🟥 Ingezonden door: B.R
⚜️WAT MIJN VADER MEE MAAKTE⚜️
———————————
Dag lieve OST Leden, dit zijn twee korte tories van heel lang geleden. Mijn grootvader vertelde mij het eerste verhaal en het tweede verhaal vertelde mijn vader mij.
Op een avond stonden twee mannen voor een winkel in de Zwartenhovenbrugstraat op de hoek van de Domineestraat.
Ze waren naar de bioscoop geweest en ze hadden nog geen zin om naar huis te gaan. De sfeer was veel te gezellig dus bleven ze rond hangen bij een winkel. Ze hadden in de winkel een krentenbol en een cola gekocht en ze aten en dronken, terwijl ze druk aan het torie praten waren. Het werd later en later. Op straat werd het stiller en stiller, echt een beetje eng stil. Bovendien was het zoals overal in de stad nogal donker, want de gaslantaarns zorgden slechts voor een schaarse verlichting.
In hun blauwgelige licht ontstonden grillige, bibberende schaduwen die misschien van struiken waren, misschien van bladeren van de bomen en misschien ook niet. Toen naderde een jongedame de mannen vanuit de Steenbakkersgracht ... Het was een hele mooie dame. Ze liep langzaam met wiegende heupen op zeer hoge hakken. Ze was helemaal alleen!
"Ha," zei een van die mannen, "ik wil wel eens kennismaken met die dame." - "Dan ga ik naar huis," zei zijn vriend, "maar ik denk niet dat het je lukt."
"Hallo, schone dame, wat loopt u zo alleen? Mag ik u thuis bezorgen?" De vrouw antwoordde niet, maar ze glimlachte wel. De man zag dat als een aanmoediging en ging naast haar lopen en hoewel de vrouw niets zei, dacht die man toch: Ze vindt me aardig. Als ik haar thuisbreng, vraagt zij vast of ik even binnenkom. En hij vertelde het ene mooie verhaal na het andere en zo kwamen ze bij de Tourtonnelaan en daar hoorde de man de torenklok twaalf uur slaan.
De Tourtonnelaan, waaraan een begraafplaats en lijkenhuis liggen, is ook zo'n straat waarvan iedereen weet dat het er spookt. Daar kun je 's nachts de witte ruiter zien, een officier in uniform, helemaal in het wit gekleed, behangen met medailles, op een witte schimmel. Hij schijnt ook op het Kerkplein rond te rijden en men zegt dat het de geest van gouverneur Van Sommelsdijck is.
In de Zwartenhovenbrugstraat daarentegen houdt bij de Froweinkoker een bruine officier te paard de wacht. Maar volgens agent Seymonson, een hele bekende politieman tegen die periode, is dat geen ruiter te paard, maar een mens met paardebenen, dus... een geest! Op een nacht kwam een rijzige figuur naar hem toe die om vuur voor zijn sigaar vroeg. Agent Seymonson haalde een doosje lucifers uit zijn zak, streek er een af en in het licht van het lucifersstokje heeft hij toen die paardevoeten gezien! Hij is er snel vandoor gegaan!
Bij de Oranjetuin, de begraafplaats tussen de Gravenstraat en de Nassylaan, kon je elke nacht Sluierdame zien. Ze was een vondelinge. Eva Trouvée heette ze, kijk het maar na, ze heeft echt bestaan, haar naam komt voor in de Burgerlijke Stand. Zij is op de dag van haar huwelijk gestorven en begraven in haar trouwjapon. Daarom zit zij daar bij de begraafplaats zo hard te huilen. Zij is ook bij de Palmentuin gezien, bij die hoge brug. Daarom mogen wij daar niet in de buurt komen als het schemert, want Sluierdame rent achter je aan om je te pakken!
Maar goed, ….
Ik ga door met vertellen.
Ik dwaalde even af.
Die man stond om twaalf uur 's nachts in de Tourtonnelaan en die vrouw die hij naar huis wilde begeleiden, was opeens gekleed in een lange witte jurk: een lijkgewaad! Haar ogen waren groot en pikzwart. Ze begon te lachen met vieze ongelijke scherpe tanden. Het geluid van de enge lach ging door merg en been. Haar huid was bleek en wit als een lijk. Er was niks meer van die hele mooie dame overgebleven. Hij schrok nog het meest van haar voeten. De hielen zaten achterstevoren, de tenen wezen naar achteren! Hmmmm, dan weet je zeker dat je met een geest te maken hebt.
De man rende weg. Vijf straten verder, voor zijn huis... zag hij weer die vrouw staan, maar hij aarzelde niet, hij holde dwars door haar heen, stootte de deur open en goddank, hij was binnen. Zijn vader kwam naar beneden en vroeg boos: "Wat voor lawaai maak je?" Maar die man heeft niets gezegd en daarom heeft hij het kunnen navertellen. Iedereen weet dat je nooit direct mag zeggen dat je een geest hebt gezien, want dan word je ziek en in sommige extreme gevallen ga je binnen drie of acht dagen dood. Ligt er maar net aan wat voor ‘takroe sanie’ je tegen gekomen bent.
Ik heb nog ergens gehoord dat je s’nachts bij de brug op Charlesburg moet oppassen voor een grote, witte hond. In die gedaante schijnt de geest van die plaats zich te vertonen. Dat verhaal kan ik niet controleren, maar mijn vader en zijn broer hebben eens 's avonds laat - ze kwamen van een vergadering - in de Zwartenhovenbrugstraat twee heel grote, zwarte honden gezien. Overal waar ze gingen, liepen die honden voor hen uit, maar ze zeiden er niets over.
Pas dagen later hebben ze erover gepraat en toen bleek dat zij allebei die honden hadden gezien. Mijn vader zou daarover nooit liegen. Nu is het wel zo, dat mijn vader en zijn broer tweelingen zijn en iedereen weet dat die helderziend zijn, net als mensen die met de helm zijn geboren.
⭐️⭐️= Het verhaal is 40% herschreven door de OST Beheerder Yvanna Hilton.
Reactie plaatsen
Reacties