🟦 Ingezonden door: Radjindre Ramdhani
⚜️DE BELLENDE GEEST⚜️
————————————
Geachte OST leden, ik ben een Afro Surinaamse vrouw. Ik ga ik u iets vertellen, wat ik zelf heb meegemaakt en waar ik geen verklaring voor heb.
Van jongs af had ik een hele goede band met mijn vader. Mijn vader was een hele lieve man, een echte vader, zoals een vader hoort te zijn. Hij was zeer zorgzaam naar zijn vrouw en drie kinderen toe en hij had altijd aandacht voor ons. Hij beschouwde zijn kinderen als zijn grootste rijkdom. Ondanks dat hij alle kinderen vertroetelde, had ik een speciale band met hem. Ik was zijn absolute nummer één, ik was zijn lievelingetje, ik was zijn troeteldiertje.
Mijn moeder was ook een lieve vrouw, maar de band die ik met mijn vader had, was toch dieper en intenser, dan de band die ik mijn moeder had. Mijn vader was een lange, knappe, slanke Afroman.
Mijn moeder kwam op zeer jonge leeftijd om het leven. Ze was nauwelijks vijftig jaar oud, toen ze ziek werd en het leven liet. Opeens stond mijn vader er alleen voor met zijn twee dochters en zijn zoon. Door dit gebeuren, door het verlies en het daarmee samenhangende verdriet, groeiden mijn vader en ik nog meer naar elkaar toe.
Mijn vader stierf echter ook heel erg jong. Op zestigjarige leeftijd overleed hij totaal onverwachts aan een hartstilstand. Inmiddels waren we allemaal getrouwd en we stonden op onze eigen benen, maar toch was het verdriet enorm. Ik was kapot, echt helemaal kapot van verdriet. Mijn zusje, mijn broer en mijn man hebben mij door deze duistere periode heen gesleept. De dag dat mijn vader werd begraven aan de Dr. Sophie Redmondstraat, naast mijn moeder, stierf een gedeelte van mijn ziel. Zo ervaarde ik het enorme verlies.
Ik miste alles van mijn vader: zijn lach, zijn vrolijke stem, zijn bemoedigende woordjes als we voor onoverkomelijk lijkende uitdagingen stonden, de twinkeling in zijn ogen…. Maar goed, je moet door, het leven stopt niet na de dood van een dierbare. Weet je, direct na de begrafenis begon ik dagelijks over mijn vader te dromen. Bijna elke avond bezocht hij me in mijn dromen. Allemaal normale dromen. Bijvoorbeeld, dat ik achterop bij hem op de brommer zat en me stevig aan hem vasthield, terwijl hij door het verkeer laveerde. Iets wat ik zo vaak had gedaan in het echte leven.
Of ik droomde dat we een gesprek met elkaar voerden. Of dat we samen hand in hand over de markt liepen, omdat we groenten en fruit en vis moesten kopen. De dromen waren altijd heel erg normaal en realistisch. Maar ook in het dagelijkse leven, had ik het gevoel, alsof de geest van mijn vader rond mij heen waarde, alsof hij nog niet was overgegaan, alsof hij continu om mij heen dwarrelde en meeliep en mij beschermde. Ik kan het niet uitleggen. Soms kon ik zijn aftershave ruiken, of leek ik zijn hand op mijn schouder te voelen.
Als ik het met mijn omgeving erover had, dan werd me te verstaan gegeven, dat ik me alles inbeeldde, omdat ik verdriet had. Alleen mijn zusje geloofde mij. Zij was er ook van overtuigd, dat de geest van mijn vader nog niet weg was.
Oké, nu komt het: mijn vader hield zoveel van mij, dat hij op mijn verjaardag, de persoon was, die mij altijd als eerste belde. Klokslag 12 uur in de nacht, precies tot op de seconde, als het middernachtelijk uur aanbrak, dan belde mijn vader me altijd op, om mij als eerste te feliciteren. Toen ik thuis woonde, had hij me altijd wakker gemaakt om mij te feliciteren en sinds ik getrouwd was en zelfstandig woonde, kon je er vergif op nemen, dat hij me precies om middernacht als eerste zou bellen, om mij te feliciteren met mijn verjaardag.
Soms belde hij een paar minuten eerder, omdat hij sowieso de eerste persoon wilde zijn, die mij wilde feliciteren. En ik? Op mijn verjaardag wachtte ik gewoon op zijn telefoontje en als de telefoon ging, dan nam ik altijd met een glimlach op. Ik hoefde niet eens op mijn display te kijken, ik wist wie me belde. Zo een diepe band had ik met mijn vader.
Ongeveer een half jaar na de dood van mijn vader was ik jarig. Naarmate het middernachtelijk uur naderde, werd ik steeds verdrietiger. Ik wist dat mijn vader mij voor het eerst niet zou bellen. Mijn man zag aan mij dat ik verdriet had, hij wist wat er speelde, maar hij wist ook dat niets en niemand mijn verdriet kon wegnemen, dus liet hij me na enkele bemoedigende schouderklopjes met rust.
Het was drie minuten voor het middernachtelijk uur. Ik lag in bed. Opeens ging mijn telefoon.
De ringtone sneed door de nachtelijke stilte. Ik schrok heel erg van het snerpende geluid en ging met een ruk overeind zitten. In de schemering van de slaapkamer luisterde ik naar het geluid en keek ik links van me op het nachtkastje, waar de display van mijn mobieltje oplichtte. Mijn man was nog beneden, omdat hij vaak tot laat tv keek. Met bonzend hart nam ik de telefoon op en staarde naar de display. Daar stond het: “PAPA!” Ik wist niet wat ik zag. Mijn vaders nummer was in mijn mobieltje opgeslagen onder ‘papa’ en nu gaf mijn cellulair aan, dat mijn overleden vader mij belde.
Ik was geschokt, maar ook geschrokken. Mijn keel voelde droog aan en mijn hart bonsde bijna in mijn keel. Zag ik het goed? Ik bleef maar naar het scherm staren. Ergens in mijn hoofd, kwam de logica om de hoek kijken. Na mijn vaders dood hadden we al zijn spullen opgeruimd en zijn mobieltje was meegenomen door mijn zusje. Waarschijnlijk belde mijn zusje me dus op, met mijn vaders toestel. Ja, dat was het! Natuurlijk! Een andere verklaring was er niet.
Met trillende vingers nam ik de telefoon aan, terwijl ik met glazige ogen in het duister van de kamer staarde.
“Hallo…”
Niets. Alleen maar geruis en gekraak.
“Hallo, met wie?”
Weer niets dan stilte en geruis.
“Ja, hallo, met wie spreek ik?”
Wederom kreeg ik geen reactie van de andere kant en opeens werd de verbinding verbroken. Nu werd ik helemaal gek. Indien mijn zusje mij belde om mij te feliciteren, waarom zei ze dan niets? Waarom had ze opgehangen? Met een hevig kloppend hart belde ik het nummer van mijn vader, maar ik kreeg geen gehoor. Zelfs geen gesprekstoon.
Wat vreemd! Wat moest ik doen? Ik besloot op het nummer van mijn zusje te bellen. Nadat haar toestel vijf keren was overgegaan, meldde mijn zusje zich. “Met mij,” sprak ik, “heb je me een paar minuten geleden gebeld met papa’s telefoon?”
“Wie? Ik? Nee, ik heb je niet gebeld,” sprak ze verbaasd. Ze klonk slaperig. “Weet je het zeker?” vroeg ik angstig. “Natuurlijk, ik sliep, ik weet dat je jarig bent, maar nu pa zo kort geleden is overleden, dacht ik niet dat je behoefte zou hebben om te worden gefeliciteerd. Maar wat is er?”
Ik viel stil. Mijn hersens kraakten, mijn hart klopte wild en het zweet brak me uit. Er moest een verklaring zijn. Er moest gewoon een logische verklaring zijn! Ik moest gewoon diep nadenken. Ik haalde diep adem, slikte een paar keer en vertelde mijn zusje toen, wat er was gebeurd. “Weet je het zeker? Vergis je je niet? Heb je niet gedroomd?” vroeg mijn zusje. “Ik ben niet gek, ik heb niet gedroomd en ik vergis me niet,” antwoordde ik stellig. “Maar dat kan niet, om eerlijk te zijn heb ik het mobieltje van pa weggegooid. Ernaar kijken deed gewoon pijn en wat moesten we ermee? De technische ontwikkelingen gaan zo snel, dat ding was helemaal verouderd. Ik heb het weggegooid met sim en al. Met het vuil mee, dus de kans dat iemand het gevonden heeft, acht ik nihil,” sprak zij.
De volgende dag zijn mijn zusje en ik naar een Digicel vestiging geweest. Digicel was de provider. We hebben geïnformeerd, of zij het nummer van mijn vader aan iemand anders hadden gegeven, maar kregen te horen dat dat niet gebeurde. Er was niemand op dat nummer geregistreerd, behalve mijn vader.
Ja meneer Ramdhani, daar zit u van te kijken, nietwaar? Ik weet honderd procent zeker dat mijn vader mij gebeld heeft op mijn verjaardag, om mij te laten weten, dat hij er nog was. Niets kan me van dat idee afbrengen. Mijn vaders geest was er nog, hij was nog niet overgegaan en hij wilde me laten weten dat hij me niet vergeten was en dat hij me alsnog van de andere kant wilde feliciteren. Al gaat niemand mij geloven, maar dit is wat ik geloof en daar moet iedereen van af blijven! Stel je voor dat iemand het toestel op de vuilnisbelt zou vinden. Waarom zou die persoon dan precies op mijn verjaardag bellen, precies zoals mijn vader altijd deed? Helaas is het bij die ene keer gebleven.
Overigens nog het volgende: op een dag droomde ik dat mijn vader in een grote menigte liep en dat ik hem volgde. Hij zag me niet, dus rende ik achter hem aan en riep: “Papa, papa, waarom hoor je me vandaag niet? Ik ben het! Papa, stop dan toch en wacht op mij!”. Mijn vader draaide zich opeens om, ik stopte met rennen en keek naar hem. Met een serene uitdrukking op zijn gelaat keek mijn vader me aan. Hij zwaaide naar me en opeens trok hij een deur dicht. Zomaar een deur, midden op straat, tussen een mensenmassa. In mijn droom was ik geschokt. Ik schoot wakker uit mijn slaap.
Naast mij snurkte mijn man, terwijl ik me zittend in bed afvroeg, waarom ik zo een rare droom had ervaren. Vanaf die dag leek het, alsof mijn vader niet meer op aarde was. Ik voelde gewoon, dat hij weg was, dat hij eindelijk rust had gevonden en dat hij er niet meer was, om ons te beschermen. Daarna heb ik nooit meer het gevoel gehad, dat hij over mijn schouder meekeek, of dat hij een hand op mijn schouder legde. Ik heb ook nooit meer zijn aftershave geroken.
Ik wist dat hij echt weg was. De laatste droom had hij me bewust laten ervaren, om te zeggen: “Tot hier en niet verder! De deur gaat dicht. Het is mijn tijd om mijn reis te vervolgen en jij moet doorgaan met je eigen reis. Volg me niet, forceer de deur niet met behulp van Bonumans, mediums en meer van die figuren. Het is genoeg geweest, laat de zaak met rust.” Dat heb ik dan ook gedaan, zonder pijn en verdriet in mijn hart, want ik wist: zo is het goed, wat God doet, doet Hij goed!
Ik ga u ook iets anders vertellen wat ik heb meegemaakt, iets waar ik geen enkele plausibele verklaring voor heb. Ik heb u reeds verteld dat mijn moeder eerder overleed dan mijn vader. Mijn moeder was zelfs heel jong, toen ze overging. Ze was net in de vijftig en overleed. Ze is toen begraven op een begraafplaats aan de Dokter Sophie Redmondstraat. Wat ik u ga vertellen, heeft zich afgespeeld op dezelfde dag dat ze begraven werd.
Na een zeer heftige dag vol emoties, drukte en vermoeienissen, waarbij mijn moeder was begraven, zocht ik mijn bed op. Weet u, verdriet is iets verschrikkelijks. Als je een dierbare verliest, dan is het net, alsof er fysiek een gat in jouw hart wordt geslagen. Daarom kon ik niet direct in slaap geraken, al was ik oververmoeid door een enerverende week vol verdriet, huilen, vragen en antwoorden. Maar toen ik door de troostende woorden van mijn man, die naast mij in bed lag, toch in slaap geraakte, sliep ik vast en diep. Ik kan zo één twee drie niet zeggen, of aanduiden waardoor ik wakker schoot.
In elk geval lag ik in bed, de ogen geopend, starend in het duister. En opeens wist ik waardoor ik wakker was geworden: een misselijkmakende stank vulde mijn slaapkamer en kroop mijn neusgaten binnen. Echt een vreselijke rioolgeur, zelfs nog erger. Verbaasd en met mijn hand voor mijn mond en neus geslagen, ging ik overeind zitten. Vrijwel direct schoot mijn man ook wakker en ging ook recht overeind in bed zitten. “Allemachtig, wat een geur!” riep hij uit, terwijl hij met zijn ogen knipperde in het schemerduister van de kamer.
“Ik word misselijk, ik denk dat ik ga overgeven,” gaf ik te kennen, terwijl ik het laken van mij afschoof en uit bed stapte. “ Wat is dat voor een stank en waar komt hij vandaan?” vroeg mijn man verbijsterd. Ik moest hem helaas het antwoord schuldig blijven.
“Ik check het toilet even, want ik moet toch naar de wc,” besloot mijn man, terwijl hij ook uit bed kroop en al snuivend de kamer verliet. “ Ik ga naar beneden, een glas water drinken,” sprak ik, terwijl ik de slaapkamer verliet en de binnentrap naar beneden afliep. Onze woning was destijds anders: de keuken, de voorzaal en een toilet waren beneden gesitueerd en boven hadden we de beschikking over drie ruime slaapkamers en een bad/toilet.
Terwijl ik de trap afliep, leek de stank in huis alleen maar erger te worden. Het werd bijna ondragelijk. Ik kneep mijn neus dicht en probeerde via mijn mond te ademen. Dan nog werd ik zo misselijk, dat ik bang was dat ik zou gaan overgeven. In de keuken aangekomen, schonk ik mezelf een beker water in en voorzichtig drinkend, liep ik naar het grote keukenraam. Er hing een witte vitrage voor. Gewoon uit gewoonte schoof ik de vitrage opzij en keek naar buiten. En daar, voor de poort van mijn erf, zag ik in het nachtelijk duister een witte gedaante staan, die strak naar mijn woning keek.
De gedaante herkende ik als mijn moeder, die luttele uren daarvoor was toevertrouwd aan de aarde. De beker viel uit mijn handen. Gelukkig was het een plastic beker, anders kon ik de scherven bij elkaar gaan vegen. De witte gestalte van mijn moeder stond nog steeds voor mijn poort en staarde strak naar mijn woning. De stank in de keuken was bijna niet meer vol te houden. Ik kokhalsde. Opeens vervaagde de gestalte van mijn overleden moeder en loste op in het niets.
Tegelijkertijd merkte ik op, dat de stank minder werd, totdat het volledig verdween. Ik rende in paniek de trap op naar boven en liep bijna mijn man omver, die net uit het toilet kwam. “Wat een haast, waarom ren je? Doe eens normaal!’ sprak hij.
Gehaast, hijgend en stotterend van de adrenaline in mijn bloed, vertelde ik mijn man, wat ik had gezien. Hij fronste zijn wenkbrauwen, keek me twijfelend aan en beende toen snel naar het raam van de slaapkamer. Hij schoof de gordijnen opzij en keek naar buiten, maar zag niets en niemand. Wel merkte hij op dat de stank verdwenen was en daar had hij geen verklaring voor. Mijn man heeft nog een aantal keren naar buiten gegluurd, in de hoop, de geest van mijn moeder te zien, maar helaas vertoonde zij zich niet aan hem.
Tot op de dag van vandaag gelooft mijn man niet dat ik de geest van mijn moeder heb gezien. Ik alleen weet, dat ik me niets verbeeld heb. Ik heb geen verklaring voor de stank, noch voor het feit dat de stank zich deed gelden op het moment, dat ik de geest van mijn moeder zag. Mensen aan wie ik mijn belevenis heb verteld, hebben ook geen verklaring voor de stank. Ja, één meneer van de Evangelische Bribi gemeente, zei me, dat een onverklaarbare stank meestal aanduidt, dat de duivel in de buurt is, maar ik hecht geen geloof aan zijn woorden, want ik weet dat mijn moeder niets van een duivel in zich had.
🌺Integendeel; mijn moeder was een zeer sociale, hulpvaardige, streng gelovige vrouw en bovenal was zij een fantastische moeder. Dus om haar aanwezigheid te linken aan de aanwezigheid van de duivel, gaat mij veel te ver. Ik neem aan, dat de stank altijd onverklaarbaar zal blijven
⭐️= Het verhaal is geplaatst zoals die ontvangen is.
Reactie plaatsen
Reacties