🟦 Ingezonden door: Sãjulio Véndro Almeida
⚜️DE MOOIE VROUW VAN DE RIVIER⚜️
———————————
Hey OST Leden, na het lezen van één van de vorige verhalen over een watramama kreeg ik de push om mijn eigen ervaring met jullie te delen.
Als kleine jongen was ik vaker bij mijn pleegouders. Het waren hele lieve mensen die de zorg op zich namen om mij vanaf baby op te voeden. Ik had natuurlijk mijn biologische moeder en vader, daarnaast als extra ook mijn pleegouders. Ik had dus 2 vaders en 2 moeders, ik werd van alle kanten flink verwend.
Dit verhaal werd aan mij verteld door mijn pleegvader. Hij is een hard werkende man geweest die vaker ging varen. Het was vrijwel altijd richting Brazilië en meer voor werk. Hij bleef dan wel een maand of twee weg maar bracht hele leuke spullen en snacks mee bij terug keer.
Het was een avond op de boot richting Brazilië, toen mijn pleegvader met zijn andere medewerkers zich klaar maakten om de nacht door te brengen in hangmatten die werden gebonden van de ene zijde naar de andere zijde van de boot en wel één tot anderhalf meter verwijderd van elkaar. Dit alleen zodat je niet tegen een ander botst. Van de hele dag varen kan je misselijk en draaierig worden. Dus vielen velen van hen meteen in slaap.
De andere collega's/ medewerkers waren Portugezen. Die spraken alleen Portugees, en enkelen van ze hadden Sranang tongo (Surinaams) een beetje onder de knie. Er werd gelachen, gedronken, gezongen, gedanst ..enz. Je weet hoe mannen dat onderling doen (Broko wang fatu) zoals Surinamers het noemen.
De uren gingen gauw voorbij. Een ieder die sliep al. Het was intussen al half 2 in de nacht. De koele wind blies door de nacht heen, het geruis van het rivier water was te horen en het geruststellende geronk van de motor maakte dat mijn pleegvader ook in een sluimer ging. Hij viel in een hele lichte/ ondiepe slaap.
Mijn pleegvader vertelde “Ik weet niet waaraan het lag, maar terwijl ik mijn hangmat lag kreeg ineens kippenvel. Ik kreeg een heel vervelend gevoel, alsof iemand naar mij keek. Het was een gevoel die ik niet van mij af kon schudden”. Hij deed voorzichtig zijn ogen open waardoor hij nog wazig zag. Hij hoorde dat de kettingen, die langs de rand van de boot hingen, een geluid maakten. “Achhh de boot beweegt door het varen, het is maar niks” dacht hij.
Mijn pleegvader keek naar de zijkant waar het geluid vandaan kwam en daar was ze..... zeker 3 meter verder hing ze aan de rand van de boot, niet ver van de achterzijde waar de propellers waren.
Een schoonheid als haar had hij nog nooit in zijn leven gezien. Hij kneep stevig zijn ogen dicht en deed weer open omdat hij niet kon geloven wat hij zag. Ze had lang golvend zwart haar die keurig naar achteren hing tot haar billen. Haar natuurlijke schoonheid trok echt alle aandacht van mijn pleegvader.
Haar gezicht was perfect, niks te veel en niks te weinig. Ze had een zilveren glans in haar gezicht, alsof ze glitters had die een soort van extra glow gaven in het maanlicht. Ze zag er zo simpel uit maar tegelijkertijd zag ze er abnormaal aantrekkelijk uit. Hij kon haar schoonheid moeilijk beschrijven, maar om haar in één woord te verwoorden, zij was PRACHTIG!!
Ze had volle gespannen borsten, zo mooi, het zag er zeer sensueel uit, want de waterdruppels vielen van haar natte lijf terwijl de doffe lichten van de boot haar voldoende belichten om haar schoonheid te etaleren. Het was volle maan en het maanlicht scheen op haar mooi en schitterend figuur. Welke man zou nou niet onder de indruk zijn? Verder naar onderen was glad, een heel mooi vrouwen lijf met perfecte heupen en aantrekkelijke rondingen. Wat was ze exotisch, maar ze had geen benen.
Mijn pleegvader was niet bang of geschrokken, hij wist niet als dit ‘werk’ was van de watra-mama om mannen onder haar ‘betovering’ te brengen waardoor ze zichzelf helemaal niet meer zijn. Mijn paps beschreef haar onderlijf als glad, glanzig en schubbig. Ze leek een mix van Latijns, hindoe en creool. Een hele mengelmoes van rassen, maar haar schoonheid bleef hem steeds zuchten van verbazing. Hij bleef maar zachtjes herhalen “och, wat is ze toch mooi? Wat een pracht van een vrouw”. Onnodig te vertellen dat hij onder de indruk van haar was.
Ze leek te genieten van de aandacht, ze keek mijn pleegvader verleidelijk aan, heel relaxed, wel ingenomen en uitnodigend en knipperde langzaam haar ogen. Hij kreeg het gevoel alsof hij met haar mee wilde, hij wilde haar liefde zijn. Hij dacht niet eens eraan dat hij al een gezin had. Zijn verstand ging meteen op nul, enige wat hij wilde was met haar ervandoor gaan en zijn leven daarnaast vergeten. “Ik ben maar een simpele man, ben ook de mooiste niet en zij ziet me wel zitten, dus misschien moet ik met haar mee. Ik zou echt zo een pracht van een vrouw willen die van mij is” dacht hij. Hiermee totaal vergetend dat ze geen menselijk onderlijf had.
Na enkele minuten te hebben gestaard in elkaars richting, bewoog ze en haalde een soort zakje tevoorschijn. Het zag eruit als een soort van leren zakje, deze hing aan haar vingers. Ze haalde enkele kleine blokjes goud en glinsterende stenen uit het zakje. Ze hield ze in haar hand en keek hem uitnodigend aan, alsof ze wilde zeggen “als je ze wil hebben moet je wel hierheen komen om ze te halen”.
Fluisterend riep mijn pleegvader zijn beste vriend die een meter van hem verwijderd lag in zijn hangmat. Zachtjes schudde hij hem wakker, want hij was in een diepe rust en snurkte er op los.
“Pedro!!! Pedro!!!! Pedro oppo!!
“Pedro Acorda!!! Acorda Pedro!!
(“Pedro sta op!!!” “Sta op Pedro”)
Pedro was in een diepe slaap dus werd niet meteen wakker aangezien mijn pleegvader fluisterde. Mijn stiefvader wilde dat zijn vriend kon zien wat hij ook zat te bekijken.
Hij riep Pedro wat luider “Pedro Opooo, kong luku wang watra Ma” (* Pedro staaa op, kom eens een Zeemeermin zien”)
Pedro hoorde mijn pleegvader dit keer wel, maar schrok van wat hij hoorde. Hij zat meteen op en keek rond, nog half slaperig. De ‘vrouw’ maakte meteen een sprong achterover en plonste de rivier in. Op een afstand sloeg ze haar staart een laatste keer op de rivier oppervlakte.
Mijn pleegvader vertelde aan Pedro wat hij gezien had, maar die geloofde hem natuurlijk niet. Hij beweerde dat een ieder zo wat geborreld had en dat me pleegvader haast een beetje dronken was. Het plonzend geluid van het water zou een rivier dolfijn kunnen zijn, die komen wel vaker de boot bezoeken wanneer wij ons in hun territorium bevinden.
Mijn pleeg vader is nooit een zware drinker geweest, af en toe een biertje voor de gezelligheid. Dus maakte hij dit ook duidelijk aan zijn matie die wel beter zou moeten weten. Maar Pedro was zelf ook straal bezopen, dus ging hij ervan uit dat mijn vader dit ook was.
Mijn pleegvader kwam na twee maanden terug van zijn trip en vertelde zijn ervaring aan mij alleen. Sinds die reactie van Pedro durfde hij niemand meer te vertellen, bang uitgelachen te worden. Maar ik geloofde mijn stiefvader altijd, want sinds hij die ‘vrouw’ gezien had is hij haar nooit meer vergeten. Hij bleef steeds aan haar denken, het was alsof ze een stempel gedrukt had in zijn hoofd. Hij bleef vaker herhalen hoe mooi ze was als we even alleen waren. Tot in de fijnste details wist hij hoe ze eruit zag en hoe ze hem uitnodigend aangekeken had. Haar schoonheid bleef voortleven in zijn geheugen.
Ik liet mij vertellen dat zeemeerminnen water geesten zijn die zich laten vertonen in de vorm van bloedmooie vrouwen. Ze zijn beschermers van de 7 wereld zeeën en verzamelen rijkdommen uit gezonken schepen en zelfs van de zee bodem. Ze laten zich alleen zien door zij die puur zijn van hart en ziel. (Ik weet niet wat ik me daarbij moet voorstellen, maar dat is wat ouderen mij vertelden).
Ik zit mij achteraf wel af te vragen, wat als mijn stiefvader haar geschenk geaccepteerd zou hebben?!
Zou hij dan vermist zijn?
Of zou zijn lijk ineens terug gevonden worden alsof hij zogenaamd verdronken was, zonder dat men de werkelijke toedracht wist?
Zou hij misschien schat rijk worden of zou zij hem meenemen naar de diepte? Wat denken jullie?
⭐️⭐️= Het verhaal is 90% herschreven door de OST beheerder Yvanna Hilton.
Reactie plaatsen
Reacties