STORY 581: NIET EEN IEDER WIL HULP - DEEL 2

Gepubliceerd op 15 maart 2024 om 15:14

🟫 Ingezonden door: Naina 

               ⚜️NIET EEN IEDER WIL HULP⚜️ DEEL 2
———————————

Zoals u in deel 1 hebt kunnen lezen, was Jim een toen nog onbekend persoon voor mij. Ik had hem hulp aangeboden en hij stond er niet open voor. Deel 2 gaat over mijn ex- collega Joan.

Joan is 1 van de allerliefste personen op de wereld die ik ken. Soms ken je mensen die lief doen, maar op den duur zie je toch nog lelijke kanten van hun. Ik ken Joan al zoveel jaren en nog nooit heb ik haar boos zien worden, ruw of gemeen met iemand zien praten, of zelfs hard horen praten tegen iemand. Natuurlijk zijn er momenten geweest waarbij anderen haar onheus hebben behandeld, toch is die lieve Joan blijven lachen.

Ze had heel veel liefde in haar voor mens en dier. Wanneer je haar iets vreselijks vertelde wat je misschien gehoord hebt of meegemaakt hebt begon zij al te huilen. Zij is iemand die ik echt nooit kan vergeten. Ik wenste dat er meerdere waren die als haar zijn. Joan kwam heel simpel aan het werk. Gewoon een jeansbroek, een simpele bloes en haar haar in een paardenstaart of vlecht. Geen enkel vleugje make-up. En toch straalde ze altijd, dat kwam door haar goedheid.

Ik zei altijd tegen haar ik ga je een make-over geven en ze lachte altijd, ze zei doe maar, maar de volgende dag zie je me weer zo. Op een dag zag ik Joan mankend lopen. Ik schonk er niet veel aandacht aan, omdat ik dacht dat ze een ongelukje gehad had. Maar naarmate de tijd verstreek liep zij steeds met meer moeite. Ik keek op een dag echt naar haar voet en schrok ervan. Het was helemaal zwart en helemaal opgezet. Nu ging ik haar wel vragen wat er aan de hand was.

Joan begon gelijk te huilen. Ze zei:” wat moet ik je zeggen, ik heb zo een pijn. Ik kan het niet eens aanraken, dan moet je weten hoeveel pijn ik heb als ik loop”. Ik zei:” waarom kom je dan aan het werk. Waarom neem je niet een paar dagen rust, misschien komt ’t dan wel goed. Ben je wel naar de dokter geweest?” Ze zei van wel, ze had pijnstillers gehad en een zalfje om erop te smeren, maar niets hielp. De pijn bleef ten aller tijde zo heftig.

Nou dat vond ik raar, maar ik zei er niets over. Later thuis, in de middag, ging ik even kijken wat er met Joan haar voet aan de hand was. Ik zag haar ergens lopen op een leegstaand perceel, en in de inrit vlakbij het houten bruggetje stapte zij over iets. En daaruit gingen er dingen als grote naalden of spijkers in haar voeten. En sinds die dag voelt zij de dingen steken wanneer zij loopt. Hoe meer ze loopt hoe dieper de dingen in haar voeten steken.

Ik keek ook meteen wie er zoiets met haar gedaan kon hebben, voor die lieve Joan, die geen vlieg kwaad deed. En ik zag dat het ding eigenlijk niet voor Joan bestemd was. Het was bestemd voor de eigenaar van dat perceel, Joan was gewoon op ’t verkeerde moment op de verkeerde plek.
Arme Joan, ik had nu echt met haar te doen. Ik vertelde mijn man erover en vroeg hem of ik het aan haar moest vertellen of niet.

Ik wist niet hoe Joan tegenover zulke dingen stond en de les die ik van Jim geleerd had was ook nog vers in mijn geheugen. Ik twijfelde heel erg, maar op den duur won de wil om anderen te helpen het toch over. Ik besloot om met Joan erover te praten. Ik moest alleen gauw bedenken hoe ik het naar voren zou brengen. De volgende dag vroeg ik Joan om mee te komen naar mijn favoriete plekje aan het werk (zie verhaal: zij leefde in een hel).

Toen wij al zaten vroeg ik hoe het met haar voet ging en ze keek mij heel verdrietig aan. Ze zei dat ze zoveel dingen deed om de pijn te verlichten, maar niets helpt. Zulke zware pijnstillers heeft ze ervoor ingenomen maar de pijn blijft gewoon. Ze zei dat ze denkt dat ze gewoon zo verder moet leven. Ik had het echt te doen met deze mevrouw.
Ik zei:” Joan, ben je niet lang terug ergens op een leeg perceel geweest?”

Ze zei:” ja waar wij groenten planten toch, dat is een leegstaand perceel”. Ik vroeg of het van hun was, en ze zei van niet. Het is van een buurman die verder in de straat woont. Hij kwam af en toe daar om gewoon wat rond te lopen en hier en daar wat onkruid weg te halen of gewoon te zitten onder een boom, maar sinds zij daar planten komt hij minder en als hij komt gaat hij meestal vanuit de inrit weer weg. Omdat hij er niets mee deed mochten Joan hun daar planten.

Joan zei:” maar wacht even, hoe weet jij erover? Jij bent helemaal niet van deze omgeving, dus je kan er niet over gehoord hebben”. Ik zei:” nee Joan, je weet dat ik niet aan deze kant woon, dus ik heb je nooit ergens gezien, maar ik heb erover gedroomd”. Toen vroeg Joan wat ik gedroomd had, en ik vertelde haar dat ik haar ergens zag lopen en er was een houten bruggetje daar. Ze zei:” ja, ze moeten over dat houten bruggetje heen lopen om op het erf te komen”. Ik zei:” Joan, ik heb wat meer gedroomd”.

En ik vertelde haar over wat ik gezien had, maar ik deed alsof ik erover gedroomd had. Joan begon nu weer te huilen. Ze zei normaal heeft ze bij dat stukje niets te zoeken, maar haar puppy was weg gelopen en ze liep hem te zoeken, vandaar dat ze daar ging lopen. Op een gegeven moment had ze wel een steekje gevoeld, en toen ze keek zag ze niks dus ze had er verder geen aandacht aan geschonken. Maar ze had inmiddels wel al een paar keer aan terug gedacht omdat sinds diezelfde avond de pijn aan haar voet begonnen was.

Dezelfde voet waarin ze een soort van een steekje gevoeld had. Ik zei:” Joan het kan zijn dat er iets niet goed was op de plek en jij liep eroverheen”. Ze zei:” je kan gelijk hebben”. Ik zei:” ja, misschien was het niet voor jou, maar voor de eigenaar van het perceel, maar omdat jij daar toevallig liep dan is ’t op jou gekomen”. Ze zei:” ja dat kan”. Ik dacht in mijzelf van jippie, overwinning bereikt. Het is mij gelukt om haar te laten inzien dat er iets mis is met haar voet. Iets wat niet normaal was.

Ik zei:” Joan, ken je niemand die naar je voet zou kunnen kijken, en als er iets mis mocht zijn kan de persoon het voor je weghalen”. Joan zei nee, ze kende niemand. Ik zei:” zal ik iemand voor je zoeken?” Toen zei ze van nee liever niet. Ze wist niet hoe haar man erover zou denken, en ze had geen geld voor zulke dingen. Dus is verloren moeite. Ik hoefde niemand voor haar te zoeken.
Nu was ik ietwat teleurgesteld. Ik zei:” Joan, er zijn mensen die gratis werken. Niet alle personen vragen geld. Misschien is er iemand die je wel wilt helpen zonder betaling”.

Weer begon ze met haar smoesjes, van dat ze niet wist hoe haar man zou reageren. Ze hielden zich niet bezig met zulke dingen. En in hoeverre kun je mensen vertrouwen dat ze goed werk voor je gaan verrichten enz.? Ik zei:” Joan, wil je wel beter worden of niet? Wil je voor altijd met deze pijn blijven leven?” Ze zei:” misschien is ’t ook niet dat wat je in je droom hebt gezien hoor. Misschien is het gewoon een pijn die na een poos overgaat”.

Alhoewel Joan zo een goed persoon was, wilde ik haar nu echt rammelen. Het lukte mij gewoon niet om haar te laten inzien dat zij hulp nodig had. Ik frustreerde erg om haar. Ik probeerde nog een paar keer, maar ik merkte dat zij helemaal niet geholpen wilde worden. Ik dacht terug aan Jim, en dacht dat ik wederom iemand als hem tegen kwam. Dit is de reden geweest voor mij om helemaal mee te kappen. Het feit dat ik iemand wil helpen en de persoon staat niet open voor, veroorzaakte een zware teleurstelling bij mij.

Ik heb met mijn begeleider gesproken en hem gezegd dat ik er nog niet ready voor ben. Ik ga even mee stoppen en ik wil niets over niemand meer weten. Hij had alle respect voor mijn beslissing, maar hij heeft mijn derde oog niet gesloten. Hij zei, je hebt het nodig om over jezelf en je familie te waken. Zij hebben je wel nodig. Jij moet jezelf leren af te sluiten voor de problemen van anderen. Dit heb ik al aardig goed onder de knie. Ik kom nog steeds heel veel mensen tegen die hulp nodig hebben, maar ik kan er beter mee overweg. Ik negeer het, ik sluit mij af en ik sta niet open voor contacten met hun.

Enige hoe zij contact kunnen leggen is via mijn droom, maar dat kunnen levende personen niet, alleen geesten, maar dan bepaal ik wel zelf in hoeverre ik ze kan/ wil/ ga helpen. Al hoe hard de ziel van een levende persoon mij smeekt, ik negeer het toch. Hiermee word ik nu dagelijks aan het werk geconfronteerd.

Maar ik vertel heel weinig personen over mijn gave, en indien iemand erover weet en mij om hulp komt vragen, help ik wel, maar dan kijk ik of er echt geluisterd wordt of niet. Indien niet dan stop ik ermee. Want soms willen mensen ook alleen horen wat zij willen, en zijn niet echt geïnteresseerd “in the bigger problem”.

🌺Bedankt voor het willen lezen.

⭐️= Het stuk is geplaatst zoals die ontvangen is.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.

Maak jouw eigen website met JouwWeb