🟥 Ingezonden door: promise wisdom
⚜️WIL JE EVEN KOMEN BELLEN?⚜️
——————
Geachte leden van OST, hier ben ik weer met een andere ervaring. Ik was ongeveer 11 jaar tegen die periode.
Ik had nichten, ze waren 2 tot 3 jaar ouder dan ik en met hun mocht ik wel mee spelen op de plantage. Ik zal mijn nichten Karin en Sandra noemen voor dit verhaal. Beide nichten hadden vriendinnen waarmee ze optrokken, en ik werd uiteindelijk ook vriendjes met deze meiden. Ik was de jongste tussen allemaal.
We deden allerlei leuke dingen samen, wandelingen maken, tori praten en verschillende Surinaamse spelletjes spelen. Ik wist wel dat ik standaard tegen vijf uur al netjes thuis diende te zijn. Dit had mijn oma mij duidelijk gemaakt en ik hield me altijd aan haar regels. Zij was een strenge vrouw dus ik liet haar ook nooit precies weten wat ik deed als ik ging spelen met de anderen.
Schuins tegenover mijn grootmoeders huis was er een begraafplaats. En mijn nichten, hun woning die was pal tegenover die begraafplaats.
En ergens achter de begraafplaats woonde Shenelva, één van mijn nichten hun vriendinnen, dus we gingen meestal via die vriendin haar erf (die niet omrasterd was) op de begraafplaats spelen, we zaten meestal op de graven van een familielid die daar begraven is. Wij zaten als het ware gewoon te chillen daar en te babbelen over ditjes en datjes. We lagen ook op die graven en zo ging dat vaak eraantoe. Nodeloos te zeggen dat wij niet bang waren omdat wij hiertoe geen redenen hadden. Er was tenslotte nooit iets vreemds met ons gebeurd dus voelden wij ons daar wel op onze gemak.
Op een dag zag mijn nichten hun vader ons daar vandaan komen en hij gaf ons een waarschuwing “gaan jullie niet meer daar!!! Oeng ano wang moro!”. Wij hoorden de waarschuwing aan maar het was tegen dovemansoren gezegd, want wij gingen de daaropvolgende dag weer regelrecht naar de begraafplaats.
Enkele dagen verstreken, en wij zaten weer daar op de begraafplaats ergens in het midden, als gewoonlijk te babbelen en chillen.
Ineens zagen wij een hele vreemde gedaante ons kant opkomen, het was duidelijk geen mens. Hij leek te zweven vlak boven de grond en was volledig gekleed in het zwart. Een zwarte jas, lange broek en ouderwetse zwarte hoge hoed met in zijn handen een wandelstok. Ondanks de gedaante kleding aan had en ergens een menselijk uiterlijk had, wisten we meteen dat dit geen goede zaak was. Het was gewoon geen mens en wij raakten in paniek, gillend renden wij zo hard we konden de begraafplaats af. Wij hebben geen moment achterom gekeken en zijn daar sindsdien niet meer geweest.
Natuurlijk moesten we daar dagelijks langs lopen, omdat de begraafplaats niet ver van onze woningen was. Maar zelf als we daar langs liepen durfden wij niet in die richting te kijken.
Het vreemde van dit gebeuren is, dat sinds het gebeuren op de begraafplaats, wij vaker stemmen horen die ons roepen. Het zijn altijd bekend klinkende stemmen die roepen en als we gaan kijken is er helemaal niemand te zien. Eens zat ik naar tv te kijken toen ik mijn tante, mijn nichten hun moeder heel luid en duidelijk roepen “Djoenieeeee!!!”. Ik liep naar hun huis toe om te kijken waarom ze mij riep. Ik zag dat mijn tante druk in de weer was met het schoonmaken van haar woning. “Ja tante, riep u mij? Had u me nodig?” Vroeg ik.
“Nee, ik riep je niet. Hoorde je mij jou roepen?” Vroeg ze verbaasd. Ik knikte, ze zei dat zij het niet was en dat er verder niemand thuis was. “Een ieder is naar de stad, ik ben alleen thuis dus wie heb je dan gehoord?” Vroeg ze. Ik wist het zelf ook niet, ik was er even in de war van. Er was duidelijk ‘iets’ die mij met mijn tante haar stem geroepen had. Het geval hield me echt bezig, maar ik liet dit niet blijken aan mijn tante en liep rustig terug naar huis.
Thuis aangekomen ging ik weer een beetje tv kijken en probeerde het geval te vergeten. Maar niet lang daarna zag ik ineens een hele lange donkere schaduw op de muur in de woonkamer, het verplaatste zich richting de eetzaal, daarna naar de gang. Terwijl het in de gang was, sloeg het drie keer heel hard op de muur. Dit maakte mij alleen nog banger dan ik al was en rende zo gauw mijn benen het aankonden van de trap.
Ik stond buiten te wachten, ik was bang om weer in de woning te gaan. Oma was naar de stad, dus wist ik niet wat ik met deze situatie aanmoest. Buiten blijven was voor mij de enige oplossing, want ik zou echt niet meer naar binnen gaan. Ik kreeg honger en ontzettende dorst, want de zon was vel. Ik raakte radelozer naarmate de uren verstreken. Ik was zo verdomd bang dat ik het echt met geen mogelijkheid durfde om de woning binnen te stappen.
De uren kropen traag voorbij, ik wandelde maar rond op ons erf, hopende een oplossing te vinden. Tegen drie uur in de middag liep een nicht van mij voorbij. Ze kwam van school en ik riep haar. Ik wist dat ze vriendje had waar ze veel mee aan de telefoon hing. Tegen die periode had je nog geen mobiele telefoons, dus alles moest gebeuren via de huislijn. Ik zei tegen mijn nicht dat er niemand thuis was dus ze kon bij mij haar vriendje bellen. Dit aanbod zou ze sowieso niet weigeren, dus kwam ze natuurlijk vrolijk mee met mij in de woning. Ik vertelde haar niet wat ik kort ervoor meegemaakt had want wilde haar ook niet afschrikken.
Mijn nicht heeft lekker kunnen bellen met haar liefje en ik was dus niet meer alleen thuis. Gelukkig is er daarna niks meer gebeurd in die woning en toen mijn grootmoeder terug kwam van de stad ging mijn nicht naar haar huis.
En dat bekende stemmen mij bleven lastig vallen en mij aldoor riepen, dat bleef maar doorgaan. Op den duur was ik het al gewend, ik was zo goed geworden in het negeren ervan dat die ‘dingen’ zelf moe van me werden. Want ze bleven maar roepen en ik gaf compleet geen reactie.
Jaa mensen, dat was weer één van mijn persoonlijke verhalen.
⭐️⭐️= het verhaal is 70% herschreven door de OST beheerder Yvanna hilton.
Reactie plaatsen
Reacties