STORY 672: IK VERGEEF MIJN WISIE TANTE NOOIT - DEEL 3

Gepubliceerd op 9 augustus 2024 om 14:41

🟫 Ingezonden door: J.J 

   ⚜️IK VERGEEF MIJN WISIE TANTE NOOIT⚜️ DEEL 3
——————————————

Wij zochten letterlijk overal hulp voor mijn moeder, het was een eindeloze weg zonder enig resultaat en dat maakte ons allemaal radeloos. Toch gaven wij niet op en bleven onze best doen om opties te zoeken voor hulp. Wij wilden niet opgeven want wij moesten onze moeder redden van datgene wat haar zo ziek maakte.


Uiteindelijk kwamen we bij een pandit terecht, hij was ons aanbevolen door derden, ergens te indira ghandiweg. Het was een woning op hoge neuten. Mijn zus Simone en haar man gingen samen met mijn moeder naar boven, ik zat beneden met mijn zoon te wachten. Na ongeveer een half uur, zag ik Simone, haar man en mijn moeder de woning uitkomen en wij vertrokken. Eerst was een ieder stil tijdens de rit naar huis en ik durfde ook niks te vragen.

 

Op den duur vertelde Simone “die pandit heeft één of ander ding uit mama’s mond weggehaald, precies waar wij bij zaten. Het was een levend ding en heel eng om te zien. Hij heeft het in een kommetje gezet zodat we het konden zien. Ik weet echt niet wat het was maar het bewoog. Die meneer liet ons weten dat mama door iemand met wisie bewerkt is. Iemand wil haar dood hebben en het is zware wisie die degene gestuurd heeft, en is bedoelt om mama weg te laten rotten. Dit is hoe degene het bereidt heeft zodat onze moeder kan lijden en uiteindelijk een wrede dood kan sterven”.

 

Ik keek mijn zus geschrokken aan toen ze dit vertelde. Ze leek zelf ook compleet in shock van deze informatie. Ze had natuurlijk deze informatie ook al gehad van de vorige mensen waar ze geweest waren voor hulp, maar elke keer dat je het weet hoort drukt het je meer met de neus op de feiten.

 

“Nadat de pandit het levend ding uit mama gehaald had. Verzocht hij ons om gauw de plek te verlaten en niet terug te kijken. Hij zei dat deze handeling nodig was, zodat het ding, die ‘takru sani’ niet opnieuw haar lijf binnen kon dringen. Wij lieten ons dit geen tweede keer zeggen en daarom kwamen wij de woning zo haastig uit” vulde Simone aan.

 

Ik keek mijn moeder aan en het zag er wel uit alsof ze zich een beetje beter voelde. Zij dronk weer een beetje, maar at nog steeds niet flink als voorheen. Soms at ze een krentenbol of een beetje fruit, dat was dan haar voeding voor de hele dag en verder had ze geen behoefte aan voeding. Zelf dit was een hele vooruitgang, want er waren momenten dat ze niks binnen hield en alles braakte of poepte ze meteen eruit. Ik was dus blij met alle beetjes voeding en drank die ze binnen kon houden.

Ik kan me nog heugen dat Simone ergens in brokopondo geweest was bij een man, om hulp voor mijn mams te zoeken. Maar mijn moeder weigerde mee te gaan ondanks wij zo onze best gedaan hebben dit te regelen. Uiteindelijk konden we mijn mams niet dwingen en is Simone er alleen heen gegaan met haar echtgenoot. Ik bleef thuis want moest letten op onze moeder.


Simone vertrok s’morgens en ze waren pas tegen 7:00PM thuis. Toen ze aankwamen was ik het huis aan het opruimen, dus maakte ik dat snel even af. Ik wilde al lang naar de winkel om enkele boodschappen te halen, maar wilde mijn mams niet alleen achterlaten. Nu kon mijn zus even van mij overnemen en ik kon gauw naar de winkel.

 

Toen ik terug kwam besloot Simone te vertrekken richting haar huis. Ze zei nog tegen me “kiarra, zodra ik vertrokken ben, doe alles dicht ....tap a her osso, ookal wat je ook mocht horen zeg niets, wees stil, blijf binnen .....ik kom morgen okay?!!”. Mijn zus ging weg en ik ging door met dweilen van de woning. Zoals mijn zus aangegeven had, deed ik alle ramen en deuren op slot.

Sinds ik even naar de winkel was, is mijn moeder gaan liggen op mijn bed. Ik zei tegen haar “mama je mag nu met mij liggen”. Ik heb even met haar gelegen zodat ze rustig kon slapen.

 

Toen het later in de nachtelijke uurtjes was, sliep mijn zoon al maar ik was nog wakker. Ik hoorde toen duidelijk dat er heel luid geslagen was op onze achterdeur, met enorme kracht. Het was dus niet te missen dat er daar geslagen werd en die slagen hoorde ik twee keren. Het was zo luid dat ik er behoorlijk van schrok. In het begin dacht ik, dat mijn moeder misschien opgestaan was en tegen de muur of iets anders sloeg omdat ze mij nodig had. Misschien was het niet de achterdeur, maar het klonk wel duidelijk alsof het vanuit die richting kwam. ‘Ik kon me dus vergist hebben’ dacht ik.

 

Ik liep meteen naar mijn moeder en vroeg haar “mama, had je me nodig?”. Mijn moeder keek me geschrokken aan en zei “stttttttt..wees stil, zeg niks!”.

 

Ik was nu ook bang, ik had dus goed gehoord dat er iets geslagen had tegen de achterdeur. Mijn moeder had het gebonk ook gehoord. Ze beefde helemaal, hoe bang ze was en ze keek angstig uit haar ogen. Zenuwachtig keek ze rondom zich alsof ze bang was dat iemand de woning binnen zou dringen. Ik probeerde mij kranig te houden voor mijn mams, maar ik was ook bang als een klein kind. Ik zorgde ervoor dat de deur op slot bleef en het hele huis ook dicht was. Ik liep voor de zekerheid nog even langs alle ramen en deuren om mezelf ervan te verzekeren dat alles goed op slot was.


Daarna ging ik in mijn slaapkamer, waar mijn mams ook nog lag en ging in gebed. Daarna probeerde ik in slaap te vallen en dit lukte mij ook.


Uren verstreken en mijn moeder was nog klaarwakker. Het moment dat ik even wakker werd, zag ik haar naar me kijken. Ik appte mijn zus en gaf haar die tori wat ik had gehoord. Ze belde meteen die heer te Brokopondo op en die man zei “sshht..... inaf tak neks moro, na a san’ sa mi puru, na a san dat wang go na in presie baka fu go baka ien joe ma skieng!”
(* u hoeft mij niet verder uit te leggen, ik weet al wat er gaande is. Dat ding wat ik uit jouw moeder gehaald heb, wil de woning binnen komen om weer haar lijf binnen te dringen!)


Geen fijn nieuws natuurlijk om dit te horen en ik was bang, maar ik deed mijn uiterste best dit niet te laten merken aan mijn moeder. Nadat ik deze info van mijn zus gehad heb, viel ik weer in slaap. En zo verliep de nacht verder rustig. Mijn vader werkte heel vaak in het bos tegen die periode. Toen hij na een maand terug kwam, ging hij samen met mijn broers en zussen op zoek naar hulp voor mijn moeder.


Deborah, een nicht van mijn moeder, kwam haar bezoeken en die zag hoe erg mijn moeder eraan toe was. Zij begon alleen maar te huilen toen ze zag hoe mager en slecht mijn mams eruit zag. Die nicht was echt compleet van slag, omdat ze mijn moeder niet zo kende. De vrolijke goedlachse vrouw die ze altijd kende was verdwenen en er lag daar een zielig hoopje mens. Iemand die compleet kapot eruit zag en geen hoop meer had.

 

Deborah vertelde aan mijn zus, dat ze een man kende die onze moeder misschien zou kunnen helpen. Deze meneer woonde op Abrabroki. Maar mijn moeder had alle hoop verloren, ze wilde naar niemand meer voor hulp. Mams zei “ik ben al naar talloze mensen gegaan voor hulp, maar is allemaal tevergeefs. Steeds lijkt het even goed te gaan en al gauw is het gewoon weer precies dezelfde slechte situatie, ik ben dan weer doodziek en ben zoveel geld kwijt. Ik ben al mijn geloof kwijt, ik zal nooit meer beter worden”.

 

Uiteindelijk hebben Simone en Deborah mijn moeder zover kunnen krijgen om haar te brengen naar die meneer. Deze meneer te abrabroki bleek een bekende man te zijn in de culturele wereld die mensen helpt via culturele geneeswijze.

 

Met zijn drieën gingen ze naar deze meneer Eduard (*niet zijn werkelijke naam) toe. Meneer Eduard heeft daar zijn cultureel werk gedaan en daarna kwamen mijn moeder, Simone en Deborah naar huis.

 

Simone vertelde me bij terugkomst “meisje, weet je wat ik meegemaakt heb daar? Ik kreeg gewoon kippenvel. Mama ging tekeer toen wij daar waren, ze gilde precies als een bakroe. Ze wilde zelf vechten met meneer Eduard. Hij vroeg haar toen wie haar gestuurd had, want hij wist vrijwel meteen dat er een bakroe op Mama zat. Maar die bakroe weigerde te praten en zichzelf kenbaar te maken. Het was overduidelijk dat er een bakroe op mama zat want ze begon te praten met een hele nasale stem. Zo wisten we allemaal dat een bakroe bezit van haar genomen had, die stem klonk als totaal iemand anders. We kregen allemaal kippenvel ervan”

 

Mijn zus keek me verdrietig aan en vervolgde “meneer Eduard bleef herhalen voor die bakroe, wie heeft je gestuurd? Hij stopte niet met vragen tot die bakroe antwoord zou geven, maar die bakroe gaf zichzelf niet snel gewonnen. Maar op een gegeven moment gilde en schreeuwde mama ineens heel luid. Volgens mij was meneer Eduard op hetzelfde moment rituelen aan het doen en die bakroe kon er niet tegen. Daarom schreeuwde mama zo, die bakroe gaf zich over maar hij wilde dat eigenlijk niet, hij werd gedwongen te zeggen wie hem gestuurd had”.

 

“Wat gebeurde er dan verder?!” Vroeg ik nieuwsgierig en toch wel behoorlijk geschrokken van hetgeen ik hoorde.

 

Nou, bleek dus dat mijn moeder schreeuwend, scheldend en tierend in het zand begon te schrijven met grote letters. Zij schreef de naam “SANDRA!”. De bakroe in mijn moeder zei nog steeds even luid schreeuwend en wijzend naar de naam in het zand “Luku.. luku, na ing, na ing sen’ mi foe kier’ ing, mi nanga a jorka moes’ fu does dati .....daarom ano sa fen betre, daarom mek ey mangri gwe. Ano sa fin jepi!”.
(* kijk.. kijk, zij is degene die mij gestuurd heeft om haar dood te maken, ik ben samen met de geest van een overledene gestuurd om dood af te maken, daarom zit ze maar magerder te worden en zij zal nergens hulp vinden)

 

Mijn moeder moest na dit bezoek aan meneer Eduard, weer terug gaan om een wasie (cultureel bad ) te doen. Ik besloot deze keer mee te gaan omdat ik er voor mijn moeder wilde zijn. Meneer Eduard zei tegen mij dat ik niet bang moest worden, voor dat wat er gebeuren zou.... aangezien ik zwanger was en misschien snel zou schrikken vanwege de gierende hormonen en emoties die in me omgingen. Hij moedigde mij steeds aan om me sterk te houden en ik probeerde dat ook.

 

Het enige dat door mijn hoofd ging was ‘er is een god en hij zal mij beschermen tegen het kwade’. Mijn moeder heeft de wasie gedaan en daarna gingen wij weer naar huis.

 

Die man vertelde achteraf aan Simone dat het een zware wasie was, omdat hij tijdens die wasie te weten gekomen was dat Tante Sandra 2 bakroes en 1 yorka gestuurd had via een Haitiaanse wisie man. Wij kwamen ook te weten dat Tante Sandra van die haitiaanse wisiemang een bewerkte poeder gehad heeft, genaamd ‘dede mang poeirie’ (* dode mensen poeder) die zij is komen strooien bij ons huis. Ik schrok toen ik dit hoorde want mijn tante haar harteloosheid bleef mij verbazen. Gewoon heeft ze zoveel moeite gedaan om mijn moeder te vernietigen, hoe kon een mens zo wreed zijn?!!


Maar goed, wij hadden goede hoop dat er goede tijden aan zouden breken voor mijn moeder. Mijn moeder sliep weer in die middelste kamer en vroeg me “kiarra, kom aub met me liggen”, want ze was aldoor bang. Ze had voortdurend angst in het huis. De kamer van mijn moeder was precies tegenover de kamer waarin ik met mijn zoontje sliep. Als ik bij mijn moeder lag, liet ik de deur van mijn slaapkamer open staan zodat ik een oogje kon gooien op mijn zoontje. Doordat ik op twee mensen moest passen, kon ik nauwelijks rustig slapen als de nacht viel. Hierdoor had ik altijd een slaaptekort en was aldoor vermoeid en zwakjes.


Ondanks mijn uitputting, wilde ik er zijn voor mijn moeder en zoontje dus offerde ik graag mijn slaap op.

 

Een nacht toen ik weer naast mijn moeder lag, werd ik ineens tegen half 4 in de nacht wakker. Zoals gebruikelijk, was ik alleen thuis met mijn mams en mijn zoon. Ik werd plotseling wakker, kreeg ineens kippenvel over mijn geheel lijf. Ik had een sterk gevoel alsof iets niet in orde was, maar wist zo snel niet wat er mis kon zijn. Ik lag in het bed en keek rondom mij, want had een gevoel bekeken te worden. Ik zag nog net een vreemd uitziende zwarte gedaante, die haastig richting de achterdeur liep. Het ding kwam vanuit richting van de badkamer.

 

Het ‘ding’ zag er zo vreselijk eng uit, dat ik niet eens durfde te bewegen in mijn bed. Ik wilde niet dat hij wist dat ik hem gezien had. Straks zou hij me nog iets aandoen en dat wilde ik sowieso niet. Ik kreeg het heet en koud tegelijkertijd van de zenuwen. Ik deed ondanks mijn angst, mijn uiterste best te kijken via de open deur naar het bed waarin mijn zoon sliep. Ik wilde er verzekerd van zijn dat alles goed met hem was.

 

Ik begon te bidden in me zelf en hoopte dat alles goed zou komen met ons.

 

Ik heb die zwarte gedaante die nacht die niet meer gezien. Maar durfde ook echt niet uit mijn bed om te gaan checken als het nog in de woning was of niet. Ik heb niet meer geslapen, bleef maar zenuwachtig naar het plafond staren en tegelijkertijd naar de andere kamer kijken bij mijn zoon. Pas toen de zon opgekomen was viel ik uitgeput in slaap. Maar sinds ik die gedaante gezien had, was ik altijd bang om alleen met mijn mams te zijn in onze woning. Ik probeerde altijd iemand erbij te hebben zodat we niet alleen waren.

 

Kort na dit gebeuren, moest ik bevallen.

 

Gelukkig mocht ik een week na de bevalling naar huis. Tijdens mijn afwezigheid hebben mijn broer en zus op onze moeder gelet. Niet lang na mijn thuiskomst, werd mijn moeder weer eens opgenomen. Het ging opnieuw alarmerend slecht met haar gezondheid.


De artsen hadden mijn mams in een aparte kamer gezet, waar ze alleen lag. Terwijl de verpleegsters haar aan het afvegen, wassen, verschonen en aankleden waren, kreeg ze het ineens heel erg heet. Ze was zodanig aan het zweten dat haar kleren kletsnat werden. Zij voelde plotseling dat ze aan het opzwellen was... kort daarna verloor zij haar bewustzijn. Toen ze weer bij kwam lag ze ineens op de intensive care afdeling.


Toen wij mijn moeder bezochten in het ziekenhuis, vertelde het verplegend personeel ons persoonlijk wat onze moeder overkomen was. Het leek hierna een beetje beter met onze mama te gaan.

 

Mijn broers en zussen bezochten haar vaak in het ziekenhuis, samen met de kleinkinderen. Ik ging af en toe ook, maar niet zo vaak omdat ik er nu een kleintje bij had die veel aandacht van mij vergde. Mijn aandacht moest ik dus verdelen tussen 2 kleine kinderen. Na een poos werd mijn moeder ontslagen uit het ziekenhuis. Ze at en dronk nog steeds slecht, maar de artsen konden niks vinden wat de oorzaak zou kunnen zijn. Wij als familie hebben de artsen echt onder druk gezet te blijven onderzoeken wat er mis was met haar. Zij hebben hun uiterste best gedaan maar er werd niks gevonden. Alles bleek goed te zijn met mijn moeder volgens hun testen.

 

Maar er was duidelijk iets mis met mijn moeder. Want je zag op de plek bij mijn moeders onderbuik, waar er eerst die 3 blaren waren nu ineens 3 grote diepe gaten. Dat was duidelijk niks normaal, je kon via die gaten zo naar binnen in mijn moeders lichaam kijken en het was vreselijk vies om te zien.

 

Tante Louisa (die ene tante van de kerk) gaf maar niet op en ze bleef bidden voor mijn moeder haar genezing. Ze zei “Jezus christus is machtig, hij zal deze wonden laten genezen, zijn kracht zal dat laten gebeuren. Hij alleen kan dit tot een positief eind brengen”. Mijn tante heeft mijn moeder ingezalft en heeft gebeden voor haar. Ik was natuurlijk wel blij dat mijn moeder uit het ziekenhuis was, zodat ze in haar vertrouwde omgeving kon verkeren. Maar ik maakte me wel zorgen over het feit dat ze nauwelijks at. Het enige wat ze wilde was een beetje water tussendoor om haar droge mond nat te maken.


Ik belde tante Louisa, want met haar had in vaak contact om haar op de hoogte te houden hoe mama het maakte. De volgende dag bracht Simone mijn moeder weer naar de dokter voor controle, maar ze was er zo vreselijk slecht aantoe dat de dokter besloot haar weer op te nemen. Natuurlijk had mijn moeder hier absoluut geen zin in, dus begon ze te klagen voor de dokter “Nee hoor, waarom willen jullie mij nu weer hier houden? Wat willen jullie van me? Gaan jullie me weer hier houden om met allerlei naalden in mijn lichaam te steken, terwijl jullie nooit iets voor me kunnen doen en toch niks kunnen vinden. Al die pijn voor niks en zonder resultaat!”.

 

Simone werd een beetje kwaad, want we deden zoveel moeite en mijn moeder leek niet mee te willen werken. Teneergeslagen zei mijn mams “alleen ik weet hoe ik mij voel, dat zal niemand begrijpen, ik zou zelf een hond dit ellendig leven niet gunnen wat mij nu aan het gebeuren is”.

 

Ik was thuis en wist niet wat er aan de hand was. Ik zag mijn zus later aankomen met mijn moeder en ze vertelde me, dat mijn mama gewoon geweigerd had om opgenomen te worden. Toen Simone mijn mams thuis afgezet had. Zei ze tegen mij “ik ben een beetje moe dus ga naar huis, ik moet nog koken voor mijn kids”. ik zei “okay is goed, ga maar”. Simone vertrok en ik begeleide mijn moeder richting haar bed. Ze kon bijna niet lopen hoe zwak ze was.

 

Na twee uren riep ze mij “kiarra kiarra mi wan plasje” (* kiarra, ik wil plassen ). Ik liep naar haar toe bracht haar naar het toilet. Ze klaagde dat ze pijn had aan haar billen. Ik geloofde haar want ik zag dat ze moeilijk kon zitten tijdens het plassen. Ik voelde aan haar lijf dat ze enorm heet was en hoge koorts had. Ik vroeg haar wat er met haar aan de hand was, en hoe lang ze al zo heet was. Ze begon te huilen en zei “mo dede, mi neh fier’ mi sreef’ boeng” (* ik denk dat ik doodga, ik voel me helemaal niet lekker)

 

Ik stelde haar gerust en zei dat ze een sterke vrouw was en dat dit echt niet gebeuren zou. God zou dat ook niet toestaan dat ze dood zou gaan, verzekerde ik haar.

 

Ik bracht haar weer naar haar bed, het was geen makkie, omdat ik pas een kindje gekregen had via keizersnede, dus kunnen jullie me best begrijpen, maar ik gaf niet op. Ik hield mij sterk voor mijn moeder, omdat ik intens veel van haar hou en haar niet zo wilde zien lijden. Ik belde tante Louisa daarna weer om haar te zeggen hoe de stand van zaken waren en wat mijn moeder gezegd had. Tante louisa luisterde en zei dat ze later zou langskomen.


Gelukkig viel mijn mams kort daarna in slaap toen ik haar in bed gelegd had. Maar haar koorts baarde mij zorgen, want haar temperatuur bleef maar stijgen. En mijn mams weigerde ook naar het ziekenhuis te gaan. Ik wist gewoon niet wat ik met deze vervelende situatie aan moest. Ik vroeg een nichtje van mij om de oppas te komen doen. Ik wilde namelijk even naar die broeder van de kerk. Ik had hem vooraf gebeld en hij zei dat ik een grote fles water mee moest brengen. Het water zouden ze voor me inzegenen en dat moest mijn moeder dan drinken.

 

 

🌺VOOR VERVOLG:
( LEES DEEL 4 )


——
Mensen in het verhaal :
Tante Sandra ——> De zus van mijn vader
Tante Marlien ——> Jongere zus van mijn moeder
Tante Louisa ——> Kerkelijke zus van mijn moeder
Simone —————> Mijn oudste zus
Rayen ——————> Één van mijn broers
Deborah —————> Een nicht van mijn moeder
Meneer Eduard —-> culturele genezer
——

 

⭐️⭐️= Het verhaal is 85% herschreven door de OST Beheerder Yvanna hilton.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.

Maak jouw eigen website met JouwWeb