🟩 Ingezonden door: Radjindre Ramdhani
⚜️DE HUILENDE BABY⚜️
————————————
Beste OST lezers, Ik was 23 jaar toen ik trouwde met een heel lief meisje uit mijn eigen Hindoestaanse bevolkingsgroep. En je weet het: bij ons is het standaard om te trouwen, direct kinderen te nemen en huisje, boompje, beestje te creëren.
Sommigen zeggen: “Bah, wat burgerlijk en saai!” Maar wij gingen ervoor, want wij hielden allebei van kinderen. Bovendien, als je op jonge leeftijd kinderen neemt, dan heb je kans dat je ook nog kan genieten van je kleinkinderen en van schoondochters en schoonzonen.
Tenslotte is het ook nog zo, dat het praktischer is. Jonge kinderen zitten boordevol energie en levenslust en ze rennen, ravotten en stoeien erop los. Als je dan als ouder zelf nog jong bent, kun je hen met alles bijhouden. Op wat oudere leeftijd ben je iets strammer, minder fit, of je kampt met ziektes, waardoor het allemaal iets minder
Soepel gaat. Daarom raad ik iedereen aan: neem zo snel mogelijk kinderen! Nu ga ik een heel groot gedeelte van mijn leven in een paar zinnen samenvatten.
Mijn vrouw raakte vrij snel zwanger, maar na enkele maanden kregen wij een miskraam te verwerken. Een emotioneel gebeuren, maar als je jong bent en het is de eerste keer, dan leg je je er makkelijker bij neer. Dus niet getreurd, we gingen ervoor. Een half jaar later was mijn vrouw wederom zwanger, maar blijkbaar was het ons niet gegund om oudergeluk te ervaren, want na drie maanden kreeg mijn vrouw spontaan bloedingen, waarna weer een miskraam volgde. Hoe vreemd het ook klinkt: de tweede keer hadden wij beiden er emotioneel veel meer moeite mee. In totaal kreeg mijn vrouw binnen vier jaren, zes keer een miskraam.
Je weet hoe het bij ons is: familieleden kwamen met allerlei raadgevingen, wat we moesten doen om een zwangerschap goed te laten verlopen. Van meer bidden, tot offerdiensten in de mandir (Hindoetempel, kerk), tot het consulteren van pandits (Hindoestaanse geestelijken), bonumans (toverdokters, zieners, mensen met bovennatuurlijke gaven) tot kruidendokters en vrouwen met bovennatuurlijke gaven. Aan een hoop van deze rotzooi hebben we daadwerkelijk meegedaan: op die ogenblikken waren wij zo wanhopig en verdrietig, dat we meegingen met alles.
Het heeft ons alleen maar veel geld gekost, maar niets goeds voortgebracht. Verdriet en problemen maken maar al te vaak wanhopig en wanhoop wordt vaak uitgebuit door op geld beluste haaien, die profiteren van het bijgeloof van psychisch verzwakte mensen. Dan waren er nog mensen die alle schuld bij de vrouw legden, het zou haar schuld zijn dat ze continu miskramen kreeg. Dit verschijnsel zie je in alle culturen, overal… De vrouw is altijd de gebeten hond. Sommigen adviseerden mij zelfs om mijn vrouw te verlaten en bij een ander mijn geluk te proberen.
Natuurlijk heb ik dit nooit overwogen. Ik hield van mijn vrouw en ik hou nog steeds van haar. Je ziet vaker binnen bepaalde culturen, dat de waarde van een vrouw als mens wordt afgemeten aan het wel, of niet kunnen krijgen van kinderen. Bijvoorbeeld onder Hindoestanen, of onder Moslims. Alsof een vrouw alleen maar een soort legbatterij is, geschapen met als enig doel, om nakomelingen te produceren. Uiteindelijk was ik alles zo zat, dat ik een heel lang gesprek heb gehad met mijn vrouw. De kern van mijn verhaal was, dat we het noodlot niet moesten tarten.
Alles in het leven heeft een reden en kinderen NEEM je niet, je KRIJGT het van de Almachtige. Je hebt niets te willen, het wordt je gegund, of niet. Ik betoogde bij mijn vrouw, dat wij met ons tweeën zo gelukkig waren met elkaar, dat we geen kinderen nodig hadden. Waarom kinderen? God zou wel een reden hebben, dat we ons kindje steeds verloren bij een abortus. We moesten ons erbij neerleggen en mijn vrouw moest de pil gaan gebruiken. Ik had mijn buik meer dan vol van bloedingen, miskramen, stress en ellende.
Mijn vrouw ging akkoord met mijn pleidooi. We legden ons erbij neer, dat wij kinderloos door het leven zouden gaan. Mijn vrouw begon de pil te gebruiken, om een zwangerschap en waarschijnlijk de zoveelste miskraam te voorkomen.
Halverwege het jaar kwam mijn vader te plotseling te overlijden. Toen hij een tros bananen van een boom sneed met zijn houwer, werd hij door een labaria in zijn been gebeten. Labaria’s zijn zeer giftige slangen. De meesten overleven een beet niet. Elk jaar opnieuw maakt deze ellendige slang vele slachtoffers onder landbouwers in Suriname. Daar de meeste landbouwers Hindoestanen zijn, is het duidelijk welke bevolkingsgroep de volle laag krijgt.
Mijn vader is er nog in geslaagd om de slang dood te maken. Daarna liet hij zijn houwer vallen. Hij dwong zichzelf om toch in beweging te komen. Hij strompelde terug vanuit het achterland, naar de woning aan de hoofdweg. Het gif deed zijn werk. Mijn vader heeft het niet gehaald. Natuurlijk had ik verdriet om zijn heengaan, want ik had een goede band met hem en ik hield van hem. Mijn vader is gecremeerd te Weg naar Zee, het meest bekende crematieoord voor Hindoes in Suriname.
Mijn oudste broer en ik mochten het vuur aansteken. Ik ben als Hindoe opgevoed en ik had al zoveel crematies meegemaakt, maar nu ik mijn eigen vader in brand moest steken, was het best confronterend. De pijn die je voelt, als de eerste vlammen aan je vader beginnen te knagen, gaat dwars door je hart en ziel. Anders kan ik het niet beschrijven.
Een verdrietige periode ging voorbij, waarbij we het dagelijkse leven probeerden op te pakken. Mijn moeder trok in bij mijn oudste broer, ik ging braaf naar mijn werk op het ministerie van Openbare Werken en mijn vrouw Shanti, gebruikte nog steeds de pil, omdat we hadden besloten om geen kinderen te nemen, want dat zou toch weer uitlopen op een miskraam.
Op een avond had ik een hele vreemde droom. Ik stond in een weiland, met hele mooie bomen en hele mooie bloemen: bloemen in alle kleuren van de regenboog. Er vlogen ook ongelooflijk mooie, felgekleurde vogels rond. Ze leken op tropische ara’s. De hemel had een ongelooflijk heldere, lichtblauwe glans, zonder dat er een wolk te zien was. Alles maakte een onaardse indruk. Zoveel schoonheid, maar ook serene rust had ik nooit eerder ervaren. Ik voelde me intens vredig en gelukkig.
“Als er een paradijs bestaat, dan moet het er zo uitzien,” bedacht ik. Plotseling werd de idylle verstoord door het gehuil van een kleine baby. Het geluid kwam van ergens achter mij. Ik keerde mij om en staarde in de richting van het gehuil. Warempel: onder een boom lag een baby, volledig naakt, met de rug in het zachte gras. De baby huilde op een fragiele wijze, echt zielig. Verbaasd keek ik om mij heen, maar er was in de wijde omgeving geen ander levend wezen te bekennen.
Waar kwam de baby vandaan? Wie had hem daar achter gelaten? De baby huilde nu hartverscheurend. Er was een bepaalde ondertoon in het gekrijs, waardoor ik helemaal week werd van binnen. Ik voelde een aandrang om de baby op te pakken en tegen mij aan te houden. Daarom snelde ik naar de baby, die onder een boom met een gouden gloed lag. Ik stond stil, keek neer op de baby: een bruin kereltje die heftig met zijn armen en benen begon te gooien, toen hij me zag.
Ik blikte nogmaals zoekend om mij heen. Geen mens te zien. Vol mededogen en liefde bukte ik me voorover, de armen gestrekt, om de baby van te grond te rapen. De baby strekte zijn armen naar mij. Zijn ogen boorden zich in mijn ogen en ik schrok heftig. Die ogen… Ik kende die ogen toch? Ik wist zeker dat ik die ogen kende, maar van waar? Ze hadden zoiets bekends! Toen gebeurde het. Er klonk een luid gerommel, de lucht betrok binnen een seconde.
Weg was de blauwe hemel, weg de glans. Verbijsterd staarde ik om me heen. Het was alsof iemand met een grote stofzuiger alle kleuren uit het universum wegzoog. Bloemen werden grijs, de vogels werden grijs en dof en vielen uit de lucht, het groene grastapijt veranderde in een bruin prairielandschap. Ik keek geschokt om me heen en werd heel erg bang. De baby was opgehouden met huilen. Ik keek omlaag, maar er was geen baby meer. De wereld om mij heen veranderde langzaam van een hemel in een hel en de baby was verdwenen. Opeens schreeuwde iemand mijn naam. Luid… oorverdovend luid!
“Anand!”
Ik schrok wakker en ging recht overeind in bed zitten. Verwilderd en met een snel kloppend hart staarde ik in het duister van de slaapkamer. Langzaam besefte ik dat ik gedroomd had. Een droom. Ik had alles gedroomd. Wat een opluchting. Maar de droom hield mij bezig… De ogen van die baby. Ik kende die ogen. Maar waarvan? En wie had mijn naam geroepen? Naast mij bewoog mijn vrouw onrustig, maar ze werd niet wakker.
Ik ging weer liggen en staarde heel lang naar het plafond, voordat ik weer in slaap viel.
De volgende dag hield de droom van de huilende baby mij dusdanig bezig, dat ik alles aan mijn vrouw vertelde. Ze haalde alleen haar schouders op en ging over tot de orde van de dag. Enkele dagen later herhaalde de droom zich. Wederom schrok ik wakker en staarde behoorlijk lang naar het plafond, voordat de slaap bezit van mij nam. Ik heb mijn vrouw wederom in vertrouwen genomen.
Opnieuw haalde ze alleen maar nietszeggend haar schouders op. Weet je… Elk mens droomt, elke nacht. Dromen kunnen de meest bizarre vormen aannemen. Sommige dromen blijven je bij, andere ben je zo weer vergeten, maar er was iets met deze droom. Er was iets mee, maar ik kon er niet de hand op leggen. De ogen van de baby hielden me bezig, maar ook de stem die mijn naam riep.
De droom diende zich enkele dagen later weer aan, maar dan in een andere vorm. Ik was in een soort blokhut, die op een grote rotsachtige vlakte stond. In de blokhut was een deur en achter die deur vandaan, kwam mij het gehuil van een baby tegemoet. Ik wist direct dat het om dezelfde baby, als uit de vorige twee dromen ging. Ik snelde naar de deur en rukte de deur open. Op de kale, houten vloer lag dezelfde baby, met die vertrouwde ogen, luid krijsend, mij verlangend aanstarend.
Er viel me nog iets op. Het leek wel, alsof de baby mij herkende. Toen ik mijn handen naar de baby uitstrekte, begon de hut te trillen. Verschrikt richtte ik mij weer op. Overal om mij heen begonnen houten balken in te storten. Beschermend bracht ik mijn handen boven mijn hoofd. De vloer schudde en beefde en scheurde opeens open. Stofwolken drongen mijn neusgaten binnen. De hut stortte in. Luid schreeuwend en heftig met mijn armen maaiend, schrok ik wakker. Hijgend staarde ik om mij heen. Ik baadde in het zweet. Mijn vrouw was ook wakker geschrokken, zat recht overeind in bed en keek me met grote ogen aan.
“Allemachtig, wat een luide schreeuw,” sprak ze verbaasd, “dat moet nogal een droom zijn geweest.” Ik zei niets, keek rond in de schemering van de kamer, slikte en sprak slechts: “Die baby was er weer en de baby huilde. Ik ken die baby. Ik ken zijn ogen.”
“Je droomt wel veel en steeds over een baby. Anand, wees eens eerlijk: wat wil je? Moet ik stoppen met de pil? Misschien wil je onbewust toch een kind en daarom droom je er steeds over. Moet ik stoppen met de pil? Zullen we een kindje nemen?”
Ik schudde traag mijn hoofd, voordat ik mijn vrouw aankeek en antwoordde: “Er is iets met deze droom, maar ik weet niet wat. Maar nee, je hoeft niet te stoppen met de pil. Waarom zouden wij een kind nemen? Het loopt toch weer uit op een miskraam en de artsen kunnen niets vinden. Het gaat lekker zo, laat het dan ook zo! Zes keer een miskraam is meer dan genoeg.”
Enkele dagen later werd ik weer overvallen door een droom. Ik stond weer in een onaards aandoende landschap met bloemen, planten en vogels in ongekend mooie, felle kleuren. Het uitspansel was niet blauw, maar had een zilveren glans. In de verte kronkelde een rivier zich als een zilveren lint door het frisgroene gras. Achter de rivier bevonden zich heuvels met lichtgevende bomen en drie regenbogen vormden bruggen over de beide oevers van de rivier.
Ik hield mijn adem in van zoveel natuurschoon. Opeens weer een gehuil Ik had het een beetje verwacht. Ik blikte zoekend rond. Geen mens te bekennen. Door een vreemde drang aangespoord haastte ik mij naar de bron van het geluid. Toen ik even later zwaar ademend stilstond aan de oever van de rivier, zag ik een mandje in het water dobberen met de bekende baby erin. Het naakte lichaam reikte met twee handjes naar mij. Ik bukte me voorover om de baby met mandje en al uit het water te tillen, toen ik een soort kolkend en borrelend geluid hoorde. Ik keek naar rechts.
Eén enkele golf van wel drie meter hoog, die leek te leven, raasde over het wateroppervlak en voerde het dobberende mandje mee, terwijl ik hulpeloos toekeek, hoe het huilende mannetje werd meegesleept door het water. Ik begon te rennen langs de oever van de rivier, vast van plan om het mandje met de baby te bemachtigen. De levende golf was me echter steeds te snel af. Op de toppen van de golf werd het mandje met de baby steeds verder van mij weggevoerd.
Ik rende wat ik kon, ik gaf alles, mijn longen stonden op knappen en ik hijgde als een blaasbalg. Mijn voeten vlogen over de grond, ik struikelde, rolde onverhoeds in het water en ontwaakte schreeuwend en wild met mijn armen zwaaiend, in mijn bed naast mijn vrouw, die mij wederom met grote ogen aankeek in het duister van de slaapkamer. Ze knipte het lampje op haar nachtkastje aan en keek me verbaasd aan.
“Nachtmerrie? De baby?” vroeg ze kort.
Ik knikte. Wat moest ik anders doen? De dromen hielden mij bezig. Ik deelde mijn dromen met steeds meer mensen.
Op een avond ging ik met mijn vrouw uit eten in Blauwgrond. Je weet dat Blauwgrond heel populair is bij mensen die van lekker eten houden. Bijna de hele straat, bestaat uit Javaanse inwoners, die allemaal hun eigen warung hebben op hun perceel, waar de heerlijkste Surinaamse gerechten worden opgediend. De woonhuizen maken vaak deel uit van de warung.
Blauwgrond is bijna zeven dagen per week geopend en met name in de weekenden is het vanaf de vroege avond tot vroeg in de ochtend stervensdruk met Surinamers en toeristen, die hun tong verwennen met de heerlijkste, culinaire, Javaanse creaties. Als je lekker wilt eten, dan moet je in Blauwgrond zijn. De prijzen zijn schappelijker en het eten is vaak smakelijker dan de troep die in luxe restaurants wordt geserveerd. Mijn vrouw zat te smullen van een portie bami met kip en ik was aan het genieten van een bord nasi met kip en Javaanse garnalensambal. Heet, maar erg smakelijk.
Twee tafels verder, schuin tegenover ons, zat een Javaans gezin te smullen. Er zat ook een oude, Javaanse vrouw aan die tafel, die wel erg vaak naar mijn vrouw en mij keek. Zo vaak zelfs, dat ik me ongemakkelijk begon te voelen. De ogen van de dame, kruisten steeds vaker mijn ogen en ik was degene die steeds de blik neersloeg, of wegkeek. Die dame begon mij te irriteren.
“Die oude Javaanse dame kijkt steeds naar mij,” siste ik naar mijn vrouw.
“Wie?” vroeg ze.
“Die daar,” sprak ik met volle mond en maakte een knikbeweging met mijn hoofd. Mijn vrouw volgde mijn blik, haalde toen haar schouders op en zei: “Eet maar door, het is gewoon toeval. Trouwens, wat dacht je ertegen te doen? Iedereen mag kijken, waar hij, of zij wil.”
Na de maaltijd, bestelde ik nog een glas dawet: de ijskoude drank, roze gekleurd, met maïzena brokjes erin en gemengd met uitgekookt sap van citroengras, wat het drankje een heerlijke smaak verschaft.
Ik nam een slok en toen ik opkeek, stond de Javaanse oude vrouw opeens voor mijn neus. Ik verslikte mij bijna van schrik. Ik keek omhoog naar haar hoekige gelaat, haar grijze, in een knot gebonden haren en vooral naar die ogen, die mij onderzoekend opnamen. Mijn vrouw was opgehouden met eten en keek beurtelings van de vrouw naar mij en omgekeerd.
“Waarom doen jullie het?” vroeg de oude vrouw opeens.
“Pardon?” vroeg ik verbaasd.
“Waarom doen jullie het?” vroeg ze opnieuw met een soort verwijt in haar stem.
“Waarom doen wij wat?” vroeg ik duidelijk geïrriteerd.
“Dat kind wil geboren worden, maar jullie houden het tegen,” sprak ze.
Ik keek mijn vrouw verbijsterd aan en zij blikte even verbijsterd terug.
“Oma,” sprak mijn vrouw, die zich eerder herstelde dan ik, “waar heeft u het over?”
“De baby waar uw man over droomt. Uw man droomt niet voor niets. Die baby wil terug, hij wil geboren worden bij jullie, maar jullie voorkomen het.
Daarom huilt de baby, hij treurt. Zorg dat je stopt met de pil, anders is het te laat en wordt de baby ergens anders geboren: een tweede keus. Jullie zijn eerste keus,” sprak de vrouw.
Ik was met stomheid geslagen. Ik was als verlamd. Hoe wist ze van mijn dromen? Welke baby moest geboren worden? Mijn vrouw begon te hijgen en vroeg: “Ik gebruik de pil, oma. Ik moet wel, want ik heb al zes miskramen gehad. Hoe weet u dat ik de pil gebruik?”
De oude Javaanse dame boog zich voorover, greep beide handen van mijn vrouw op een troostende wijze beet en sprak: “Alles in het leven heeft een doel, een reden en elke ziel die geboren wordt en die vele vele keren herboren wordt, heeft ook een doel. Niemand komt voor zijn tijd. Stop met de pil, zodat de baby die nu in de wacht staat, geboren kan worden.”
“Maar hoe weet u,” begon ik. Verder kwam ik niet, want de dame liet de handen van mijn vrouw los, die zachtjes begon te huilen.
De Javaanse dame richtte zich op, keek mij indringend aan en zei: “Ik weet veel en zie dingen die jullie niet zien, dat is alles.”
“Ma, is het weer zover? Kom je nog verder eten?” riep één van de mannen aan haar tafel. De oude, Javaanse dame draaide zich om en schreed statig terug naar haar eetgezelschap. Opeens stond ze stil, wendde zich om en richtte zich tot mij.
“Het is je vader… Dat kind… Je vader wordt herboren als jouw zoontje. Heb je die ogen dan niet herkend?” Ze liep weg. Ik zat daar als versteend. Allerlei gedachten warrelden door mijn hoofd. Flarden van de dromen, dansten voor mijn ogen. Ik voelde tranen prikken achter mijn ogen en ik wist niet eens waarom. Abrupt stond ik op en wandelde naar het toilet. Toen ik terugkeerde, was het gezelschap aan de andere tafel spoorloos verdwenen.
Mijn vrouw zat moederziel alleen aan tafel en depte haar ogen.
“Ik ga afrekenen en dan gaan we,” sprak ik kort. Ze knikte. Toen we in de auto zaten, sprak ik haar aan.
“Shanti, die Javaanse dame heeft gelijk. Je moet direct stoppen met de pil. Je gaat geen miskraam krijgen, deze keer niet. Het gaat goed aflopen, dat weet ik. Weet je waarom? Ik vertelde jou toch dat ik de ogen van de baby kende? De baby is mijn vader! De baby in de dromen heeft de ogen van mijn vader. In één van die dromen werd mijn naam geroepen… heel luid…
Het was de stem van mijn vader die mij riep! Echt Shanti, die merkwaardige Javaanse vrouw heeft gelijk. Mijn vader staat te popelen om geboren te worden en dan ook nog bij ons. Hoe die vrouw alles wist, zal wel altijd een raadsel blijven, maar ze heeft gelijk.” Toen pas bekende mijn vrouw dat ze eigenlijk al een hele tijd wilde stoppen met de pil, omdat ze niet meer achter haar beslissing van destijds stond. Ze was echter bang voor mijn reactie, mocht een eventuele zwangerschap wederom in een miskraam eindigen en daarom had ze mij niet in vertrouwen genomen over haar kinderwens.
Nou meneer Ramdhani, laat me je vertellen: mijn vrouw stopte met de pil en de heren wetenschappers zeggen dat het maanden tot een jaar kan duren, voordat de pil is uitgewerkt, maar dat is onzin hoor. Binnen twee maanden was mijn vrouw zwanger. Alles verliep voorspoedig en sinds twee jaar zijn we de trotse ouders van een prachtige zoon. Iedereen zegt dat de baby op mijn overleden vader lijkt, alleen mijn vrouw en ik weten, dat ons zoontje mijn overleden vader IS!
Hij heeft de ogen van mijn vader. U weet, wij Hindoes geloven in reïncarnatie en ik geloof stellig dat mijn vader is herboren als mijn zoontje. Waar ik meer over pieker, is het volgende: de meeste Javanen in Suriname zijn Moslims, of Christenen en zij geloven niet in reïncarnatie. Hoe is het dan mogelijk, dat uitgerekend een oude Javaanse dame met duidelijk bovennatuurlijke gaven, mij wegwijs maakte in de wereld van mijn dromen en beweerde dat mijn vader zou reïncarneren als mijn zoontje? O ja, sinds dat mijn vrouw stopte met de pil, stopten ook de dromen, die ik had over de huilende baby. U mag denken wat u wilt van mijn verhaal. Ik weet wat ik weet en ik ben heel blij met mijn zoontje.
🌺Dit verhaal is mij verteld door de heer Anand P. en mevrouw Shanti P. B.
⭐️= Het verhaal is geplaatst zoals die ontvangen is.
Reactie plaatsen
Reacties