⬛️ Ingezonden door: M.M
⚜️HELENA CHRISTINA: DIE ROZE WONING⚜️
———————
Beste OST fans, ik heb daarnet het verhaal gelezen van het spookhuis achter AK stadion en wil ook mijn eigen ervaring met de lezers delen. Maar mijn ervaring gaat over een huurhuis te Helena Christina.
Het was het jaar 2017, mijn gezin en ik moesten verhuizen uit een huurwoning te Nieuw weer. Ramona, de eigenaresse van die betreffende woning had een lening bij de bank genomen, en zij had de woning als onderpand gezet. Maar op den duur kon zij de lening niet meer terug betalen, met als gevolg dat zij haar huis verloren heeft aan de bank. Ik diende dus te verhuizen uit deze woning.
Ik belandde in een vervelende situatie en begon overal te zoeken en informeren bij familie, vrienden en kennissen als ze toevallig wisten hoe ik gauw aan huurwoning kon komen.
Ik keek zelf ook rond online en vooral op facebook, maar kon in het begin helemaal niks vinden. In suriname is er altijd een woningtekort, dus ik raakte behoorlijk gestrest. Na drie dagen slapeloze nachten gehad te hebben hierover, zag ik ineens een woning die geadverteerd werd op facebook. ‘Woning te huur, 2 ruime slaapkamers, bad/ toilet voor de prijs van 850 SRD, voor meer informatie bel dit onderstaande nummer’ stond er. Ik belde meteen naar het nummer dat erbij stond.
Ik kreeg een hindoestaanse mevrouw aan de lijn die mij wat meer vertelde over de woning. Het klonk allemaal goed en ik kon trouwens niet teveel nukken/ eisen hebben want ik was tenslotte in woningnood. Na een kort gesprek, vroeg ik haar als ik meteen langs kon gaan om te betalen voor de woning, zodat ik zekerheid had dat de woning van mij was. Ik was op dat moment bijna 3 maandjes zwanger, jong béré dus wilde ik geen stress om nog langer te gaan zoeken naar een andere woning. Gelukkig ging die mevrouw ermee akkoord, ik mocht langs gaan om de betaling te voldoen.
Ik ging naar die dame haar huis, zij gaf mij haar adres. Het bleek een zijstraat van Charlesburg te zijn. Daar aangekomen heb ik nog een fijn babbeltje gehad met haar. Ik zal die mevrouw in dit verhaal Ranya noemen.
Ranya zei “ik hoop dat ik geen problemen met jou zal hebben. Ik hou niet van problematische mensen, die wanbetalers zijn en aldoor voor problemen zorgen. Ik ben een rustig persoon die problemen juist uit de weg gaat. Hopelijk heb je niet veel kinderen, want ik wil niet dat er gezinnen met heel veel kinderen in het huis blijven. Vorige huurders hadden veel kinderen en deze hebben het huis in het verleden ook geruïneerd, door van alles stuk te maken, ik heb veel moeten repareren vanwege dit feit. Het heeft me handen vol geld gekost”.
Ik liet haar meteen weten dat ik nu pas zwanger was van mijn eerste kindje, dus dat probleem zou ze niet met mij hebben. Ze vroeg mij vervolgens als ik een werkgeversverklaring had, zodat zij zeker wist dat ik een inkomen had om aan mijn betalingsverplichtingen te voldoen. Ik zei dat ik het aan mijn man zou vragen, hij zou het dan moeten aanvragen aan het werk. Dit kon 3 tot 4 dagen duren en dat liet ik haar ook weten. Ze vond dit geen probleem en ze vertelde vrolijk verder over de woning. Ik was natuurlijk dolenthousiast, want het klonk allemaal zeer aantrekkelijk.
Ranya vroeg mij tussendoor weer “hoeveel mensen gaan er precies in de woning verblijven?”. Ze was blijkbaar echt bang dat er straks weer een gezin met veel kinderen daar zou gaan wonen, dacht ik. Ik verzekerde haar “mijn man en ik, en na enkele maanden het kindje erbij. Wij zijn de enigen die er zullen wonen”. Ze knikte tevreden en er verscheen een glimlach op haar gezicht. “Mooi, dan is het allemaal goed. Mijn zus woont precies aan de overkant van die woning, dus als dit niet zo blijkt te zijn zal ik het van haar horen. Maar ik geloof je wel hoor, ik wil het alleen even zeker weten want de vorige bewoners hebben me een trauma gegeven” zei ze.
Ik begreep het allemaal wel, ik heb haar die avond 1200 SRD betaald, een deel was huur en het ander gedeelte was borg. Ik moest nog een deel betalen, maar dat zou ik betalen als ik mijn intrek genomen had in de woning. Wij maakten een afspraak dat ik de woning de daaropvolgende zaterdag kon gaan bezichtigen.
Zaterdag brak aan en ik ging naar de woning met mijn zus en haar kinderen om de woning te bezichtigen. Ranya stond mij daar al op te wachten toen wij arriveerden.
De woning stelde mij in het eerste opzicht best teleur, het zag er heel erg verlaten, donker en verwaarloosd uit. Na het kennismakingsgesprek gesprek met Ranya had ik echt een heel aantrekkelijk huis verwacht, zoals zij vol lof over haar woning gesproken had. Maar dit viel wel een beetje tegen. En dat is nog zacht uitgedrukt, want ik was echt niet zo onder de indruk van die woning. Terwijl mijn zus en ik nog in de auto zaten, zei ze gelijk “mi no lob a presi dja …. Kijk eens hoeveel bomen er hier op het erf staan, het is zo somber en donker, het bevalt mij niet”.
“Misschien omdat die woning even leeg gestaan heeft, daarom ziet het er zo onaantrekkelijk en verwaarloosd uit. Wanneer het een hele verf en schoonmaakbuurt krijgt, zal het er aantrekkelijker uitzien. Laten we nu uitstappen om die woning van binnen te gaan bekijken, die mevrouw wacht al op ons” probeerde ik nog te zeggen om haar op andere gedachten te brengen.
Terwijl we aan het uitstappen waren en rond keken, zei mijn zus tegen mij “moen kijk, volgens mij woont er iemand vlak naast jou, je zal dus gezelschap hebben”. Ik zag dat er inderdaad vlak naast het huurhuis, een ander huis stond die roze geschilderd was. Deze woning had heel veel mooie bloemen, planten en vruchtbomen. Het zag er fleurig uit, dat maakte me ergens wel een beetje blij. Alleen had de tuin wel veel onverzorgd hoog gras. Dat vonden wij een beetje vreemd, maar Ranya stond al te wachten dus snelden wij naar haar toe.
Wij kregen een rondleiding van haar in de woning en ze liet mij weten “stroom en water zal je wel van de roze woning hiernaast moeten nemen, want deze woning heeft nog geen aansluitingen”. Dit had ze me sinds het begin laten weten dus schrok ik hier niet van, ik was er akkoord mee gegaan want had geen keus. “Wie woont er dan hiernaast? Zal degene geen problemen ermee hebben?” Vroeg ik.
“Ach nee, die roze woning is mijn ouderlijke woning, niemand woont daar. Mijn ouders wonen daar niet meer, mijn moeder woont in een bejaardenhuis, daar krijgt ze de nodige zorg. Op een gegeven moment was ze zo oud en kon ze niks zelf meer doen. Ze had bij alles hulp nodig, alleen wonen was veel te vermoeiend voor haar. Vandaar de beslissing haar in een tehuis te plaatsen. Met de huur van deze woning betaal ik het bejaardenhuis voor mijn mams, probeer daarom altijd netjes op tijd te betalen zodat ik het tehuis kan betalen?! Hier waar mijn woning staat is mijn aandeel, …… en dit terrein is dus eigenlijk één perceel maar wij hebben hem opgesplitst. Mijn ouders hun woning is aan de linkerkant en omdat er nog voldoende ruimte over was aan de rechterkant, heb ik mijn woning gebouwd aan deze kant zoals je kunt zien. Ik hoop dat het je hier zal bevallen” zei ze vrolijk.
De twee woningen hadden een scheiding die bestond uit heg met slingerplanten. Er was dus niet echt een fysieke stenen schutting. Ergens had het wel zijn charme als ik eerlijk moet zijn.
Ik vroeg Ranya ook nog even “ik heb een pekinees, haar naam is Snowy. Ze is mijn kindje, mijn baby’tje en ik heb haar altijd binnen gehouden, is het een probleem als ik haar hier bij me heb in de woning?”. Gelukkig vond Ranya dit geen probleem en ze nam het resterende bedrag in ontvangst. Ik beloofde haar ook op tijd de huur te betalen, nu daar ik wist dat ze haar moeders bejaardenhuis diende te betalen. “Zorg dat je de woning en het terrein netjes zal onderhouden, dan is er niks aan de hand. Ik zal een contract op laten stellen alvast voor een jaar. Mijn notaris zal dat regelen en als het zover is laat ik je weten, ik denk dat dit ongeveer twee weken zal duren” zei ze.
Ik liet weten dat het prima was. Ik moest haar trouwens nog die werkgeversverklaring overhandigen, want mijn man zou die over drie dagen krijgen dus dat had ze van mij tegoed. Ranya vond het allemaal prima en wij gingen weg.
De volgende dag, zondag dus, gingen wij naar de woning om schoon te gaan maken. Aangezien ik zwanger was van mijn eerste kindje, wilde mijn man niet dat ik me zelf zou vermoeien. Ik heb een hele geschiedenis van miskramen, dus mijn man wilde geen kansen nemen deze keer. Mijn broer was daar aanwezig dus hij en mijn man hebben flink de handen uit de mouwen gestoken. Ze hebben hun best gedaan de woning leefbaar te maken want wij wilden al dinsdag onze intrek nemen. Wij dienden de daaropvolgende vrijdag te vertrekken uit onze vorige woning, dus wilden wij op tijd vertrekken naar de nieuwe woning.
Maar goed, op de dag van de schoonmaak, terwijl de heren druk aan het schoonmaken en verven waren, keek ik door het raam naar buiten. Ik zag dat er bij de roze woning iemand leek te wonen, want het gordijn bij één van de ramen bewoog. Alsof iemand daar had staan kijken en toen ik me omdraaide naar die richting had degene snel het gordijn losgelaten waardoor het dichtviel. Ik vond dat vreemd, omdat Ranya duidelijk gezegd had dat er niemand daar woonde. Ik zei er niks over en vergat het voorval al gauw.
Zoals op de planning stond, trokken wij dinsdag in.
Alles ging prima toen wij pas ingetrokken waren. Mijn man was vaak aan het werk en ik was dan weer alleen thuis. Af en toe moest ik boodschappen halen en was dan afhankelijk van het openbaar vervoer om alles te doen. Ik kwam regelmatig een oud vrouwtje tegen in de staatsbus, zij was Hindoestaans van afkomst en zij was altijd samen met een creoolse oude man. Zij waren duidelijk een koppel want ze zaten altijd zo innig naast elkaar. De eerste keer dat ik ze ontmoette kwam ik per toeval op het bankje vlak voor ze te zitten.
Ik groette bij het betreden van de bus en iedereen groette netjes terug. Ik was net gaan zitten toen de oude man mij vroeg hoe het met me ging. Ik zei “uitstekend met mij hoor en hoe maakt u het?”.
Hij gaf geen antwoord op mijn vraag en zei meteen “die awarra boom naast bij jou heeft grote awarra’s, verkoop voor me no? Die mevrouw die er voorheen woonde verkocht altijd awarra’s en ik was haar vaste klant. Nu daar zij daar niet meer woont, wil jij ze nu voor mij verkopen? Ik ben dol op awarra's, doe mij aub een genoegen en verkoop ze voor mij?”. Ik begon te lachen en zei “meneer, hoe graag ik dit ook zou willen, dat kan helaas niet. Ik woon niet in die roze woning hoor. Ik woon ernaast bij die andere woning. En kijk mijn bigi bere eens, ik ben een zwangere dame en verwacht je echt dat ik awarra’s ga plukken in die hoge boom?!”.
Hij keek mij bedenkelijk aan en zei “ohhhhhh, … okay, dus jij woont ernaast?! Hoe bevalt het je daar dan?”.
“Oh, het bevalt mij wel hoor, het is rustig en dat heb ik tijdens mijn zwangerschap ook echt nodig” zei ik. Hij zei “hm, okay”, alsof hij er zijn bedenkingen bij had. Ik vond het een beetje een vreemde reactie maar zei er niks over. Verder hebben we niet echt veel gesproken want het was veel te druk in de bus en ik moest even later uitstappen.
Vier dagen verstreken en ik ging weer met de bus naar de stad om spullen te halen voor het huis. Maar op den duur was de zon veel te vel, dus toen ik al bijna thuis was nam ik een taxi op de hoek om het resterende gedeelte naar binnen te rijden. Toen de taxi chauffeur hoorde naar welk adres hij moest rijden vroeg hij mij aarzelend “boi, mevrouw ….joe e tang na a spuku oso?”. Ik schrok mij een hoedje. “Welk spookhuis bedoel je? Vergis jij je niet?”. Hij zei “nee mevrouw, ik vergis me niet, no wang sma e tang langa drapé..... a oma foe drapi e spoekoe”.
Ik zei tegen hem “om eerlijk te zijn, ik heb er geen last van hoor. Heb helemaal niks gemerkt sinds ik er woon”. De chauffeur keek me bezorgd en tegelijkertijd vol medelijden aan. Toen mijn man thuis kwam vertelde ik hem meteen wat ik gehoord had. Hij zei “ach, maak je niet druk met dat zinloos geroddel van mensen, no bemoei, ook al willen ze praten”.
Een dag zat ik op het terras en zag dat er een buschauffeur naast stopte om awarra’s te gaan plukken. Ik besloot niks te zeggen en niet te bemoeien met zaken die me niks aangingen. Maar ik had een water probleem dus besloot ik Ranya te bellen om dit even door te geven. Ze kwam gelukkig heel snel naar mij toe om het probleem op te lossen. Ik had namelijk vaker dit probleem dat er problemen waren met de water toevoer. Ik weet niet waar het mis ging, maar het was iets dat zich regelmatig voordeed.
Wat mij toen opviel van Ranya is dat zij nooit het gedeelte van de roze woning betrad, als ze mij kwam ‘helpen’ het water probleem op te lossen. Ze zorgde ervoor dat ze precies op de denkbeeldige scheiding van de twee percelen bleef staan en verder dan dat ging ze niet. Het was alsof ze bang was het ander terrein van haar ouderlijke woning te betreden. Ze probeerde dit onopvallend te doen, maar na enkele keren hetzelfde gezien te hebben wist ik zeker dat ze daar niet durfde te gaan. In sommige gevallen, was ze wel verplicht om het terrein op te gaan omdat er geen enkele andere manier was om de water toevoer in orde te maken zonder daarheen te gaan. Dan ging ze wel even haastig het terrein op, maar ze zorgde ervoor niet langer dan vijf minuutjes daar te blijven.
“Die buizen zijn soms vuil en dan raken ze verstopt. Maar maak je geen zorgen, alles is weer in orde” zei ze dan. En deze bewuste dag zei ze tegen mij “als je fruit wil plukken, mag je gewoon vrij zijn hoor, neem zoveel je wil en maak er goed gebruik van. Anders blijft het maar aan de bomen en dat is jammer” zei ze. Ik knikte en zei dat ik dat zeker zou doen. Toen mijn man thuis kwam vertelde ik hem wat ik opgemerkt had van Ranya, dat ze echt niet durfde het terrein ernaast te betreden. “Laten we verhuizen, ik wil hier niet langer blijven wonen want nu geloof ik wel dat het huis spookt. Waarom zou ze anders zo bang zijn?! Een ieder van de buurt zegt trouwens dat dit huis spookt”.
“Stoor je niet aan die rommel wat mensen zitten te vertellen, geloof niet alles wat je hoort. Je hebt toch nooit iets gezien of gehoord, zomaar maak jij je druk” zei hij. Mensen, mijn man is iemand die behoorlijk koppig is dus ik kon hem niet overtuigen te verhuizen. Ik liet het dus maar voor wat het was.
Mijn man moest naar het binnenland om te gaan werken, dus kwam mijn zus een weekendje bij me slapen met haar man en kinderen. Het was een gezellig samenzijn en ik genoot er met volle teugen van. Ik zei tegen mijn zus “die bomen naast hebben zoveel fruit, laten wij gaan plukken?”. Ze zei meteen “nee mang, ik hou niet zo van dat gedeelte hiernaast!”. Ik heb haar gelukkig met heel veel moeite over kunnen halen minder saai te doen en toch vruchten te gaan plukken. Samen met haar man en de kinderen zijn we op het terrein naast gegaan om vruchten te plukken. Bij het betreden van het erf zei mijn zus meteen “moen, er woont iemand hier”.
Ik zei “neeeeee, niemand woont hier”. Ze zei weer “jaa meisje, .....loekoe a djari, helemaal verzorgd en netjes. Kijk naar die bloemen, kijk naar alles ....sma e tang dja“. Ik was zelf in de war want ze had gelijk. De tuin zag eruit alsof iemand de tijd genomen had deze te onderhouden. En toch wist ik het zeker dat ik daar nooit iemand gezien had die de bomen kwam verzorgen. Randy (mijn zus haar man) zei “ik ga even sinaasappels plukken, kom je mee?”. Mijn zus zei meteen “nee. Ga jij maar, ik ga niet!”.
Ik vroeg haar toen “raap een paar awarra’s voor me op, no? Ik kan zelf niet bukken”. Lachend zei ze “abung, omdat joe zwanger mik’ mo pieking gie, maar a djari dja no boeng..... je moet verhuizen!”. Die awarra boom met de meeste vruchten was naast het roze huis, dus we liepen naast het huis en mijn zus werd plotseling lijkbleek. “moen kom hier, nu meteen!! Komen jullie allemaal, kow k’moto fu a djari … nu nu nu!!!” Zei ze zenuwachtig.
Okay, na dat gedaan te hebben, nu thuis aangekomen, vroeg ik haar “wat is er aan de hand?”. Ze zei “boi moen, sa mi sji djaso, verhuis nu nu van hier, want dja no boeng!!!”.
Verder weigerde ze te vertellen wat ze precies gezien had. Hoe ik zwanger was en last van mijn bloedruk had, vroeg ze “moen, kom voorlopig bij mij inwonen tot je man terug is van het binnenland?!”. Ik zei “nee, waarom? Wat heb je in hemelsnaam gezien? Zeg het mij nu eindelijk?!”. Ze besloot mij toen wel te vertellen “ik zag aan de achterkant van de woning, bij de buitenkeuken waar die potten gehangen worden, dat er een tafel was met een rode doek. Ik zag op die tafel zoveel rode en witte kaarsen met een kalebas en nog andere culturele artikelen erop. Ik weet niet, maar een vervelend en ongemakkelijk gevoel overviel mij en ik wist dat wij vliegensvlug van het terrein af moesten gaan”.
Het is namelijk zo dat die roze woning aan de achterkant een soort houten stuk bijgebouw heeft. Dit stukje is gewoon bijgebouwd, bestaande uit hout, maar het is zo slordig gedaan en lijkt meer op een hutje. Je kan dwars door de houten delen naar binnen kijken. Dit is ook wat mijn zus gedaan heeft tijdens het wandelen op het erf. Onbewust gebeurde dit natuurlijk, want die spleten zijn zo groot, dus of je nu wil kijken naar binnen of niet, als je kijkt naar dat ‘hutje’ zie je vanzelf naar binnen. Zo zag mijn zus die tafel met allerlei culturele spullen erop.
Maar ik was niet bang want mi na kang kang sma van huis uit, maar verdiepte me niet echt in het culturele. Ik zei tegen mijn zus “nee, ik ga niet bij je komen slapen ondanks ik het gebaar wel waardeer. Ik slaap graag in mijn eigen bed en hou van mijn rust. Ik wil je niet komen lastig vallen met jouw gezin, dus ik blijf lekker thuis mi gudu. Na tang mi kong tang dja, a no san mi kong suku.... mi né moeilijk neks, dus neks moes’ kon’ moeilijk mie”. Mijn zus zei “abung, als je het zeker weet dan is het goed. Mi sab’ dat tak’ ju tranga en er gaat helemaal niks met je gebeuren. Maar vergeet niet, je bent nu zwanger dus joe skieng opo, dus wees toch even voorzichtig”.
Na dit voorval ging mijn zus weer terug naar haar eigen huis. Ze zei “mo gwé foe dja want dja no boeng!”. Ik wist natuurlijk dat ze sinds dag één bedenkingen had over deze woning dus ik nam haar niet kwalijk.
Ik moest de daaropvolgende maandag naar de zwangerschaps controle, dus stond ik op de bus te wachten. Ik kwam die twee oude mensen weer tegen in de bus. Ik ging naast ze zitten en besloot wat meer info uit ze te halen betreffende ‘mijn’ woning. Voordat ik mijn mond open kon doen, fluisterde de oude man mij toe “dat huis naast jou, die roze woning. Het spookt verschrikkelijkkkk! Die oma die daar woonde is overleden en sindsdien spookt het daar. Haar geest zit nog daar in die woning .. en er zijn daar ook nog andere dingen die daar rond dwalen”.
“Haar geest is daar?” Vroeg ik. Die meneer knikte heftig en met angstige ogen keek hij mij aan. “Nee, ze is niet overleden. Ze zit in een bejaardenhuis” zei ik. Hij begon toen te lachen. De oude vrouw zei toen “mijn schat, die mevrouw is al vier of vijf jaren overleden, iedereen van de buurt weet dat. Ze leeft echt niet meer hoor, heb je dat nog niet gehoord dan? Is geen geheim hoor, ieder weet het”. Ik vertelde dat ze eigenaresse mij iets heel anders voorgeschoteld had.
De twee oude mensen begonnen smakelijk te lachen. “Die eigenaresse is niet zo eerlijk tegen je geweest, want er klopt niks van dat verhaal. Weet je ook niet dat niemand lang kan blijven wonen in die woning die jij nu huurt?! Want mensen horen allerlei dingen in die woning ernaast, ze zien allerlei vreemde dingen gebeuren in die woning. Vaker hebben huurders die overleden vrouw gezien in het roze huis. Een keer was een huurder op het erf naast vruchten gaan plukken en hij rende even later gillend weg. Hij vertelde later dat hij die oude vrouw gezien had in die woning met haar rolstoel” vulde de oude man zijn vrouw aan.
“Was die mevrouw verlamd?” Vroeg ik. “Ja, vanwege ouderdom kon ze niet meer lopen en bijna niks meer” zei hij. “Het verbaast ons dat jij niks mee maakt in die woning en nog zo rustig bent” zei de oude vrouw tegen mij. Ik dacht in me zelf ‘bigi sma di na mi osso, obia a nof’ joe no spiet na ieni!’.
Toen ik thuis aangekomen was, belde ik mijn man en zei “dat fucking huis naast spookt verschrikkelijk. Wij blijven hier geen dag langer, ik wil niks anders horen!”. Gelukkig stribbelde hij niet meer tegen en zei “okay, wanneer ik kom maken we alles gereed om te verhuizen!”.
Okay. Hij kwam naar huis en we maakten alles gereed om te verhuizen. Het was ontzettend veel werk om alles weer in te pakken dus het vereiste nogal wat tijd. Maar vrij plotseling ging mijn hondje dood. Ik kreeg het gevoel alsof die geest van het roze huis dit gedaan had. Want mijn hondje ging nooit uit zichzelf naar buiten, sinds ik haar had heeft ze nooit zoiets uitgehaald. Deze bewust dag is Snowy ergens van geschrokken en ze rende regelrecht de straat op en een auto heeft haar aangereden vlak voor ons inrit. Ze was op slag dood. Dit verlies heeft me heel erg aangegrepen. Mijn bloeddruk was meteen sky-high van de stress.
Ik moest opgenomen worden, want mijn bloeddruk kon schadelijk zijn voor mijn zwangerschap. Na opgenomen te zijn, bleef ik daar een week om even tot rust te komen.
Daarna was ik weer thuis, mijn man en ik hadden beiden enorm veel verdriet van het geval van Snowy. Het klein beestje was ons alles, ons kindje. Mijn man probeerde me te troosten en vroeg me wel minder te stressen want ik moest ook aan ons kindje denken. Onbewust dacht ik wel elke keer aan mijn hond en hoe die zo wreed overleden was. Mijn bloeddruk schoot weer omhoog en voordat je dacht werd ik opnieuw opgenomen in het ziekenhuis. De dokter zei “wij gaan u houden want uw bloedruk is gewoon veel te hoog, dit is echt niet goed voor het kindje”.
Mijn man was die savonds alleen thuis.
Ik lag in bed en kon niet slaap vallen, ik stuurde tegen 1:00AM een whatsapp berichtje naar mijn man “Babe, slaap je al?”. Gebruikelijk appen wij altijd in de nachtelijke uurtjes. Maar deze keer kreeg ik geen antwoord van Ivanildo (mijn man). Ik ging ervan uit dat hij zeker lag te slapen. Tegen 3:00AM belde hij mij en terwijl ik op nam dacht ik ‘deze denkt zeker dat de baby al eraan kwam, toen hij mijn whatsapp berichtje zag’. Maar toen ik hem aan de lijn had. Hoorde ik een paniekerige en zenuwachtige Ivanildo, zo angstig heb ik hem nog nooit eerder gehoord.
“Moen, ik ga dood ….. ik ga dood!!!” Zei hij. Ik schrok en ging meteen rechtop zitten in bed. “Wat is er aan de hand Iva? Zeg me wat is er?!!” Vroeg ik. “Ik hoor stemmen, de hele tijd roepen verschillende stemmen mijn naam. Ik probeer te slapen en hoor buiten vanuit het erf dat er mensen lopen en stemmen roepen me. Ik probeer er niet naar te luisteren en te slapen, maar zodra ik dat doe schreeuwt er iets in mijn oren” zei hij met een trillende zachte stem, alsof hij bang was dat die ‘dingen’ hem zouden horen.
“Pak jouw bijbel, begin te bidden! Niemand is machtiger dan god. Dus begin te bidden!” Zei ik. Hij zei dat hij dat ging doen en legde neer.
In de ochtend uren kwam hij op visite, hij zag er vermoeid en bleek uit. Hij vertelde “gister nadat mi leg neer ..... mi s’dong, ik probeerde een beetje te slapen, dan mi sji fa wang ouwroe takroe san’ ey kroipi kong fu a stratie kong na ini a djarie ..... ey kroipi kong na ien a osso, lik ding geest film. Een enge gedaante met lang haar, het schoof zichzelf over de vloer alsof het verlamd was”.
Ik dacht meteen aan die oude mensen in de bus die mij verteld hadden dat die vrouw van het roze huis aan het eind van haar leven ook verlamd was en in een rolstoel zat. Ik had mijn man niks verteld over die rolstoel en dat die vrouw verlamd was aan het eind van haar leven, dus geloofde ik hem meteen toen hij dit uit de doeken deed. Ik besloot mijn zus te bellen want ik was zelf ook ongerust en paniekerig. “Ik kom meteen naar je toe, blijf rustig, ik ben toch in de stad dus ik rij naar je toe” zei ze.
Toen ze eindelijk binnen kwam wandelen, zei ze “zie je, ik had jullie gewaarschuwd dat deze woning niet goed is. Ik voelde het meteen aan, maar je vond dat je man niet wilde verhuizen. Jullie zijn tranga jesi!!! Kijk hem nu, fa a jonge zwaki na skieng! Hij is zwak van geest en die takroe sanie gaat altijd de zwakste schakel lastig vallen, dus verhuizen jullie nu eindelijk van die plek!”.
Mensen, verhuizen zouden we zeker doen en we waren al aan het inpakken zoals ik vertelde. Maar hoe ik in het ziekenhuis lag moest mijn man alles doen. Wij waren al begonnen met inpakken en voorbereidingen. Maar het feit dat ik in het ziekenhuis lag vertraagde alles. Ondertussen bleef Ivanildo nog eventjes in de woning tot ik weer de oude was. Zodra het na 6:00PM was, begonnen die ‘takroe sanies’ hem lastig te vallen. Het was altijd standaard een probleem elke dag, ze lieten hem echt niet met rust. Vreemde stemmen bleven zijn naam roepen, dingen renden rondom het huis en vlak onder het slaapkamerraam hoorde hij vreemde stemmen die tegen hem spraken en die gedaanten sloegen op de ruiten.
Een andere nacht lag hij in bed toen hij ineens voelde alsof ‘iets’ onzichtbaar zijn lichaam binnen drong. Zijn lichaam voelde meteen niks meer, hij was vrijwel meteen verlamd en zijn handen en voeten trokken krom. Het meest angstwekkende was dat hij dit lijdzaam toe moest zien zonder dat hij iets ertegen kon doen. Hij begon te bidden en riep god zijn naam aan. Hij weet zelf niet hoe lang dit bezit van zijn lichaam genomen heeft, maar het duurde een eeuwigheid naar zijn gevoel. Hij bleef bidden tot het ‘ding’ ineens vertrok uit zijn lijf.
Hij bleef na deze nacht het gevoel hebben alsof er toch wat mis was met zijn lichaam, maar hij kon zijn vinger niet erop leggen wat er mis was. Hij was die week zijn grootvader gaan bezoeken. Meteen bij binnenkomst vroeg zijn opa “je ziet er niet zo gezond uit, is alles in orde met je? Wat heb je meegenomen naar hier?”. Ivanildo zei “ik heb niks meegenomen, wat bedoelt u?”. Opa keek hem bedenkelijk aan. Een tante die ook bij opa in de woning aanwezig was kreeg ineens wintie toen ze Ivanildo zag. “Wang jorka e waka nanga joe, if joe no poer’ ing ow kier joe!” zei ze terwijl ze in trans was.
Zodoende hebben ze hem een wasie (cultureel bad) gegeven en hierna mocht hij de woning niet meer betreden van zijn familie. Onze spullen waren nog in dat huis en iemand diende de spullen eruit te halen. Ik lag in het ziekenhuis dus zei ik tegen hem dat ik dat zou gaan doen zodra ik bevallen was. Die dingen vielen mij toch niet lastig. Gelukkig kondigde mijn zoon zich binnen enkele dagen aan, het was een gezond mooi kindje. Hij was een vrolijke baby die bijna niet huilde. Mijn zus waarschuwde mij vanaf het begin de baby nooit te brengen naar de spookwoning. Ik besloot nadat ik van het ziekenhuis kwam voorlopig bij mijn zus te blijven met mijn kindje.
Ondertussen hadden wij een nieuwe woning gevonden. Mijn zus had helpen zoeken terwijl ik nog in het ziekenhuis lag. Ik liet de baby thuis bij mijn zus, en mijn broer, mijn zwager, mijn neefje en ik gingen naar die oude woning om er de spullen uit te halen. Wij waren daar met een enorme vrachtwagen om alles in één keer te kunnen verhuizen. De chauffeur van deze vrachtwagen heeft ons ook flink geholpen met sjouwen en ik mag niet klagen over zijn bijdrage.
Ranya, de eigenaresse, kwam ook naar de woning omdat ze mijn borg terug moest geven.
Mijn zus adviseerde mij om Ranya een behoorlijk pakslaag te geven, aangezien ze gelogen had tegen mij. Ze wist dat het huis spookte en dat er daar van alles mis was, ook dat ik zwanger was en een kindje ter wereld zou brengen die nog zwak en ‘open’ was van geest. Mijn kind had makkelijk dood kunnen gaan zonder dat wij geweten zouden hebben wie/ wat mijn kind gedood zou hebben. Maar Ranya had schijt daarmee te maken, het enige wat voor haar van belang was, is het geld die ze aan mij zou gaan verdienen.
Ze had ook gelogen over haar moeder die zogenaamd nog leefde. Die moeder is dood en spookt en valt alle huurders lastig en ze weet het boeng boeng! Dit alles bij elkaar was voldoende reden om haar in elkaar te trappen, zei mijn zus. Ik zei tegen mijn zus “ach, laat haar, ze komt zichzelf wel tegen hoor. Ze doet alsof haar neus bloedt, dan speel ik ook alsof ik dom ben”.
Ranya kwam me het geld brengen en ze zei nog met een poeslief stemmetje “wat jammer dat jullie zo snel verhuizen, ik vond jullie wel hele goede mensen en zelf met de betaling was je altijd stippelijk. Ik weet niet waar/ wanneer ik weer zulke goede en voorbeeldige huurders zal vinden als jullie”. Ik dacht in me zelf ‘meisje rot op van hier, je bent gewoon een kaolo slang die over lijken gaat als het op geld aankomt!’.
En ik had nog gelijk ook, want wij waren nog niet eens klaar met inpakken of er stonden alweer nieuwe huurders voor de poort. Zomaar had Ranya dus zielig staan doen dat ze niet wist wanneer ze weer zulke goede huurders zou vinden. Ze had al die tijd al vervangers gevonden om in haar spookhuis te plaatsen.
Trouwens om mijn borg terug te krijgen wilde ze nog problemen gaan maken. Als argument had ze dat wij geen contract getekend hadden, bovendien moest ik een maand vooraf gemeld hebben, dus ze zou mijn borg inhouden.
Nou mensen, dan is ze precies met de verkeerde begonnen, want ik bedreigde haar en zei “lieve schat, als jouw leven je lief is, begin aub niet met mij, want je gaat er echt spijt van hebben. Zorg dat je snel mijn geld brengt, want je wil niet uitvinden wat ik met je ga doen! Geloof me, je wil dat niet uitvinden, dus maak het makkelijk voor je zelf!”. Ik mag niet klagen, ze is meteen braaf mijn borg voor me komen brengen. Ik zag dat ze deze fout niet nog eens wilde maken, want vlak daar heeft ze de nieuwe huurders een contract laten tekenen. Dus mochten ze binnen 6 maanden verhuizen, krijgen ze hun borg niet terug want het is een contract voor een jaar.
En Ranya is geslepen, ze weet dat niemand het uit zal houden om zelf 2 maandjes daar te blijven. Dus de borg blijft lekker achter voor haar.
Ik probeerde die nieuwe bewoners te zeggen om daar liever zo snel mogelijk weg te gaan, maar iets in me zei “ga weg... no bemoei!!”. De nieuwe huurders waren hindoestanen, ze keken ons niet aan en ze spraken in het hindoestaans met de eigenaresse. Ranya zal ze vast een hoop leugens en onzin verteld hebben over ons, dus wist ik niet als het zin had om ze te waarschuwen. Ik besloot mijn mond te houden en niet te bemoeien.
Drie maandjes verstreken en mijn zus kwam ineens naar me toe en ze wees mij een screenshot van Facebook. “moen, kijk die spookwoning, het staat alweer te huur ….. die mensen hebben het ook niet lang volgehouden. Ranya zoekt weer naar nieuwe slachtoffers voor haar huis” zei ze. En mijn zus had gelijk want even later was de woning weet bezet. Enkele weken later stond die woning weer te huur, maar deze keer was de prijs verlaagd naar 700srd. Blijkbaar ging die ‘takroe sanie’ daar steeds erger tekeer want mensen bleven steeds korter daar wonen.
Kort geleden zag ik dat die woning opnieuw vrij is, ze zoeken weer naar nieuwe huurders.
🌺 Misschien zijn er mensen in de groep die deze woning toevallig kennen en het ook gehuurd hebben. Die kunnen beamen hoe erg deze woning aan de Helena Christina weg spookt.
⭐️⭐️= Het verhaal is 90% herschreven door de OST beheerder Yvanna hilton.
Reactie plaatsen
Reacties