🟫 Ingezonden door: Ngatini Ali
⚜️HET VERHAAL VAN DE KRIS⚜️
—————————
Lieve OST Leden, ik las dit verhaal bij de heer Don Tosendjojo, het is dus niet mijn persoonlijk verhaal. Maar wil hem graag met de lezers delen.
Mbah Sarijo verteld over de "Kris" en geeft ook een tori van toen.
In Indonesië kan je een Kris kopen. Dat is een speciaal zwaard met bijkrachten. Het is daar publiek geheim, dat als jij krachten wil hebben, jij daarvoor naar een bekende berg moet. Als je daar op de top van die berg aangekomen bent, zal je een groot stuk steen daar aantreffen. Het enorme blok steen heeft de vorm van een hele grote tafel. Je groet dan netjes, ookal is er niemand daar aanwezig dan jij alleen.
Nadat jij gegroet hebt, dan vertel jij wat jouw wens is en wat je graag zou willen. Vervolgens leg jij jouw geld/ betaling op de stenen ‘tafel’ en je gaat dan weer weg van de plek. De volgende ochtend ga je terug naar de top van de berg. Je zal merken dat er daar op de plek waar jij de betaling neergelegd had, een splinternieuwe Kris gelegd is. Je wordt vanaf die bewuste dag beschermd door de krachten van de Kris.
Sarijo kwam als een jongen van ampertjes 10 jaar oud in 1931 in Suriname aan. Er werden contractarbeiders naar verschillende plantages gebracht om te werken. Maar iedereen was bang om naar plantage Slootwijk te gaan. Er bleken vreemde dingen daar te gebeuren. Sarijo werd te Wederzorg geplaatst, maar de sterkte verhalen deden de ronde. Mensen verdwenen zonder enig spoor achter te laten. Zelfs hele gezinnen.
Een contractarbeider met echtgenote en een baby werd naar Slootwijk gebracht. Hij kreeg een huis, niet ver van de directeurswoning. Hij was zoiets als een opzichter. Het huis bestond gewoon uit 1 kamer. De vloer was gedeeltelijk van hout en de rest had geen vloer. Gewoon aarde. De eerste avond konden ze niet slapen en de baby huilde zonder te stoppen. Vermoeid moest hij de volgende dag werken. Op het veld hoorde hij de verhalen en hij maakte zich zorgen om zijn vrouw en kind.
De tweede avond sliep de baby wel. Hij kreeg een ingeving om niet te slapen en bond een soort hangmat in het hokje, waarin hij zijn vrouw en kind liet slapen. De hangmat hing hij heel hoog. Hij nam plaats in een hoekje en hield zijn Kris in zijn hand, op zijn borstkast. Hij hoorde het licht gesnurk van zijn vrouw en overmand door vermoeidheid viel hij ook in slaap. Het was abnormaal koud toen hij wakker schrok. Het licht van de kokolampoe vulde de kamer en hij zag die grote bundel hangen.
Bijna bij het plafond. Zijn vrouw sliep vast. Maar hij wist dat ze niet alleen waren. Hij kreeg kippevel en zijn ogen gleden over de kleine ruimte van ongeveer 5 bij 5 meters. Hij haalde zijn Kris uit zijn houder en hield het beschermend voor zich, terwijl hij zich tegen de hoek drukte. Toen hoorde hij geritsel. Het kwam van het midden van de kamer. Hij vergat te ademen en hij hoorde zijn hart niet meer kloppen. Zijn ogen werden groter en groter en hij bewoog niet.
De aarde in het midden van de kamer ging gewoon open, zodat er een groot gat ontstond. Een donker gat met een diameter van ongeveer een halve meter. En uit dat gat kwam er iets glinsterends uit. Het ding bewoog zich langzaam. Toen het een halve meter uit het gat was, kon hij de vorm ervan onderscheiden. Zijn verstand sloeg op hol, maar hij dacht aan zijn vrouw en kind. Uit de kop van het beest kwam er een gespleten tong, die heen en weer ging en soms op en neer.
Het was een reuzeslang. Met gitzwarte ogen. Zijn vel was gitzwart. Hij heeft voor het eerst in zijn leven zo'n grote slang gezien. Er kwam steeds meer van de slang uit het gat. De supergrote kop richtte zich naar de hangende bundel, midden in de kamer. Met één hap kon dat beest zijn vrouw en kind verslinden. Zo groot was hij. De kop ging een beetje terug en maakte zich gereed om toe te happen, maar de opzichter kwam nat van het koude zweet uit zijn hoek en nam een vechtershouding aan."Shu! Shu!"
De slang keek nu rechtstreeks naar de man en ging meteen op hem af. De opzichter richtte zijn Kris naar de slang en die verstijfde. De slang keek naar de Kris en gleed langzaam terug. De opzichter merkte dit op en liep wat sneller naar de slang toe. En het ging heel snel. Maar de grote slang verdween in het gat en dat gat ging gewoon weer dicht. Alsof er nooit iets daar was ….
De volgende dag meldde hij zich met zijn gezin aan om terug te gaan naar Indonesië. Hij keerde terug en deed daar zijn verhaal.
Er werd een speciale culturele groep naar Suriname gestuurd om dit probleem te onderzoeken. Zij wisten de slang op te sporen middels allerlei rituelen. Bleek dat er een mannetje en een vrouwtje waren. Het lukte om het mannetje dood te maken, maar het wijfje ontsnapte. De plantagedirecteur was hier echt niet over te spreken, want het bleek dat hij ‘dingen’ kweekte die zich toonden in de vorm van enorme ‘slangen’. Hij kweekte ze om rijk van te worden.
Daags erna verlieten de werkers plantage Slootwijk. Het betekende het einde van een eens zo bloeiende plantage.
Zoals er verteld werd door aanwezigen, veranderde de dode slang in duizenden sika's die de plantage jarenlang teisterden. De plek was vervloekt en alles ging er fout, niemand wilde daar meer blijven. Er wordt verteld dat er nog steeds vreemde dingen daar gebeuren.....
⭐️⭐️= Het verhaal is 50% herschreven door de OST beheerder Yvanna Hilton.
Reactie plaatsen
Reacties