🟪 Ingezonden door: Alexandra
⚜️HET DORP VAN MIJN GROOTOUDERS⚜️
————————
Hallo Yvanna en alle OST leden. Mijn naam is Alexandra en hier heb ik weer een kort verhaal voor jullie. Dit verhaal gaat over mij en rust zoals al mijn andere verhalen op de waarheid.
In mijn jongere jaren brachten mijn ouders mij heel vaak naar het binnenland. Vooral de dorpen langs de Marowijne bezochten wij vaak. Een keer, het was in augustus, besloten mijn ouders de vakantie doortebrengen in het dorp van mijn vader. Het is een dorp gelegen op Frans grondgebied niet ver van Maripasula. Mijn grootouders waren altijd blij als wij er waren en ook deze keer waren wij allen super enthousiast.
Het dorp ligt op een heuvel en in die tijd was er nog geen leiding water. Voor water moesten wij dus naar beneden om flessen of emmers te vullen. Op een dag stuurde mijn oma mij om flessen te vullen. Het waren van die twee liter flessen en oma had zeker 4 flessen in een mand gezet voor mij om te vullen. Ik liep vrolijk naar beneden en begon de flessen bij een kraan te vullen.
Let wel, als je beneden bent ben je al bijna bij de rivier. Plotseling kreeg ik het gevoel dat ik bekeken werd. Ik voelde echt ogen gericht op mij. Ik keek dus naar de rivier, maar kon niets zien. Ik kreeg een heel ongemakkelijk gevoel en voelde mij angstig worden. Ik heb de flessen snel gevuld en liep zo snel als ik kon de heuvel op richting mijn oma’s huis. Toen ik thuis was heb ik maar niets gezegd, omdat ik dacht dat ik het mij wel verbeeld zal hebben.
S’avonds sliepen wij in hangmatten en die avond ben ik vroeg gaan slapen. Ik weet niet precies hoelaat het was, maar ik werd plotseling wakker. Het was pikdonker en ik voelde dat ik niet alleen was. Het vreemde was dat ik niet eens kon praten of bewegen. Ik wilde mijn moeder roepen, maar dat lukte niet. Mensen, ondanks ik geen hand voor ogen kon zien zag ik plots een gedaante naast mij. Het was zwart en groot en leek op een man, maar alleen zonder gezicht. Ik zag armen en benen romp enzo, maar dus geen gezicht.
Het wilde bij mij in de hangmat komen liggen. Toen kon ik plotseling wel gillen, maar tegelijkertijd kreeg ik ook vreselijke krampen aan mijn kuiten. Het was de eerste keer en het deed echt pijn. Mijn vader masseerde mij en de krampen gingen over. Ik vertelde mijn moeder en ze dacht dat het door de krampen kwam ofzo. Moet je weten, ik was heel jong. Ik denk 12jaar of zo. Er werd niet meer over het geval gesproken en ik vergat het dan ook. We genoten verder van onze vakantie. We speelden slagbal en voetbal.
Kort voor we terug zouden keren naar Paramaribo vroeg mijn oma mij om met haar meetegaan naar de kostgrond. Ze wilde namelijk cassave en kwak voor ons maken om meetenemen naar de stad. Ik kreeg een gevlochten mand en een kleine houwer. Oma had een speciale hond die “Patoe” heette. Patoe was een herdershond dus hij leek op wolf naast ons. Toen we in oma’s kostgrondje bezig waren cassave te trekken begon Patoe plots heel hard en agressief te blaffen.
Hij bleef naar 1 richting kijken en ik keek dus ook naar de richting waarnaar Patoe blafte. De plek was leeg, maar toen Patoe maar niet stopte met blaffen kwam oma ook kijken. Ze keek de zelfde richting op en ik zag dat ze schrok. Ze keerde zich naar mij en zei dat het genoeg was voor vandaag en dat we terug naar het dorp zouden keren.
Oma had plotseling haast en voor de denkt waren we weer op pad richting oma’s huis. Oma liep voor mij en ik liep zeker een meter achter haar. Je moet voorstellen, ik had nu een mand met cassave op mijn hoofd. Het was zeker een halfuur lopen naar huis en ik deed alle moeite om oma bijtehouden want ze liep heel snel nu. Ik zakte mijn hoofd om te kijken waar ik liep en toen ik opkeek was oma verdwenen. Zelfs Patoe zag ik niet meer. Ik volgde de pad gewoon maar ik kwam steeds op dezelfde plaats terecht.
Langzaam drong het tot me door dat ik was verdwaald. Nog een keer probeerde ik de pad te volgen, maar zonder resultaat. Weer kwam ik op dezelfde plek terecht. Ik begon toe te snikken en vroeg mij af wat er gebeuren zou. Na een hele poos hoorde ik Patoe’s geblaf. Ik riep hem toen: Patoe, patoe…Hij hoorde mij en kwam op mijn stemgeluid af. Toen ik hem zag zakte ik neer en ik was nooit zo blij om een hond te zien. Op de een of ander manier gaf Patoe me kracht en ik voelde me plotseling sterk en dapper.
Ik keek naar boven en op dat moment leek het alsof iets me de weg wees naar het dorp. Patoe liep voor mij, achter mij en blafte zo nu en dan. Ik kwam wel in het dorp aan, maar op een heel ander plek van het dorp. Ik herkende de huizen wel en liep gelijk richting oma’s huis. Me moeder zag mij het eerst en rende gelijk naar me toe. Ze had tranen in haar ogen vertelde mij dat er zeker al een uur verstreken was.
Ze zei oma dacht al die tijd dat ik achter haar liep want ze hoorde normal mijn voetstappen en als ze vroeg als alles goed was hoorde ze normaal me stem: Ja oma. Pas toen ze thuis was toen ze zich keerde zag ze dat ik er niet was. Ze riep gelijk mijn opa, die piajman was en vertelde wat er was gebeurd. Bleek dat Patoe niet zomaar had geblaft, want toen oma keek zag ze een zwarte man met rare vlechten zonder gezicht maar met grote witte tanden.
Vandaar dat ze dus plotseling haast had om weg te gaan. Opa stuurde mijn vader en enkele mannen van het dorp om mij te zoeken. Ze pakten hun geweren en houwers en gingen dus gelijk het bos in om mij te zoeken. Ondertussen begon opa met zijn marakka rituelen te doen. Patoe ging met de heren mee en hij was het dus die me vond. Mijn vader kwam iets later terug en hij was natuurlijk blij dat ik inorde was. Opa heeft die avond flink marakka liederen voor mij gezongen.
Mijn moeder vertelde mij de volgende dag dat opa Tamushi, God, en de goede geesten heeft bedankt dat ze mij beschermd hebben en dat ze Patoe begeleid hebben naar mij. Bleek dat het een bosgeest was die oma had gezien. Hij zag mij en wilde mij dus meenemen, vandaar ik plotseling de weg niet meer kon vinden. Gelukkig heeft opa snel gereageerd.
We sliepen dus heel laat die avond. Plotseling werden we later op de avond gewekt door een harde wind. Het leek zo eng. Dus het was wind en een eng geluid tegelijk. Iedereen werd wakker en mijn vader wilde gaan kijken, maar opa stopte hem. Hij zei dat we gewoon rustig bij elkaar moeten zitten. Mijn vader stond erop toch even te gaan kijken en oma wilde ook dat Patoe naar binnen moest koken.
Opa weigerde steevast dat de deur geopend werd. Alle honden van de buurt begonnen plotseling te blaffen. Heel hard te blaffen ook. Ik hoorde Patoe een geluid maken alsof iemand hem had geslagen en daarna werd het stil.Muisstil. Opa zei nog steeds dat we niet naar buiten mochten gaan. Niemand heeft meer geslapen en zodra het licht werd gingen de ouderen naar buiten. Oma zocht gelijk naar Patoe, maar Patoe, oma’s trouwe hond was nergens te vinden. We zochten overal naar Patoe, maar er was geen spoor van hem.
Oma begon te huilen toen ze begreep dat Patoe voorgoed weg was. Ik kreeg toen hevige koorts , maar na een flinke kruidenbad en een tapoe van opa was ik gauw weer de oude. Toen het tijd was om terug te keren naar de stad beloofde ik mezelf dat ik verlopig niet meer zou keren naar het dorp van mijn grootouders. Het is mij altijd bijgebleven en ik praat er soms nog over. Ik vroeg mij altijd af wat er precies met Patoe was gebeurd.
Pas jaren later vertelde mijn moeder dat Patoe zichzelf had opgeofferd. De bosgeest wilde dus perse iemand kwaad doen en zou dus niet stoppen, maar geloof het of niet, onze trouwe hond Patoe heeft dus alle slag genomen. Soms denk ik nog steeds aan hem en kan alleen hopen dat zijn hondezieltje rust en vrede heeft. Ik heb mij aan mijn woord gehouden, ik ben nooit meer naar het dorp geweest. Ik ben nu bijna 45 jaar.
Oma leeft nog en vraagt mij steeds wanneer ik mijn zoon breng op vakantie. Steeds zeg ik dat ik wel een keer ga, maar in mijn hart weet ik dat ik het niet kan en ook niet wil. We zien oma wel op andere plekken en gaan zelfs ook op vakantie. Alleen niet meer in het dorp. Dit verhaal draag ik daarom op aan oma’s dappere en trouwe hond, Patoe.
⭐️= Het verhaal is geplaatst zoals die ontvangen is.
Reactie plaatsen
Reacties