STORY 438: DE ZWARTE STIER

Gepubliceerd op 7 oktober 2023 om 21:18

🟩 Ingezonden door: Radjindre Ramdhani

                        ⚜️DE ZWARTE STIER⚜️
——————————————

Lieve OST lezers, het was 1981. De militairen in Suriname hadden een staatsgreep gepleegd, onder aanvoering van moordenaar, drugsbaron en genocidepleger Desi Bouterse. Daarna slaagde deze persoon erin, om de economie van het land volledig kapot te maken. Het waren barre tijden, harde tijden.

Ik woonde op het platteland, ik was een landbouwer en voor ons landbouwers was het makkelijker om te overleven, omdat we onze eigen groente en fruit verbouwden. Juist in barre tijden zoeken mensen vermaak, om hun aandacht af te leiden van de dagelijkse ellende. Dit is een bekend verschijnsel. Misschien was het daarom, dat ik en mijn vriend X. Op mijn brommer naar Post Groningen koersten, waar een bioscoop was, die Hindoestaanse Bollywoodfilms vertoonde. De brommer was van mij, ik reed en mijn vriend X. zat achterop. In die tijd was een helm trouwens nog niet verplicht.

Ik weet dat we een film bezochten, met in de hoofdrol Bollywoodicoon Dharmendra in de hoofdrol. Volgens mij bezochten we film Mister Pyarelal, maar het kan ook film Krodhi zijn geweest. Ik weet het niet meer zeker.

Toen de film afgelopen was en wij bijna tegen middernacht naar huis wilden, ontdekten we dat de benzinetank van mijn brommer leeg was. Iemand had mijn benzine gestolen, want in die armoedige tijden, waarin die hersenloze idioot Bouterse ons had gestort, waren mensen soms gedwongen tot criminaliteit om te overleven. Mopperend en vloekend wandelden X. en ik, met de brommer aan de hand huiswaarts. In die dagen was er niet zoveel bebouwing in Saramacca, als nu. Er was geen straatverlichting.

Ik kan je ook vertellen, dat de afstand van Groningen naar Calcutta, een groot traject was, om te voet af te leggen. Met de auto was je al een half uur onderweg, dus moest je nagaan, hoe ver we moesten lopen! Gelukkig waren wij met ons tweeën. Al keuvelend over koetjes en kalfjes en de film, liepen we door de nacht. We probeerden zoveel mogelijk in het midden van de weg te lopen, want we zaten er niet op te wachten, dat een slang in de berm ons te grazen zou nemen.

In die dagen kon het ook, dat lopen op het midden van het wegdek, want er was weinig gemotoriseerd verkeer. Weinigen hadden een auto. Soms passeerden er voertuigen, dan gingen we wel opzij.
Het geluid van krekels en andere nachtelijke dieren vulde onze oren. Links en rechts passeerden we af en toe een woning, maar merendeels wandelden we voorbij donkere bossen. Opeens verscheen er voor ons, aan de hemel, zomaar uit het niets een fel licht. Dat licht was zo fel, dat het leek, alsof de nacht in een handomdraai was veranderd in een dag.

“Wat is dat nu weer?” vroeg X., terwijl hij met zijn hand zijn ogen afschermde. Ik voerde mijn brommer aan de hand mee, waardoor ik mijn ogen niet kon afschermen. Dus ik kneep mijn ogen toe en probeerde te onderscheiden wat de bron van het licht was. “Wat een vreemd licht!” merkte ik op.
Tot onze grote verbazing raasde het licht opeens op ons af. We schrokken zo erg, dat wij abrupt tot stilstand kwamen. “ Het is geen licht, het is een vlam!” schreeuwde X. Tegelijkertijd leek de enorme vlam doelbewust op ons af te razen. “Bukken!” schreeuwde ik. We bukten tegelijkertijd en de enorme vlam schoot over ons heen en sloeg in de berm naast ons, maar doofde vrijwel direct, zonder het gras in vuur en vlam te zetten.

Op datzelfde ogenblik zag ik uit mijn ooghoek een enorme, zwarte stier in de berm staan. Het enorme beest stond met de benen gespreid en de kop omlaag in de berm en keek ons aan. Dit zag ik aan het oogwit. Ik blikte niet rechtstreeks naar de stier, maar vanuit mijn ooghoek. Toch kon ik het wit van zijn ogen waarnemen en ik werd doodsbang. De ogen waren namelijk volledig wit. Weet je wel hoe eng het is, als een dier volledig zwart is en de ogen zijn volledig wit en op jou gericht? Ik besefte vrijwel direct dat wij belaagd werden door iets bovennatuurlijks. Datgene wat ons belaagde, had eerst de vorm van een vlam en nu het uiterlijk van een stier.

“Je moet niet omkijken, maar schuins achter ons staat een grote, zwarte stier,” fluisterde mijn vriend. Zijn ogen stonden zo wijd open van angst, dat ik in het nachtelijk duister het wit van zijn ogen kon zien. Om eerlijk te zijn, leek hij op de stier. Ik was zelf ook doodsbang. De rillingen kropen over mijn rug. Ik wist waar mijn vriend op doelde. De oude generatie had ons altijd geleerd: “Mocht je ooit iets kwaads, iets bovennatuurlijks, of iets slechts achter je vermoeden, kijk dan nooit om! Negeren en doorlopen!”

Wij wisten dit en daarom keken we geen van beiden om, maar we konden dat enorme beest wel waarnemen uit onze ooghoeken. Zonder te spreken, begonnen we weer te lopen. We keken af en toe naar elkaar en onze benen liepen sneller dan voorheen. Het was geen lopen meer, wat we deden, maar meer rennen op een sukkeldraf. Vooral ik had het moeilijk, omdat ik de brommer meezeulde. “Dat beest loopt met ons mee, het laat ons niet gaan, alleen loopt het in de berm!” fluisterde X.

“Geen aandacht aan schenken, doorlopen!” fluisterde ik. Door het nachtelijk duister, draafden we over het asfalt. We hadden geen schoenen aan, maar sandalen en daardoor werd onze loop extra bemoeilijkt. Het zweet gutste van onze lijven en we hijgden. De angst deed zich nu meer dan ooit gelden. We hadden ook dorst. Continu draaide ik mijn oog zijwaarts en kon ik de enorme stier uit mijn ooghoek waarnemen. Dat beest hield zijn dreigende kop omlaag en draafde met ons mee, zich continu aanpassend aan onze tempo.

“Laten we stilstaan en kijken wat er gebeurt,” fluisterde X. Ik aarzelde even, maar vond zijn idee niet eens zo gek. We minderden vaart en stopten met kloppend hart en een raspende ademhaling. Tot onze grote verbijstering stopte de stier eveneens. Dit feit joeg ons juist meer angst aan, dus we hervatten onze loop, net als de stier. Wanhopig holden wij voort. God zij dank zagen we opeens licht in de verte. Onze voetstappen versnelden. Ik wist dat daar een Javaanse man woonde, die een goede vriend van mijn vader was.

Na een tijdje hoorden we ook geroezemoes van stemmen en konden we een feesttent vol mensen waarnemen. We renden voort, de stier volgde, vele mensen zagen ons naderen en nieuwsgierige blikken namen ons op. Bijna… we waren bijna ter plekke. We waren doodmoe, we hadden dorst en we hijgden als blaasbalgen. Onze kleding was doorweekt van het zweet. De stier haalde ons nooit in, ging nooit voor ons lopen, of het wegdek op, maar liep nog steeds schuins achter ons in de berm. Ik liet de brommer uit mijn handen glippen.

Deze viel op het wegdek. We renden onder de feesttent, temidden van gasten, bevend en trillend en vol angst. De man die daar woonde, dook opeens op: een korte Javaanse man, met een vriendelijk gelaat en doordringende ogen. Hij keek me aan, herkende mij en sprak: “Nee maar, jij bent de zoon van Ramesh, herken je mij niet? Ik ben jarig vandaag, welkom op mijn feestje.” We stapten naar voren in het volle licht. Mensen weken uiteen en de ogen van de Javaan vernauwden zich.

“Wat is er met jullie? Er klopt iets niet!” sprak hij.
“Het licht,” hijgde ik, “het licht en de zwarte stier.”
Ik zag dat er een soort van schok voer door een aantal gasten. “We waren naar de bioscoop, onze benzine is gestolen, we zijn daarom te voet, maar toen kwam het licht, die vlam en de stier!” sprak mijn vriend. De Javaanse man veranderde totaal.
“Liggen! Allebei, ga op de grond liggen. Ik weet wat jullie hebben ontmoet, ik moet jullie vrijwaren van het boze. Drink eerst en ga dan liggen!”

Behulpzame handen reikten ons bekers met koud water aan, die we gulzig opdronken. Vervolgens gingen we op de grond liggen. Er vormde zich een menigte om ons heen. Iemand haalde een Koran en overhandigde deze aan de jarige. Hij was een Moslim. Terwijl de Javaanse man met zijn ene hand de Koran vasthield en daaruit voor ons onverstaanbare teksten voorlas, streek hij met zijn andere hand steeds over onze bovenlichaam heen, van boven naar beneden, alsof hij iets van ons afschraapte. Zijn stem klonk monotoon.

Dit ging ongeveer vijf minuten door. Ik voelde hoe ik rustiger werd, alsof er een hebi, een zware last, van mij afviel. Ook mijn vriend knapte op.
Wat later mochten we opstaan, we kregen nog meer drinken aangeboden en daarna schonk deze Javaanse man ons twee liter benzine voor mijn brommer, die inmiddels door omstanders was opgehaald. Ik vroeg de man, wat ons had belaagd, waaraan we ontsnapt waren en hoe hij het gevaar had bezworen, maar ik heb nooit antwoord gehad op mijn vraag.

Het enige wat hij zei, was: “Wij Javanen weten veel, want onze voorouders hebben veel kennis meegenomen naar Suriname, toen wij door de blanke man hierheen werden gehaald. Jullie zijn nu veilig, dat is belangrijk. Het kwaad is overal, in verschillende vormen, maar Allah is ook overal om het kwade te bezweren. Jullie kunnen nu naar huis, je hebt genoeg benzine, geen vlam en geen stier zal jullie lastigvallen en doe jouw vader de groeten van mij.”

Mijn vriend X. en ik zijn met een hart vol dankbaarheid jegens deze Javaanse man naar huis gereden op mijn brommer. Gedurende de hele route waren wij wel degelijk angstig en een aantal keren keken wij om en links en rechts naast ons, om ons ervan te vergewissen, dat we niet gevolgd werden door de stier. Zonder schokkende gebeurtenissen bereikten we veilig ons huis.

Ik heb deze belevenissen niet aan veel mensen verteld. Eigenlijk alleen aan mijn ouders en wat vrienden en dan ook nog eens kort nadat we dit alles hadden meegemaakt. Het is dat u vraagt, of ik ooit iets vreemds heb meegemaakt, anders zou ik dit verhaal nooit hebben opgerakeld. U gaat dus een boek schrijven, waarin dit verhaal wordt opgenomen? Krijg ik een gratis exemplaar van u? Of een deel van het geld, als u er rijk van wordt?

Hahahaha… Weet u, toch blijf ik zitten met vragen. Wat was die vlam? Hoe kan een vlam veranderen in een zwarte stier? Waarom volgde die stier ons in de berm, maar ging hij nooit voor ons lopen? En toen wij de bewoonde wereld bereikten… Waar was de stier gebleven? Allemaal vragen waar ik geen antwoord op heb. Ik ben zelf Hindoe en ik vraag me af, wat de kracht is van de Koran, waardoor ik ben gered. Vragen, vragen, vragen…

🌺🌺Deze gebeurtenis is mij verteld door S. J. en is later bekrachtigd door zijn vriend X.

⭐️= Het verhaal is geplaatst zoals die ontvangen is.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.

Maak jouw eigen website met JouwWeb