🟪 Ingezonden door: Charda A
⚜️DIE BAKROE VAN HENDRIK⚜️
————————
Dag lieve OST leden, het onderstaande verhaal is een volksverhaal uit Suriname.
Leeswaarschuwing:
Onderstaande tekst bevat details over de inhoud en/of de afloop van het verhaal. Eerst een inleiding en dan volgt het verhaal.
Baas Hendrik besluit zijn geluk in de landbouw te beproeven en gaat naar district Para buiten de stad. Hij moet over een brug en een vreemde stem vraagt wie er is. Baas Hendrik herinnert zich dat zijn vriend Frederik hem verteld heeft dat er Bakroes wonen bij sommige bruggen. Ze hadden elkaar een week daarvoor ontmoet bij de Bokkenbrug op de hoek van de Zwartenhovenbrugstraat en de Steenbakkersgracht.
Frederik had Hendrik verteld, nooit de naam van een Bakroe uit te spreken. Ook vertelde hij dat er ooit een brug lag waar er bijzonder veel bakroe’s gezien werden ....en meestal bij bruggen, kokers en sluizen wonen er Bakroe’s. je moet in het donker nooit in aanraking komen met een Bakroe. Een Bakroe is een soort van slechte kabouter met een groot hoofd. De helft van het lichaam is van vlees en de andere helft van hout, dit wezen heeft een waterhoofd.
Frederik vertelde ook “ De Bakroe draait zijn lichaam met de houten kant naar harde en scherpe voorwerpen en hij voelt nooit pijn, omdat zijn houten deel altijd geraakt wordt door een slag. Een Bakroe is ook nooit bang, want hij is nooit alleen. De Bakroe en zijn familie werken voor mensen, de Wrokobakroe is een werkgeest. Als je niks voor ze te doen hebt, dan doden ze je en als je van ze af wilt, dan moet je een onmogelijke opdracht opgeven of hun naam raden”.
Hendrik wist dit allemaal niks over Bakroe’s en luisterde aandachtig naar de info die Frederik aan het verschaffen was. Hij gaf ook een tori over bakroe’s van een goeie vriend van hem :
“ Oom Langa Anoe Joesoe ( Oom Jozef met zijn lange armen ) heeft macht over de Bakroes en wilde een Bakroe uitdrijven bij misi Lola. Oom Joesoe sprak een bakroe aan met Papa en Mama, maar de Bakroe vertelde niet zo te heten. Ook was Bakroe’s naam geen Brada (broer) en de Bakroe vertelde Sisa (zuster) te heten. Oom Joesoe heeft de naam van het wezen niet geraden en de Bakroe ging daarom ook niet uit het lichaam van misi Lola “
Maar goed, weer terug naar Hendrik, die zijn geluk wilde beproeven in district Para:
Baas Hendrik hoorde dus die vreemde stem, die vroeg wie hij was, hij besluit te vertellen wie hij is en de Bakroe vraagt wat hij wil. Hendrik vertelt dat hij grond zoekt om landbouw te bedrijven en de Bakroe zegt dat zijn tienduizend kleine bakroe helper mannetjes hem zullen gaan helpen. Tienduizend kleine enge mannetjes staan klaar voor hem om zijn landbouw droom te verwezenlijken, ze trekken hem mee naar een prima stuk grond. ” Koop deze grond, het is de juiste grond en vruchtbaar” zegt de Bakroe, dus Hendrik koopt de grond voor een zachte prijs, na veel onderhandelingen.
Kort na aankoop van de grond gaat Hendrik het perceel schoonmaken. Hij moet opnieuw over de brug en de stem vraagt opnieuw wie daar is en hij geeft het zelfde antwoord als altijd. De bakroe wil weten “ wat ga je daar doen?”. Hendrik zegt “ ik kom mijn grond schoonmaken”. De bakroe zegt “ Niet nodig, mijn duizenden mannetjes maken de grond al de hele ochtend schoon, je hoeft helemaal niks te doen”.
Hendrik is blij met de hulp. Hij besluit dit vreemd gebeuren geheim te houden, want anders krijgen de Bakroes het te druk met andere eigenaren en dan hebben ze geen tijd meer om hem te helpen. Trouwens niemand zou dit geloven en ze zouden hem voor gek verklaren en afstand van hem nemen. Zelfs de vrouw van baas Hendrik wist helemaal niet hoe de grond is schoongemaakt.
De volgende dag wil baas Pé gaan planten en hij moet wederom over de brug. Hij vertelt bananen te willen planten en tienduizend mannetjes worden door de Bakroe gestuurd. De vrouw van baas Hendrik is verbaasd dat haar man zo snel terug is en als ze wil informeren daarover zegt Hendrik dat ze zich met het huishouden moet bezighouden.
Het is tijd om te oogsten en de vrouw zegt spottend dat haar man een geldboompje heeft geplant. Baas Hendrik zegt niks en gaat naar de brug en vertelt de eerste tros bananen te zullen kappen. Niet lang daarna heeft hij driehonderd bossen bananen die de Bakroe’s voor hem klaarleggen en hij kan als groothandelaar deze banenen verkopen. Baas Hendrik geeft zijn vrouw tien bossen bananen en alle familieleden krijgen vijf.
Er zijn nog meer dan genoeg bossen over om op de markt te verkopen. De vrouw van baas Hendrik begrijpt niet hoe hij in een korte tijd aan zoveel bananen en zoveel geld is gekomen. Ze begreep er natuurlijk niks van, omdat ze niet wist dat haar man met Bakroe’s in zee gegaan was en dat dit is hoe deze demonische wezens werken.
De volgende dag heeft baas Hendrik geen zin om te werken en hij gaat naar de winkel op de hoek om met zijn vrienden te drinken en te kaarten. Zijn vrouw gaat naar het stukje grond om te zien waar de bananen vandaan komen. Ze hoort een stem bij de brug en vertelt dat ze de vrouw van baas Hendrik is. Ze zegt dat ze bananen wil halen en tienduizend kleine bakroe mannetjes helpen haar. Ze weet niet wat ze met zoveel bananen wil doen en besluit ze te gaan verkopen op de markt.
Ze maakt ineens enorm veel geld, want op de markt verkochten de bananen heel goed en ze vertelt haar man dat ze weet dat hij een wroko Bakroe heeft en baas Hendrik schrikt. Hij zegt dat ze zoiets niet hardop mag zeggen en de volgende dag wil ze weer naar de grond. Baas Hendrik gaat mee en bij de brug vraagt de Bakroe wat hij wil. Hendrik antwoordt dat hij zijn vrouw een klap wil geven om haar nieuwsgierigheid af te leren en tienduizend mannen helpen hem. De vrouw van baas Hendrik rent heel hard weg en de kleine mannetjes kunnen haar niet inhalen. Maar toch krijgt Eén van de kleine mannetjes haar te pakken, hij slaat haar bont en blauw. Ze weet te ontvluchten, ze rent naar het huis van haar moeder.
De vrouw van baas Hendrik wil nooit terug naar haar man en hij kan niet meer slapen.... hij mist haar vreselijk. Hij gaat naar zijn grond en komt bij de brug.
Baas Hendrik vertelt dat hij zich voor zijn hoofd wil slaan en rent weg, de tienduizend kleine mannetjes doen trouwens wat hun eigenaar ze zegt, dus ze slaan hem om de oren en geven kopstoten. Het was allemaal niet mooi voor hem.....Baas Hendrik ligt weken op bed en piekert erover hoe hij van de Bakroe kan afkomen. Want zijn vrouw krijgt hij niet terug als hij de Bakroe’s blijft behouden, dat was haar eis en ze weigerde terug te komen zolang hij niet af was van die wezens.
Hendrik herinnert zich het gesprek met Frederik en de volgende dag gaat hij naar de brug. Hij zegt een karwei te hebben en vraagt de Bakroe al zijn krulletjes steil te maken. De Tienduizend kleine mannen zitten om het hoofd van baas Hendrik en trekken aan de krulletjes. Ze krullen steeds weer op en het blijkt onbegonnen werk. Ze gingen zo een hele poos door te proberen het haar stijl te krijgen, maar het lukte gewoon echt niet. De bakroes werden radeloos...
Baas Hendrik wilde na een hele poos weten of zijn haren al glad gestreken waren en de Bakroe‘s konden niet meer en namen “ontslag”. Ze beloofden weg te gaan uit zijn leven, omdat dit voor hun een onmogelijke taak was. Dit was precies wat hij wilde.
Baas Hendrik besloot zelf de handen uit de mouwen te steken, zelf hard te gaan werken op zijn kostgrondje en hoopte zo zijn vrouw terug te krijgen. Of dat gelukt is.... dat weet ik niet, want mijn grootvader die mij dit verhaal vertelde is intussen niet meer in leven. Hij zou dat nog informeren bij zijn oude buurt te Para, maar het is er niet meer van gekomen.
⭐️= Het verhaal is geplaatst zoals die ontvangen is.
Reactie plaatsen
Reacties