij weg.
Ik raakte in paniek en rende door het huis. En toen ik naar buiten keek, zag ik hem op het terras zitten. Hij keek omhoog – en hield zijn kleine handjes omhoog, alsof hij wilde dat iemand hem optilde. Alleen… er was niemand.
Ik liep naar hem toe, maar hij keek niet naar mij. Het was alsof ik onzichtbaar was. Ik tilde hem op, maar hij begon wild om zich heen te slaan. Hij krijste alsof hij uit handen van iemand werd gerukt.
Ik deed het af als ‘vreemd gedrag’, zette hem weer terug op zijn matje en ging verder met koken. Maar even later was hij wéér weg. Dit keer was hij helemaal buiten, op het erf. En opnieuw deed hij zijn handen omhoog – voor niemand.
Toen begon ik te trillen. Voor wie reikte hij zijn handjes uit?
’s Avonds vertelde ik Nico wat er gebeurd was. Hij zei:
“Misschien ziet hij God. Ik hoor vaker dat baby’s God nog kunnen zien.”
Ik snauwde geïrriteerd: “Doe niet belachelijk, man. Dit is serieus.”
Hij zuchtte: “Ik bedoel het ook serieus… maar wat wil je dat ik zeg?”
Later die avond werd Sherton wakker. Hij lachte uitbundig – alsof iemand hem kietelde. Ik maakte Nico wakker.
Hij bromde: “Laat me slapen, mang. Je bent veel te bezorgd. Hij is gewoon een baby. Je ziet dingen die er niet zijn.”
Ik snauwde: “Een baby lacht niet zomaar zo, Nico!”
Maar hij luisterde niet.
Dit vreemde gedrag bleef doorgaan – tot Sherton twee jaar oud was. Hij sprak tegen zichzelf. Speelde met onzichtbare wezens. En toen hij vier jaar werd en voor het eerst naar school ging, gebeurde er iets opmerkelijks.
Toen ik hem van school ophaalde, zei hij:
“Mama? Waarom gaan die anderen niet mee naar school? Waarom moet ik alleen?”
Ik keek hem verbaasd aan.
“Welke anderen bedoel je, liefje?”
Hij antwoordde zonder aarzeling:
“Eén, twee, drie, vier, vijf, zes, zeven, acht, negen, tien.”
Ik had hem thuis op een speelse manier leren tellen, dus ik dacht dat het daar misschien iets mee te maken had. Kinderen praten wel vaker in fantasie. Maar toch… het voelde vreemd.
“Wie bedoel je precies?” vroeg ik opnieuw.
Hij zei: “Die anderen, mama.”
Ik lachte nerveus: “Oké… dan laat ik ze morgen ook maar naar school gaan.”
De volgende ochtend, terwijl we naar de auto liepen, bleef hij plots staan.
“Mama, deze auto is veel te klein voor hen allemaal.”
Ik fronste. “Voor wie, schatje?”
“Voor hen toch, mama! Je had gezegd dat ze mee mochten. Kijk, daar staan ze.”
En hij wees…
Naar de deuropening van ons huis.
Nico keek me aan.
“Waar hééft die jongen het in godsnaam over…?”
MENSEN IN HET VERHAAL:
Brian – De getrouwde man met wie ik een affaire had
Nico – Mijn man
Denice – Mijn goede vriendin
Sherton – Mijn zoon
Mevrouw Cleota – Helderziende / luku vrouw
🌺 VOOR VERVOLG:
(LEES DEEL 2)
⭐️⭐️ = Herschreven door de OST-beheerder Yvanna Hilton.
Reactie plaatsen
Reacties