STORY 263: GEEN SUKU SUKU VOOR MIJ MEER

Gepubliceerd op 10 maart 2023 om 00:21

🟦 Ingezonden door: A.K

              ⚜️GEEN SUKU SUKU VOOR MIJ MEER⚜️

———————

Lieve OST Lezers/ Beheerders, Kinderspelen waren altijd een leuke bezigheid voor de kinderen. Vooral als je ze echt in het gareel wilde houden.

 

Ik was een kind van 12 jaartjes jong, toen we buiten de stad op vakantie waren en gezamenlijk een spelletje speelden genaamd ‘Suku Suku’. Het was iets heel anders dan verstoppertje (in Suriname noemen we dat ‘schuiltje’). Ik heb een vreselijke nare ervaring gehad tijdens dat spel en geloof me, ik kan het tot de dag van vandaag niet verwerken. Ik ben Judith en dit is mijn verhaal.

 

Mijn ouders hadden een plaats op "buiten" (buiten de stad) waar we haast elke grote vakantie naartoe gingen. Mijn ouders hadden door de jaren heen een leuk vakantiehuisje opgezet met alle gerieven. Beneden was er een ruime woonkamer met een binnen-keuken. In de bovenverdieping waren er alleen maar slaapkamers, 4 om exact te zijn. Het er was heel ruim en grensde aan de achterkant met een mooi bos, waar we onze eigen wandelpaden hadden aangelegd. Op het erf hadden we een ruim terras met een oven uit baksteen opgetrokken.

 

Het is tot nu toe een mooie plek om te bezoeken. Zo waren wij dus weer met vakantie op Para. Het was half 8 geworden en alle kinderen en kleinkinderen zaten op het terras te luisteren naar de oude vertellingen van mijn vader, totdat hij opeens zei dat we een spelletje zouden spelen. De beurten werden door middel van grashalmpjes gekozen en wie aan het langste had getrokken zou dus dan de persoon moeten zijn die zal beginnen. Ik was dus degene die het langste grashalm had getrokken.

 

Ik werd geblinddoekt en een paar keer om mijn as gedraaid. Het spel is dat je dus aan de hand van de stemmen, geluiden, voetstappen moet nagaan waar de persoon zich schuilhield. Iedereen die dan meedeed moest met een zachte stem roepen ‘suku suku’ zodat ik mezelf kon leiden naar de plek waar ik de stem dacht te hebben gehoord. Ik vond het zelf een beetje oneerlijk omdat bijna niemand luid genoeg sprak zodat ik ze kon volgen. Op een gegeven moment hoorde ik voetstappen langsrennen vanachter mij.

 

Ik keerde me gelijk om en greep in het niets. Opeens hoorde ik een stem achter mij fluisteren ‘suku suku’. Ik deed alsof ik het niet gehoord had en wachtte op een geschikt moment mij op te draaien en de persoon te grijpen. “Suku suku suku suku suku”, ging het gefluister achter mij. “Ha…ik heb je”, gilde ik luid terwijl ik iemand bij de schouders vastgreep toen ik me had omdraaide. Ik liet los en trok de blinddoek met beide handen van mijn gezicht af. Maar verbaasd stond ik dan te kijken naar een lege plek voor mij. Ik had niemand horen wegrennen toen ik de blinddoek afhaalde.

 

De persoon zou in mijn mind vlak voor mij moeten staan, maar er was niemand. Plotseling hoorde ik mijn vader zeggen: “Juut, niet furu spelen he…blinddoek op”. “Maar pa ik had iemand daarnet gepakt…ik had iemand echt gepakt”, zei ik nog tegen hem. Hij bleef erbij dat ik de blinddoek weer moest opzetten om zo door te gaan met het spel. Ik dacht echt dat iemand me te snel af was en dat mijn vader dat niet gezien had, dus deed ik de blinddoek weer op. Niet lang daarna hoorde ik net voor mijn voeten weer het schelzand kraken. Dit keer was ik er helemaal zeker van dat er iemand voor me stond.

 

Met uitgestrekte armen liep ik op het geluid af terwijl de persoon elke keer weer een stukje verder vooruitliep…ik kon het horen aan het gekraak van het schelpzand. Op een gegeven moment werd het kouder en het geluid van het gekraak ging over in het schoffelen van bladeren en takken. De andere kinderen hoorde ik zelfs niet meer roepen, alles klonk vaag en ver. Toen hoorde ik voetstappen vanachter me komen en een ferme hand greep mij bij mijn bovenarm. “Judith waar ga je…”, zei mijn vader luid.

 

Ik liet een gil horen van de schrik en trok het blinddoek van mijn gezicht af. Ik was zeker een meter of 10 in het bos gelopen zonder het door te hebben. “Papa, ik luisterde naar die voetstappen toch…”, zei ik geschrokken. “Meisje, niemand gaat tegen deze tijd van de nacht schuilen in een bos…kom op…eruit”, zei hij streng. Hij pakte me bij mijn hand en leidde me het bos uit. Maar ik keek nog even achterom en zag een gezicht verdwijnen achter 1 van de bomen. “Papa…papa kijk…er is iemand daar”, zei ik.

 

Hij gaf geen gehoor aan wat ik zei en liep door met me het bos uit. Toen we eindelijk eruit waren, zag ik inderdaad iedereen daar wachten. Al mijn nichtjes en neefjes die meedingen aan het spel. We hadden de hele avond nog te gaan, maar het spel moest gestaakt worden volgens mijn vader. We speelden toen gewoon ‘jongens-meisjes’ met elkaar. Maar elke keer keek ik naar de richting van het pad naar het bos. Iets trok mijn aandacht.

 

Het werd tijd om naar bed te gaan. Iedereen zocht een slaapplek op in de bovenverdieping van het huis. Ik koos voor het bovenste gedeelte van een van de twee stapelbedden in de kamer. Een paar oudere nichten en een neefje sliepen ook samen met me in de kamer. Binnen korte tijd was iedereen in diepe rust. Ik voelde me opeens heel ongemakkelijk en werd wakker. Ik keek naar het stapelbed aan de andere kant van de kamer en zag dat mijn neefje en nicht sliepen.

 

Ik schoof een stukje naar de rand van mijn bed en keek naar beneden om te zien of mijn nicht eventueel wakker was. Maar op het moment dat ik mijn hoofd uitstak om naar beneden te kijken, zag ik vliegensvlug een hoofd onder haar bed gaan. Ik staarde een tijdje naar de plek waar ik het had zien verdwijnen onder het bed, totdat er weer vliegensvlug de helft van het hoofd tevoorschijn kwam vanonder het bed. Het leek op een tekening met een grote mond en grote, hele grote, tanden. Opeens fluisterde het zacht ‘suku suku’, terwijl het me aanstaarde met het ene witte oog met daarin een klein zwart puntje.

 

Ik wilde gillen, maar durfde, omdat ik de anderen niet wilde wakker maken. Ik was trouwens nog jong om te kunnen vatten wat er zich precies afspeelde. Ik werd wel bang. Met een vaart gooide ik de deken over mijn hoofd en drukte mijn gezicht in m’n kussen. Er werd plotseling lichtjes aan mijn deken gerukt.  Het gefluister veranderde in een heel sinister geluid, ‘suku suku suku mi tif suku suku suku mi tiiifff’. De deken werd van mijn lichaam met een ruk weggetrokken. Ik voelde de ijlende kou over mijn lichaam gaan, alsof het mij van heel dichtbij probeerde te bestuderen.

 

Opeens werd het stil. Zo stil dat ik mijn hart kon horen bonzen in mijn hoofd. Ik begon te snakken naar adem, maar ik hield mijn gezicht gedrukt in m’n kussen. Opeens werd ik gegrepen aan mijn beide benen en gesleurd van het bed. Ik kon nog net het stalen veiligheidsrekken van het bed vastgrijpen. Toen begon ik echt pas te gillen alsof mijn leven ervan afhing. De anderen in de kamer schrokken wakker en begonnen toen ook te gillen. Mijn nicht, die op het bed onder mij sliep, zag mij languit gestrekt met mijn benen naar de deur, terwijl ik met mijn handen het bed stevig vasthield.

 

Al gillende sprong ze op en greep me vast aan mijn middel. “Lus’ en, lus’ en”, gilde ze uit. (Laat haar los, laat haar los). Opeens werd ik losgelaten en met een harde smak sloeg ik mijn gezicht tegen het metalen veiligheidsrek. Een grote zwarte gedaante vormde zich voor de deur, zo groot dat het tot het plafond reikte. De andere familieleden schoten ons te hulp en op het moment dat ze de deur opengooien, schoot de zwarte gedaante langs ze heen naar buiten. Iedereen rende de kamer in uit vrees van wat ze daarnet hadden gezien. Maar mijn vader was niet bang.

 

Ik zag juist woede in zijn ogen. Hij rende de kamer uit en begon een hele hoop dingen te zeggen, totdat we hem hoorden schreeuwen op het erf. We renden toen allemaal naar buiten om te zien wat er precies gebeurde. Mijn vader ging in trance…winti. Maar mijn ooms en tantes moesten hem vasthouden om niet het bos in te rennen, omdat hij wilde vechten met het ding. Na een paar kleine ritueeltjes konden ze hem helemaal tot bedaren krijgen.

 

Op mijn benen, als je ze precies naast mekaar plaatste, kon je een grote verbrande afdruk zien van een hand. Een hand die mijn beide benen in een keer hadden vastgegrepen. We vertrokken diezelfde ochtend terug naar de stad, want het ging niet goed met mij. Ik werd zieker vanaf die dag. Met de hulp van mijn wijlen oma, heb ik het toch overleefd, omdat ze erachter kwam waarom het ding op ons erf was. Het was geplaatst door iemand die het ons niet gunde. Iemand die vreselijk jaloers was op mijn familie.

 

Ik had begrepen dat het terug was gestuurd naar de persoon, maar wie het was weet ik tot de dag van vandaag niet. Ik heb nu zelfs kinderen en mijn eigen gezin. Het buitenhuis heb ik overgenomen van mijn vader en zo af en toe gaan we er in de vakantie naartoe. Ik heb een grote schutting laten bouwen om het bos te scheiden van het erf. Deze vakantie gaan we er weer naartoe. En om mijn kinderen in het gareel te houden, zal ik erop toezien dat ze het allemaal naar hun zin hebben. Maar ‘suku suku’, wat betekend ‘zoek zoek’, zal ik toch nooit aan mijn kinderen leren. Nooit.

 

⭐️= Het verhaal is geplaatst zoals die ontvangen is

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.