STORY 123 : BIJLMER RAMP : ZE ZIJN ONS VERGETEN

Gepubliceerd op 9 januari 2022 om 18:02

🟫 Ingezonden door: C.S

           ⚜️BIJLMER RAMP: ZE ZIJN ONS VERGETEN⚜️

————————

Geachte OST lezers, ik deel een ervaring met jullie die ik elders gelezen heb. 

"Het was tegen 02.00 uur in de nacht. Of in de ochtend… Het is net hoe dat je het bekijkt. Ik keerde huiswaarts van familiebezoek. Het was hartje winter en het was koud. Diep verzonken in mijn winterjas, waarvan ik de kraag had opgeslagen, haastte ik mij voort. Voor me liep een drietal jongeren. Aan hun spraak te horen, waren het Afrikanen. Waarschijnlijk Ghanezen. Of Nigerianen.

 

Hoewel; ze hadden uit de hele wereld afkomstig kunnen zijn. De Bijlmer behoort tot Amsterdam Zuidoost en ik meen het, geloof me, want ik woon zelf al langer dan 30 jaar in de Bijlmer: alle nationaliteiten die Onze Lieve Heer heeft geschapen, zijn te vinden in de Bijlmer. Indien er een plek op aarde zou zijn, waar zelfs Aliens zouden voorkomen, dan zal die plek niet de beroemde area 51 zijn, in de verenigde staten, maar de Bijlmer in Nederland.

 

Ik passeerde ‘De Boom die Alles Zag’. Weet je, op 4 oktober 1992 vond er een verschrikkelijke ramp plaats in de Bijlmer. Een Boeing 747 van El Al stortte neer op de Bijlmer. Volgens officiële tellingen, zijn daarbij 43 mensen omgekomen. Het vliegtuig kwam neer op de flats Groeneveen en Klein Kruitberg. Honderden woningen zijn daarbij vernield. Er was een boom op de rampplek, die wonder boven wonder alles heeft overleefd: de brand, de hitte, de rookontwikkeling, de plunderingen en de giftige stoffen die het vliegtuig vervoerde, al wordt dit laatste ontkend door de Nederlandse overheid en de doortrapte Israëliërs.

 

De boom overleefde alles en is voor ons, Bijlmerbewoners, het symbool van hoop geworden. Een monument. Een herdenkingsmonument. Elk jaar komen we bijeen op deze plek om onze doden, onze familieleden, vrienden, buren en kennissen te herdenken. Ik stond stil bij de boom. Niemand die de Bijlmerramp van nabij heeft meegemaakt en niemand die weet wat zich daar destijds heeft afgespeeld, kan de ‘De Boom die Alles Zag’, zomaar voorbij lopen. Zelfs niet na al die jaren. Als je je hart openstelt op die plek, dan kun je al het leed, verdriet en pijn van de overledenen voelen.

 

Daarom stond ik stil, sloot mijn ogen en bad tot God voor het zielenheil van allen die gestorven waren. Opeens rook ik een merkwaardige geur. Ik snoof… Eerst voorzichtig, toen diep. Die geur, als houtskool… nee, toch niet… Wat een verschrikkelijke stank! Een barbecue geur… Nee, toch niet. Barbecue rook lekker, dit was een geurtje om van over te geven. Wat smerig. Jakkes! Ik werd overspoeld door die geur en kokhalsde. Wat gebeurde er toch? Ik keek om me heen. Het groepje jongens zag ik nergens meer. Niemand bevond zich op dit tijdstip nog buiten.

 

Ik sloeg mijn hand voor mijn mond om niet over te hoeven geven, draaide me om en haastte mij snel verder. De geur van verschroeid vlees en verbrande haren was niet meer om te harden. De buitenlucht was koud, het vroor. Ik ademde de koele lucht diep in, waarna de geur uit mijn neus leek te verdwijnen, maar helaas niet volledig. De kou kolkte in de vorm van wolkjes uit mijn mond- en neusgaten. Met snelle passen schreed ik voort. Hoorde ik daar voetstappen achter me? Gelukkig, ik was niet meer alleen. Ik wendde me om. Niemand.

 

Ik liep weer verder. Weer een soort slepende tred achter mij. Ik wendde me om. Weer niemand. Ik keek naar de bomen en struiken en daarna blikte ik omhoog naar alle bebouwing. Al de lichtjes op de vele galerijen, leken even eenzaam, als dat ik me voelde. Ik leek wel alleen op de wereld te zijn. De verbrande vleesgeur kwam opeens als een walm terug en sloeg me vol in het gelaat en opeens drong het besef tot me door, dat ik mensenvlees rook. Verbrand mensenvlees. Onmiskenbaar.

 

Iedereen weet wel hoe de haren stinken van een mens, als ze verschroeien. Het besef van wat ik rook, deed me mijn pas versnellen. Wederom dacht ik voetstappen achter me te horen. Ik wendde me razendsnel om. Met mijn ogen kamde ik de hele omgeving uit, maar ik zag niemand. De koude, donkere leegte achter mij joeg mij de stuipen op het lijf, want het besef begon tot mij door te dringen, dat ik misschien iets bovennatuurlijks meemaakte. Kijk vriend… Dan word je bang.

 

Nu heb je mensen die door angst verlamd raken en zich niet meer kunnen verroeren. Ik was niet één van die mensen. Angst geeft me juist vleugels. Dus draaide ik me om en begon weg te rennen. Ik hoorde andere voeten achter mij aanrennen. Ik ging sneller. De voetstappen gingen ook sneller. Ik versnelde nog een keer. Heel duidelijk versnelden de voetstappen achter mij zich ook. ‘Stel je niet aan, je bent een volwassen man. Stop, idioot, kijk achter je. Misschien word je gevolgd door een groepje van die jongeren die de hele nacht buiten rondhangen in de Bijlmer en die zich bezighouden met berovingen.

 

Alhoewel…Ik ben een Afro Surinamer. En ik ben groot en fors uitgevallen. Niemand zal het lef hebben om mij aan te vallen, of te beroven. Bovendien kent iedereen me.’ Aldus sprak ik mezelf moed in, minderde vaart en draaide als een wervelwind om. Er was geen enkel ander levend wezen in mijn omgeving te bekennen. Ik was daar alleen op de wereld. Het geluid van de voetstappen die mij volgden stierf weg. Maar de geur van verbrand vlees was sterker dan ooit tevoren. Raakte ik die smerige lucht dan nooit meer kwijt?

 

Ik voelde me niet prettig. Ik was bang en ik rende naar de flat waar ik woonde. Deur open, deur dicht, nog een deur open, deur dicht. Wachten op de lift en al die tijd blikte ik zenuwachtig om me heen. Toen de lift naar boven zoefde, flikkerden de lampen even aan en uit. Op hetzelfde ogenblik vulde het geluid van schreeuwende en huilende mensen mijn oren. De geur van brandend mensenvlees deed me door de mond ademen. Afgrijzen beving mij. Ik kokhalsde.

 

Nu was ik ervan overtuigd dat ik werd achtervolgd door een niet normaal, onverklaarbaar fenomeen. In het glas van de liftdeur werd mijn eigen gelaat als een bleke spookverschijning weerspiegeld. Terwijl ik een neger ben. Moet je nagaan hoe bang ik was. Eindelijk! Eindelijk stopte de lift. Doorweekt van het zweet strompelde ik de galerij van mijn woonétage op. Ik leunde over de balustrade en staarde naar beneden. Ik voelde me beter. De geur van verbrand vlees was verdwenen. Ik haalde diep adem.

Wat was er toch aan de hand met mij? En waarom was ik zo bang geweest? Ik, zo’n grote man!

 

Schande, een schande was het! Ik liep snel verder en stopte voor de deur van mijn flat. Met trillende vingers zocht ik in mijn jaszak naar de sleutel van mijn huisdeur. Toen ik voorovergebogen op het punt stond om de deur open te maken, meende ik links van mij weer voetstappen te horen. Schichtig rechtte ik mijn rug en keek opzij. De drie jongens die ik eerder in het park had gezien en die voor me uit waren gelopen, stonden op de galerij. Gelukkig, God zij dank! Mijn hemel, wat was ik blij! Ik was niet meer alleen! Er waren anderen die wakker waren. Ik voelde me direct een stuk beter en veiliger.

 

Ik opende de deur van mijn woning, stopte de sleutel terug in mijn jas en keek nog even opzij. De jongens liepen al pratend mijn kant uit. Zouden ze ook iets vreemds hebben meegemaakt, of iets hebben gemerkt? Per slot van rekening hadden ze dezelfde route genomen, alleen iets sneller. Ik besloot het hen te vragen. Ik wendde me naar hen.

 

‘Zeg jongens!’ De drie aangesprokenen stopten.

‘Jullie liepen net langs ‘De Boom die Alles Zag’. Hebben jullie iets vreemds gezien, of iets vreemds meegemaakt? Hebben jullie bijvoorbeeld iets geroken?’. De drie jongemannen keken elkaar verbaasd aan en schudden het hoofd. ‘Helemaal niets?’ Weer het geschud van hoofden. Ze spraken niet. Ik haalde mijn schouders op en knikte hen vriendelijk toe. Precies op dat moment bedacht ik dat ik hen nog nooit eerder op deze galerij had gezien. Dat trof me als raar en ze hadden voor me uit gelopen, waren al snel uit het zicht verdwenen, maar doken nu pas op. Ik was eerder dan hen.

 

Aan de andere kant werd elke hoek, nis, portiek en onbebouwd stuk grond in de Bijlmer gebruikt door jongeren om rond te hangen, om te lummelen, om drugs te gebruiken en soms om mensen te beroven en te verkrachten. Misschien waren ze ergens blijven hangen. Hadden ze eerst geblowd, of zo.

Daar leken deze jongens me wel de figuren voor, in hun jongerenuniform: van die trainingspakken met capuchons, trainingsbroeken, dure gympen aan de voeten… Voeten? Ik knipperde met de ogen. Zag ik het goed? De voeten van de jongens waren omgekeerd. Hun tenen wezen naar achteren en de hiel naar voren. Met wijd opengesperde ogen keek ik hun aan. Jorka’s kon men volgens de Surinaamse wijsheid toch herkennen aan hun omgekeerde voeten?

 

Op datzelfde ogenblik begonnen de lampen op de galerij aan en uit te flikkeren. Voor mijn verbijsterde ogen begonnen er vlammen te lekken uit de wangen en de oogholtes van de jongens en weer was daar de geur van verbrand mensenvlees. Ik wilde schreeuwen, maar er kwam geen kreet over mijn lippen. Angst deed mijn stembanden verstommen. De drie jongens waren nu één grote vlammenzee. ‘ Ons hebben ze niet herdacht! Ons hebben ze niet herdacht. Iedereen is ons vergeten. Wij waren er ook bij!’ hoorde ik heel duidelijk in koor roepen. Tegelijkertijd zweefden de drie figuren die nu een brandende massa vormden, op mij af.

 

Mijn hart sloeg twee slagen over. Ik weet niet waar ik de tegenwoordigheid van geest en de kracht vandaan haalde om mezelf door de reeds openstaande deur van mijn woning, met een luide kreet naar binnen te werpen. Met alle kracht smeet ik de voordeur dicht. Er gebeurden een paar dingen tegelijk. Ik had lucht tekort en snakte naar adem. Puur door angst. Het zweet liep in mijn ogen en terwijl ik het kruisbeeld dat om mijn hals hing stevig omknelde, sloeg de deur met een klap dicht. Buiten knalde iets dreunend tegen de deur. Daarna werd het stil. Ik stond daar in de schemering van de hal. De geur van verbrand mensenvlees was verdwenen. Mijn woest pompende hart kwam langzaam tot bedaren. Ik kreeg mijn normale ademhaling terug en ik besefte dat ik aan een groot gevaar ontsnapt was.

 

Ik heb de hele nacht niet geslapen. Alle verlichting in mijn woning schakelde ik in, ik zette alle deuren open en ik heb de hele nacht op de bank gezeten, met het kruisbeeld van Jezus Christus in mijn hand. Pas toen de ochtend was aangebroken en daglicht mijn voorkamer binnenstroomde, durfde ik op te staan. Zoveel angst had ik. De angst heeft me nog lang in zijn greep gehouden. Om eerlijk te zijn (en nu moet je niet lachen), ontdekte ik dat ik in mijn broek had geplast.

 

Ik weet niet waarom ik dit aan jou vertel, want ik heb het verhaal aan anderen verteld, maar dit feit heb ik altijd verzwegen. Misschien wil ik schoon schip maken, misschien wil ik het verhaal nu voor eens en altijd volledig kwijt. Want geloof me: als je als mens zoiets meemaakt, dan is het zeer traumatisch. Je hele leven verandert. Zo ga ik ’s avonds na tien uur nooit meer alleen op stap. Altijd in gezelschap van anderen. Bovendien heeft het enige maanden geduurd, voordat ik mijn woning ook in de avonduren durfde te verlaten.

 

Natuurlijk heb ik veel nagedacht over wat me was overkomen. Vanzelfsprekend heb ik mijn belevenissen gedeeld met een aantal goede vertrouwelingen. Niet met iedereen, want er zijn helaas nog mensen die me zouden uitlachen. Van degenen die mij niet voor gek uitmaakten, heb ik veel geleerd. Zo heb ik van anderen begrepen dat ik gered was door mijn eigen opmerkzaamheid.

 

Indien ik niet tijdig de omgekeerde voeten van de drie entiteiten had ontdekt, dan zouden ze mijn woning zijn binnengedrongen. Ze zouden bezit van me genomen hebben en tot mijn dood hebben geleid. Maar ze wisten zich betrapt door mijn opmerkzaamheid en dan raken ze hun macht kwijt.

Voor mij staat het vast dat ik geesten had ontmoet van mensen, die waren omgekomen bij de ramp met het El Al toestel. Hun gehuil en geschreeuw en de geur van verbrand mensenvlees, maakten alles duidelijk. Wat me bezighield waren hun woorden dat ze niet herdacht waren, maar dat ze er ook bij waren. Daarover heb ik samen met anderen een theorie ontwikkeld.

 

Volgens de Nederlandse overheid zijn er bij de Bijlmerramp 43 mensen omgekomen. Voor derest is niemand als vermist opgegeven. Maar wat de Nederlandse overheid gemakshalve vergeet, is het feit, dat in de Bijlmer tienduizenden illegalen verbleven. Sommigen hadden hier geen close connecties en als zij verbrand zijn in de kerosinehel, dan worden ze door niemand gemist. Ik heb namelijk ook begrepen dat mensen dusdanig kunnen verbranden bij vliegtuigongelukken, dat er niet eens een bot van hen overblijft. Ik denk dat de drie verschijningen waar ik mee geconfronteerd werd, geesten waren van illegalen die inderdaad bij de ramp totaal zijn verbrand. Ze worden door niemand gemist, ze worden door niemand herdacht. Waarschijnlijk weten hun familieleden in Afrika niet eens dat ze zijn overleden! En dat is triest. Heel triest! Eigenlijk heel zielig.

 

Weet je wat nog erger is? Dat zoveel overlevenden die in de nabijheid van de rampplek hadden vertoefd, allemaal ziektebeelden ontwikkelden, die erop duidden dat het toestel van El Al giftige stoffen, of nucleaire stoffen had vervoerd boven bewoond gebied. Natuurlijk zullen de Joden ontkennen en dat doen ze nog steeds. Maar ik woonde in de Kruitberg en ik heb in de ochtend na de ramp met eigen ogen gezien hoe mannen in witte pakken tegen straling, allerlei goederen zochten en wegvoerden. Ze spraken geen Nederlands, maar Hebreeuws en ze duldden geen pottenkijkers.

 

Het zou niet de eerste keer zijn dat de Joden, de hele wereld zand in de ogen strooien. De Nederlandse regering steunt hen natuurlijk want de Nederlandse regering is een slaaf van Israël. Weet je, toen Bouterse de macht overnam in Suriname, vond die plaats met goedkeuring en steun van de Nederlandse overheid en Van Mierlo. Maar alles uit dat dossier is ‘per ongeluk’ vernietigd, beweren de heren in Den Haag. Net als de fotorollen van Srebenica, waar 8000 Moslims onder het oog van de Nederlanders zijn uitgemoord.

 

De fotorollen zijn ‘per ongeluk’ verpest! Nederlanders zijn een kei in het verhullen van de waarheid. Maar de Israëliërs zijn pas klootzakken. Weet je dat de meeste en wreedste westerse slavenhandelaars, op elk continent, Joden waren?

Zo zijn die hufters rijk geworden. Maar zodra de Afro gemeenschap het betalen van smartengeld ter sprake brengt, voor het leed van de slavernij, vallen alle deuren in het slot. Geen enkele regering waar ook ter wereld wil daaraan meewerken. De Joden al helemaal niet.

 

Maar diezelfde Joden willen wel voor alles wat hen is aangedaan door Hitler en anderen, gecompenseerd worden en helaas worden ze door alle landen gecompenseerd, voor elk ongemak.

Natuurlijk alleen financieel, want geld is hun ware religie en niet de Thora. Walgelijk volk is dat. De waarheid over wat het vliegtuig van El Al vervoerde, zal nooit boven water komen. Nooit. Dat zullen de Joden en de Nederlandse overheid nooit toelaten en zolang dat niet gebeurt, zullen de zielen van de dolenden geen rust vinden.

 

Mocht je overigens denken dat ik de enige ben die na de Bijlmerramp vreemde dingen heeft meegemaakt rondom de ramp locatie, dan heb je het mis. Ik ken vele bewoners van de Bijlmer die heel vreemde dingen hebben meegemaakt. Misschien moet je meer mensen gaan interviewen en een jorka torie deel 3 gaan schrijven.

 

O, nog dit: toen ik die bewuste avond achtervolgd door drie brandende geesten, de deur van mijn woning had dichtgegooid, had ik toch een enorme klap gehoord tegen de deur? Van buitenaf? De volgende ochtend, toen ik eindelijk de deur uit durfde te gaan, zag ik een hele deuk in de deur en er was een donkere plek op het lak, net roet. Alsof er iets brandends tegenaan was geduwd.

 

Dit verhaal is mij verteld door L.C."

 

🌺Deze ervaring is uit de Surinaamse spookverhalenbundel 'Jorka Torie deel 2' (2008) van Dhr. Radjindre Ramdhani

 

⭐️= Het verhaal is geplaatst Zoals die ontvangen is.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.