STORY 257: HET KWAAD IN DE GROND

Gepubliceerd op 9 maart 2023 om 23:56

🟪 Ingezonden door: radjindre ramdhani

                      ⚜️HET KWAAD IN DE GROND⚜️

———————————

Ja, een mens maakt wat mee in zijn leven. Als je groot en volwassen bent geworden zonder schokkende ervaringen, die het menselijk bevattingsvermogen te boven gaan, dan denk je dat je alles onder de zon wel gezien hebt.

 

Maak je een keer iets mee wat je bevattingsvermogen te boven gaat, dan schrik je jezelf een beroerte! Ik ga je een verhaal vertellen, dat echt gebeurd is. Ik vertel je mijn verhaal, omdat je zo lang hebt aangedrongen om jou iets vreemds te vertellen, mocht ik althans iets vreemds hebben meegemaakt. Jij moet mij beloven om niet mijn naam af te drukken in jouw boek. Voor mij zou het namelijk maatschappelijk funeste gevolgen hebben. Waarom? Ik ben een vooraanstaand lid van de arya samaaj gemeenschap: één van de vele hoofdstromingen binnen het Hindoeïsme.

 

Na de vreemde gebeurtenissen, die ik jou straks zal vertellen, heb ik hulp gezocht bij een geestelijke van de sanatan dharma stroming de grote tegenhanger van de arya samaaj. De Sanatan Dharma aanhangers geloven in meerdere Goden, geesten, spoken, duivels, heilige koeien, het kastenstelsel, dat de man boven de vrouw staat en ze vereren beelden. De aanhangers van de Arya Samaaj geloven slechts in één God, beeldenverering wijzen ze af, mannen en vrouwen stellen ze gelijk, ze verwerpen het kastenstelsel, evenals het bestaan van geesten en spoken.

 

Dat is het wezenlijke verschil tussen de genoemde twee hoofdstromingen binnen het Hindoeïsme: de sanatans geloven echt in alles, inclusief meerdere goden, terwijl de arya samaaj al het zweverige afwijst en slechts gelooft in één God. Mocht ooit bekend worden dat ik in het verleden hulp heb gezocht bij een sanatan-pandiet, een geestelijke van de tegenpartij, dan kan ik het wel schudden in mijn eigen kring van arya samaaj aanhangers. Dus je mag mijn naam niet vermelden. Goed, daar gaan we dan!

 

Ergens in Paramaribo had ik een huis laten bouwen. Een simpele woning met drie slaapkamers, een voorkamer, badkamer, toilet, keuken en een veranda aan zowel de voorkant als de achterkant van de woning. Rondom het huis had ik de beschikking over een groot woonerf. Dit alles werd omsloten door een stenen muur van anderhalve meter hoog. Op een goede dag was de woning klaar en verhuisde ik met mijn vrouw naar onze eigen woning. Daarvóór hadden we bij mijn ouders ingewoond.

 

Mijn vrouw en ik hadden beiden hard gewerkt en gespaard voor de woning en toen we de woning betrokken, voelden we ons heel tevreden. Ik bedoel te zeggen, dat het een goed gevoel geeft, om een eigen stek te hebben… Een eigen huis, gebouwd van je eigen geld, verdiend met eerlijk arbeid. Mijn vrouw en ik voelden ons de koning te rijk en zeer voldaan. De eerste paar weken waren we druk in de weer om de woning echt van woongenot te voorzien. Ach, je kent dat wel: de inrichting, de meubels, gordijnen uitzoeken, allerlei snuisterijen aan de muren hangen, bloemen planten voor de veranda, de tuin een net aanzien geven… Je weet wel wat ik bedoel.

 

Na een maand hadden we onze draai gevonden. Alles ging heel goed. We konden ons geluk niet op. Ik kan achteraf niet duidelijk plaatsen wanneer de ellende begon. Ik weet wel waarmee het begon. Ik had in de tuin kousenband geplant. Kousenband is een heerlijke groente. De plantjes waren voorspoedig gegroeid. De lange dunne uitlopers hadden zich om de steunstokken gewikkeld en de bloemetjes waren veelbelovend geweest. Niets wees erop, dat er ook maar iets fout kon gaan. Toch ging het mis.

 

Mijn vrouw attendeerde mij op een dag op de gesteldheid van de kousenband. De uitlopers van de plantjes begonnen te verflauwen en uit te drogen. Juist op een kritiek moment: de planten droegen de eerste, lange slierten kousenband. Ik was natuurlijk bezorgd. Ik onderzocht de planten op ziekten, maar kon niets vinden. ‘Misschien moeten ze gewoon meer water krijgen,’ opperde mijn vrouw. Ik gaf de planten dus dagelijks extra water. Maar helaas… ze kwijnden als het ware weg, waar ik bijstond. Steeds meer dooie stukjes, steeds meer afgevallen gele bladeren….

‘Misschien geef ik teveel water,’ zei ik tegen mijn vrouw.

 

Ik gaf de planten minder water. Helaas ging het afbraakproces verder. Nog erger: alles in de tuin kwijnde weg! Bloemen, groenten en fruitbomen werden met de dag bruiner. Gezonde takjes verkoolden binnen een dag. Ik begreep er niets van. Ik haalde er verscheidene kennissen en ervaren tuinders bij en die begrepen er ook niets van. Geen ziekten, geen wormen, die de wortels opaten, niets! Toch stierf alles af, tot groot verdriet van mij en mijn vrouw.

 

Uiteindelijk heb ik alles moeten afgraven, opruimen en weggooien. Daarna begon ik de tuin opnieuw te beplanten. Je raadt het waarschijnlijk al: opnieuw stierf alles af. Weer geen oorzaak te vinden. Een kennis van me opperde dat mijn buren misschien slechte bedoelingen met me hadden, of jaloers waren en wellicht stiekem één of ander gif op mijn woonerf hadden gegoten. Ik wees die veronderstelling resoluut van de hand. Mijn buren waren hele aardige mensen, die mij met alles hielpen. Ze waren ook begaan met mijn lot en hadden mij zelfs gratis zaden van allerlei groenten geschonken.

 

Mijn vrouw was inmiddels vijf maanden zwanger. Niets wees op problemen. In de zesde maand ging het toch mis. Ze kreeg een miskraam. De miskraam kwam heel onverwacht, midden in de nacht, thuis. Een heel gedoe, een bloederige toestand, de dokter er later bij. Hulp van de buren en familieleden. Nou ja, je kent het wel. De miskraam was een grote klap voor ons beiden. We hadden ons beiden heel erg verheugd op ons eerste kindje.

 

Mijn rechterbuurman kwam op een middag naar me toe om met mij te praten.

‘Misschien moet je naar iemand toe, die iets afweet van bovennatuurlijke zaken,’ sprak hij.

‘Wat bedoel je?’ vroeg ik.

‘Nou, een pandiet, een Hindoestaanse priester.’

‘Waarom?’ vroeg ik.

‘Ik weet niet of je het in de gaten hebt,’ sprak hij, ‘maar deze grond is niet goed. Er schuilt kwaad in. Alles wat je plant sterft keer op keer af. Alles! Er groeit zelfs geen onkruid op je erf, terwijl ik dagelijks moet vechten tegen het alles overwoekerende onkruid.

 

Je vrouw kreeg een miskraam, terwijl alles eerst zo goed ging. Zie je het niet? Er is iets mis met de grond. Vergeet niet, dat deze grond onbewoond is geweest. Jullie hebben er zelf als eersten een huis op laten bouwen. Wie weet wat hier in de grond zit!’

‘Beste buur,’ sprak ik lachend, ‘alles is gewoon toeval. Ik geloof niet in die poespas. Ik behoor tot de arya samaaj. En mocht er al iets niet in orde zijn, dan komt met de tijd alles wel goed. Ik geloof in God en er is geen macht sterker dan God. Hij zal ons wel helpen.’

 

Ik reageerde, zoals ik van mezelf verwachtte te reageren. Ik geloofde in God en mijn God was machtiger dan welke kracht ook. Trouwens, als goede gelovige wist ik dat God de enige macht was. Er bestonden geen duivels, goden, geesten, of iets als demonen. Ik geloofde ook niet in het bestaan van satan. Elk mens was zelf verantwoordelijk voor zijn goede en slechte daden. Elk mens is God en satan.

Driekwart jaar later kreeg mijn vrouw een tweede miskraam. Nog steeds groeide er niets op mijn erf.

 

Wel wat klein onkruid, maar niets wat ik plantte, overleefde. Mensen gingen steeds meer praten over ons. Ik bedoel: je kent de Surinaamse gemeenschap. De hele buurt kent elkaar en nieuwtjes gaan snel rond. Ik werd bedolven onder ‘goede’ adviezen. Er zou een duivel rondwaren op mijn erf. Er zou iemand begraven liggen onder mijn huis. Iemand zou een vloek over mij hebben uitgesproken. Iemand zou het Boze oog over mijn bezit hebben laten gaan. Er waren mensen, die zeiden dat ik mijn vrouw in de steek moest laten, omdat ze vervloekt zou zijn.

 

Ze had immers twee miskramen gehad. Het was heel vreemd in Hindoestaanse kring. De schuld van de miskramen werd bij mijn vrouw gelegd en niet bij mij. Enkel en alleen, omdat ze een vrouw was. Alsof zij er iets aan kon doen! Belachelijk! Mijn vrouw kreeg een derde miskraam. Allerlei wilde verhalen deden de ronde over mijn huis. Er ontstond een subcultuur met eigen legenden rondom mijn woning. Iemand zou een geest hebben zien ronddwalen op mijn erf toen hij ’s avonds terugkeerde van familiebezoek.

 

Een ander wist zich te herinneren dat bij de bouw een timmerman op onverklaarbare wijze een hamer op zijn duim had gekregen en een andere bouwvakker was met een voet in een spijker gestapt. Alle normale gebeurtenissen werden overgoten met een bovennatuurlijk sausje. Ik baalde van alle verhalen en alle goedbedoelde adviezen. Desondanks voltrok zich een verandering in mijn denken. Na de derde miskraam, waarvoor de artsen geen verklaring konden geven, ging ik goed nadenken. Ik moest toen aan mezelf bekennen dat het toch wel vreemd was.

 

Miskramen zonder redenen en misoogsten zonder oorzaken! Ik neigde er, ondanks mijn opvoeding, steeds meer toe om de verhalen over bovennatuurlijke zaken serieus te nemen. Mijn vrouw nam de verhalen al langer serieus. Ze had al herhaalde malen bij me aangedrongen om de hulp in te roepen van iemand, die verstand had van dat soort zaken. Ik gaf niet toe, hoewel ik soms aarzelde. Aan mijn aarzeling kwam een eind, toen ik iets vreemds meemaakte. Op een dag zat ik in een schommelstoel op de veranda van de namiddag te genieten. Ik zag een oude Creoolse man over de straat voorbij wandelen. Hij had een zwarte broek en een wit katoenen overhemd aan en hij had een pet op.

 

De oude man wandelde voorbij, stond opeens stil en keek me over de stenen muur aan. Hij schudde zijn hoofd en wenkte naar me. Aarzelend stond ik op uit de schommelstoel. Hij wenkte nogmaals. Ik liep naar hem toe. Ik herkende de man niet. Ik had hem nooit in de buurt gezien. Misschien moest hij de weg weten.

‘Goedemiddag, meneer,’ groette ik. Hij knikte me toe, boog zijn hoofd over de stenen muur en sprak:

‘Het is nog niet te laat. Nog niet.’

‘Waarvoor is het niet te laat?’ vroeg ik verbaasd.

De oude man liet zijn blik over het erf dwalen.

 

Hij knipperde met zijn ogen en sprak: ‘Hoe lang is het geleden dat je gefluit van vogels hebt gehoord op je erf? Wanneer heb je voor het laatst een hagedis gezien of een kikker? Je bent toch niet blind, zoon? Kijk om je heen: bij de buren fluiten vogels en rennen de ratten, hagedissen en kikkers over het erf. Op jouw erf niet, mijn zoon. Hier kan niets groeien en bloeien. Ben je ziende blind? Het kwaad zit in de grond. Laat er iets aan doen. Laat er naar kijken. Zo niet, dan moet je verhuizen voordat het jullie ook te pakken krijgt! Heb je me gehoord, mijn zoon? Ehh? Nou?’

 

Ik knikte stom. De oude, Creoolse man wenste mij een goedemiddag en wandelde rustig verder, terwijl hij allerlei onverstaanbare woorden mompelde. Ik stond zeker een paar minuten wezenloos voor me uit te staren. Daarna liep ik mijn hele erf door. Behalve enige insecten, kwam ik geen ander levend wezen tegen. Geen vogels, geen hagedissen, geen kikkers…. Ik moest denken aan enkele mensen, die in het verleden op visite waren gekomen en hadden gezegd hoe lekker rustig en stil het was waar ik woonde. Inderdaad: te stil!

 

Na die dag besloot ik om inderdaad iemand erbij te halen. Ik moest het echter stiekem doen. Ik wilde mijn reputatie als aanhanger van de arya samaaj geen geweld aandoen. Ik wilde ook niet voor overloper worden uitgemaakt. Ik wist waar een sanatan-pandiet met een goede reputatie woonde. Iedereen noemde de Hindoestaanse priester ‘baba’. Baba is een respectvolle benaming voor een oude man. Ik legde baba mijn probleem voor. Hij beloofde mij te zullen helpen, als er inderdaad sprake was van een kwade kracht en als de kracht zijn macht niet te boven ging. Hij beloofde mij ook geheimhouding tegenover de gemeenschap. Als loon wilde hij niets nemen. Ik was niet verplicht om hem iets te geven. Alles wat ik echter zelf, uit eigen beweging wilde geven, was welkom.

 

Beste Radjindre, ik zal je vertellen…. Wat ik daarna heb meegemaakt! Baba kwam op een dag mijn woning binnen. Hij vroeg of mijn vrouw ongesteld was. Ik vond het een vreemde vraag. Het toeval wilde echter dat mijn vrouw die dag inderdaad ongesteld was. Baba zei dat mijn vrouw dan voor een week het huis uit moest. Zijn rituelen mochten niet opgevoerd worden in de nabijheid van een ongestelde vrouw. Een ongestelde vrouw is volgens het Hindoeïsme onrein. Mijn vrouw was al lang blij dat ik eindelijk een priester te hulp had geroepen en gaf gehoor aan de wens van baba. Ze pakte wat spullen en vertrok voor een week naar haar moeder.

 

‘Ik ga eerst proberen te bepalen of hier inderdaad een kwade macht heerst,’ sprak baba. Hij legde allerlei spullen voor zich en een boek. Hij zat in de lotushouding op de vloer en ik zat in dezelfde houding tegenover hem. ‘ Wat er ook gebeurt, je moet erbij blijven. Je mag niet weggaan of wegrennen. Dat moet je me beloven!’ eiste hij. Ik beloofde het hem met licht onbehagen. Ik geloof eerlijk gezegd best wel dat ik toen een beetje bang was. Baba begon met zijn werk. Hij prevelde allerlei gebeden, deed van alles en nog wat met een glas water en bananenbladeren en leek soms helemaal afwezig te zijn.

 

Hij leek af en toe echt in een andere wereld te verkeren. Het was dag, de ramen van het huis stonden wijd open. Zonlicht stroomde volop de woonkamer binnen, waar we zaten. Toch voelde ik angst tijdens de werkzaamheden van baba. Wat hij allemaal zei en deed was één groot raadsel voor mij.

‘Jaaa,’ hijgde hij opeens, ‘ik heb hem.’ Van het ene op het andere moment parelde het zweet op zijn voorhoofd. Hij hijgde en greep naar zijn maag alsof hij erge pijn had. Ik was bezorgd en wilde opspringen om hem te ondersteunen.

 

‘Denk aan je belofte en blijf waar je bent!’ hijgde hij me toe. Zijn lichaam boog helemaal voorover. Hij raakte met zijn hoofd bijna de grond. Het angstzweet brak me uit. ‘God, waar ben ik aan begonnen?’ vroeg ik me af.

‘Dit is allemaal onzin. Straks sterft die oude nog aan een hartaanval!’ bedacht ik. Ik kreeg al spijt dat ik een priester erbij had gehaald. Toen gebeurde het! Alle borden en glazen in de keuken begonnen te trillen. Ik hoorde het. Ik zweer het je! Ze trilden zo hard! Alsof iemand de keukenkasten en keukenlades met twee reuzenhanden had vastgegrepen en driftig door elkaar schudde. Ik was al bang en toen helemaal! Eerlijk!

 

Ik wist dat er niemand thuis was, op mij en baba na. Wij zaten in de woonkamer op de vloer. Dus hoe kon het aanhoudend geluid uit de keuken verklaard worden? Bang dat ik was, jongen! Het werd nog veel erger! Baba begon te steunen en te kreunen!

‘Hij komt,’ hijgde hij.

‘Wie komt?’ fluisterde ik.

‘Blijf waar je bent. Niet vluchten!’sprak baba.

Zijn woorden waren nauwelijks uitgesproken of een ijskoude wind waaide door de kamer. Vraag me niet wat en hoe en waarom! Ik zeg je dat ik nog nooit zoiets had meegemaakt.

 

Ik dwong mezelf om niet op te staan en weg te rennen. De koude wind kwam niet van buiten. Hij was er opeens, zomaar! Gelijk daarachter kwam het zwarte, donkere IETS! Het was alsof er een schaduw over de zitkamer was gevallen. Het donkere IETS gleed onder de voordeur door naar buiten. Eén seconde had het geduurd en niet langer. Daarna viel het zonlicht weer de kamer binnen. Baba richtte zich op. Hij zag er vermoeid uit. Hij keek me vragend aan. ‘Ik ben oké,’ sprak ik schor en knikte hem toe. Psychisch was ik helemaal in de war.

 

Alles waar ik jaren in had geloofd was in één keer van zijn waarde ontdaan. De wereld, zoals ik hem kende, bestond niet meer. Integendeel: na de vreemde gebeurtenissen te hebben meegemaakt, geloofde ik in duivels, geesten, bezweringen, spoken en noem maar op. Het is een behoorlijke schok, dat kan ik je wel vertellen. ‘Slaap vandaag ergens anders,’ sprak baba, ‘want er is inderdaad een kwade macht hier. Een sterke macht! Morgen kom ik terug om het kwade te verjagen. Ik kan het ongedaan maken.

 

Ik heb de hulp van Hanuman nodig!’ Hanuman is één van de vele goden uit het Hindoeïsme. Hij is één van de meest geliefde en meest aanbeden goden. De westerse wereld kent hem als de god met het apengezicht.

‘Dus er bestaan meerdere goden?’ vroeg ik aan baba.

Baba glimlachte en sprak: ‘Nee. De boodschap van het Hindoeïsme luidt in alle boeken hetzelfde: er is slechts één God! De anderen zijn geen goden, maar halfgoden. Helpers van God. De Christenen en Moslims zouden ze engelen of heiligen noemen. Wij, Hindoes, hebben het over dewtas, halfgoden. Dat begrijpen mensen niet. Daarom leeft de hele wereld vandaag de dag met het misverstand dat het Hindoeïsme een meergoden religie is, terwijl het Hindoeïsme monotheïstisch is.

 

Maar ik heb de kracht van Hanuman nodig. Ik kom morgen terug! Je vrouw mag echt een week lang niet hier verkeren. Andere ongestelde vrouwen ook niet, dus zorg ervoor dat hier de hele week geen vrouwen over de vloer komen. Je weet nooit wie ongesteld is en wie niet!’

Ik knikte, terwijl ik opstond.

 

De volgende dag was baba er weer. Hij ging in lotushouding op de vloer in de woonkamer zitten en begon te mediteren, terwijl ik in stilzwijgen tegenover hem zat. Na ongeveer vijftien minuten stond baba op. Hij pakte zijn spulletjes en liep naar de veranda, onderwijl allerlei gebeden uitsprekend. Buiten ging hij aan de achterkant van het huis, vlak naast de veranda staan. Zonder enige aarzeling en zeer zelfverzekerd bleef hij heilige mantra’s (verzen) reciteren. In de heilige verzen kwam de naam van de halfgod Hanuman vaak voor. Dat was het enige verstaanbare voor mij.

‘Haal een glas water!’ zei hij opeens tussen de verzen door.

 

Ik gaf gevolg aan zijn bevel. Hij goot het water voor zijn voeten op de grond. Nou, wat ik toen zag gebeuren…

Zijn stem kreeg een schorre klank. Tranen stroomden in zijn ogen en zijn handen begonnen te trillen. Het glas sprong stuk in zijn handen! Echt, ik zweer het! Hij oefende geen druk uit op het glas. Het glas sprong uit zichzelf aan diggelen. De grond begon te trillen, alsof er ondergronds een ontploffing plaatsvond. Ik werd vreselijk bang. Baba bleef gebeden opzeggen met een schorre stem. Hij stampte met zijn voet op de aarde. Waar hij eerder het water uit het glas op de grond had uitgegoten, ontstond een lichte nevel.

 

Het duurde even, voordat tot mij doordrong dat het water voor mijn ogen verdampte. Terwijl ik verbijsterd omlaag staarde, klonk een doffe plof. Het zand voor de voeten van Baba stoof omhoog. Onwillekeurig deed ik een stap naar achteren. Ik knipperde met mijn ogen. Voor baba’s voeten zag ik een kleine gat in de grond. Vreemd hoor! Baba had niet gegraven, hij had niet met een stok in de grond gepord en ook niet met zijn voeten. Toch was daar een gat ontstaan. Ik keek naar baba. Hij zei geen gebeden meer. Met gesloten ogen sprak hij: ‘Jouw erf is nu schoon. Hij is weg.’

‘Wie bedoel je, baba?’ vroeg ik nieuwsgierig.

 

‘De geest van een Boslandcreool,’ sprak baba zacht.

‘Een Boslandcreool?’ vroeg ik verbaasd.

‘Ja… Een Boslandcreool uit het verre verleden. Ik denk uit de tijd van de slaven. Hier was hij omgekomen en hier is hij begraven. Hij beschouwde dit als zijn eigen grond, zijn eigen gebied. Elk ander menselijk wezen beschouwde hij als een indringer. Maar wees gerust! Hij is weg en er is geen kwaad meer te duchten van zijn kracht. Hij had een sterke geest. Even dacht ik dat ik het niet zou redden!’

 

‘Ik zie het,’ sprak ik, ‘want u heeft tranen in uw ogen en uw lichaam trilt.’

‘Zonder de kracht van Hanuman had ik het niet gered,’ sprak baba.

Ik bedankte baba hartelijk voor zijn hulp. Ook gaf ik hem vijfentwintig gulden. Hij weigerde die aan te nemen. Ik zei dat hij het geld namens mij aan zijn kerk moest schenken. Toen pas nam hij het geld aan. Vergis je niet! Vijfentwintig gulden was destijds heel veel geld! Suriname werd nog door Nederland geregeerd en het geld was haar gewicht in goud waard, in tegenstelling tot vandaag de dag!

 

Tja, daarna verliep alles voorspoedig. Alles groeide en bloeide en binnen drie jaar had ik twee kinderen. Hagedissen en kikkers doolden over mijn erf. Vogels nestelden zich in volgroeide fruitbomen. De verandering was enorm! Natuurlijk ging dit alles niet onopgemerkt aan de buren voorbij. Velen hadden wel een vermoeden waardoor het kwam. Ik ontkende echter alle theorieën en bleef bot beweren, dat alles uit zichzelf goed was gekomen. Ik wist wel beter en jij nu ook! Het meest ben ik de oude onbekende Creoolse man dankbaar, die mijn ogen opende. Ik vraag me af wie hij was. Wie zal het zeggen…

Het leven zit vol mysteries

 

🌺 Dit verhaal komt uit één van de YORKA TORI

      Auteur: radjindre Ramdhani.

 

⭐️= Het verhaal is geplaatst zoals die ontvangen is.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.

Maak jouw eigen website met JouwWeb